diff --git a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md index 21cf85dae64..99cbf3a7e98 100644 --- a/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md +++ b/ministeriele-regeling/subsidieregeling-esf-20212027/BWBR0046622/README.md @@ -84,7 +84,6 @@ d. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst - *Wajong-uitkering:* uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; - *WAO-uitkering:* uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; - *werkgeversorganisatie:* vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die partij is bij een op het moment van de subsidieaanvraag geldende CAO, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende CAO of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een aangewezen algemeen erkende centrale of andere representatieve organisatie van ondernemers als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet op de Sociaal-Economische Raad; -- *werkloze werkzoekende:* persoon zonder werk, of met werk voor minder dan twaalf uur per week, die actief op zoek is naar betaald werk voor twaalf uur of meer per week en die daarvoor direct beschikbaar is; - *werknemersorganisatie:* vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die partij is bij een op het moment van de subsidieaanvraag geldende CAO of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende CAO of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling; - *WIA-uitkering:* uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; - *ZW-uitkering:* uitkering op grond van de Ziektewet. @@ -462,7 +461,7 @@ c. voor de sector jeugdige delinquent en jongeren in justitiële inrichtingen: ### Artikel 2a.7 -**1.** De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van twaalf, zesendertig en achtenveertig maanden van het project, een voortgangsrapportage in over de voorafgaande twaalf maanden. +**1.** De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van twaalf, zesendertig en achtenveertig maanden van het project, een voortgangsrapportage in over de voorafgaande twaalf maanden, tenzij de minister een tussendeclaratie heeft opgevraagd. **2.** De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening. @@ -992,7 +991,7 @@ b. kosten met betrekking tot scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaard c. de externe kosten van de door een EVC-aanbieder uitgevoerde EVC-procedure. Het maximaal subsidiabele tarief van de EVC-aanbieder bedraagt € 1.250,–, tenzij de subsidieaanvrager die een hoger tarief hanteert de marktconformiteit van het door hem gehanteerde tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid; d. de loonkosten, bedoeld in artikel 2E.15; e. kosten met betrekking tot loonverlet, zijnde het aantal door de werkgever betaalde uren dat een deelnemer deelneemt aan gegeven scholing basisvaardigheden, scholing beroepsvaardigheden, met uitzondering van de uren voor voorbereiding, reizen en zelfstudie, waarbij de deelnemer niet productief kan zijn in de reguliere werkzaamheden, tegen een vast bedrag per uur ter hoogte van het wettelijke minimumloon vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten; -f. indirecte kosten, op basis van een toeslag van 7% op de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d. +f. indirecte kosten, op basis van een toeslag van 7% op de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e. **2.** @@ -1028,7 +1027,7 @@ De volgende kosten zijn niet subsidiabel: a. loonverletkosten die niet zijn toe te rekenen aan scholingsactiviteiten; b. loonverletkosten, indien tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt van een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 2E.15; c. in rekening gebrachte BTW over gemaakte kosten van activiteiten binnen het project; -d. kosten voor activiteiten waarvoor al subsidie is aangevraagd of subsidie is verleend; +d. kosten voor activiteiten waarvoor al subsidie is aangevraagd of subsidie is verleend, met uitzondering van gemeentelijke of provinciale subsidies waarbij de totale financiering van de subsidiabele kosten niet meer dan 100% bedraagt; e. kosten in het kader van technische innovatie; en f. kosten voor activiteiten die plaatsvinden in het kader van een wettelijke verplichting. @@ -1126,7 +1125,7 @@ d. het implementeren en opschalen van een bewezen effectieve aanpak op het gebie **1.** -Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, de Minister de subsidieaanvraag niet afwijst op grond van artikel 1.9 en de aanvraag voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in dit hoofdstuk, kent de Minister na advies van de beoordelingscommissie het projectplan van de aanvrager een score toe, aan de hand van de volgende criteria: +Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, de Minister de subsidieaanvraag niet afwijst op grond van artikel 1.9 en de aanvraag voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in dit hoofdstuk, kent de Minister het projectplan van de aanvrager een score toe, aan de hand van de volgende criteria: a. kwaliteit en onderbouwing van de probleemanalyse met een interventielogica waarin inzicht wordt gegeven in de aard van de problematiek op het gebied van gendergelijkheid en de wijze waarop het project hiervoor een oplossing kan bieden (maximaal 20 punten); b. kwaliteit en onderbouwing van het activiteitenplan waarin wordt uiteengezet op welke wijze het doel, bedoeld in artikel 2f.3, wordt bereikt met de ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie, het opschalen of het verspreiden van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 30 punten);