2020-03-19 | BWBR0006251 | Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
This commit is contained in:
parent
53c5d2f17b
commit
8e4540e6c1
1 changed files with 27 additions and 23 deletions
|
|
@ -22,7 +22,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
– *geneeskunst:* gebied van de individuele gezondheidszorg in het kader waarvan handelingen worden verricht, die:
|
||||
|
||||
a. ertoe strekken een persoon van een ziekte te genezen;
|
||||
b. een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden;
|
||||
b. ertoe strekken een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden;
|
||||
c. ertoe strekken de gezondheidstoestand van een persoon te beoordelen;
|
||||
d. ertoe strekken verloskundige bijstand bij een persoon te verlenen;
|
||||
e. gericht zijn op het afnemen van bloed bij een persoon dan wel het wegnemen van weefsel, voor andere doeleinden dan die bedoeld onder a tot en met d;
|
||||
|
|
@ -123,7 +123,7 @@ a. in geval van overlijden van de ingeschrevene;
|
|||
b. op verzoek van de ingeschrevene;
|
||||
c. indien de ingeschrevene in een der in artikel 6, onder b of c, genoemde omstandigheden is komen te verkeren;
|
||||
d. indien zulks voortvloeit uit een op grond van deze wet jegens de ingeschrevene genomen maatregel;
|
||||
e. indien zulks voortvloeit uit een maatregel, berustende op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing op grond waarvan de ingeschrevene zijn rechten ter zake van de uitoefening van het betrokken beroep in het land waar de beslissing is gegeven tijdelijk of blijvend geheel heeft verloren;
|
||||
e. indien ten aanzien van de ingeschrevene een maatregel, berustende op een in het buitenland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan de ingeschrevene zijn rechten ter zake van de uitoefening van het betrokken beroep in het land waar de beslissing is gegeven tijdelijk of blijvend geheel heeft verloren;
|
||||
f. indien zulks voortvloeit uit een maatregel, berustend op een op grond van de Wet medisch tuchtrecht BES opgelegde maatregel, op grond waarvan de ingeschrevene zijn rechten ter zake van de uitoefening van het betrokken beroep tijdelijk of blijvend geheel heeft verloren.
|
||||
|
||||
### Artikel 7a
|
||||
|
|
@ -165,8 +165,8 @@ b. al dan niet op het gebied van de individuele gezondheidszorg liggende werkzaa
|
|||
|
||||
In het register wordt, indien zulks voortvloeit uit een op grond van deze wet genomen maatregel of besluit, een aantekening geplaatst van:
|
||||
|
||||
a. een opgelegde berisping indien dit op grond van artikel 48, tiende lid, door het regionale tuchtcollege of het centraal tuchtcollege is beslist;
|
||||
b. een opgelegde geldboete indien dit op grond van artikel 48, tiende lid, door het regionale tuchtcollege of het centraal tuchtcollege is beslist;
|
||||
a. een opgelegde berisping indien dit op grond van artikel 48, elfde lid, door het regionale tuchtcollege of het centraal tuchtcollege is beslist;
|
||||
b. een opgelegde geldboete indien dit op grond van artikel 48, elfde lid, door het regionale tuchtcollege of het centraal tuchtcollege is beslist;
|
||||
c. de schorsing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder d;
|
||||
d. de voorwaarden die zijn opgelegd;
|
||||
e. de gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid het betrokken beroep uit te oefenen;
|
||||
|
|
@ -193,7 +193,7 @@ b. een op grond van de Wet medisch tuchtrecht BES gegeven tuchtrechtelijke besli
|
|||
In het register wordt ten aanzien van een geregistreerd of voormalig geregistreerd beroepsbeoefenaar een aantekening geplaatst van:
|
||||
|
||||
a. rechterlijke uitspraken inhoudende de ontzetting van of beperking op het recht het betrokken beroep uit te oefenen. Indien die rechterlijke uitspraak tevens inhoudt een ontzetting van of beperking in het recht om ook andere beroepen in de individuele gezondheidszorg uit te oefenen, wordt die ontzetting of beperking eveneens aangetekend.
|
||||
b. een op grond van artikel 14c, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht gestelde bijzondere voorwaarde een inperking voortvloeit van de bevoegdheid het betrokken beroep uit te oefenen. Indien die bijzondere voorwaarde tevens inhoudt een voortvloeit van de bevoegdheid om andere beroepen in de individuele gezondheidszorg uit te oefenen, wordt die inperking eveneens aangetekend.
|
||||
b. een op grond van artikel 14c, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht gestelde bijzondere voorwaarde waaruit een inperking voortvloeit van de bevoegdheid het betrokken beroep uit te oefenen. Indien die bijzondere voorwaarde tevens inhoudt een beperking van de bevoegdheid om andere beroepen in de individuele gezondheidszorg uit te oefenen, wordt die inperking eveneens aangetekend.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -205,7 +205,7 @@ c. de datum waarop de schorsing of de last tot onmiddellijke onthouding van de b
|
|||
|
||||
**6.** Indien de in het tweede lid bedoelde aantekening in het register is geplaatst, geldt de in het buitenland dan wel de op grond van de Wet medisch tuchtrecht BES opgelegde bevoegdheidsbeperking ook voor de beroepsuitoefening in Nederland.
|
||||
|
||||
**7.** De in het eerste, tweede, derde en vierde lid bedoelde aantekening wordt gedurende een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde termijn in het register vermeld en daarbij wordt indien bekend de aard van het vergrijp vermeld dat tot de aantekening heeft geleid, alsmede een met redenen omklede toelichting op een genomen maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder b en c.
|
||||
**7.** De in het eerste, tweede, derde, vierde en achtste lid bedoelde aantekening wordt gedurende een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde termijn in het register vermeld en daarbij wordt indien bekend de aard van het vergrijp vermeld dat tot de aantekening heeft geleid, alsmede een met redenen omklede toelichting op een genomen maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder b en c.
|
||||
|
||||
**8.** In het register wordt voorts een aantekening geplaatst van een maatregel als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet medisch tuchtrecht BES, indien dit op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wet medisch tuchtrecht BES, door het College is beslist.
|
||||
|
||||
|
|
@ -938,9 +938,9 @@ c. de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder e en g.
|
|||
|
||||
**1.** De inspecteur ziet toe of een beroepsbeoefenaar de op grond van artikel 48, zevende lid, aan de maatregel verbonden voorwaarden naleeft.
|
||||
|
||||
**2.** Het regionale tuchtcollege beslist op verzoek van de inspecteur strekkende tot de tenuitvoerlegging van de maatregel, indien de beroepsbeoefenaar aan wie de voorwaardelijke maatregel is opgelegd, de aan de maatregel verbonden voorwaarden niet heeft nageleefd.
|
||||
**2.** Het regionale tuchtcollege beslist op verzoek van de inspecteur over de tenuitvoerlegging van de maatregel, indien de beroepsbeoefenaar aan wie de voorwaardelijke maatregel is opgelegd, de aan de maatregel verbonden voorwaarden niet heeft nageleefd.
|
||||
|
||||
**3.** De inspecteur is in zijn verzoek niet ontvankelijk wanneer het verzoek later wordt ingediend dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd.
|
||||
**3.** De inspecteur is in zijn verzoek niet-ontvankelijk wanneer het verzoek later wordt ingediend dan drie maanden na het verstrijken van de proeftijd.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 54, 55, tweede lid, 61, 63, 63a, 65, zesde lid, 65d, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 65e, 67, 67b, 70 en 71 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -957,21 +957,19 @@ b. de beroepsbeoefenaar, voor zover het verzoek is toegewezen.
|
|||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Degene aan wie een boete als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder c, is opgelegd, wordt door een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar bij gedagtekende brief uitgenodigd de verschuldigde geldboete binnen de gestelde termijn dan wel met inachtneming van de gestelde termijnen te betalen.
|
||||
**1.** Degene aan wie een boete als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder c, is opgelegd, wordt door Onze Minister bij gedagtekende brief uitgenodigd de verschuldigde geldboete binnen de gestelde termijn dan wel met inachtneming van de gestelde termijnen te betalen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant de ambtenaar hem schriftelijk aan om alsnog binnen tien dagen na dagtekening van de aanmaning te betalen.
|
||||
**2.** Indien de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant Onze Minister hem schriftelijk aan om alsnog binnen tien dagen na dagtekening van de aanmaning te betalen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de schuldenaar na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van de verschuldigde geldboete en de aanmaningskosten geschieden bij een door de ambtenaar uit te vaardigen dwangbevel.
|
||||
### Artikel 49a
|
||||
|
||||
**4.** De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder j, van die wet met toepassing van de artikelen 13 en 14 van die wet.
|
||||
**1.** De beslissing tot het opleggen van een geldboete levert een executoriale titel op, die met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd. De secretaris van het tuchtcollege verstrekt een afschrift van de beslissing aan de partij die tot de tenuitvoerlegging van de beslissing kan overgaan, opgemaakt in executoriale vorm.
|
||||
|
||||
**5.** Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990 alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de tenuitvoerlegging van een beslissing als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder c.
|
||||
|
||||
**6.** De ontvanger kan zolang hij met de zorg voor de invordering is belast onder door hem te stellen voorwaarden aan een schuldenaar voor een bepaalde tijd schriftelijk uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds schriftelijk worden beëindigd.
|
||||
### Artikel 49b
|
||||
|
||||
**7.** Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
|
||||
|
||||
**8.** De kosten van aanmaning en van verdere vervolging worden berekend op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen. De artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Op een veroordeling in de kosten bedoeld in artikel 69, vijfde lid, is artikel 49a van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
|
|
@ -1169,7 +1167,7 @@ Indien de klacht wordt ingetrokken, wordt de behandeling daarvan gestaakt, tenzi
|
|||
a. de beklaagde schriftelijk verklaart voortzetting van de behandeling te verlangen;
|
||||
b. het tuchtcollege beslist dat de behandeling van de klacht om redenen, aan het algemeen belang ontleend, moet worden voortgezet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien om redenen van algemeen belang wordt beslist tot voortzetting van de klacht wordt de inspecteur voor het vervolg van de zaak als klager wordt aangemerkt. De secretaris bericht de inspecteur over de voortzetting van de klacht.
|
||||
**3.** Indien om redenen van algemeen belang wordt beslist tot voortzetting van de klacht wordt de inspecteur voor het vervolg van de zaak als klager aangemerkt. De secretaris bericht de inspecteur over de voortzetting van de klacht.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de beklaagde overlijdt, wordt de behandeling van de klacht gestaakt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1179,6 +1177,10 @@ b. het tuchtcollege beslist dat de behandeling van de klacht om redenen, aan het
|
|||
|
||||
De klager en de beklaagde kunnen zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde en zich laten bijstaan door een raadsman. De gemachtigde, niet zijnde een advocaat, legt desgevraagd ten bewijze van de machtiging een schriftelijke volmacht over. De voorzitter van het regionale tuchtcollege kan slechts weigeren een persoon, niet zijnde een advocaat, als gemachtigde of als raadsman toe te laten, indien er duidelijke aanwijzingen zijn dat door de toelating van die persoon een behoorlijke uitoefening van de tuchtrechtspraak zal worden belemmerd. De weigering wordt door de voorzitter schriftelijk gemotiveerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 65f
|
||||
|
||||
Onze Minister kan ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd aanwijzen aan wie dezelfde bevoegdheden toekomen als waarover de inspecteur, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel d, beschikt voor het voeren van een procedure bij een tuchtcollege in eerste aanleg als bedoeld in deze paragraaf of in beroep als bedoeld in paragraaf 5 van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** Na verzending van het afschrift, bedoeld in artikel 65b, eerste lid, gelast de voorzitter van het regionale tuchtcollege een vooronderzoek. De voorzitter draagt het vooronderzoek op aan een of meer leden of plaatsvervangende leden of aan de secretaris of plaatsvervangend secretaris van het regionale tuchtcollege.
|
||||
|
|
@ -1205,7 +1207,7 @@ De klager en de beklaagde kunnen zich laten vertegenwoordigen door een gemachtig
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tenzij reeds is bepaald dat de zaak ter terechtzitting zal worden behandeld, kan door de voorzitter dan wel door het regionaal tuchtcollege in raadkamer een eindbeslissing worden gegeven, inhoudende dat:
|
||||
Tenzij reeds is bepaald dat de zaak ter terechtzitting zal worden behandeld, kan door de voorzitter dan wel door het regionale tuchtcollege in raadkamer een eindbeslissing worden gegeven, inhoudende dat:
|
||||
|
||||
a. het college kennelijk onbevoegd is;
|
||||
b. de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is;
|
||||
|
|
@ -1218,7 +1220,7 @@ d. de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
|
|||
|
||||
**1.** De voorzitter van het tuchtcollege kan bepalen dat de beklaagde of de klager wordt opgeroepen om in persoon op de zitting te verschijnen teneinde hun standpunten toe te lichten of het college inlichtingen te verschaffen. Zij worden opgeroepen door de secretaris. De klager en de beklaagde zijn verplicht aan de oproeping gevolg te geven. Partijen worden hierop gewezen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de beklaagde of de klager, hoewel behoorlijk opgeroepen niet op de zitting verschijnt, kan het college daaruit de gevolgtrekkingen maken die het geraden voorkomen.
|
||||
**2.** Indien de beklaagde of de klager, hoewel behoorlijk opgeroepen niet op de zitting verschijnt, kan het college daaruit de gevolgtrekkingen maken die het geraden voorkomt.
|
||||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
|
|
@ -1254,7 +1256,7 @@ c. het gegrond verklaren van de klacht.
|
|||
|
||||
**3.** Indien het regionale tuchtcollege de klacht gegrond verklaart, kan het tuchtcollege een maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste, tweede en vierde lid, opleggen.
|
||||
|
||||
**4.** Een maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste, tweede en vierde lid, wordt niet opgelegd indien dit door het regionale tuchtcollege raadzaam wordt geacht in verband met de geringe ernst van het handelen of nalaten, de omstandigheden waaronder het handelen of nalaten hebben plaatsgevonden, dan wel omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan.
|
||||
**4.** Een maatregel als bedoeld in artikel 48, eerste, tweede en vierde lid, wordt niet opgelegd indien dit door het regionale tuchtcollege raadzaam wordt geacht in verband met de geringe ernst van het handelen of nalaten, de omstandigheden waaronder het handelen of nalaten heeft plaatsgevonden, dan wel omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het regionale tuchtcollege de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart en een maatregel oplegt als bedoeld in het derde lid, kan het in zijn beslissing opnemen dat de kosten, of een deel daarvan, die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken, door de beklaagde aan wie de maatregel wordt opgelegd aan de klager worden vergoed. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over welke kosten vergoed kunnen worden, wat de hoogte van de te vergoeden kosten is en over de tenuitvoerlegging van de beslissing van het regionale tuchtcollege.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1306,7 +1308,7 @@ c. de inspecteur.
|
|||
|
||||
**4.** De secretaris van het college zendt een afschrift van het beroepschrift aan de klager, de beklaagde en de inspecteur, voor zover het beroepschrift niet door hen is ingediend, zodra het griffierecht is betaald.
|
||||
|
||||
**5.** De personen, bedoeld in het derde lid, kunnen binnen zes weken na de datum van verzending van een afschrift van het beroepschrift als bedoeld in het derde lid, incidenteel beroep instellen. De voorschriften omtrent de procedure in beroep zijn van toepassing, tenzij in deze paragraaf anders is bepaald.
|
||||
**5.** De personen, bedoeld in het vierde lid, kunnen binnen zes weken na de datum van verzending van een afschrift van het beroepschrift als bedoeld in het vierde lid, incidenteel beroep instellen. De voorschriften omtrent de procedure in beroep zijn van toepassing, tenzij in deze paragraaf anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste lid, onder a tot en met c, bedoelde personen worden door de voorzitter van het centrale tuchtcollege in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na toezending van de gronden van het incidenteel beroep schriftelijk hun zienswijze met betrekking tot het incidenteel beroep kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1405,6 +1407,8 @@ Het regionale tuchtcollege is bevoegd op schriftelijke voordracht van een inspec
|
|||
|
||||
**4.** Artikel 54 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd aanwijzen aan wie dezelfde bevoegdheden toekomen als waarover de inspecteur, bedoeld in het eerste lid, beschikt voor het voeren van een procedure als bedoeld in dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1627,7 +1631,7 @@ Degene die handelt in strijd met het in artikel 35, eerste lid, of 38 gestelde v
|
|||
|
||||
### Artikel 98a
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 251, 260, 295, 305 en 309 van het Wetboek van Strafrecht, kan een persoon die werkzaam is in de individuele gezondheidszorg worden ontzet van het recht om een of meer beroepen in de individuele gezondheidszorg uit oefenen, indien hij wordt veroordeeld voor een van de strafbare feiten omschreven in:
|
||||
Onverminderd de artikelen 251, 260, 295, 305 en 309 van het Wetboek van Strafrecht, kan een persoon die werkzaam is in de individuele gezondheidszorg worden ontzet van het recht om een of meer beroepen in de individuele gezondheidszorg uit te oefenen, indien hij wordt veroordeeld voor een van de strafbare feiten omschreven in:
|
||||
|
||||
a. artikel 96, eerste of tweede lid;
|
||||
b. de artikelen 240b tot en met 247, 248a tot en met 250, 255 en 257, 287 tot en met 291, 301 tot en met 303 en 307 en 308 van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue