diff --git a/amvb/besluit-bijstandverlening-zelfstandigen-2004/BWBR0015711/README.md b/amvb/besluit-bijstandverlening-zelfstandigen-2004/BWBR0015711/README.md index 0881283bc26..c7e076893c1 100644 --- a/amvb/besluit-bijstandverlening-zelfstandigen-2004/BWBR0015711/README.md +++ b/amvb/besluit-bijstandverlening-zelfstandigen-2004/BWBR0015711/README.md @@ -32,10 +32,9 @@ i. eigen vermogen: het verschil tussen het totaal vermogen en de aanwezige schul j. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; k. ondernemer in de binnenvaart: de zelfstandige die arbeid verricht door: -a. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer; -b. het slepen of duwen van de in onder a bedoelde schepen met een boot die blijkens zijn bouw daarvoor is bestemd en niet tevens is ingericht voor het vervoer van goederen; -l. *WIJ:* - Wet investeren in jongeren. +1°. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer; +2°. het slepen of duwen van de in onder 1 bedoelde schepen met een boot die blijkens zijn bouw daarvoor is bestemd en niet tevens is ingericht voor het vervoer van goederen; +l. WIJ: Wet investeren in jongeren. ## Hoofdstuk II. Algemene bepalingen @@ -68,10 +67,10 @@ b. is de belanghebbende verplicht mee te werken aan begeleiding door een door he Bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12, 19, 21 en 22: -a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 156 240,00 per 1 januari 2009: € 171.326,00; -b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 37 177,00 per 1 januari 2009: € 40.768,00, doch minder dan € 156 240,00 per 1 januari 2009: € 171.326,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen. +a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 156 240,00 per 1 januari 2010: € 172.011,00; +b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 37 177,00 per 1 januari 2010: € 40.931,00, doch minder dan € 156 240,00 per 1 januari 2010: € 172.011,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 109 368,00 per 1 januari 2009: € 119.929,00. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan  € 109 368,00 per 1 januari 2010: € 120.408,00. ### Artikel 4 @@ -87,7 +86,7 @@ De algemene bijstand wordt per boekjaar vastgesteld. **1.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige rekening gehouden met het inkomen over een boekjaar. Een teruggave van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt bij een zelfstandige niet als inkomen aangemerkt. -**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 1 januari 2009: 19 procent van dat inkomen. +**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 1 januari 2010: 20 procent van dat inkomen. ### Paragraaf 3. Vermogen @@ -159,10 +158,12 @@ In afwijking van artikel 12 wordt, voor zover het eigen vermogen de van toepassi ### Artikel 14 -**1.** Bijstand aan een zelfstandige ter behoefte aan bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een rentedragende lening, een renteloze lening, borgtocht of een bedrag om niet. +**1.** Bijstand aan een zelfstandige ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een rentedragende lening, een renteloze lening, borgtocht of een bedrag om niet. **2.** Een voorschot als bedoeld in artikel 52, van de wet, kan geen betrekking hebben op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. +**3.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend aan personen als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking die arbeid als zelfstandige verrichten of gaan verrichten. + ### Artikel 15 Bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende: @@ -202,7 +203,7 @@ c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste li ### Artikel 20 -**1.** Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste  € 162 344,00 per 1 januari 2009: € 178.019,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. +**1.** Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste  € 162 344,00 per 1 januari 2010: € 178.731,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. **2.** Indien aan een zelfstandige, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bijstand wordt verleend zowel ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal als ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan wordt de bijstand verleend met toepassing van het eerste lid. @@ -218,7 +219,7 @@ c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste li ### Artikel 22 -Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste  € 8 117,00 per 1 januari 2009: € 8.901,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20. +Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste  € 8 117,00 per 1 januari 2010: € 8.937,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20. ### Paragraaf 2. Beginnende zelfstandigen @@ -237,17 +238,17 @@ b. bij verlenging van de toekenning van algemene bijstand om redenen van medisch ### Artikel 24 -Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste  € 29 889,00 per 1 januari 2009: € 32.774,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. +Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste  € 29 889,00 per 1 januari 2010: € 32.905,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep. ### Paragraaf 3. Oudere zelfstandigen ### Artikel 25 -Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens  € 6 447,00 per 1 januari 2009: € 7.070,00 per boekjaar bedraagt. +Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens  € 6 447,00 per 1 januari 2010: € 7.098,00 per boekjaar bedraagt. ### Artikel 26 -Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 8 117,00 per 1 januari 2009: € 8.901,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing. +Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 8 117,00 per 1 januari 2010: € 8.937,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 4. Beëindigende zelfstandigen @@ -267,7 +268,7 @@ Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, wordt al **1.** -Bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderscheidenlijk artikel 17, zesde lid, van de WIJ kan tot een bedrag van ten hoogste € 2.708,00 worden verleend aan: +Bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderscheidenlijk artikel 17, zesde lid, van de WIJ kan worden verleend aan: a. een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid; b. een persoon die uitvoering geeft aan een werkleeraanbod als bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de WIJ. @@ -427,6 +428,8 @@ b. alle concurrente schuldeisers evenredige medewerking verlenen. **2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. +**3.** Artikel 60 van de wet is van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 45 **1.** @@ -460,13 +463,16 @@ Onverminderd de artikelen 40 en 41 worden kosten van bijstand verleend in de vor Onze Minister vergoedt, ten laste van 's Rijks kas, 75% van de in een kalenderjaar ten laste van de gemeente gebleven kosten van: -a. algemene bijstand aan zelfstandigen en de belanghebbende bedoeld in artikel 2, derde lid, waaronder begrepen de loonbelasting, premies volksverzekeringen en daarnaast de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, die daarover verschuldigd zijn, voorzover de algemene bijstand niet bij wijze van voorschot op grond van artikel 52 van de wet is verleend; -b. bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal; -c. bijstand ter voorziening in met de voorbereiding van een bedrijf of zelfstandig beroep samenhangende kosten. +a. algemene bijstand aan zelfstandigen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, c, d en e, waaronder begrepen de loonbelasting, premies volksverzekeringen en daarnaast de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, die daarover verschuldigd zijn, voorzover de algemene bijstand niet bij wijze van voorschot op grond van artikel 52 van de wet is verleend; +b. bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal. -**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, is de vergoeding 100% indien de bijstand is verleend aan ondernemers in de binnenvaart. +**2.** In afwijking van het eerste lid, is de vergoeding 100% indien de bijstand is verleend aan ondernemers in de binnenvaart. -**3.** Onder ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan, de in een kalenderjaar door de gemeente verleende bijstand, bedoeld in het eerste lid, verminderd met alle ontvangsten van de gemeente in dat jaar in verband met de verlening van bijstand. +**3.** Onder ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan, de in een kalenderjaar door de gemeente verleende bijstand, bedoeld in het eerste lid, verminderd met alle ontvangsten van de gemeente in dat jaar in verband met de verlening van die bijstand. + +### Artikel 48a + +Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van ’s Rijks kas aan het college een uitkering als onderdeel van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, voor de kosten van algemene bijstand aan zelfstandigen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, en de belanghebbende, bedoeld in artikel 2, derde lid. ### Artikel 49 @@ -504,7 +510,7 @@ c. de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52. ### Artikel 54 -**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 48 en 50, de vergoeding, bedoeld in artikel 48, en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52, vast binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. +**1.** Onze Minister stelt de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in de artikelen 48 en 50, de vergoeding, bedoeld in artikel 48, en de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 52, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet. **2.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de ten laste van de gemeente gebleven kosten ambtshalve door Onze Minister vastgesteld. @@ -533,15 +539,12 @@ b. het college zich voldoende heeft ingespannen om de tekortkomingen op te heffe Onze Minister vergoedt ten laste van 's Rijks kas: a. aan gemeenten, bedoeld in artikel 36, een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per besluit op een aanvraag van ondernemers in de binnenvaart om verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal; -b. 90% van de kosten van aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, voor zover de kosten een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag niet overschrijden; -c. 90% van de kosten van aan derden opgedragen begeleiding van personen aan wie algemene bijstand of inkomensvoorziening op grond van de WIJ wordt verstrekt als bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 23 en 29, eerste lid, onderdeel b, voor zover de kosten een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag niet overschrijden. +b. 90% van de kosten van aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, voor zover de kosten een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag niet overschrijden. -**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen b en c, is de vergoeding 100%, indien het onderzoek of de begeleiding betrekking heeft op ondernemers in de binnenvaart als bedoeld in artikel 1, onderdeel k. +**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is de vergoeding 100%, indien het onderzoek of de begeleiding betrekking heeft op ondernemers in de binnenvaart. **3.** Onder onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstaan, een bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen de taxatie van vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voorzover dit onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van dit besluit. -**4.** Onder begeleiding, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt verstaan de individuele, planmatige en activerende ondersteuning van personen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, in artikel 2, derde lid, en in artikel 29, eerste lid, onderdeel b, gericht op het verkrijgen van een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep. - ### Artikel 57 **1.** Onze Minister stelt regels met betrekking tot het verlenen van voorschotten op de vergoeding, bedoeld in artikel 56. @@ -550,27 +553,31 @@ c. 90% van de kosten van aan derden opgedragen begeleiding van personen aan wie ### Artikel 58 -**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 56, vast binnen één jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. +**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 56, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet. **2.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de vergoeding ambtshalve door Onze Minister vastgesteld. ### Artikel 59 -De kosten, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b, en c, en tweede lid, worden niet vergoed: +De kosten, bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b, en tweede lid, worden niet vergoed: -a. indien het onderzoek of de begeleiding is opgedragen aan een deskundige derde die onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam is; -b. voorzover zij hoger zijn dan de door Onze Minister vast te stellen maximaal voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor onderzoek of begeleiding. +a. indien het onderzoek is opgedragen aan een deskundige derde die onder verantwoordelijkheid van het college werkzaam is; +b. voorzover zij hoger zijn dan de door Onze Minister vast te stellen maximaal voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor onderzoek. ## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen ### Artikel 60 -**1.** Onze Minister herziet, met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar, met de procentuele stijging van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie de bedragen, genoemd in de artikelen 3, 20, 22, 24, 25, 26 en 29. +**1.** Onze Minister herziet, met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar, met de procentuele stijging van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie de bedragen, genoemd in de artikelen 3, 20, 22, 24, 25 en 26. **2.** Onze Minister herziet het rentepercentage, genoemd in artikel 15, voor zover de rente die banken in rekening brengen bij het verstrekken van leningen aan bedrijven, daartoe aanleiding geeft. **3.** Onze Minister stelt het in artikel 6, tweede lid, genoemde percentage zodanig vast dat dit gelijk is aan het gemiddeld bedrag dat voor personen jonger dan 65 jaar over de algemene bijstand verschuldigd is aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, uitgedrukt als een percentage van de algemene bijstand verhoogd met deze loonbelasting en premies. +### Artikel 60a + +Hoofdstuk VII blijft van toepassing op de vaststelling van de vergoeding, uitkering en kosten, bedoeld in de artikelen 54 en 58, zoals dit hoofdstuk luidde voor inwerkingtreding van de Wet van 17 december 2009, (Stb. 592) tot bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten, voor kosten die betrekking hebben op kalenderjaren gelegen voor die van inwerkingtreding van die wet. + ### Artikel 61 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.