2009-07-01 | BWBR0020586 | Wet handhaving consumentenbescherming
This commit is contained in:
parent
00d19965a4
commit
8e7c63ba7f
1 changed files with 22 additions and 115 deletions
|
|
@ -89,28 +89,11 @@ b. gegevens waarop het voornemen om een verzoekschrift in te dienen berust, in t
|
|||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
**1.** Deze paragraaf heeft, met uitzondering van artikel 2.10, tweede lid, uitsluitend betrekking op overtredingen van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel b van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Deze paragraaf heeft, met uitzondering van artikel 2.10, tweede lid, uitsluitend betrekking op overtredingen van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel b van de bijlage bij deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8
|
||||
|
||||
**1.** Indien ambtenaren of andere personen bedoeld in artikel 2.4, van oordeel zijn dat een overtreding heeft plaatsgevonden, maken zij een rapport op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. de overtreding alsmede de wettelijke bepaling waarmee in strijd is gehandeld;
|
||||
c. feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is gepleegd;
|
||||
d. waar en wanneer de onder c bedoelde feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan.
|
||||
|
||||
**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt en geen strafrechtelijke vervolging is ingesteld, treedt dit voor de toepassing van dit artikel in de plaats van het rapport.
|
||||
|
||||
**5.** De werkzaamheden in verband met het opleggen van de last onder dwangsom of bestuurlijke boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het rapport.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
||||
|
|
@ -125,41 +108,25 @@ b. een bestuurlijke boete.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.10
|
||||
|
||||
**1.** Op het opleggen van een last onder dwangsom krachtens deze paragraaf zijn de artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
|
||||
**1.** Op het opleggen van een last onder dwangsom krachtens deze paragraaf zijn de artikelen 5:32, tweede lid, tot en met 5:39 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, zijn de artikelen 5:48 tot en met 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing en is artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De Consumentenautoriteit kan een last onder dwangsom opleggen, die strekt tot verzekering van de medewerking die krachtens artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gevorderd bij de uitoefening van de bevoegdheden van de toezichthouders, bedoeld in artikel 2.4.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.11
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de last onder dwangsom dan wel het voornemen daartoe berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de Consumentenautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.12
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit stelt de overtreder in de gelegenheid over het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom zijn zienswijze naar voren te brengen. Het rapport wordt reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, zorgt de Consumentenautoriteit voor bijstand door een tolk.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien de Consumentenautoriteit, nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
|
||||
|
||||
a. voor de overtreding geen last onder dwangsom zal worden opgelegd, of
|
||||
b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd,
|
||||
|
||||
wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.13
|
||||
|
||||
De Consumentenautoriteit beslist binnen dertien weken na dagtekening van het rapport, bedoeld in artikel 2.8, omtrent het opleggen van de last onder dwangsom.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.14
|
||||
|
||||
De beschikking tot oplegging van een last onder dwangsom vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt;
|
||||
c. het overtreden wettelijk voorschrift;
|
||||
d. zo nodig de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.15
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,91 +136,31 @@ d. zo nodig de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateer
|
|||
|
||||
### Artikel 2.16
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit legt geen last onder dwangsom of bestuurlijke boete op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond.
|
||||
|
||||
**2.** De Consumentenautoriteit legt geen last onder dwangsom op zolang een andere wegens dezelfde overtreding opgelegde herstelsanctie van kracht is.
|
||||
|
||||
**3.** Een last onder dwangsom kan worden opgelegd zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt.
|
||||
|
||||
**4.** De Consumentenautoriteit kan de geldsom invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen. Voor het verhoor wordt aan de betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.
|
||||
|
||||
**6.** Indien beroep is ingesteld tegen een bestuurlijke boete, is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete dan wel het voornemen daartoe berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt de Consumentenautoriteit er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**3.** De Consumentenautoriteit stelt de overtreder in de gelegenheid over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen. Het rapport wordt reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. Indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, zorgt de Consumentenautoriteit voor bijstand door een tolk.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien de Consumentenautoriteit, nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
|
||||
|
||||
a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of
|
||||
b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd,
|
||||
|
||||
wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.18
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit beslist binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport, bedoeld in artikel 2.8, omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop de Consumentenautoriteit weer bevoegd wordt een last onder dwangsom of bestuurlijke boete op te leggen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
|
||||
|
||||
a. de naam van de overtreder;
|
||||
b. het bedrag van de boete;
|
||||
c. het overtreden wettelijk voorschrift;
|
||||
d. zo nodig de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.19
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit legt geen bestuurlijke boete op voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten.
|
||||
|
||||
**2.** De Consumentenautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien de overtreder is overleden.
|
||||
|
||||
**3.** Een bestuurlijke boete vervalt indien zij op het tijdstip van het overlijden van de overtreder niet onherroepelijk is. Een onherroepelijke bestuurlijke boete vervalt voor zover zij op dat tijdstip nog niet is betaald.
|
||||
|
||||
**4.** De Consumentenautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens dezelfde overtreding reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een kennisgeving als bedoeld in artikel 2.17, vierde lid, is bekendgemaakt.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De Consumentenautoriteit legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens dezelfde overtreding:
|
||||
|
||||
a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of
|
||||
b. het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de overtreding tevens een strafbaar feit is, legt de Consumentenautoriteit deze aan de officier van justitie voor. In het samenwerkingsprotocol met het College van Procureurs-Generaal, bedoeld in artikel 5.1, worden hierover nadere afspraken gemaakt.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Voor een overtreding die aan de officier van justitie is voorgelegd, legt de Consumentenautoriteit slechts een bestuurlijke boete op indien:
|
||||
|
||||
a. de officier van justitie aan de Consumentenautoriteit heeft medegedeeld ten aanzien van de overtreder zowel van strafvervolging als van toepassing van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht af te zien, of
|
||||
b. de Consumentenautoriteit niet binnen dertien weken een reactie van de officier van justitie heeft ontvangen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.20
|
||||
|
||||
**1.** De bevoegdheid voor de Consumentenautoriteit tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.21
|
||||
|
||||
**1.** De Consumentenautoriteit stemt de bestuurlijke boete af op de ernst en duur van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. De Consumentenautoriteit houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.22
|
||||
|
||||
Een bestuurlijke boete die is opgelegd wegens een gedraging die tevens een strafbaar feit is, vervalt indien het gerechtshof met toepassing van artikel 12i van het Wetboek van Strafvordering de vervolging van de overtreder voor dat feit beveelt. Artikel 74b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.23
|
||||
|
||||
|
|
@ -309,10 +216,10 @@ b. een last onder dwangsom opleggen.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de toepassing van het eerste lid zijn:
|
||||
Met betrekking tot de toepassing van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 2.7, tweede lid, 2.8, 2.9, tweede lid, 2.10, eerste lid, 2.11 tot en met 2.14, 2.16 tot en met 2.19 en 2.21, tweede lid, tot en met 2.24 van overeenkomstige toepassing;
|
||||
b. de artikelen 1:81 en 1:87 van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
a. zijn de artikelen 2.10, eerste lid, 2.23 en 2.24 van overeenkomstige toepassing; en
|
||||
b. zijn artikel 1:81 van de Wet op het financieel toezicht van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -328,7 +235,7 @@ De Stichting Autoriteit Financiële Markten kan, indien zij van oordeel is dat e
|
|||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**5.** Met betrekking tot de toepassing van het derde en vierde lid zijn de artikelen 2.7, tweede lid, 2.8, 2.9, tweede lid, 2.10, eerste lid, 2.11 tot en met 2.24 en 4.3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Met betrekking tot de toepassing van het derde en vierde lid zijn de artikelen 2.10, eerste lid, 2.15, 2.23, 2.24 en 4.3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Het Staatstoezicht op de volksgezondheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -347,7 +254,7 @@ Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordee
|
|||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.8, 2.9, tweede lid, 2.10 tot en met 2.14 en 2.16 tot en met 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boete is het eerste lid van artikel 101 van de Geneesmiddelenwet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -368,7 +275,7 @@ Indien naar het oordeel van het Commissariaat voor de Media een intracommunautai
|
|||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.8, 2.9, tweede lid, 2.10 tot en met 2.14 en 2.16 tot en met 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 7.12 en 7.19 van de Mediawet 2008 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -389,7 +296,7 @@ Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een intrac
|
|||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.8, 2.9, tweede lid en 2.10 tot en met 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, 2.15, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Voedsel en Warenautoriteit
|
||||
|
||||
|
|
@ -408,7 +315,7 @@ Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordee
|
|||
a. een bestuurlijke boete opleggen;
|
||||
b. een last onder dwangsom opleggen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.7, tweede lid, 2.8, 2.9, tweede lid, 2.10 tot en met 2.14 en 2.16 tot en met 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De artikelen 2.4, tweede lid, 2.10, 2.23 en 2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 11b, tweede lid, van de Tabakswet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue