2003-08-01 | BWBR0008102 | Besluit participatiefonds

This commit is contained in:
Coornhert 2003-08-01 12:00:00 +00:00
parent 9d0bbf3854
commit 8ed3fa9f5f

View file

@ -28,23 +28,23 @@ WOV: Wet op de onderwijsverzorging;
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
het participatiefonds: de rechtspersoon, bedoeld in de artikel 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, en 285, eerste lid van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64*a*, eerste lid, van de WOV;
het participatiefonds: de rechtspersoon, bedoeld in de artikel 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64a, eerste lid, van de WOV;
het bevoegd gezag:
a. het bevoegd gezag dat is aangesloten bij het participatiefonds op grond van artikel 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, en 285, eerste lid van de WVO, of 4.4.2, eerste lid, van de WEB,
b. het bestuur van een landelijk orgaan, dat is aangesloten bij het participatiefonds op grond van artikel 4.4.1 juncto 4.4.2, eerste lid, van de WEB, of
c. het bestuur van een instelling als bedoeld in artikel 8 van de WOV, dat is aangesloten bij het participatiefonds op grond van artikel 64*a*, eerste lid, van de WOV;
c. het bestuur van een instelling als bedoeld in artikel 8 van de WOV, dat is aangesloten bij het participatiefonds op grond van artikel 64a, eerste lid, van de WOV;
bijdrage: door het bevoegd gezag op grond van artikel 184, tweede lid, van de WPO, 170, tweede lid, van de WEC, 98b, tweede lid en 285, tweede lid, van de WVO, 4.4.2, tweede lid, van de WEB of 64*a*, tweede lid, van de WOV aan het participatiefonds verschuldigde bijdrage.
bijdrage: door het bevoegd gezag op grond van artikel 184, tweede lid, van de WPO, 170, tweede lid, van de WEC, 98b, tweede lid van de WVO, 4.4.2, tweede lid, van de WEB of 64a, tweede lid, van de WOV aan het participatiefonds verschuldigde bijdrage.
### Artikel 2
Het participatiefonds heeft tot taak het bevoegd gezag de waarborgen te bieden, bedoeld in de artikelen 184, eerste lid, van de WPO,170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, en 285, eerste lid,van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64*a*, eerste lid, van de WOV.
Het participatiefonds heeft tot taak het bevoegd gezag de waarborgen te bieden, bedoeld in de artikelen 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64a, eerste lid, van de WOV.
### Artikel 3
**1.** Indien Onze Minister voornemens is van een of meer van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 188, eerste lid, van de WPO, 173, eerste lid, van de WEC, 123b, eerste lid, en 285, eerste lid, van de WVO, 4.4.3, eerste lid, van de WEB en 64*b*, eerste lid, van de WOV, jegens het participatiefonds gebruik te maken en dit voornemen kan leiden tot een groter beslag op de middelen van het participatiefonds, geeft hij aan dat voornemen geen uitvoering dan nadat vier weken zijn verstreken na de bekendmaking van dat voornemen aan het bestuur van het participatiefonds.
**1.** Indien Onze Minister voornemens is van een of meer van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 188, eerste lid, van de WPO, 173, eerste lid, van de WEC, 123b, eerste lid, van de WVO, 4.4.3, eerste lid, van de WEB en 64b, eerste lid, van de WOV, jegens het participatiefonds gebruik te maken en dit voornemen kan leiden tot een groter beslag op de middelen van het participatiefonds, geeft hij aan dat voornemen geen uitvoering dan nadat vier weken zijn verstreken na de bekendmaking van dat voornemen aan het bestuur van het participatiefonds.
**2.** Binnen het in het eerste lid bedoelde tijdvak kan het bestuur van het participatiefonds een begroting van de meerkosten die naar zijn verwachting aan de zijde van het participatiefonds zullen optreden als gevolg van de uitvoering van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister zenden.
@ -62,10 +62,10 @@ Het participatiefonds heeft tot taak het bevoegd gezag de waarborgen te bieden,
Onze Minister verleent de goedkeuring aan de statuten van het participatiefonds uitsluitend, indien deze statuten ten minste de volgende bepalingen bevatten:
a. de bepaling dat het participatiefonds zich ten doel stelt de waarborgen te bieden, bedoeld in de artikelen 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, en 285, eerste lid, van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64*a*, eerste lid, van de WOV;
a. de bepaling dat het participatiefonds zich ten doel stelt de waarborgen te bieden, bedoeld in de artikelen 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64a, eerste lid, van de WOV;
b. de bepaling dat het bestuur van het participatiefonds wordt gevormd door vertegenwoordigers van de centrales, genoemd in artikel 3, eerste lid, van het Overlegbesluit onderwijspersoneel, en de organisaties, genoemd in artikel 24, eerste lid, van dat besluit, met uitzondering van de BVE-Raad en het COLO;
c. de bepaling dat het bestuur van het participatiefonds ten minste een maal per jaar overleg voert met Onze Minister of een door Onze Minister aan te wijzen vertegenwoordiger;
d. de bepaling dat het participatiefonds is gehouden de aanwijzingen die Onze Minister geeft op grond van de artikelen 188, eerste lid, van de WPO, 173, eerste lid, van de WEC, 123b, eerste lid, en 288, eerste lid, van de WVO, 4.4.3, eerste lid, van de WEB en 64*b*, eerste lid, van de WOV, zomede op grond van dit besluit, op te volgen;
d. de bepaling dat het participatiefonds is gehouden de aanwijzingen die Onze Minister geeft op grond van de artikelen 188, eerste lid, van de WPO, 173, eerste lid, van de WEC, 123b, eerste lid, van de WVO, 4.4.3, eerste lid, van de WEB en 64b, eerste lid, van de WOV, zomede op grond van dit besluit, op te volgen;
e. de bepaling dat het participatiefonds Onze Minister alle inlichtingen verschaft, die noodzakelijk zijn voor het door Onze Minister uit te oefenen toezicht op het participatiefonds;
f. de bepaling dat het participatiefonds in het kader van zijn taakuitoefening, bedoeld in onderdeel *a*, het bevoegd gezag bij reglement of anderszins verplichtingen van administratieve aard oplegt:
@ -91,7 +91,7 @@ Onze Minister toetst of de door het participatiefonds voorgestelde hoogte van de
a. de hoogte van de bijdrage dient de vaststelling mogelijk te maken van uitvoeringsregels die ten minste de continuïteit in het onderwijs en de onderwijsverzorging op aanvaardbaar niveau waarborgen, en
b. de hoogte van de bijdrage belemmert het bevoegd gezag in het algemeen niet in de normale taakuitoefening.
**3.** De in het eerste lid bedoelde goedkeuring is niet vereist, indien de bijdrage niet meer dan 1 procentpunt hoger of lager is dan het percentage dat, met toepassing van de artikelen 126, tweede lid, van de WPO, 121, tweede lid, van de WEC, 84b, tweede lid, en 236, tweede lid, van deel II van de WVO, en 84, tweede lid, van de WOV door Onze Minister met het oog op de vergoeding van de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden jaarlijks wordt vastgesteld.
**3.** De in het eerste lid bedoelde goedkeuring is niet vereist, indien de bijdrage niet meer dan 1 procentpunt hoger of lager is dan het percentage dat, met toepassing van de artikelen 126, tweede lid, van de WPO, 121, tweede lid, van de WEC, 84b, tweede lid, van de WVO, en 84, tweede lid, van de WOV door Onze Minister met het oog op de vergoeding van de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden jaarlijks wordt vastgesteld.
## Hoofdstuk III. AANWIJZINGSBEVOEGDHEDEN; INFORMATIEVERSTREKKING
@ -145,7 +145,7 @@ h. jaarlijks een overzicht van de door hem jegens derden aangegane financiële v
### Artikel 9
Onze Minister draagt er zorg voor dat bij de intrekking van de aanwijzing van het participatiefonds als de rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, en 285, eerste lid, van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64*a*, eerste lid, van de WOV, het participatiefonds de onder zijn beheer staande middelen, bestemd voor het verschaffen van de waarborgen, bedoeld in artikel 2, aanwendt voor het doel waartoe die middelen aan het participatiefonds ter beschikking zijn gesteld, dan wel overdraagt aan de rechtspersoon die door Onze Minister als participatiefonds wordt aangewezen.
Onze Minister draagt er zorg voor dat bij de intrekking van de aanwijzing van het participatiefonds als de rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 184, eerste lid, van de WPO, 170, eerste lid, van de WEC, 98b, eerste lid, van de WVO, 4.4.2, eerste lid, van de WEB en 64a, eerste lid, van de WOV, het participatiefonds de onder zijn beheer staande middelen, bestemd voor het verschaffen van de waarborgen, bedoeld in artikel 2, aanwendt voor het doel waartoe die middelen aan het participatiefonds ter beschikking zijn gesteld, dan wel overdraagt aan de rechtspersoon die door Onze Minister als participatiefonds wordt aangewezen.
### Artikel 10