2008-09-01 | BWBR0003628 | Binnenvaartpolitiereglement
This commit is contained in:
parent
d9ea8790b9
commit
8ed0b01779
1 changed files with 9 additions and 9 deletions
|
|
@ -43,7 +43,7 @@ e. een duwbak;
|
|||
17°. *snelle motorboot*: klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller dan 20 km per uur ten opzichte van het water kan varen;
|
||||
18°. *waterscooter*: snelle motorboot gebouwd of ingericht om door een of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen;
|
||||
|
||||
1°. samenstel:
|
||||
1°. *samenstel*:
|
||||
|
||||
a. sleep;
|
||||
b. duwstel;
|
||||
|
|
@ -72,7 +72,7 @@ b. *lange stoot*: geluidssein durende ongeveer 4 seconden; de tijdruimte tussen
|
|||
6°. *vaarwater*: gedeelte van een vaarweg dat feitelijk door de scheepvaart kan worden gebruikt;
|
||||
7°. *exploitant*: eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;
|
||||
8°. *ADNR*: Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn;
|
||||
9°. *vaarbevoegdheidsbewijs*: vaarbewijs als bedoeld in artikel 16, eerste, tweede en vierde lid, van de Binnenschepenwet, bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder g, van de Binnenschepenwet, Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement Rijnpatenten 1998 of bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in artikel 1.03, derde lid, onder b, van het Reglement Rijnpatenten 1998;
|
||||
9°. *vaarbevoegdheidsbewijs*: vaarbewijs als bedoeld in artikel 16, eerste, tweede en vierde lid, van de Binnenschepenwet, bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder g, van de Binnenschepenwet, Rijnpatent als bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Patentreglement Rijn of bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in artikel 1.03, derde lid, onder b, van het Patentreglement Rijn;
|
||||
10°. *richtlijn nr. 2002/59/EG*: richtlijn nr. 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PbEG L 208).
|
||||
|
||||
### Artikel 1.01a
|
||||
|
|
@ -459,7 +459,7 @@ b. overdag: een gele cilinder die aan de bovenzijde en aan de benedenzijde is vo
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien een sleep verscheidene motorschepen bevat die niet in kiellinie varen dan wel verscheidene motorschepen tezamen een motorschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel assisteren, moet elk van deze schepen, in plaats van de in het eerste lid bedoelde toplichten, ’s nachts voeren:
|
||||
Indien een sleep verscheidene motorschepen bevat die niet in kiellinie varen dan wel verscheidene motorschepen tezamen een motorschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel assisteren, moet elk van deze schepen, in plaats van de in het eerste lid bedoelde toplichten, ’s nachts voeren:
|
||||
|
||||
drie toplichten op het voorschip, in de lengte-as van het schip, in een verticale lijn telkens met een onderlinge afstand van ongeveer 1 m. Het bovenste en het onderste toplicht moeten op dezelfde hoogte zijn aangebracht als voor de in het eerste lid bedoelde toplichten is voorgeschreven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -472,7 +472,7 @@ b. overdag: een gele bol, op een geschikte plaats en op een zodanige hoogte, dat
|
|||
|
||||
Indien echter:
|
||||
|
||||
i. een lengte in een sleep langer is dan 110 m, moet deze lengte ’s nachts twee van deze lichten voeren, waarvan één voorop en één achterop;
|
||||
i. een lengte in een sleep langer is dan 110 m, moet deze lengte ’s nachts twee van deze lichten voeren, waarvan één voorop en één achterop;
|
||||
ii. een lengte in een sleep is samengesteld uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen, moeten alleen de schepen aan de buitenzijden dit licht of deze lichten dan wel deze bol voeren.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
|
@ -978,7 +978,7 @@ b. overdag: twee zwarte ruiten in een verticale lijn met een onderlinge afstand
|
|||
Een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden moet, behalve de tekens bedoeld in artikel 3.08, voeren:
|
||||
|
||||
a. ’s nachts: drie groene heldere of gewone rondom schijnende lichten, één aan of nabij de top van de mast op het voorschip en één aan elk uiteinde van de ra van deze mast;
|
||||
b. overdag: drie zwarte bollen op dezelfde plaatsen als de lichten ’s nachts.
|
||||
b. overdag: drie zwarte bollen op dezelfde plaatsen als de lichten ’s nachts.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.36
|
||||
|
||||
|
|
@ -2379,13 +2379,13 @@ De gevaarlijke stoffen in de zin van de IMDG-codeb1IMDG-code: International Mari
|
|||
|
||||
^11 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 10,95 m.
|
||||
|
||||
^12 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
|
||||
^12 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
|
||||
|
||||
^13 Of zoveel minder als de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP + 7,20 m.
|
||||
|
||||
Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
|
||||
Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.
|
||||
|
||||
^14 Bij een waterstand van NAP – 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP – 0,50 m.
|
||||
^14 Bij een waterstand van NAP – 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP – 0,50 m.
|
||||
|
||||
^15 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928.150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP + 0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 cm hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8,00 m; c. eerst op ca NAP + 2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2395,7 +2395,7 @@ Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan
|
|||
|
||||
^18 Bij een waterstand van NAP – 0,40 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is. Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnesluis is.
|
||||
|
||||
^19 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.
|
||||
^19 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.
|
||||
|
||||
^20 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder als de waterstand t.o.v. NAP.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue