diff --git a/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md b/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md index 1f63b240db6..c595e18e5aa 100644 --- a/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md +++ b/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md @@ -507,14 +507,15 @@ Indien aan een thuiswerker in verband met het verrichten van arbeid een arbeidso Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de schriftelijke mededeling van een arbeidsongeval, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet en de mededeling van een beroepsziekte, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet worden verstrekt. -### Afdeling 2. Arbeidsveiligheidsrapportage +### Afdeling 2. Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen ### Artikel 2.2 In deze afdeling wordt verstaan onder: -a. brandbare stof: een stof die een procestemperatuur heeft gelijk aan of hoger dan het vlampunt, bepaald met het toestel van Abel-Pensky voor vlampunten tot en met 65° C of bepaald met het toestel van Pensky-Martens voor vlampunten boven 65° C; -b. extreem toxische stof: +a. gevaarlijke stof: brandbare, extreem toxische, toxische of ontplofbare stof; +b. brandbare stof: een stof die een procestemperatuur heeft gelijk aan of hoger dan het vlampunt, bepaald met het toestel van Abel-Pensky voor vlampunten tot en met 65° C of bepaald met het toestel van Pensky-Martens voor vlampunten boven 65° C; +c. extreem toxische stof: 1°. een stof die acuut giftige eigenschappen bezit en daardoor gevaar voor de gezondheid kan opleveren bij een eenmalige betrekkelijk korte blootstelling, al dan niet met uitgestelde werking, en die als kenmerk heeft @@ -522,77 +523,70 @@ b. extreem toxische stof: – dat de lethale dosis 50 oraal bij toediening aan de rat, kleiner is dan of gelijk is aan 1 milligram per kilogram, of – dat de lethale dosis 50 percutaan bij toediening aan de rat, kleiner is dan of gelijk is aan 2 milligram per kilogram; 2°. de volgende voor de mens carcinogene stoffen met een hoge potentie: 2-acetylaminofluoreen, 4-aminobifenyl, benzidine, bischloormethylether, dialkylnitrosaminen, 4-dimethylaminoazobenzeen, methylnitroso-ureum, 2-naftylamine, 4-nitrobifenyl en 3-nitronaftylamine; -c. toxische stof: een stof, niet zijnde een extreem toxische stof, die acuut giftige eigenschappen bezit en daardoor gevaar voor de gezondheid kan opleveren bij een eenmalige betrekkelijk korte blootstelling, al dan niet met uitgestelde werking, en die als kenmerk heeft dat de lethale concentratie 50 bij een blootstelling van de rat gedurende één uur, kleiner is dan of gelijk is aan 20 000 milligram per kubieke meter; -d. ontplofbare stof: een stof, daaronder mede begrepen een mengsel van stoffen, die de inherente eigenschap bezit zonder toetreding van zuurstof te kunnen exploderen bij blootstelling aan licht, schok, wrijving of warmte dan wel door zelfopwarming; -e. installatie: een installatie voor bewerking of een installatie voor opslag; -f. installatie voor bewerking: het stelsel van vaten, apparaten en leidingen dat ten aanzien van de omsloten stof een geheel vormt of kan vormen en dient voor de vervaardiging, bewerking, verwerking, verlading of vernietiging van deze stof; -g. installatie voor opslag: de tanks, silo's, bunkers en verpakkingseenheden die dienen voor opslag met dien verstande, dat deze eenheden buiten de ruimtelijke begrenzing van een installatie voor bewerking zijn gelegen en waarbij wat betreft tanks, silo’s en bunkers elke eenheid als een op zich zelf staande installatie voor opslag moet worden beschouwd; -h. procestemperatuur: de temperatuur die bij opslag of bij bewerking onder normale bedrijfscondities maximaal kan worden bereikt; -i. omhulling: een constructie die een installatie voor bewerking of opslag omsluit, die de natuurlijke ventilatie van de omsloten installatie bemoeilijkt of verhindert en waarbinnen door werknemers regelmatig arbeid wordt verricht; -j. grenswaarde: de hoeveelheid van een stof, uitgedrukt in kilogrammen, die bij plotseling vrijkomen het leven of de gezondheid van een op globaal 100 meter afstand van het emissiepunt verblijvende werknemer nog kan bedreigen. +d. toxische stof: een stof, niet zijnde een extreem toxische stof, die acuut giftige eigenschappen bezit en daardoor gevaar voor de gezondheid kan opleveren bij een eenmalige betrekkelijk korte blootstelling, al dan niet met uitgestelde werking, en die als kenmerk heeft dat de lethale concentratie 50 bij een blootstelling van de rat gedurende één uur, kleiner is dan of gelijk is aan 20 000 milligram per kubieke meter; +e. ontplofbare stof: een stof die op grond van de Wet milieugevaarlijke stoffen voldoet aan de criteria voor indeling in de categorie «ontplofbaar», bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder a, van die wet; +f. installatie: een installatie voor bewerking of een installatie voor opslag; +g. installatie voor bewerking: het stelsel van vaten, apparaten en leidingen dat ten aanzien van de omsloten stof een geheel vormt of kan vormen en dient voor de vervaardiging, bewerking, verwerking, verlading of vernietiging van deze stof; +h. installatie voor opslag: de tanks, silo's, bunkers en verpakkingseenheden die dienen voor opslag met dien verstande, dat deze eenheden buiten de ruimtelijke begrenzing van een installatie voor bewerking zijn gelegen en waarbij wat betreft tanks, silo’s en bunkers elke eenheid als een op zich zelf staande installatie voor opslag moet worden beschouwd. Onder een installatie voor opslag worden mede begrepen voor het vervoer bestemde tanks en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bestemde verpakkingen; +i. procestemperatuur: de temperatuur die bij opslag of bij bewerking onder normale bedrijfscondities maximaal kan worden bereikt; +j. omhulling: een constructie die een installatie voor bewerking of opslag omsluit, die de natuurlijke ventilatie van de omsloten installatie bemoeilijkt of verhindert en waarbinnen door werknemers regelmatig arbeid wordt verricht; +k. grenswaarde: de hoeveelheid van een stof, uitgedrukt in kilogrammen, die bij plotseling vrijkomen het leven of de gezondheid van een op globaal 100 meter afstand van het emissiepunt verblijvende werknemer nog kan bedreigen; +l. zwaar ongeval: gebeurtenis als gevolg van onbeheersbare ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een bedrijf of inrichting, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de gezondheid van werknemers ontstaat en waarbij een of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken; +m. scenario: de reeks van gebeurtenissen en omstandigheden die nodig zijn voor of leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, alsmede de reeks van gebeurtenissen die het effect weergeeft van het op deze wijze vrijkomen van gevaarlijke stoffen. ### Artikel 2.2a -Deze afdeling is niet van toepassing op bedrijven, inrichtingen of delen daarvan waarop paragraaf 3 van het Besluit risico's zware omgevallen 1999 van toepassing is en op arbeid verricht in de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen. +Vervallen ### Artikel 2.2b -**1.** - -De werkgever zorgt ervoor dat in een bedrijf, een inrichting of een deel daarvan, behorende tot een bij deze afdeling aangewezen categorie, met betrekking tot dat bedrijf, die inrichting of dat deel daarvan een arbeidsveiligheidsrapport aanwezig is, bevattende: - -a. een beschrijving van het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, van de daarin voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen; -b. een beschrijving van het proces dat in het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan plaatsvindt, alsmede de werking daarvan; -c. een beschrijving van de redelijkerwijs voorzienbare gevaren die door storingen in het onder b bedoelde proces of door foutieve handelingen kunnen optreden tijdens alle fasen van het proces met inbegrip van het in werking stellen en het tot stilstand brengen daarvan; -d. een beschrijving van hetgeen verder nodig is voor de beoordeling van de redelijkerwijs voorzienbare gevaren voor de veiligheid en de gezondheid van de in dat bedrijf of die inrichting werkzame werknemers; -e. een beschrijving van de technische en organisatorische voorzieningen die getroffen zijn om storingen en foutieve handelingen zoveel mogelijk te voorkomen en de ernst van de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. - -**2.** Indien in het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, een zodanige verandering wordt aangebracht of optreedt, dat het arbeidsveiligheidsrapport niet meer voldoet aan het eerste lid, wordt het rapport dienovereenkomstig gewijzigd. Een zodanige wijziging wordt tevens aangebracht indien een verandering in het veiligheidsinzicht daartoe aanleiding geeft. +Vervallen ### Artikel 2.2c -**1.** Van het arbeidsveiligheidsrapport en de wijziging daarvan worden zeven afschriften aan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid van de wet, en een afschrift aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers, gezonden. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, andere personen en diensten als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet, desgewenst kennis kunnen nemen van het arbeidsveiligheidsrapport. - -**2.** - -De daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet zendt een afschrift van het arbeidsveiligheidsrapport of van een wijziging daarvan ter kennisneming aan: - -a. de regionale inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu, in wiens ambtsgebied het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, waarop het arbeidsveiligheidsrapport betrekking heeft, is gelegen; -b. het gezag dat ten aanzien van de inrichting, waarop of op het deel waarvan het arbeidsveiligheidsrapport betrekking heeft, bevoegd is tot het verlenen van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer; -c. het bestuur van de gemeente, van de provincie en van de regionale brandweer waarin het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, waarop het arbeidsveiligheidsrapport betrekking heeft, is gelegen, behalve indien dit bestuur het gezag is, bedoeld onder b. +Vervallen ### Artikel 2.2d -Het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, aangewezen in deze afdeling of krachtens artikel 6, tweede lid van de wet, mag niet in werking worden gebracht en de in artikel 2.2b, tweede lid bedoelde verandering mag niet worden doorgevoerd, alvorens is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.2b en artikel 2.2c, eerste lid. +Vervallen ### Artikel 2.2e -**1.** Een eis tot naleving als bedoeld in artikel 27 van de wet, die met een voorschrift dat is verbonden aan een op grond van een der wetten tot bescherming van het milieu verleende vergunning tot het oprichten, in werking brengen of houden, uitbreiden of wijzigen van een bedrijf of inrichting dan wel tot het veranderen van een daarin gebezigde werkwijze één of meer zodanige raakpunten heeft dat hij met dat voorschrift in strijd kan komen, stelt de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de wet niet dan na overleg met het gezag dat de vergunning heeft verleend. - -**2.** - -Bij het stellen van een eis als bedoeld in artikel 27 van de wet kan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de wet, in verband met naleving van artikel 6, eerste lid, van de wet en artikel 2.2b, eerste lid, onder e, onder meer de eis stellen tot het treffen van voorzieningen ter beperking van de gevolgen van een bedrijfsramp. De eis kan onder meer betrekking hebben op: - -a. de wijze van interne alarmering en de organisatie daarvan; -b. de door de werknemer individueel of in groepsverband te verrichten handelingen; -c. het alarmeren van betrokken overheidsinstanties en hulporganisaties; -d. oefeningen, te houden volgens een vooraf vastgesteld schema. - -**3.** Een eis tot het treffen van voorzieningen als bedoeld in het tweede lid die een of meer raakpunten heeft met een gemeentelijk of regionaal rampenplan wordt niet gesteld dan na overleg met het gezag dat het rampenplan heeft opgesteld. +Vervallen ### Artikel 2.2f -Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot artikel 2.2b, eerste lid, en artikel 2.2e, tweede en derde lid. +Vervallen ### Artikel 2.3 -**1.** Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van de wet worden aangewezen de installaties waarin zich een hoeveelheid van brandbare, extreem toxische, toxische of ontplofbare stoffen, uitgedrukt in kilogrammen, bevindt, welke, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde omstandigheidsfactor of -factoren, gelijk is aan of groter is dan de grenswaarde, vermenigvuldigd met de faseringsfactor. +**1.** Deze afdeling is, met inachtneming van het derde en vierde lid en de artikelen 2.3a en 2.3b, van toepassing op bedrijven en inrichtingen waar één of meerdere installaties aanwezig zijn waarin zich een hoeveelheid gevaarlijke stoffen, uitgedrukt in kilogrammen, bevindt, ongeacht de hiermee beoogde handelingen, of door het onbeheersbaar worden van een industrieel chemisch proces een hoeveelheid van dergelijke stoffen, uitgedrukt in kilogrammen, kan worden gevormd, welke, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde omstandigheidsfactor of -factoren als bedoeld in artikel 2.5, gelijk is aan of groter is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 2.4. -**2.** Voor een installatie waarin zich een stof of een groep van stoffen met een identieke grenswaarde onder verschillende omstandigheden bevindt, wordt elke onder dezelfde omstandigheden verkerende deelhoeveelheid van de stof of groep van stoffen vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde omstandigheidsfactoren. Een installatie als bedoeld in het eerste lid, is dan aangewezen, indien de som van de al dan niet gecorrigeerde deelhoeveelheden gelijk is aan of groter is dan de grenswaarde van de desbetreffende stof of groep van stoffen, vermenigvuldigd met de faseringsfactor. +**2.** Indien het eerste lid van toepassing is, is deze afdeling van overeenkomstige toepassing op arbeidsplaatsen gelegen in de nabijheid van het bedrijf of de inrichting waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. -**3.** Voor een installatie waarin zich stoffen met verschillende grenswaarden bevinden, wordt elke hoeveelheid van een stof of groep van stoffen met een identieke grenswaarde vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde omstandigheidsfactoren. Een installatie als bedoeld in het eerste lid, is dan aangewezen, indien voor een van de in artikel 2.4, eerste lid, onder *a* of *b*, of artikel 2.4, tweede lid, genoemde categorieën van stoffen, de som van de quotiënten van de desbetreffende al dan niet gecorrigeerde hoeveelheden en grenswaarden van de tot die categorie behorende stoffen die in de installatie aanwezig zijn, vermenigvuldigd met de faseringsfactor, gelijk is aan of groter is dan 1. +**3.** Voor een installatie als bedoeld in het eerste lid waarin zich een stof of een groep van stoffen met een identieke grenswaarde onder verschillende omstandigheden bevindt, wordt elke onder dezelfde omstandigheden verkerende deelhoeveelheid van de stof of groep van stoffen vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde omstandigheidsfactoren. Deze afdeling is van toepassing, indien de som van de al dan niet gecorrigeerde deelhoeveelheden gelijk is aan of groter is dan de grenswaarde van de desbetreffende stof of groep van stoffen. -**4.** De in dit artikel bedoelde vermenigvuldiging met een omstandigheidsfactor of -factoren vindt geen toepassing ten aanzien van ontplofbare stoffen. +**4.** Voor een installatie als bedoeld in het eerste lid waarin zich stoffen met verschillende grenswaarden bevinden, wordt elke hoeveelheid van een stof of groep van stoffen met een identieke grenswaarde vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde omstandigheidsfactoren. Deze afdeling is van toepassing indien voor een van de in artikel 2.4, eerste lid, onder a of b, of artikel 2.4, tweede lid, genoemde categorieën van stoffen, de som van de quotiënten van de desbetreffende al dan niet gecorrigeerde hoeveelheden en grenswaarden van de tot die categorie behorende stoffen die in de installatie aanwezig zijn, gelijk is aan of groter is dan 1. + +**5.** De in dit artikel bedoelde vermenigvuldiging met een omstandigheidsfactor of -factoren vindt geen toepassing ten aanzien van ontplofbare stoffen. + +### Artikel 2.3a + +**1.** In dit artikel wordt verstaan onder opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven. + +**2.** Ten aanzien van een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en bestemd is voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten, waarin gevaarlijke stoffen krachtens vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer aanwezig mogen zijn, kan voor de toepassing van deze afdeling de berekening van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 2.3, achterwege blijven. + +### Artikel 2.3b + +**1.** + +Deze afdeling is: + +a. met uitzondering van artikel 2.5f, niet van toepassing op bedrijven of inrichtingen waarop paragraaf 3 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is; +b. niet van toepassing op bedrijven en inrichtingen waarop het Besluit opslag- en transportbedrijven van toepassing is; +c. niet van toepassing op arbeid verricht in de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen. + +**2.** De artikelen 2.5a, eerste en tweede lid, en 2.5d, eerste lid, onder a, zijn niet van toepassing op bedrijven of inrichtingen waarop paragraaf 2 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is. ### Artikel 2.4 @@ -620,9 +614,106 @@ g. voor procesomstandigheden waar zowel de onder *e*, als de onder *f* genoemde h. voor een stof die in de gasfase verkeert: 10; i. voor een stof die in de vaste fase verkeert: 0,1. +### Artikel 2.5a + +**1.** De algemene doelstellingen en beginselen van het beleid inzake de beheersing van de risico's van zware ongevallen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet, worden schriftelijk vastgelegd. + +**2.** Voor de vaststelling en uitvoering van het beleid, bedoeld in het eerste lid, wordt een veiligheidsbeheerssysteem ingevoerd, dat mede wordt gebaseerd op de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5b. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in het tweede lid. + +### Artikel 2.5b + +**1.** + +In de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, worden: + +a. de risico's van ongevallen met gevaarlijke stoffen systematisch geïdentificeerd en geëvalueerd aan de hand van daartoe door de werkgever vastgestelde procedures, zowel bij normale werking als bij abnormale werking van de installatie of het industrieel chemisch proces. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de aanwezigheid van andere stoffen die in een specifieke situatie bij kunnen dragen aan het risico van een zwaar ongeval; +b. de scenario's voor mogelijke zware ongevallen beschreven. Bij de keuze van de scenario's wordt rekening gehouden met externe gevaren voor de installatie. De kans op het ontstaan van een zwaar ongeval en het effect van een plaatsgevonden zwaar ongeval worden in de scenario's zoveel mogelijk gekwantificeerd. + +**2.** + +Op grond van de risico-inventarisatie en- evaluatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden: + +a. ter voorkoming van een zwaar ongeval alle technische en organisatorische maatregelen getroffen die nodig zijn om de veilige werking van de installaties te garanderen, zowel bij normaal bedrijf als bij tijdelijke onderbrekingen of onderhoud, dan wel bij wijziging van bestaande installaties of de bouw van nieuwe installaties. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van alle opslagplaatsen, apparatuur en infrastructuur die samenhangen met de risico's van een zwaar ongeval binnen het bedrijf of de inrichting. +b. alle technische en organisatorische maatregelen getroffen om de gevolgen van een zwaar ongeval zoveel mogelijk te beperken. + +**3.** Een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, wordt opgenomen in de scenariobeschrijvingen, bedoeld in het eerste lid, onder b. + +**4.** Met de beschrijving van de scenario's, bedoeld in het eerste lid, onder b, en de beschrijving van de getroffen maatregelen, bedoeld in het derde lid, wordt aangetoond dat de risico's met betrekking tot zware ongevallen op adequate wijze worden beheerst. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de procedures, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de beschrijving van scenario's, bedoeld in het eerste lid, onder b. + +### Artikel 2.5c + +**1.** Ten behoeve van de planning voor noodsituaties wordt een intern noodplan opgesteld dat wordt gebaseerd op de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, en de op grond hiervan getroffen maatregelen, bedoeld in artikel 2.5b, tweede lid. + +**2.** Bij het opstellen van het intern noodplan wordt overleg gevoerd met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging, of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. + +**3.** Het intern noodplan wordt ten minste eenmaal per drie jaar beproefd, geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. + +**4.** De werkgever zorgt ervoor dat de bedrijfshulpverleners en de hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 2.16, alsmede de werknemers, andere personen en diensten, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de wet, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de gegevens die in het noodplan worden opgenomen. + +### Artikel 2.5d + +**1.** + +Indien in het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of in de toegepaste werkmethoden en productiemethoden een verandering van technische of organisatorische aard wordt aangebracht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kan hebben, of wanneer een verandering in het veiligheidsinzicht daartoe aanleiding geeft, wordt er voor zorg gedragen dat: + +a. het beleid, bedoeld in artikel 2.5a, eerste lid, en het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid, opnieuw worden beoordeeld en indien nodig worden herzien; +b. de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, onder a, en de beschrijving van scenario's, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, onder b, opnieuw worden beoordeeld en indien nodig herzien; +c. de getroffen maatregelen, bedoeld in artikel 2.5b, tweede lid, en het intern noodplan, bedoeld in artikel 2.5c, dienovereenkomstig worden aangepast aan de gewijzigde situatie. + +**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, onder a, eenmaal per vijf jaar uitgevoerd. + +### Artikel 2.5e + +**1.** + +In aanvulling op artikel 14, derde lid, van de wet houdt het verlenen van bijstand op grond van de wet in elk geval tevens in het verlenen van medewerking aan, waaronder mede begrepen het adviseren over: + +a. de vastlegging van het beleid als bedoeld in artikel 2.5a, eerste lid; +b. het opstellen van een veiligheidsbeheerssysteem als bedoeld in artikel 2.5a, tweede lid; +c. het verrichten en opstellen van een aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie als bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, onder a, waaronder mede begrepen het toetsen ervan; +d. het opstellen van de beschrijvingen, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, onder b, en derde lid; +e. het opstellen van een intern noodplan als bedoeld in artikel 2.5c, waaronder mede begrepen het toetsen ervan; +f. het doorvoeren van de wijzigingen, bedoeld in artikel 2.5d, waaronder mede begrepen, voor zover van toepassing, het toetsen ervan. + +**2.** Met betrekking tot de taken, bedoeld in het eerste lid, laat de werkgever zich bijstaan door een arbodienst. + +### Artikel 2.5f + +Indien een zwaar ongeval gevolgen kan hebben voor de veiligheid van werknemers in naburige bedrijven of inrichtingen verstrekt de werkgever uit eigen beweging aan de betreffende bedrijven of inrichtingen algemene gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het risico voor de veiligheid van de werknemers in het naburige bedrijf of inrichting. + +### Artikel 2.5g + +**1.** + +Aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet wordt door de werkgever schriftelijk gemeld: + +a. de naam en het adres van de werkgever en, indien deze anders zijn, de naam en het adres van het bedrijf of de inrichting waarop artikel 2.3 van toepassing is; +b. welke installaties onder de verplichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, vallen; +c. de naam en het adres van de arbodienst die medewerking verleent bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2.5e, eerste lid. + +**2.** Indien in het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of in de werking van het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan een verandering van technische of organisatorische aard wordt aangebracht die voor de risico's van een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen belangrijke gevolgen kan hebben, wordt een nieuwe melding als bedoeld in het eerste lid gedaan. + +**3.** + +De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, zendt onverwijld een kopie van de melding aan: + +a. het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8:1 van de Wet milieubeheer te verlenen; +b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het bedrijf of de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen, tenzij burgemeester en wethouders het bestuursorgaan als bedoeld onder a zijn; +c. het bestuur van de regionale brandweer binnen wier gebied het bedrijf of de inrichting is gelegen. + +### Artikel 2.5h + +Het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan waarop deze afdeling van toepassing is of is aangewezen krachtens artikel 6, tweede lid, van de wet, wordt niet in werking gebracht of gehouden en de verandering, bedoeld in artikel 2.5d, eerste lid, aanhef, wordt niet doorgevoerd, alvorens is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2.5a, 2.5b, 2.5c, 2.5d en 2.5g. + ### Artikel 2.6 -De in artikel 2.3, eerste lid, bedoelde faseringsfactor bedraagt 1. +Ten aanzien van een zelfstandig werkende die een bedrijf of inrichting exploiteert waarop artikel 2.3 van toepassing is, zijn de artikelen 10, 11 en 19, eerste lid, van de wet en deze afdeling van overeenkomstige toepassing. ### Afdeling 3. Arbodiensten @@ -1049,7 +1140,7 @@ Voor zover de Wet op de ondernemingsraden niet van toepassing is, vindt raadpleg ### Artikel 2.44 -De afdelingen 4 en 7 van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op arbeid verricht in respectievelijk op een luchtvaartuig, een zeeschip of een binnenvaartuig dan wel een voertuig op een openbare weg of een spoor- of tramweg. +De afdelingen 2, 4 en 7 van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op arbeid verricht in respectievelijk op een luchtvaartuig, een zeeschip of een binnenvaartuig dan wel een voertuig op een openbare weg of een spoor- of tramweg. #### Paragraaf 2. Thuiswerkers @@ -1211,8 +1302,8 @@ In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot d a. vrijkomende gassen, dampen, nevels of brandbaar stof die explosiegevaar kunnen doen ontstaan, worden op passende wijze afgevoerd en onschadelijk gemaakt; b. indien een explosieve atmosfeer meerdere soorten ontvlambare of brandbare gassen, dampen, nevels of stoffen bevat, wordt bij de veiligheidsmaatregelen uitgegaan van het grootste mogelijke risico op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid; c. installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden; -d. onderdeel c is van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen en de verbindingsstukken ervan die geen apparaten en beveiligingssystemen zijn als bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel, indien hun opneming in de installaties aanleiding kan geven tot ontstekingsgevaar; -e. voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen andere eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel en toegepast volgens de navolgende principes: +d. onderdeel c is van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen en de verbindingsstukken ervan die geen apparaten en beveiligingssystemen zijn als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel, indien hun opneming in de installaties aanleiding kan geven tot ontstekingsgevaar; +e. voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen andere eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel en toegepast volgens de navolgende principes: 1°. gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur; 2°. gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur; @@ -1356,7 +1447,7 @@ c. leveren zij in geopende stand geen gevaar op. ### Artikel 3.17 -Het gevaar te worden getroffen door ongewild in beweging komende of vrijkomende voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen wordt voorkomen en, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk beperkt. Artikel 3.16, derde lid, laatste volzin, is van toepassing. +Het gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of het gevaar bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan, wordt voorkomen en indien dat niet mogelijk is zoveel mogelijk beperkt. Artikel 3.16, derde lid, laatste volzin, is van toepassing. ### Artikel 3.18 @@ -2017,7 +2108,7 @@ c. het geheel of gedeeltelijk slopen, waarbij gevaar bestaat voor brand, explosi ### Artikel 4.8 -**1.** Arbeid waarbij explosieve stoffen worden gebruikt voor demolitie, zijnde het springen van objecten of materialen, of voor onderhoud, wordt verricht volgens een vooraf opgesteld springplan of bij de verkenning naar, opsporing of winning van delfstoffen, een vooraf opgesteld programma. De inhoud van het springplan of programma bevat een deugdelijke beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden. +**1.** Arbeid waarbij voor demolitie, zijnde het springen van objecten of materialen, of voor onderhoud, gebruik wordt gemaakt van stoffen die op grond van de Wet milieugevaarlijke stoffen voldoen aan de criteria voor indeling in de categorie «ontplofbaar», bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder a, van die wet, wordt verricht volgens een vooraf opgesteld springplan of, bij de verkenning naar, opsporing of winning van delfstoffen, een vooraf opgesteld programma. De inhoud van het springplan of programma bevat een deugdelijke beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden. **2.** Demolitie- en onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid springmeester met betrekking tot de soort arbeid die wordt verricht dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling. @@ -3394,7 +3485,7 @@ d. de inhoud en betekenis van een periodiek te herhalen audiometrisch onderzoek **2.** De in het eerste lid bedoelde toestellen bevinden zich in een zodanige ruimte en zijn voorts zodanig ingericht, opgesteld of afgeschermd, dat bij het in werking zijn daarvan gezondheidsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. -**3.** Indien bij het in werking zijn van een toestel als bedoeld in het eerste lid, het gevaar van gezondheidsschade ondanks de naleving van de voorschriften, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet geheel kan worden voorkomen, worden zodanige organisatorische maatregelen getroffen, dat gezondheidsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. +**3.** Indien bij het in werking zijn van een toestel als bedoeld in het eerste lid, het gevaar van gezondheidsschade ondanks de naleving van de voorschriften, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet of niet geheel kan worden voorkomen, worden zodanige maatregelen getroffen, dat gezondheidsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen. **4.** Indien de in het derde lid bedoelde maatregelen gezondheidsschade niet of niet voldoende kunnen voorkomen worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld. @@ -4385,7 +4476,7 @@ Afdeling 1 van dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op thuiswerk. ### Artikel 9.1 -De werkgever is verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden welke bij of krachtens dit besluit zijn gesteld, met uitzondering van de artikelen 1.25, 2.31, 2.32, 2.35, 2.36, 2.37, 2.39 en 7.21. +De werkgever is verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden welke bij of krachtens dit besluit zijn gesteld, met uitzondering van de artikelen 1.25, 2.6, 2.31, 2.32, 2.35, 2.36, 2.37, 2.39 en 7.21. ### Artikel 9.2 @@ -4426,7 +4517,7 @@ b. van hoofdstuk 4: artikel 4.110. Een ieder die werkgever noch werknemer is, is verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden welke zijn opgenomen in de volgende artikelen: -a. van hoofdstuk 2: artikel 2.39; +a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.6 en 2.39; b. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.4, 3.5, 3.16, 3.39 en 3.40; c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.7, 4.8, 4.8a, 4.38, 4.39, 4.41, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste lid, 4.54, 4.55, 4.56, tweede lid, 4.58, 4.59, 4.60, 4.61, 4.62b en 9.15, onder a, sub 1° tot en met 4°, en onder b; d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.14a, 6.15a, 6.16, 6.17, 6.18, 6.19, eerste lid, en 6.20; @@ -4458,11 +4549,11 @@ De eigenaar of beheerder van een lift is verplicht tot naleving van de voorschri Als een strafbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften en verboden welke zijn opgenomen in de volgende artikelen: -a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.2b, 2.2c, eerste lid, 2.2d en 2.42e en 2.42f, eerste en derde lid; +a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.5a, eerste en tweede lid, 2.5b, eerste tot en met vierde lid, 2.5c, eerste, derde en vierde lid, 2.5d, 2.5e, tweede lid, 2.5f, 2.5g, eerste en tweede lid, 2.5h, 2.42e, en 2.42f, eerste en derde lid; b. van hoofdstuk 3: 3.37v. c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.5, eerste en tweede lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.36, eerste en derde lid, 4.38, 4.39, 4.41, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en vijfde lid, 4.61, tweede lid, 4.78, eerste lid, 4.83, 4.105, 4.108, 4.109 en 4.110; -d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27, 6.29 en 629a; -e. van de Arbeidsomstandighedenregeling: artikelen 4.18, eerste lid. +d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27, 6.29 en 6.29a; +e. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 2.0, 2.0a, 2.0b, 2.0c en 4.18, eerste lid. **2.** Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt de handeling of het nalaten in strijd met die voorschriften mede aangemerkt als een strafbaar feit. @@ -4495,7 +4586,7 @@ Als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd van de tweede a. van hoofdstuk 1: artikel 1.37, tweede lid; b. van hoofdstuk 2: artikel 2.42, zesde lid en 2.42f, tweede lid; -c. Abusievelijk is door Stb. 2000/211 onderdeel a. i.p.v. c gewijzigd.van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.5d, eerste, tweede en derde lid, 3.5e, onder a, b, e en h, 3.5f, onder f, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, 3.37c, 3.37d, 3.37e, 3.37f, tweede lid, 3.37g, 3.37h, 3.37k, 3.37l, eerste lid, onder a, 3.37m, 3.37n, 3.37p, 3.37q, eerste en derde lid, 3.37r, 3.37s, tweede tot en met vierde lid, 3.37t, 3.37u, 3.37w, tweede lid, en 3.37y en 3.46; +c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.5d, eerste, tweede en derde lid, 3.5e, onder a, b, e en h, 3.5f, onder f, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, 3.37c, 3.37d, 3.37e, 3.37f, tweede lid, 3.37g, 3.37h, 3.37k, 3.37l, eerste lid, onder a, 3.37m, 3.37n, 3.37p, 3.37q, eerste en derde lid, 3.37r, 3.37s, tweede tot en met vierde lid, 3.37t, 3.37u, 3.37w, tweede lid, en 3.37y en 3.46; d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.3a, 4.4, eerste tot en met vierde lid, 4.6, derde lid, 4.6a, derde en vierde lid, onder a en c, 4.7, derde lid, 4.8a, eerste lid, 4.8b, derde en vierde lid, 4.9, eerste tot en met achtste lid, 4.10, eerste lid, 4.16, tweede en derde lid, 4.17, 4.18, eerste tot en met vierde lid, 4.19, onderdelen d en e, 4.36, tweede en derde lid, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste, tweede en vijfde lid, 4.47, eerste lid, 4.52, derde lid, 4.54, tweede lid, 4.55, tweede lid, 4.56, tweede en derde lid, 4.61, derde tot en met vijfde lid, 4.62b, 4.87, eerste tot en met derde lid, 4.91, vijfde lid, 4.98, 4.99, 4.100, eerste lid, 4.101, 4.106, 4.113 en 4.115; e. van hoofdstuk 5 : de artikelen 5.2 en 5.3, eerste lid; f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.2, vijfde lid, 6.8, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid, 6.9, eerste lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.15a, eerste en tweede lid, 6.16, eerste lid, 6.16, tweede lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20, 6.20b, eerste, tweede en derde lid, onder a, 6.20c, 6.20e en 6.23, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid; @@ -4604,7 +4695,7 @@ Geen vrijstelling of ontheffing wordt verleend van de voorschriften en verboden, a. van hoofdstuk 1: de artikelen van de afdelingen 8 en 9; b. van hoofdstuk 2: de artikelen van de afdelingen 5, 6 en 6a; -c. van hoofdstuk 3: artikel 3.1b, de artikelen van de afdelingen 2, 3, 3a, 3b en 3c en de paragrafen 4 en 5 van afdeling 5; +c. van hoofdstuk 3: artikel 3.1b, de artikelen van paragraaf 2a van afdeling 1 en van de afdelingen 2, 3, 3a, 3b en 3c en de paragrafen 4 en 5 van afdeling 5; d. van hoofdstuk 4: de artikelen van afdeling 1, met uitzondering van de artikelen 4.3, 4.5, 4.7 en 4.8, de artikelen van de afdelingen 2, 3 en 4, de artikelen 4.38, 4.39, 4.40, vierde lid, 4.42, vierde lid, de artikelen van de paragrafen 3, 4, 6 en 7 van afdeling 5, de artikelen van de afdelingen 7, 8 en 9 en de artikelen van de paragrafen 2 en 3 van afdeling 10; e. van hoofdstuk 5: de artikelen van de afdelingen 1 en 2 en artikel 5.14; f. van hoofdstuk 6: de artikelen van de afdelingen 1 en 2, artikel 6.8, eerste tot en met zesde lid, zevende lid, tweede volzin, achtste lid, en elfde tot en met veertiende lid, afdeling 5a en de artikelen van de paragrafen 3 en 4 van afdeling 6; @@ -4639,9 +4730,11 @@ d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27, 6.29 en 6.29a. **4.** Bij het stellen van een eis aan een werkgever of werknemer, waarop zowel afdeling 2 als afdeling 4 of 6 van hoofdstuk 1 van toepassing is, wordt het ter zake in afdeling 4 of 6 bepaalde in acht genomen. -**5.** Bij het stellen van een eis aan een werkgever of werknemer, waarop afdeling 4 of 6 van hoofdstuk 1 van toepassing is, wordt het ter zake in die afdeling bepaalde in acht genomen. +**5.** Een eis waarop afdeling 2 van hoofdstuk 2 van toepassing is, die met een voorschrift dat is verbonden aan een op grond van een der wetten tot bescherming van het milieu verleende vergunning tot het oprichten, in werking brengen of houden, uitbreiden of wijzigen van een bedrijf of inrichting dan wel tot het veranderen van een daarin gebezigde werkwijze één of meer zodanige raakpunten heeft dat hij met dat voorschrift in strijd kan komen, stelt de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de wet, niet dan na overleg met het gezag dat de vergunning heeft verleend. -**6.** Indien ten aanzien van een of meer bepalingen van dit besluit overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van de wet, een eis tot naleving is gesteld, kan in die situatie van het betreffende voorschrift respectievelijk de betreffende voorschriften geen ontheffing meer worden verleend. +**6.** Bij het stellen van een eis aan een werkgever of werknemer, waarop afdeling 4 of 6 van hoofdstuk 1 van toepassing is, wordt het ter zake in die afdeling bepaalde in acht genomen. + +**7.** Indien ten aanzien van een of meer bepalingen van dit besluit overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van de wet, een eis tot naleving is gesteld, kan in die situatie van het betreffende voorschrift respectievelijk de betreffende voorschriften geen ontheffing meer worden verleend. ### Afdeling 4. Overgangs- en slotbepalingen @@ -4742,13 +4835,17 @@ Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit. ### Artikel 9.34 -**1.** Voor op 1 januari 1994 reeds in werking gebrachte installaties ten aanzien waarvan de verplichtstelling van een arbeidsveiligheidsrapport eerst van toepassing is geworden met ingang van 1 januari 1998, is het arbeidsveiligheidsrapport aanwezig uiterlijk twee jaar na dat tijdstip. +**1.** Artikel I, onderdelen A tot en met I, O, P, T en V van het Koninklijk besluit van 7 februari 2004 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit ter vervanging van de bepalingen met betrekking tot de arbeidsveiligheidsrapportage door aanvullende voorschriften met betrekking tot de risico-inventarisatie en -evaluatie en enige andere wijzigingen (Stb. 2004, 69) is tot twee jaar na de inwerkingtreding niet van toepassing tenzij dat besluit voor dat tijdstip wordt toegepast. -**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde verplichting met ingang van 1 januari 1998 ten aanzien van dezelfde werkgever voor meer dan één installatie is gaan gelden, wordt de in dat lid genoemde termijn van twee jaar met betrekking tot een tweede en iedere volgende installatie telkens met drie maanden verlengd. +**2.** Ten aanzien van bedrijven of inrichtingen waar op de dag van de inwerkingtreding van het besluit, bedoeld in het eerste lid, over een arbeidsveiligheidsrapport als bedoeld in artikel 2.2b, zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van voornoemd besluit, wordt beschikt, is, in afwijking van het eerste lid, het voornoemde besluit niet van toepassing tot het tijdstip waarop het arbeidsveiligheidsrapport had behoren te worden herzien op grond van artikel 2.2b, tweede lid, zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van voornoemd besluit, doch uiterlijk tot vijf jaar na het tijdstip waarop het arbeidsveiligheidsrapport volledig is herzien en in zijn geheel aan de daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet is toegezonden, tenzij dat besluit voor dat tijdstip wordt toegepast. + +**3.** De melding, bedoeld in artikel 2.5g, eerste lid, ten aanzien van bedrijven of inrichtingen die in bedrijf zijn op de dag waarop het besluit, bedoeld in het eerste lid, ingevolge het eerste of het tweede lid wordt toegepast, vindt plaats binnen zes weken na de toepassing van voornoemd besluit. + +**4.** Het Arbeidsomstandighedenbesluit zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van het besluit, bedoeld in het eerste lid, is van toepassing tot het tijdstip waarop ingevolge het eerste of het tweede lid het laatstgenoemde besluit wordt toegepast. ### Artikel 9.35 -Afdeling 2 van hoofdstuk 2 is tot 1 januari 2002 niet van toepassing op arbeid verricht in respectievelijk op een luchtvaartuig, een zeeschip of een binnenvaartuig dan wel een voertuig op een openbare weg of een spoor- of tramweg. +Vervallen ### Artikel 9.36