2023-06-09 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
fea04cdf05
commit
8f904b3389
1 changed files with 42 additions and 19 deletions
|
|
@ -108,11 +108,11 @@ b. in het beroepsonderwijs: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus van enig kalender
|
|||
|
||||
**termijnbetaling**: bedrag als bedoeld in artikel 6.9, of als het een debiteur betreft op wie hoofdstuk 10a van toepassing is: bedrag als bedoeld in artikel 10a.6,
|
||||
|
||||
**thuiswonende mbo-student**: mbo-student die niet een uitwonende mbo-student is,
|
||||
**thuiswonende student**: student die niet een uitwonende student is,
|
||||
|
||||
**toetsingsinkomen**: inkomen als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat, behoudens bij de toepassing van artikel 3.17, voor berekeningsjaar wordt gelezen: peiljaar,
|
||||
|
||||
**uitwonende mbo-student**: mbo-student die voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5,
|
||||
**uitwonende student**: student die voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5,
|
||||
|
||||
**veronderstelde ouderlijke bijdrage**: bedrag dat verondersteld wordt door de ouders bijgedragen te worden waarmee de aanvullende beurs van de student wordt verminderd,
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,12 +148,12 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor het normbedrag voor een uitwonende mbo-student komt in aanmerking de mbo-student die voldoet aan de volgende verplichtingen:
|
||||
Voor het normbedrag voor een uitwonende student komt in aanmerking de student die voldoet aan de volgende verplichtingen:
|
||||
|
||||
a. de mbo-student woont op het adres waaronder hij in de basisregistratie personen staat ingeschreven, en
|
||||
b. het woonadres van de mbo-student is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de basisregistratie personen staat of staan ingeschreven.
|
||||
a. de student woont op het adres waaronder hij in de basisregistratie personen staat ingeschreven, en
|
||||
b. het woonadres van de student is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de basisregistratie personen staat of staan ingeschreven.
|
||||
|
||||
**2.** Op een mbo-student die ingevolge artikel 2.13a in aanmerking komt voor studiefinanciering voor een opleiding buiten Nederland is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing.
|
||||
**2.** Op een student die ingevolge de artikelen 2.13a of 2.14 in aanmerking komt voor studiefinanciering voor een opleiding buiten Nederland is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -399,7 +399,7 @@ De student die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, van d
|
|||
|
||||
### Artikel 2.17
|
||||
|
||||
**1.** Een mbo-student wiens vrijheid voor ten minste een maand rechtens is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming ten minste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op studiefinanciering voor een thuiswonende mbo-student.
|
||||
**1.** Een student wiens vrijheid voor ten minste een maand rechtens is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg en de gevallen, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming ten minste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op studiefinanciering voor een thuiswonende student.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -429,7 +429,7 @@ c. een lening.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Studiefinanciering bestaat voor een opleiding in het hoger onderwijs uit een basislening, een aanvullende beurs of aanvullende lening en collegegeldkrediet, en kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend in de vorm van:
|
||||
Studiefinanciering bestaat voor een opleiding in het hoger onderwijs uit een basisbeurs, een basislening, een aanvullende beurs of aanvullende lening en collegegeldkrediet, en kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend in de vorm van:
|
||||
|
||||
a. een gift;
|
||||
b. een prestatiebeurs; of
|
||||
|
|
@ -491,7 +491,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
**1.** De hoogte van de basisbeurs is verschillend voor uit- en thuiswonende mbo-studenten. De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
**1.** De hoogte van de basisbeurs is verschillend voor uit- en thuiswonende studenten. De bedragen zijn opgenomen in artikel 3.18.
|
||||
|
||||
**2.** Voor een opleiding niveau 1 of 2 maakt een reisvoorziening deel uit van de basisbeurs.
|
||||
|
||||
|
|
@ -644,6 +644,10 @@ c. een in afwijking van de onderdelen a en b bij algemene maatregel van bestuur
|
|||
|
||||
Voor een goede uitvoering van de artikelen 3.16b tot en met 3.16d worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld over de aanvraag, toekenning, berekening, betaling en andere uitvoeringsaspecten.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.16f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
**1.** Indien een mbo-student in een kalenderjaar meerinkomen heeft, leidt dit tot een vordering van Onze Minister op de mbo-student. Meerinkomen is het toetsingsinkomen, verminderd met een vrije voet naar de maatstaf van 1 januari 2011 van € 13 215,83 per 1 januari 2023: € 16.121,60.
|
||||
|
|
@ -698,7 +702,19 @@ d. voor iedere maand waarin de mbo-student op enig moment beschikte over de reis
|
|||
|
||||
### Artikel 3.18
|
||||
|
||||
De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand naar de maatstaf van 1 januari 2014, en voor overzicht 3 naar de maatstaf van 1 september 2015:
|
||||
De bedragen in onderstaande overzichten luiden per maand naar de maatstaf van 1 januari 2023 en voor overzicht 1, onderdeel B, en overzicht 2, onderdeel B, naar de maatstaf van 1 september 2023:
|
||||
|
||||
^1 Voor mbo-studenten die lesgeld verschuldigd zijn, wordt de maximale aanvullende beurs/lening ingevolge artikel 3.2, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 vanaf 1 januari 2023 verhoogd met € 103,25 en per 1 augustus 2023 met € 113,08 per maand.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.18a
|
||||
|
||||
In het studiejaar 2023–2024 worden de normbedragen voor de kosten van levensonderhoud en de bedragen van de basisbeurs voor uitwonende mbo- en ho-studenten, genoemd in artikel 3.18, verhoogd met € 164,30.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.18b
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de normbedragen, genoemd in artikel 3.18, in studiejaren na het studiejaar 2023–2024 worden verhoogd met een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
|
||||
|
||||
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.6. Toekenning
|
||||
|
||||
|
|
@ -1015,9 +1031,10 @@ Voor zover deze afdeling daarin niet voorziet, alsmede indien noodzakelijk, kunn
|
|||
|
||||
Een ho-student komt voor zover wordt voldaan aan de van toepassing zijnde voorwaarden in aanmerking voor studiefinanciering in de vorm van een prestatiebeurs, inhoudende:
|
||||
|
||||
a. een aanvullende beurs;
|
||||
b. een reisvoorziening; en
|
||||
c. een toeslag eenoudergezin.
|
||||
a. een basisbeurs;
|
||||
b. een aanvullende beurs;
|
||||
c. een reisvoorziening; en
|
||||
d. een toeslag eenoudergezin.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1126,6 +1143,10 @@ Indien een ho-student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment voor het eer
|
|||
|
||||
Indien een ho-student in het studiejaar waarvoor hij op enig moment na 31 januari voor het eerst prestatiebeurs hoger onderwijs geniet, ophoudt studiefinanciering te genieten vóór 1 september, en hij niet vóór 1 februari van het daaropvolgende studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs krijgt toegekend, wordt uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het laatstbedoelde studiejaar de in het eerste studiejaar toegekende prestatiebeurs hoger onderwijs omgezet in een gift.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.11a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.5. Omzettingsprocedure eerste 12 maanden
|
||||
|
||||
### Artikel 5.12
|
||||
|
|
@ -1547,7 +1568,7 @@ b. de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambt
|
|||
|
||||
### Artikel 9.1b
|
||||
|
||||
**1.** De toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a, en Onze Minister wisselen de persoonsgegevens en inlichtingen uit die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht onder vermelding van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het onderwijsnummer van de mbo-student op wie de persoonsgegevens of inlichtingen betrekking hebben.
|
||||
**1.** De toezichthouders, bedoeld in artikel 9.1a, en Onze Minister wisselen de persoonsgegevens en inlichtingen uit die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht onder vermelding van het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het onderwijsnummer van de student op wie de persoonsgegevens of inlichtingen betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze van verstrekking van persoonsgegevens en inlichtingen op grond van het eerste lid en wordt een nadere specificatie gegeven van de persoonsgegevens en inlichtingen die op grond van het eerste lid worden verwerkt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1632,19 +1653,19 @@ Indien een instelling als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b, op enig moment in
|
|||
|
||||
### Artikel 9.9
|
||||
|
||||
**1.** Indien een mbo-student het normbedrag voor een uitwonende mbo-student toegekend heeft gekregen maar niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 50 procent van het bedrag dat van de mbo-student in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.
|
||||
**1.** Indien een student het normbedrag voor een uitwonende student toegekend heeft gekregen maar niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 50 procent van het bedrag dat van de student in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.
|
||||
|
||||
**2.** De herziening vindt plaats met ingang van de datum van de laatste adreswijziging van de mbo-student in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de mbo-student of een van hen na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de mbo-student, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging.
|
||||
**2.** De herziening vindt plaats met ingang van de datum van de laatste adreswijziging van de student in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de student of een van hen na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de student, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging.
|
||||
|
||||
**3.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.9a
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister de mbo-student een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, heeft opgelegd en de mbo-student heeft, nadat voormelde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden, voor een tweede maal niet voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 100 procent van het bedrag dat van de mbo-student in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.
|
||||
**1.** Indien Onze Minister de student een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, heeft opgelegd en de student heeft, nadat voormelde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden, voor een tweede maal niet voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.5, kan Onze Minister hem een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 100 procent van het bedrag dat van de student in verband daarmee wordt teruggevorderd bij een herziening.
|
||||
|
||||
**2.** De herziening vindt plaats met ingang van de dag na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of, indien dit een latere datum betreft, de dag van de laatste adreswijziging van de mbo-student in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de mbo-student of een van hen na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de mbo-student, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging.
|
||||
**2.** De herziening vindt plaats met ingang van de dag na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of, indien dit een latere datum betreft, de dag van de laatste adreswijziging van de student in de basisregistratie personen. Indien de ouders van de student of een van hen na de laatste dag van de periode waarop de herziening, bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, ziet of na de laatste adreswijziging, bedoeld in de vorige volzin, zijn of is ingeschreven op hetzelfde woonadres als de student, dan vindt de herziening plaats met ingang van de dag van deze adreswijziging.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister de mbo-student een boete als bedoeld in het eerste lid heeft opgelegd kan hij tevens beslissen dat elke aanspraak op studiefinanciering vervalt.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister de student een boete als bedoeld in het eerste lid heeft opgelegd kan hij tevens beslissen dat elke aanspraak op studiefinanciering vervalt.
|
||||
|
||||
**4.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2156,6 +2177,8 @@ Op een student die studiefinanciering toegekend heeft gekregen voor het volgen v
|
|||
|
||||
Op de mbo-student die voor 1 augustus 2005 voor het volgen van beroepsonderwijs studiefinanciering ontving, blijven de artikelen 2.7a, 2.15a, 4.6 en 12.1aa van toepassing zoals deze luidden op 31 maart 2020.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 12.8. Overgangsbepalingen in verband met de
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 13. Maatregelen voor studenten in verband met uitbraak COVID-19
|
||||
|
||||
### Artikel 13.1
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue