2010-07-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2010-07-01 12:00:00 +00:00
parent 58b4f7de60
commit 8fbcbaa84c

View file

@ -23,7 +23,7 @@ b. Beneluxgebied: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk Belg
c. cruiseschip: hetgeen daaronder in de Schengengrenscode wordt verstaan;
d. luchtvaartuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Luchtvaartwet;
e. minderjarigheid: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
f. proces-uren: de uren die voor het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Wet in een Aanmeldcentrum beschikbaar zijn, waarbij de uren van 18.00 tot 08.00 en, met uitzondering van het Aanmeldcentrum Schiphol, de uren gedurende het weekeinde en de dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen niet meetellen;
f. vervallen;
g. Schengengebied: het grondgebied van de landen waarop de Schengengrenscode en de Schengen Uitvoeringsovereenkomst van toepassing zijn;
h. Schengen Informatiesysteem: het in titel IV van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst bedoelde gemeenschappelijke informatiesysteem;
i. Schengen Uitvoeringsovereenkomst: de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de bondsrepubliek Duitsland en de Franse republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145), alsmede de daarop gebaseerde Protocollen;
@ -431,7 +431,8 @@ t. het doorbrengen van verlof in Nederland.
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan slechts ambtshalve worden verleend onder een beperking verband houdend met:
a. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken;
b. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling.
b. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling;
c. de vervolging van mensenhandel.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere beperkingen dan genoemd in het eerste lid worden aangewezen waaronder de verblijfsvergunning ambtshalve kan worden verleend.
@ -930,12 +931,16 @@ c. wiens vertrek uit Nederland naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs
**2.** Bij de aanvraag ondertekent de vreemdeling een medische verklaring, ertoe strekkende dat hij toestemming verleent voor medisch onderzoek, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is voor de toepassing van het eerste lid.
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder a of c, van de Wet of op de grond dat de financiering van de medische behandeling niet deugdelijk is geregeld, indien ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 van de Wet.
### Artikel 3.47
**1.** De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.46, kan worden verleend aan de vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, die op medische indicatie en in het bezit van een daartoe afgegeven visum naar Nederland is gekomen, indien voortzetting van de medische behandeling in Nederland zes maanden na zijn inreis medisch noodzakelijk is en de financiering daarvan naar het oordeel van Onze Minister deugdelijk is geregeld.
**2.** Bij de aanvraag ondertekent de vreemdeling een medische verklaring, ertoe strekkende dat hij toestemming verleent voor medisch onderzoek, voor zover dat onderzoek noodzakelijk is voor de toepassing van het eerste lid.
**3.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder a of c, van de Wet of op de grond dat de financiering van de medische behandeling niet deugdelijk is geregeld, indien ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 van de Wet.
### Artikel 3.48
**1.**
@ -1729,10 +1734,7 @@ b. de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld is
### Artikel 3.105d
Onder folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, van de Wet, wordt mede verstaan:
a. doodstraf of executie;
b. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
Vervallen
### Artikel 3.105e
@ -1828,63 +1830,126 @@ d. op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inb
### Artikel 3.109
Van de vreemdeling die te kennen geeft de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, in te willen dienen, worden door Onze Minister identificatiefoto's vervaardigd en wordt een dactyloscopisch signalement opgemaakt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking.
**1.** De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, wordt door de vreemdeling niet eerder ingediend dan zes dagen nadat hij overeenkomstig door Onze Minister gestelde regels te kennen heeft gegeven die aanvraag in te willen dienen.
**2.** Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om te worden voorgelicht over de asielprocedure en om zich op de asielprocedure voor te bereiden en zich daartoe te laten bijstaan. Aan de vreemdeling die te kennen geeft de in het eerste lid bedoelde aanvraag in te willen dienen wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij een gehoor als bedoeld in de artikelen 3.112, eerste lid en 3.113, tweede lid, te doen bijstaan.
**3.** Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de vreemdeling van overheidswege geen vragen gesteld naar zijn asielmotieven.
**4.** Van de vreemdeling die te kennen geeft de in het eerste lid bedoelde aanvraag in te willen dienen, worden door Onze Minister identificatiefotos vervaardigd en wordt een dactyloscopisch signalement opgemaakt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking.
**5.** De vreemdeling die te kennen geeft de in het eerste lid bedoelde aanvraag in te willen dienen wordt een medisch onderzoek aangeboden. Voor dit onderzoek is de schriftelijke toestemming van de vreemdeling vereist.
**6.**
In afwijking van het eerste lid wordt geen termijn gesteld indien:
a. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;
b. de vreemdeling overlast bezorgt aan vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening of aan anderen;
c. de vreemdeling reeds eerder een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, heeft ingediend, of
d. de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59 van de Wet, tenzij de aanvraag wordt ingediend in een Aanmeldcentrum.
**7.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde termijn niet van toepassing is indien de aanvraag wordt ingediend in het Aanmeldcentrum Schiphol.
### Artikel 3.110
**1.** Zo spoedig mogelijk nadat de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, heeft ingediend, wordt hij door Onze Minister aan een eerste gehoor onderworpen.
**1.** Voor het onderzoek naar de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, zijn in een Aanmeldcentrum acht dagen beschikbaar.
**2.** Het eerste gehoor geschiedt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vastgestelde vragenlijst. De vragenlijst bevat geen vragen omtrent de beweegredenen van de aanvraag.
**2.** Onze Minister kan de in het eerste lid genoemde termijn verlengen. In dat geval zijn voor het onderzoek in een Aanmeldcentrum ten hoogste veertien dagen beschikbaar.
**3.** Een afschrift van de ingevulde vragenlijst wordt zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling ter kennis gebracht.
**3.** De termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid, vangen aan op de dag waarop de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, wordt ingediend. Voor die termijnen tellen, met uitzondering van het Aanmeldcentrum Schiphol, de dagen gedurende het weekeinde en de dagen die bij of krachtens de Algemene termijnenwet zijn aangemerkt als algemeen erkende feestdagen niet mee, tenzij bij ministeriële regeling wordt bepaald dat deze wel meetellen.
### Artikel 3.111
**1.** Niet eerder dan zes dagen nadat de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, heeft ingediend, wordt hij door Onze Minister aan een nader gehoor onderworpen.
**1.** Bij de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, worden door de vreemdeling in persoon alle gegevens verstrekt, waaronder begrepen de relevante documenten, op basis waarvan in samenwerking met de vreemdeling beoordeeld kan worden of er een rechtsgrond voor verlening van de vergunning aanwezig is.
**2.** Van het nader gehoor wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Een afschrift van het verslag van nader gehoor wordt zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling ter kennis gebracht.
**3.** Het verslag van nader gehoor vermeldt de termijn binnen welke de vreemdeling uit eigen beweging of desgevraagd nadere gegevens kan verstrekken. Deze termijn bedraagt ten minste twee dagen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
### Artikel 3.112
**1.**
**1.** Nadat de vreemdeling op de eerste dag de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Wet heeft ingediend, wordt hij op diezelfde dag door Onze Minister aan een eerste gehoor onderworpen.
De termijnen, genoemd in artikel 3.111, eerste en derde lid, zijn niet van toepassing op de aanvraag van de vreemdeling:
**2.** Het eerste gehoor geschiedt overeenkomstig een bij ministeriële regeling vastgestelde vragenlijst. De vragenlijst bevat geen vragen omtrent de beweegredenen van de aanvraag.
a. aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
b. ten aanzien van wie Onze Minister naar aanleiding van het in artikel 3.110 bedoelde eerste gehoor overweegt de aanvraag binnen 48 proces-uren af te wijzen, of
c. ten aanzien van wie Onze Minister naar aanleiding van het in artikel 3.110 bedoelde eerste gehoor overweegt de aanvraag af te wijzen op grond van artikel 30, onder a, van de Wet.
**3.** Een afschrift van de ingevulde vragenlijst wordt op de eerste dag aan de vreemdeling ter kennis gebracht.
**2.** De in het eerste lid bedoelde vreemdeling wordt door Onze Minister zo spoedig mogelijk nadat aan artikel 3.110, derde lid, is voldaan, aan een nader gehoor onderworpen.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan een eerste gehoor achterwege worden gelaten indien de vreemdeling reeds eerder een aanvraag om een verblijfsvergunning, als bedoeld in artikel 28 van de Wet, heeft ingediend.
### Artikel 3.113
Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij een gehoor als bedoeld in de artikelen 3.110, eerste lid, 3.111, eerste lid, en 3.112, tweede lid, te doen bijstaan.
**1.** Gedurende de tweede dag wordt de vreemdeling in staat gesteld zich op het nader gehoor voor te bereiden.
**2.** Op de derde dag wordt de vreemdeling door Onze Minister aan een nader gehoor onderworpen.
**3.** Van het nader gehoor wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Een afschrift van het verslag van nader gehoor wordt op de derde dag aan de vreemdeling ter kennis gebracht.
**4.** De vreemdeling kan uit eigen beweging of desgevraagd nadere gegevens verstrekken uiterlijk op de vierde dag. Het verslag van nader gehoor vermeldt deze termijn.
**5.**
In afwijking van het tweede lid blijft een nader gehoor in een Aanmeldcentrum achterwege:
a. indien de vreemdeling om medische redenen niet aan een nader gehoor kan worden onderworpen, of
b. ten aanzien van een alleenstaande minderjarige vreemdeling beneden de leeftijd van twaalf jaar.
Bij ministeriële regeling kunnen andere gevallen worden aangewezen waarin een nader gehoor in een Aanmeldcentrum achterwege blijft.
**6.** Indien een nader gehoor in een Aanmeldcentrum achterwege is gebleven wordt de vreemdeling door Onze Minister zo spoedig mogelijk aan een nader gehoor onderworpen. Van het nader gehoor wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Een afschrift van het verslag van nader gehoor wordt zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling ter kennis gebracht. Het verslag van nader gehoor vermeldt de termijn waarbinnen de vreemdeling uit eigen beweging of desgevraagd nadere gegevens kan verstrekken. Deze termijn bedraagt ten minste twee dagen.
### Artikel 3.114
**1.** Bij de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, worden door de vreemdeling in persoon alle gegevens verstrekt, waaronder begrepen de relevante documenten, op basis waarvan in samenwerking met de vreemdeling beoordeeld kan worden of er een rechtsgrond voor verlening van de vergunning aanwezig is
**1.** Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen binnen acht dagen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt op de vijfde dag.
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden aangewezen waaruit de gegevens, bedoeld in het eerste lid, bestaan.
**2.** De vreemdeling brengt zijn zienswijze op het in het eerste lid bedoelde voornemen schriftelijk naar voren uiterlijk op de zesde dag.
**3.** De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen.
**4.** Het tijdstip van uitreiken van het voornemen en de ontvangst van de schriftelijke zienswijze worden door Onze Minister vastgelegd.
**5.** Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg.
**6.** Onze Minister maakt de beschikking uiterlijk op de achtste dag bekend door uitreiking of toezending ervan.
### Artikel 3.115
**1.**
Onze Minister kan de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn verlengen:
a. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.112, eerste en derde lid, 3.113, tweede en derde lid, en 3.114, eerste en zesde lid, tenzij de overschrijding aan Onze Minister kan worden toegerekend;
b. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.113, eerste en vierde lid, of 3.114, tweede lid, en de vreemdeling een met redenen omkleed verzoek om verlenging heeft ingediend, tenzij de overschrijding aan de vreemdeling kan worden toegerekend;
c. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek naar de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling noodzakelijk is, of
d. indien de vreemdeling zijn eerder tijdens het onderzoek afgelegde verklaringen essentieel wijzigt of aanvult.
**2.** De vreemdeling wordt van de verlenging schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt de reden van de verlenging aangegeven alsmede op welk moment de verlengde termijn eindigt.
**3.** Indien Onze Minister de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn heeft verlengd en voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen binnen veertien dagen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt.
**4.** De vreemdeling brengt zijn zienswijze uiterlijk op de dag na de uitreiking van het voornemen naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd.
**5.** Artikel 3.114, derde tot en met vijfde lid, is van toepassing.
**6.** Onze Minister maakt de beschikking uiterlijk op de veertiende dag bekend door uitreiking of toezending ervan.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de toepassing van het eerste lid alsmede de wijze waarop het onderzoek naar de aanvraag wordt vervolgd indien de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn wordt verlengd.
### Artikel 3.116
**1.**
Het schriftelijke voornemen om:
a. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen;
a. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen indien de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.112, eerste en derde lid, 3.113, tweede en derde lid, of 3.114, eerste en zesde lid, dan wel de op grond van artikel 3.115, eerste lid, verlengde termijn, zijn overschreden;
b. de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen;
c. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 33 van de Wet, af te wijzen, of
d. de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33 van de Wet, in te trekken, wordt aan de vreemdeling meegedeeld door uitreiking of toezending ervan.
**2.**
De termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt, bedraagt, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt gehonoreerd:
De termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt bedraagt, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd:
a. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, vier weken, en
b. in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, zes weken.
a. in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a: vier weken, en
b. in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d: zes weken.
**3.** De termijn, bedoeld in het tweede lid, vangt aan met ingang van de dag na die waarop het voornemen is uitgereikt of toegezonden.
@ -1894,41 +1959,49 @@ b. in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, zes weken.
**6.** Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat aan het geven van de beschikking niet in de weg.
### Artikel 3.116
**1.** Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag, bedoeld in artikel 3.115, eerste lid, onder a, b en c, van een vreemdeling aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6 of artikel 59 van de Wet, af te wijzen terwijl de vrijheidsontneming voortduurt, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt. Artikel 3.115, eerste tot en met vierde lid, is niet van toepassing.
**2.** De vreemdeling brengt zijn zienswijze binnen twee weken schriftelijk naar voren, tenzij onze Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen binnen 48 proces-uren, in welk geval artikel 3.117 van toepassing is.
**3.** De termijn, bedoeld in het tweede lid, vangt aan direct na de uitreiking van het voornemen.
**4.** De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen.
### Artikel 3.117
**1.** Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen binnen 48 proces-uren, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt. Artikel 3.115 is niet van toepassing.
**1.** De termijnen, genoemd in de artikelen 3.112, 3.113, eerste tot en met vierde lid, en 3.114, zijn niet van toepassing op de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, van de vreemdeling aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 59 van de Wet terwijl de vrijheidsontneming voortduurt, tenzij de aanvraag is ingediend in een Aanmeldcentrum.
**2.** De vreemdeling brengt zijn zienswijze binnen drie proces-uren schriftelijk naar voren.
**2.** De vreemdeling wordt door Onze Minister zo spoedig mogelijk na de indiening van de aanvraag aan een eerste gehoor onderworpen.
**3.** De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen.
**3.** De vreemdeling wordt door Onze Minister zo spoedig mogelijk nadat een afschrift van de ingevulde vragenlijst, bedoeld in artikel 3.112, derde lid, aan hem ter kennis is gebracht, aan een nader gehoor onderworpen.
**4.** Het tijdstip van uitreiken van het voornemen en de ontvangst van de schriftelijke zienswijze worden door Onze Minister vastgelegd.
**4.** Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag af te wijzen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe zo spoedig mogelijk uitgereikt of toegezonden.
**5.** Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd.
**5.** De vreemdeling brengt zijn zienswijze binnen twee weken schriftelijk naar voren.
**6.** De termijn, bedoeld in het vijfde lid, vangt aan met ingang van de dag na die waarop het voornemen is uitgereikt of toegezonden.
**7.** De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen.
**8.** Artikel 3.116, vijfde en zesde lid, zijn van toepassing.
### Artikel 3.118
**1.** Indien Onze Minister oordeelt dat een ander land ingevolge een verdrag of een voor dit land en Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, en uit dien hoofde het andere land om overname zal verzoeken, wordt het schriftelijk voornemen om de aanvraag af te wijzen, vooruitlopend op aanvaarding van het verzoek tot overname door het andere land, aan de vreemdeling uitgereikt. Artikel 3.115 is niet van toepassing.
**1.**
**2.** Indien Onze Minister het voornemen, bedoeld in het eerste lid, binnen 48 proces-uren aan de vreemdeling uitreikt, brengt de vreemdeling zijn zienswijze binnen drie procesuren schriftelijk naar voren.
Indien Onze Minister voornemens is om:
**3.** Indien Onze Minister het voornemen, bedoeld in het eerste lid, na ommekomst van het in het tweede lid genoemde aantal proces-uren aan de vreemdeling uitreikt, brengt de vreemdeling zijn zienswijze binnen drie dagen schriftelijk naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt gehonoreerd. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het voornemen is uitgereikt.
a. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen na ommekomst van de in artikel 3.110, eerste of tweede lid, genoemde termijn;
b. de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, af te wijzen, of
c. de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 33 van de Wet, af te wijzen, terwijl de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van artikel 6 of artikel 59 van de Wet en de vrijheidsontneming voortduurt, wordt het schriftelijk voornemen daartoe uitgereikt of toegezonden.
**2.** De artikelen 3.117, vijfde tot en met zevende lid, en 3.116, vijfde en zesde lid, zijn van toepassing.
### Artikel 3.118a
**1.** Indien Onze Minister oordeelt dat een ander land ingevolge een verdrag of een voor dit land en Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28 van de Wet, en uit dien hoofde het andere land om overname of terugname zal verzoeken, wordt het schriftelijk voornemen om de aanvraag af te wijzen, vooruitlopend op aanvaarding van het verzoek tot overname of terugname door het andere land, aan de vreemdeling uitgereikt.
**2.** Indien Onze Minister het voornemen, bedoeld in het eerste lid, op de vijfde dag aan de vreemdeling uitreikt, brengt de vreemdeling zijn zienswijze uiterlijk op de zesde dag schriftelijk naar voren. Indien Onze Minister de in artikel 3.110, eerste lid, genoemde termijn heeft verlengd en dat voornemen aan de vreemdeling uitreikt, brengt de vreemdeling zijn zienswijze uiterlijk op de dag na de uitreiking van het voornemen naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd.
**3.** Indien Onze Minister het voornemen, bedoeld in het eerste lid, na ommekomst van de in artikel 3.110, eerste of tweede lid, genoemde termijn aan de vreemdeling uitreikt, brengt de vreemdeling zijn zienswijze binnen een week schriftelijk naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het voornemen is uitgereikt.
**4.** De schriftelijke zienswijze is tijdig bij Onze Minister ingediend, indien deze voor het einde van de termijn is ontvangen.
**5.** In het geval, bedoeld in het tweede lid, worden het tijdstip van uitreiken van het voornemen en de ontvangst van de schriftelijke zienswijze door Onze Minister vastgelegd. In het geval, bedoeld in het derde lid, wordt de ontvangst van de schriftelijke zienswijze door Onze Minister bevestigd.
**6.** Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende schriftelijke zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat niet aan het verzoek om overname in de weg, en evenmin aan het nemen van de beschikking bij aanvaarding van het verzoek tot overname.
**6.** Onze Minister houdt rekening met een na afloop van de termijn ontvangen schriftelijke zienswijze, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt. Met een na afloop van de termijn ontvangen aanvulling op een eerder ingediende zienswijze wordt rekening gehouden, indien de beschikking nog niet bekend is gemaakt en de afdoening van de zaak daardoor niet ontoelaatbaar wordt vertraagd. Het ontbreken van de schriftelijke zienswijze, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren kan brengen, staat niet aan het verzoek om overname in de weg, en evenmin aan het nemen van de beschikking bij aanvaarding van het verzoek tot overname.
### Artikel 3.119
@ -2124,7 +2197,7 @@ b. voor vreemdelingen die rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8 onder e
3°. een geldig nationaal paspoort met een door de bevoegde autoriteiten afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 8.13, vierde lid, indien na afgifte van de verklaring nog geen zes maanden zijn verstreken; of
4°. een door de bevoegde autoriteiten afgegeven verblijfsdocument als bedoeld in artikel 8.13, vijfde lid, dan wel artikel 8.20, eerste lid;
c. voor vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, hebben ingediend: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling;
d. voor vreemdelingen, anders dan bedoeld onder c, die rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f, g, h, j, of k, van de Wet hebben en die niet beschikken over een ingevolge de Wet vereist geldig document voor grensoverschrijding: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document, waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, dat is voorzien van een inlegvel als bedoeld in artikel 4.29, derde lid, waarop de verblijfsrechtelijke positie is aangetekend;
d. voor vreemdelingen, anders dan bedoeld onder c, die rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder f, g, h, j, k, of m, van de Wet hebben en die niet beschikken over een ingevolge de Wet vereist geldig document voor grensoverschrijding: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document, waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, dat is voorzien van een inlegvel als bedoeld in artikel 4.29, derde lid, waarop de verblijfsrechtelijke positie is aangetekend;
e. voor andere vreemdelingen: een ingevolge de Wet voor het hebben van toegang tot Nederland vereist geldig document voor grensoverschrijding dan wel een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum is aangetekend of waarin een aantekening omtrent de verblijfsrechtelijke positie is geplaatst.
**2.** Geen document, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt verstrekt aan kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, tenzij zij er naar het oordeel van Onze Minister een redelijk belang bij hebben in het bezit van zulk een document te worden gesteld.