diff --git a/wet/wet-handhaving-consumentenbescherming/BWBR0020586/README.md b/wet/wet-handhaving-consumentenbescherming/BWBR0020586/README.md index 01c9543823f..bc6ef455c22 100644 --- a/wet/wet-handhaving-consumentenbescherming/BWBR0020586/README.md +++ b/wet/wet-handhaving-consumentenbescherming/BWBR0020586/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet handhaving consumentenbescherming bwb_id: BWBR0020586 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2019-02-06' +datum_inwerkingtreding: '2025-06-28' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020586 citeertitel: Wet handhaving consumentenbescherming --- @@ -23,6 +23,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - bevoegde autoriteit: een bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 6, van verordening 2017/2394; - bindende gedragslijn: een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd; - consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten; +- e-handelsdienst: e-handelsdienst als bedoeld in artikel 230fa, onderdeel e, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek; - financiële dienst of activiteit: 1°. een financiële dienst als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en het aanbieden van effecten aan het publiek of het doen toelaten van effecten tot de handel op een in Nederland gelegen of functionerende gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 3, eerste en derde lid, van Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168), waarbij voor de toepassing van deze wet onder deze financiële diensten en activiteiten mede worden begrepen de overeenkomsten met betrekking tot een of meer financiële producten als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het financieel toezicht die rechtstreeks uit deze financiële diensten of activiteiten voortvloeien of daarvan het resultaat zijn; @@ -38,6 +39,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - onlinemarktplaats: een onlineplatform dat ondernemers in staat stelt hun producten en diensten aan consumenten aan te bieden; - Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat; +- richtlijn (EU) 2019/882: richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PbEU 2019, L 151); - schade aan de collectieve belangen van consumenten: daadwerkelijke of mogelijke schade aan de belangen van een aantal consumenten als bedoeld in artikel 3, twaalfde lid, van verordening 2017/2394 die nadeel ondervinden van inbreuken of inbreuken binnen de Unie; - verbindingsbureau: verbindingsbureau als bedoeld in artikel 3, onderdeel 7, van verordening 2017/2394; - Verordening (EU) nr. 524/2013: verordening (EU) nr. 524/2013 van het Europees parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende onlinebeslechting van consumentengeschillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2013, L 165); @@ -628,6 +630,53 @@ De in Nederland gevestigde ondernemer, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderde Een begunstigde als bedoeld in artikel 514, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, neemt artikel 520, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht. +### Artikel 8.15 + +Een dienstverlener, die een e-handelsdienst verricht, neemt artikel 230fb van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in acht. + +## Hoofdstuk 8a. Specifieke regels over + +### Artikel 8a.1 + +**1.** Indien een dienstverlener als bedoeld in artikel 8.15 een beroep doet op artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voert hij een beoordeling uit om te kunnen bepalen of het naleven van de van toegankelijkheidsvoorschriften, bedoeld in bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel g, van richtlijn (EU) 2019/882 tot een fundamentele wijziging leidt, of overeenkomstig de desbetreffende criteria in bijlage VI van die richtlijn, een onevenredige last oplevert. + +**2.** + +Indien het beroep, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op artikel 230fc, tweede lid, onderdeel b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek voert de betrokken dienstverlener een nieuwe beoordeling uit ten minste een keer per vijf jaar en verder indien sprake is van: + +a. een wijziging van de aangeboden dienst; of +b. een verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten om een nieuwe beoordeling. + +**3.** De betrokken dienstverlener documenteert de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, en bewaart alle relevante resultaten gedurende een periode van vijf jaar nadat de e-handelsdienst op de markt is verleend. Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten verstrekt de betrokken dienstverlener een exemplaar van de beoordeling. + +**4.** Iedere dienstverlener die een beroep doet op artikel 230fc, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt daarover informatie aan de Autoriteit Consument en Markt onderscheidenlijk de Stichting Autoriteit Financiële Markten. + +### Artikel 8a.2 + +**1.** Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij deze wet, zijn belast de leden van het Commissariaat voor de Media en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat, bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de Mediawet 2008. + +**2.** + +Het Commissariaat voor de Media kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel g van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden: + +a. een bestuurlijke boete opleggen; +b. een last onder dwangsom opleggen. + +**3.** De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. + +### Artikel 8a.3 + +**1.** Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. + +**2.** + +Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel h van de bijlage bij deze wet heeft plaatsgevonden: + +a. een bestuurlijke boete opleggen; +b. een last onder dwangsom opleggen. + +**3.** De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. + ## Hoofdstuk 9. Wijziging in andere wetten ### Artikel 9.1