2022-07-01 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2022-07-01 12:00:00 +00:00
parent 7ee0881c67
commit 8eb3107f2f

View file

@ -517,6 +517,8 @@ b. het optredende equivalente geluidsniveau (L_Aeq), veroorzaakt door wegverkeer
*windturbine:* een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind;
*windturbinepark:* inrichting, bestaande uit ten minste drie windturbines;
*woning:* gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet;
*wrak van een tweewielig motorvoertuig:* tweewielig motorvoertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
@ -1556,7 +1558,9 @@ Tot het tijdstip waarop artikel 2.16 in werking treedt, is artikel 2.1, vierde l
### Artikel 2.16b
Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inrichting type B drijft.
**1.** Deze afdeling is van toepassing op degene die een inrichting type A of een inrichting type B drijft.
**2.** Deze afdeling is niet van toepassing op degene die een windturbine in werking heeft.
### Artikel 2.17
@ -2732,9 +2736,7 @@ voor zover de afstanden opgenomen in de vergunning afwijken van de afstanden, be
### Artikel 3.13
**1.** Deze paragraaf is van toepassing op een windturbine of een combinatie van windturbines.
**2.** De artikelen 2.17 tot en met 2.22 zijn niet van toepassing op een windturbine of een combinatie van windturbines.
Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van een windturbine die geen deel uitmaakt van een windturbinepark.
### Artikel 3.14
@ -2782,6 +2784,58 @@ voor zover de afstanden opgenomen in de vergunning afwijken van de afstanden, be
#### Paragraaf 3.2.3a. In werking hebben van een windturbinepark
### Artikel 3.15b
**1.**
Deze paragraaf is tot en met 30 juni 2025 van toepassing op het in werking hebben van een windturbine die deel uitmaakt van een windturbinepark waarvoor:
a. uiterlijk op 30 juni 2021:
1°. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e of onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; en
2°. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van die wet is verleend dan wel een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet of beheersverordening als bedoeld in artikel 3.38 van die wet is vastgesteld, waarin in het windturbinepark wordt voorzien; en
b. sinds 30 juni 2021 geen wijziging van kracht is geworden in de omgevingsvergunning, bedoeld onder a, onder 1°, of, voor zover dat op het windturbinepark betrekking had, het besluit, bedoeld onder a, onder 2°.
**2.** Deze paragraaf is niet van toepassing op het in werking hebben van een windturbine als bedoeld in het eerste lid, vanaf het tijdstip waarop met betrekking tot de windturbine of het windturbinepark waarvan de windturbine deel uitmaakt, een wijziging van de omgevingsvergunning of het bestemmingsplan van kracht wordt.
### Artikel 3.15c
**1.** Een windturbine wordt ten minste eenmaal per kalenderjaar beoordeeld op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines.
**2.** Indien wordt geconstateerd of indien het redelijk vermoeden bestaat dat een onderdeel of onderdelen van de windturbine een gebrek bezitten, waardoor de veiligheid voor de omgeving in het geding is, wordt de windturbine onmiddellijk buiten bedrijf gesteld en het bevoegd gezag daaromtrent geïnformeerd. De windturbine wordt eerst weer in bedrijf genomen nadat alle gebreken zijn hersteld.
**3.** Indien een windturbine als gevolg van het in werking treden van een beveiliging buiten bedrijf is gesteld, wordt deze pas weer in werking gesteld nadat de oorzaak van het buiten werking stellen is opgeheven.
**4.** Bij het inwerking hebben van een windturbine worden ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering de bij ministeriële regeling te stellen maatregelen toegepast.
**5.** Een windturbine voldoet ten behoeve van het voorkomen van risicos voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risicos voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan, aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
### Artikel 3.15d
**1.** Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB L_den en aan de norm van ten hoogste 41 dB L_night op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein.
**2.** Een maatwerkvoorschrift dat voor een windturbine op 30 juni 2022 van kracht was op grond van een besluit krachtens artikel 3.14a, derde lid, blijft van kracht.
### Artikel 3.15e
**1.** De metingen van de geluidemissie ter bepaling van de bronsterkte van een windturbine of een combinatie van windturbines worden uitgevoerd overeenkomstig de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
**2.** De drijver van de inrichting registreert de bij ministeriële regeling te bepalen gegevens welke gedurende vijf kalenderjaren na dagtekening worden bewaard en ter inzage gehouden.
### Artikel 3.15f
**1.** Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10^-6 per jaar.
**2.** Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10^-5 per jaar.
**3.** Ten behoeve van het bepalen van het plaatsgebonden risico, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling afstanden worden vastgesteld, die minimaal aanwezig moeten zijn tussen een windturbine of een combinatie van windturbines en een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar dan wel beperkt kwetsbaar object.
**4.** Indien op grond van het derde lid afstanden zijn vastgesteld, worden die in acht genomen en zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de berekening van het plaatsgebonden risico.
**6.** Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op een windturbine of een combinatie daarvan waarvoor tot 1 januari 2011 een vergunning in werking en onherroepelijk was dan wel een melding was gedaan op grond van artikel 1.10 ten aanzien van een kwetsbaar onderscheidenlijk beperkt kwetsbaar object, indien het plaatsgebonden risico ten gevolge van die windturbine of een combinatie van windturbines voor het betreffende kwetsbare onderscheidenlijk beperkt kwetsbare object voor 1 januari 2011 groter is dan 10^-6 onderscheidenlijk 10^-5 per jaar.
#### Paragraaf 3.2.4. In werking hebben van een installatie voor het doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater
### Artikel 3.16