2009-12-30 | BWBR0002660 | Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
This commit is contained in:
parent
44da83340e
commit
8e210953dd
1 changed files with 58 additions and 29 deletions
|
|
@ -12,13 +12,31 @@ citeertitel: Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
*badinrichting:* een voor het publiek of voor personen, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, toegankelijke plaats, welke is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen of baden, tezamen met de daarbij behorende terreinen, gebouwen, getimmerten en uitrustingen;
|
||||
|
||||
*badseizoen:* tijdvak als bedoeld in artikel 2 van de zwemwaterrichtlijn;
|
||||
|
||||
*bevoegd bestuursorgaan:* bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens de artikelen 6.2 en 6.3 van de Waterwet te verlenen;
|
||||
|
||||
*inspecteur:* als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
||||
|
||||
*locatie:* plaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn;
|
||||
|
||||
*Onze Minister:* Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
|
||||
inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.
|
||||
*zwemwaterprofiel:* zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 6 van de zwemwaterrichtlijn;
|
||||
|
||||
*zwemwaterrichtlijn:* richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG (PbEU L 64).
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden de aanvang en het einde van het badseizoen vastgesteld en kunnen andere tijdstippen en termijnen die bij de toepassing van deze wet regeling behoeven worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de indeling van het zwemwater in de klassen slecht, aanvaardbaar, goed of uitstekend zoals bedoeld in artikel 5 van de zwemwaterrichtlijn.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid tot het stellen van regels op grond van de artikelen 1, tweede en derde lid, 10b, vierde lid, 10ca, 10e, 10f en 11, vierde lid, kan slechts worden aangewend voor zover zulks noodzakelijk is ter implementatie van EG-richtlijnen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -42,7 +60,7 @@ i. preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid.
|
|||
|
||||
**2.** De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, bevatten slechts hetgeen naar Ons oordeel uit het oogpunt van hygiëne strikt noodzakelijk is.
|
||||
|
||||
**3.** De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelden niet met betrekking tot de badinrichtingen die zijn vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 10b.
|
||||
**3.** De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelden niet met betrekking tot de badinrichtingen behorend tot de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -108,73 +126,84 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** De houder van een badinrichting is verplicht de hoedanigheid van het zwem- en badwater regelmatig te onderzoeken.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat gedeputeerde staten op de plaatsen die zijn vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 10b, voor zover het geen badinrichtingen zijn, volgens bij die maatregel te stellen regelen onderzoek verrichten ten aanzien van de hoedanigheid van het zwemwater.
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, nadere regelen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, nadere regelen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden ter kennis gebracht van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen organen en, voor zover het betreft het in het eerste lid bedoelde onderzoek, tevens aan gedeputeerde staten.
|
||||
**3.** De uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, worden ter kennis gebracht van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen organen en, aan gedeputeerde staten.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten houden, mede met het oog op de plannen, bedoeld in de artikelen 5 en 7 van de Wet op de waterhuishouding, een lijst aan van de badinrichtingen in oppervlaktewater en van de andere plaatsen waar door een aanmerkelijk aantal personen in oppervlaktewater pleegt te worden gezwommen.
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten maken jaarlijks aan Onze Minister en aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de locaties bekend waar naar hun oordeel door een groot aantal personen wordt gezwommen. Zij nemen daarbij in aanmerking de ontwikkelingen met betrekking tot het aantal personen, de infrastructuur of faciliteiten en de ter bevordering van het zwemmen getroffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten leggen de op deze lijst voorkomende gegevens over aan Onze Minister en aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten wijzen jaarlijks na overleg met het bevoegd bestuursorgaan de op basis van het eerste lid aangemerkte locaties aan, indien daarvan de functie van zwemwater in de plannen, bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 en 4.6 van de Waterwet is vastgelegd, en stellen Onze in het eerste lid genoemde Ministers daarvan op de hoogte.
|
||||
|
||||
**3.** Een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie wordt evenwel niet aangewezen, indien gedurende vijf achtereenvolgende jaren de locatie in de klasse slecht is ingedeeld.
|
||||
|
||||
**4.** Gedeputeerde staten zijn bevoegd om in bij algemene maatregel van bestuur te regelen gevallen een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie niet aan te wijzen indien toepassing is gegeven aan artikel 11, tweede lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie niet wordt aangewezen, gelasten gedeputeerde staten de houder van een badinrichting deze te sluiten, dan wel indien het niet een badinrichting betreft, stellen zij een zwemverbod in of brengen een negatief zwemadvies uit.
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten maken jaarlijks de hoedanigheid van het water op de op grond van artikel 10b geïnventariseerde plaatsen bekend voor zover geen toepassing is gegeven aan artikel 11 en evenmin uit anderen hoofde een verbod om te zwemmen geldt of de badinrichting is gesloten.
|
||||
**1.** Op de voorbereiding van een aanwijzing als bedoeld in artikel 10b, tweede lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door de ingezetenen van de desbetreffende provincie en overige belanghebbenden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regelen worden gesteld.
|
||||
**2.** Indien de aanwijzing, bedoeld in artikel 10b, tweede lid, betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende wateren, worden de ten aanzien van die wateren bevoegde Duitse of Belgische autoriteiten geraadpleegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 10ca
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorlichting van het publiek omtrent zwemwater die gedeputeerde staten op een passende wijze in de nabijheid van een zwemwater en via media en technologieën verstrekken, gedurende het badseizoen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd bestuursorgaan en gedeputeerde staten verschaffen aan Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde inlichtingen en gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten stellen jaarlijks een onderzoek in naar de veiligheid bij het zwemmen op de op grond van artikel 10b geïnventariseerde plaatsen voor zover het geen badinrichtingen zijn. Voor zover de uitkomsten van dit onderzoek niet leiden tot toepassing van artikel 11, dragen gedeputeerde staten er zorg voor dat het publiek door middel van voorzieningen ter plaatse omtrent de veiligheid wordt ingelicht.
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten stellen jaarlijks een onderzoek in naar de veiligheid bij het zwemmen op de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties voor zover het geen badinrichtingen zijn. Voor zover de uitkomsten van dit onderzoek niet leiden tot toepassing van artikel 11, dragen gedeputeerde staten er zorg voor dat het publiek door middel van voorzieningen ter plaatse omtrent de veiligheid wordt ingelicht.
|
||||
|
||||
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regelen worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het monitoren van zwemwater door het bevoegd bestuursorgaan en wordt bepaald op welke parameters de monitoring betrekking heeft welke parameters slechts betrekking mogen hebben op de factoren die de gezondheid van de zwemmer kunnen betreffen en op afval.
|
||||
|
||||
### Artikel 10f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
a. het zwemwaterprofiel dat het bevoegd bestuursorgaan met een in die maatregel te bepalen frequentie opstelt waarin de kenmerken van het zwemwater en de omgeving worden opgenomen die de hoedanigheid van het zwemwater kunnen beïnvloeden,
|
||||
b. de beoordeling van de hoedanigheid van het zwemwater die het bevoegd bestuursorgaan na afloop van het badseizoen uitvoert aan de hand van de resultaten van het in artikel 10e bedoelde onderzoek,
|
||||
c. de maatregelen die het bevoegd bestuursorgaan neemt opdat het zwemwater op locaties waar geen toepassing is gegeven aan artikel 11, tweede lid, voldoet aan de in artikel 5, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn gestelde eisen, en
|
||||
d. de voorwaarden waaronder een zwemwater gedurende maximaal vijf jaar in de klasse slecht wordt ingedeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Indien de omstandigheden met betrekking tot een badinrichting of een andere plaats die wordt gebruikt voor het zwemmen, daartoe uit het oogpunt van hygiëne of veiligheid van de bezoekers aanleiding geven, kunnen gedeputeerde staten de houder van de inrichting gelasten deze te sluiten, onderscheidenlijk een zwemverbod instellen.
|
||||
**1.** Indien de omstandigheden met betrekking tot een badinrichting of een andere plaats die wordt gebruikt voor het zwemmen, daartoe uit oogpunt van hygiëne of veiligheid van de bezoekers aanleiding geven, kunnen gedeputeerde staten de houder van de badinrichting gelasten deze te sluiten, onderscheidenlijk een zwemverbod instellen of een negatief zwemadvies uitbrengen.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval voor de gezondheid of de veiligheid van de bezoekers onmiddellijk gevaar dreigt, kan de bevoegdheid, omschreven in het eerste lid, worden uitgeoefend door Onze commissaris in de provincie.
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten gelasten de houder van een badinrichting in oppervlaktewater deze te sluiten, respectievelijk stellen een zwemverbod in of brengen een negatief zwemadvies uit voor een andere locatie, indien de maatregelen teneinde te voldoen aan de klasse aanvaardbaar niet uitvoerbaar of onevenredig kostbaar zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Met betrekking tot de op grond van artikel 10b geïnventariseerde plaatsen wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald dat binnen een daarbij te stellen termijn aan het eerste lid toepassing moet worden gegeven indien niet wordt voldaan aan bij die maatregel gestelde eisen betreffende de hoedanigheid van het zwem- en badwater.
|
||||
**3.** Ingeval voor de gezondheid of de veiligheid van de bezoekers onmiddellijk gevaar dreigt, kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, worden uitgeoefend door Onze commissaris in de provincie.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan op verzoek van gedeputeerde staten de in het derde lid bedoelde termijn voor de in hun provincie gelegen geïnventariseerde plaatsen of een deel daarvan tot een door hem te bepalen tijdstip verlengen indien naar zijn oordeel op grond van de plannen, bedoeld in de artikelen 5 en 7 van de Wet op de waterhuishouding, is te verwachten dat het zwem- en badwater op die plaatsen op het aangegeven tijdstip aan de eisen, bedoeld in het derde lid, zal voldoen.
|
||||
**4.** Met betrekking tot de op grond van artikel 10b, tweede lid, aangewezen locaties wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald dat binnen een daarbij te stellen termijn aan het eerste lid toepassing moet worden gegeven indien niet wordt voldaan aan bij die maatregel gestelde eisen betreffende de hoedanigheid van het zwemwater.
|
||||
|
||||
**5.** Indien vanwege het gevaar voor de verspreiding van een infectieziekte behorend tot groep A, B1, B2 of C als bedoeld in de Wet publieke gezondheid een besluit krachtens het eerste of tweede lid wordt overwogen, wordt voorafgaande aan dat besluit het advies ingewonnen van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 17 van de Wet publieke gezondheid.
|
||||
**5.** Indien vanwege het gevaar voor de verspreiding van een infectieziekte als bedoeld in artikel 2 van de Infectieziektenwet een besluit krachtens het eerste of derde lid wordt overwogen, wordt voorafgaande aan dat besluit het advies ingewonnen van de desbetreffende directeur als bedoeld in die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 11a
|
||||
|
||||
**1.** Een krachtens artikel 11, eerste of tweede lid, gegeven last of gesteld verbod wordt, al dan niet op verzoek van de rechthebbende, opgeheven onderscheidenlijk ingetrokken zodra een wijziging van de omstandigheden dat mogelijk maakt.
|
||||
**1.** Een krachtens artikel 11, eerste of derde lid, gegeven last of gesteld verbod wordt, al dan niet op verzoek van de rechthebbende, opgeheven onderscheidenlijk ingetrokken zodra een wijziging van de omstandigheden dat mogelijk maakt.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit, genomen krachtens artikel 11, eerste of tweede lid, of krachtens het eerste lid, wordt mededeling gedaan aan de inspecteur en aan burgemeester en wethouders.
|
||||
**2.** Van een besluit, genomen krachtens artikel 10b, vijfde lid, en artikel 11, eerste, tweede of derde lid, of krachtens het eerste lid, wordt mededeling gedaan aan de inspecteur en aan burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**3.** Een besluit krachtens het eerste lid treedt eerst in werking zodra het onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur kan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze commissaris, verzoeken aan artikel 11, eerste of tweede lid, toepassing te geven.
|
||||
**1.** De inspecteur kan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze commissaris, verzoeken aan artikel 11, eerste of derde lid, toepassing te geven en kan gedeputeerde staten verzoeken de op grond van artikel 10ca en artikel 10e gestelde verplichtingen na te komen.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze commissaris beslissen binnen twee weken, onderscheidenlijk vierentwintig uur na ontvangst van een verzoek als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, of als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze commissaris beslissen binnen twee weken, onderscheidenlijk vierentwintig uur na ontvangst van een verzoek als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, of als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien artikel 11, eerste of tweede lid, op verzoek van de inspecteur is toegepast, horen gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze commissaris de inspecteur alvorens een besluit krachtens artikel 11*a*, eerste lid, te nemen.
|
||||
**3.** Indien artikel 11, eerste of derde lid, op verzoek van de inspecteur is toegepast, horen gedeputeerde staten, onderscheidenlijk Onze commissaris de inspecteur alvorens een besluit krachtens artikel 11a, eerste lid, te nemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Van een besluit krachtens artikel 11, eerste of tweede lid, en van een besluit tot weigering van toepassing van artikel 11a, eerste lid, kan de rechthebbende in beroep komen bij Onze Minister.
|
||||
**1.** Van een besluit krachtens artikel 10b, tweede lid, en artikel 11, eerste, tweede of derde lid, en van een besluit tot weigering van toepassing van artikel 11a, eerste lid, kan de rechthebbende in beroep komen bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Van een besluit krachtens artikel 11a, eerste lid, kan de inspecteur in beroep komen bij Onze Minister. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het instellen van beroep door de inspecteur drie dagen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -228,9 +257,9 @@ De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter ha
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Een gedraging in strijd met het verbod, gesteld bij artikel 2, of met een last, gegeven krachtens artikel 11, eerste lid of tweede lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
**1.** Een gedraging in strijd met het verbod, gesteld bij artikel 2, of met een last, gegeven krachtens artikel 10b, vijfde lid, en artikel 11, eerste, tweede of derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
**2.** Een gedraging in strijd met een voorschrift, gegeven bij of krachtens artikel 5, derde lid, 10, eerste lid of tweede lid, of 10*a*, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
**2.** Een gedraging in strijd met een voorschrift, gegeven bij of krachtens artikel 5, derde lid, 10, eerste lid of tweede lid, of 10a, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Een gedraging in strijd met een verbod, gesteld krachtens artikel 11, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -252,9 +281,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1, derde lid, 10b, 10d, 10e, 10f en 11, vierde lid, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue