2021-01-01 | BWBR0005108 | Waterschapswet
This commit is contained in:
parent
2bcf29bbff
commit
8ffa3c8f38
1 changed files with 56 additions and 27 deletions
|
|
@ -34,7 +34,7 @@ citeertitel: Waterschapswet
|
|||
|
||||
**1.** Indien naar het oordeel van gedeputeerde staten gronden aanwezig zijn om het opheffen of instellen van een waterschap, de vaststelling van een reglement voor een waterschap of een wijziging van een dergelijk reglement te overwegen, treden zij voor de bepaling van hun standpunt in overleg met het dagelijks bestuur van het waterschap of de waterschappen die het betreft, alvorens zij toepassing geven aan artikel 4, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten handelen dienovereenkomstig indien zij hun standpunt moeten bepalen ten aanzien van ofwel een soortgelijk voorstel van het algemeen bestuur van een waterschap ofwel een voornemen van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu ingevolge artikel 8, tweede lid.
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten handelen dienovereenkomstig indien zij hun standpunt moeten bepalen ten aanzien van ofwel een soortgelijk voorstel van het algemeen bestuur van een waterschap ofwel een voornemen van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat ingevolge artikel 8, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -42,11 +42,11 @@ citeertitel: Waterschapswet
|
|||
|
||||
**2.** Gedeputeerde staten voegen bij hun voorstel aan provinciale staten tot vaststelling van het besluit zowel het ontwerp-besluit als de naar voren gebrachte zienswijzen, of een samenvatting daarvan, vergezeld van hun standpunt inzake die zienswijzen.
|
||||
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten zenden het door provinciale staten vastgestelde besluit, met de in het tweede lid bedoelde stukken, binnen vier weken aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**3.** Gedeputeerde staten zenden het door provinciale staten vastgestelde besluit, met de in het tweede lid bedoelde stukken, binnen vier weken aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Een besluit van provinciale staten tot het opheffen of instellen van een waterschap dan wel tot vaststelling of wijziging van de taak of het gebied van een waterschap behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||||
Een besluit van provinciale staten tot het opheffen of instellen van een waterschap dan wel tot vaststelling of wijziging van de taak of het gebied van een waterschap behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
|
|
@ -54,7 +54,7 @@ Een besluit van provinciale staten tot het opheffen of instellen van een watersc
|
|||
|
||||
**2.** De oude en de nieuwe beheerder gaan, tenzij anders overeengekomen, binnen twee jaar na de in het eerste lid bedoelde datum over tot onvoorwaardelijke levering onderscheidenlijk aanvaarding van de desbetreffende onroerende goederen, voorzover deze daarvan niet bij of krachtens reglement zijn uitgezonderd.
|
||||
|
||||
**3.** De oude en de nieuwe beheerder stellen, tenzij anders overeengekomen, binnen zes maanden na de in het eerste lid bedoelde datum gezamenlijk vast, of in verband met de overgang van rechten en verplichtingen een verrekening nodig is en tot welk bedrag. Bij gebreke van overeenstemming binnen die termijn beslissen, de oude en de nieuwe beheerder gehoord, gedeputeerde staten, dan wel – indien de provincie de oude beheerder is – Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**3.** De oude en de nieuwe beheerder stellen, tenzij anders overeengekomen, binnen zes maanden na de in het eerste lid bedoelde datum gezamenlijk vast, of in verband met de overgang van rechten en verplichtingen een verrekening nodig is en tot welk bedrag. Bij gebreke van overeenstemming binnen die termijn beslissen, de oude en de nieuwe beheerder gehoord, gedeputeerde staten, dan wel – indien de provincie de oude beheerder is – Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 5b
|
||||
|
||||
|
|
@ -68,13 +68,13 @@ Een besluit van provinciale staten tot het opheffen of instellen van een watersc
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Het opheffen of instellen van een waterschap dan wel het vaststellen van een reglement van een waterschap, waarvan het gebied in twee of meer provincies is gelegen, geschiedt bij gemeenschappelijk besluit van provinciale staten van de desbetreffende provincies. Hetzelfde geldt voor het wijzigen van dat reglement, tenzij deze colleges bij reglement het vaststellen van wijzigingen die naar hun oordeel van beperkte strekking zijn opdragen aan één van hen. De artikelen 3 en 4, eerste tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Aan deze artikelen wordt toepassing gegeven door een commissie uit het midden van de desbetreffende colleges, tenzij deze colleges besluiten deze toepassing aan één van hen op te dragen.
|
||||
Het opheffen of instellen van een waterschap dan wel het vaststellen van een reglement van een waterschap, waarvan het gebied in twee of meer provincies is gelegen, geschiedt bij gemeenschappelijk besluit van provinciale staten van de desbetreffende provincies. Hetzelfde geldt voor het wijzigen van dat reglement, tenzij deze colleges bij reglement het vaststellen van wijzigingen die naar hun oordeel van beperkte strekking zijn opdragen aan één van hen. De artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing. Aan deze artikelen wordt toepassing gegeven door een commissie uit het midden van de desbetreffende colleges, tenzij deze colleges besluiten deze toepassing aan één van hen op te dragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien de besturen van twee of meer provincies niet of niet binnen redelijke termijn tot overeenstemming komen over de opheffing of instelling van een waterschap voor de waterstaatkundige verzorging van een in hun provincies gelegen gebied, dan wel over de vaststelling of wijziging van een reglement voor een dergelijk waterschap, omdat zij van mening verschillen over hetzij de noodzaak hetzij de inhoud van het te nemen besluit, kan daarin bij algemene maatregel van bestuur worden voorzien. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens een voordracht tot die algemene maatregel van bestuur te doen, geeft Onze Minister van Infrastructuur en Milieu overeenkomstige toepassing aan artikel 4, eerste en tweede lid, en hoort hij gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies.
|
||||
**2.** Alvorens een voordracht tot die algemene maatregel van bestuur te doen, geeft Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat overeenkomstige toepassing aan artikel 4, eerste en tweede lid, en hoort hij gedeputeerde staten van de desbetreffende provincies.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 4 van de Waterstaatswet 1900 (*Stb.* 176) is op het in het eerste lid bedoelde geval niet van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -82,15 +82,15 @@ Het opheffen of instellen van een waterschap dan wel het vaststellen van een reg
|
|||
|
||||
**1.** Indien het belang van een goede organisatie van de waterstaatkundige verzorging van een gebied, dat in een of meer provincies is gelegen, het opheffen of het instellen van een waterschap dan wel de vaststelling of wijziging van het reglement voor een waterschap vordert en provinciale staten van de provincie of provincies daarvoor niet de nodige besluiten nemen, kunnen zij bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord, worden uitgenodigd om daartoe over te gaan binnen een in dat besluit te stellen termijn. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het voornemen heeft een besluit als bedoeld in het eerste lid te bevorderen, geeft hij hiervan kennis aan gedeputeerde staten der provincie of provincies wier gebied het betreft, onder mededeling van de overwegingen waarop het voornemen berust.
|
||||
**2.** Indien Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat het voornemen heeft een besluit als bedoeld in het eerste lid te bevorderen, geeft hij hiervan kennis aan gedeputeerde staten der provincie of provincies wier gebied het betreft, onder mededeling van de overwegingen waarop het voornemen berust.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen twaalf weken nadat de in het tweede lid bedoelde kennisgeving is geschied, vindt overleg plaats tussen Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en het college of de colleges van gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie of provincies.
|
||||
**3.** Binnen twaalf weken nadat de in het tweede lid bedoelde kennisgeving is geschied, vindt overleg plaats tussen Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en het college of de colleges van gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie of provincies.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Indien aan een uitnodiging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, niet binnen de gestelde termijn gevolg is gegeven, kan, behoudens verlenging van die termijn, bij algemene maatregel van bestuur overeenkomstig de strekking van de uitnodiging een waterschap worden opgeheven of ingesteld alsmede het reglement voor een waterschap worden vastgesteld of gewijzigd. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens een voordracht tot die algemene maatregel van bestuur te doen, geeft Onze Minister van Infrastructuur en Milieu overeenkomstige toepassing aan artikel 4, eerste tot en met vierde lid, en hoort hij gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie of provincies.
|
||||
**2.** Alvorens een voordracht tot die algemene maatregel van bestuur te doen, geeft Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat overeenkomstige toepassing aan artikel 4 en hoort hij gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie of provincies.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum waarop deze in het *Staatsblad* is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
|
|
@ -165,7 +165,7 @@ De organisatie geeft de benoemde schriftelijk kennis van zijn benoeming. De orga
|
|||
|
||||
**1.** De benoemde deelt uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 17, het algemeen bestuur schriftelijk mede dat hij de benoeming aanvaardt. Bij een benoeming die plaatsvindt na de eerste samenkomst van het nieuwe algemeen bestuur, deelt de benoemde uiterlijk op de achtentwintigste dag na de dagtekening van de kennisgeving, schriftelijk aan het algemeen bestuur mede dat hij de benoeming aanvaardt.
|
||||
|
||||
**2.** Tegelijk met de mededeling dat hij de benoeming aanvaart, overlegt de benoemde, een door hem ondertekend overzicht met de door hem beklede openbare betrekkingen.
|
||||
**2.** Tegelijk met de mededeling dat hij de benoeming aanvaardt, overlegt de benoemde, een door hem ondertekend overzicht met de door hem beklede openbare betrekkingen.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij de benoemde op het tijdstip van benoeming reeds lid was van het algemeen bestuur, legt hij tevens een gewaarmerkt afschrift over uit de basisregistratie personen, waaruit zijn woonplaats en datum en plaats van de geboorte blijken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -265,7 +265,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Bij een besluit tot instelling van een waterschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bepaald dat een algemeen bestuur wordt aangesteld voor het in te stellen waterschap. Op de samenstelling van dit algemeen bestuur zijn de artikelen 12, 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat in artikel 13, eerste lid, voor «bij reglement» wordt gelezen: bij het besluit tot instelling van het waterschap.
|
||||
**1.** Bij een besluit tot instelling van een waterschap als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bepaald dat een algemeen bestuur wordt aangesteld voor het in te stellen waterschap. Op de samenstelling van dit algemeen bestuur zijn de artikelen 12, 13 en 14 van toepassing, met dien verstande dat in de artikelen 13, eerste lid, en 14, eerste en tweede lid, voor «bij reglement» wordt gelezen: bij het besluit tot instelling van het waterschap.
|
||||
|
||||
**2.** De verdeling van het aantal zetels van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, bestemd voor vertegenwoordigers van de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, vindt plaats naar rato van het aantal kiesgerechtigde ingezetenen bij de laatstgehouden verkiezingen in elk op te heffen waterschap. De zetels worden toegewezen op grond van de uitslag en lijstcombinaties van deze verkiezingen. De artikelen P 2 tot en met P 19a van de Kieswet zijn hierop van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -391,7 +391,7 @@ Sa wier helpe my God Almachtich!»
|
|||
|
||||
**1.** De vergadering van het algemeen bestuur wordt in het openbaar gehouden.
|
||||
|
||||
**2.** De deuren worden gesloten, wanneer tenminste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
|
||||
**2.** De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
|
||||
|
||||
**3.** Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -485,6 +485,34 @@ b. binnen drie maanden na het begin van de zittingsduur van het algemeen bestuur
|
|||
|
||||
**6.** Indien het aantal leden van het dagelijks bestuur dat in functie is, minder bedraagt dan de helft van het door het algemeen bestuur vastgestelde aantal leden, treedt de voorzitter in de plaats van het dagelijks bestuur totdat dit aantal de hierbedoelde helft heeft bereikt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 1a. De plaatsvervanging
|
||||
|
||||
### Artikel 41a
|
||||
|
||||
**1.** Het dagelijks bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek verlof wegens zwangerschap en bevalling. Het verlof gaat in op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een bij het verzoek gevoegde verklaring van een arts of verloskundige.
|
||||
|
||||
**2.** Het dagelijks bestuur verleent aan een lid van dat bestuur op diens verzoek verlof wegens ziekte, indien uit een bij het verzoek gevoegde verklaring van een arts blijkt dat niet aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap binnen acht weken zal kunnen hervatten.
|
||||
|
||||
**3.** In het geval een lid van het dagelijks bestuur vanwege ziekte niet in staat is zelf het verzoek te doen, kan de voorzitter namens het lid het verzoek doen indien de continuïteit van het waterschapsbestuur dringend vereist dat in vervanging van de het lid wordt voorzien.
|
||||
|
||||
**4.** Het verlof eindigt op de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag waarop het verlof is ingegaan.
|
||||
|
||||
**5.** Aan een lid van het dagelijks bestuur wordt gedurende de zittingsperiode ten hoogste drie maal verlof verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 41b
|
||||
|
||||
**1.** Het dagelijks bestuur beslist zo spoedig mogelijk op een verzoek tot verlof, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek.
|
||||
|
||||
**2.** De beslissing geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige en bevat de dag waarop het verlof ingaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 41c
|
||||
|
||||
**1.** Het algemeen bestuur kan een vervanger benoemen voor het lid van het dagelijks bestuur dat met verlof is gegaan. Artikel 40 is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De vervanger is van rechtswege ontslagen met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag waarop het verlof is ingegaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de vervanger voor het einde van het verlof ontslag neemt of door het algemeen bestuur wordt ontslagen, kan het algemeen bestuur voor de resterende duur van het verlof een vervanger benoemen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. De inrichting
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
|
@ -533,7 +561,7 @@ Onverschuldigd betaalde bezoldiging kan worden teruggevorderd.
|
|||
|
||||
**2.** Verrekening als bedoeld in het eerste lid kan plaatshebben ondanks gelegd beslag of toegepaste korting als bedoeld in artikel 44d, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Verrekening als bedoeld in het eerste lid is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging geldig zou zijn, met dien verstande dat verrekening van hetgeen wegens genoten huisvesting of voeding is verschuldigd eveneens kan plaatsvinden met dat deel van de bezoldiging dat de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vormt.
|
||||
**3.** Verrekening als bedoeld in het eerste lid is slechts in zoverre geldig als een beslag op die bezoldiging geldig zou zijn, met dien verstande dat verrekening van hetgeen wegens genoten huisvesting of voeding is verschuldigd eveneens kan plaatsvinden met dat deel van de bezoldiging dat de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vormt.
|
||||
|
||||
### Artikel 44d
|
||||
|
||||
|
|
@ -545,7 +573,7 @@ Onverschuldigd betaalde bezoldiging kan worden teruggevorderd.
|
|||
|
||||
### Artikel 44e
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 44c, tweede lid, en artikel 44d, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.
|
||||
Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 44c, tweede lid, en artikel 44d, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 44f
|
||||
|
||||
|
|
@ -593,13 +621,13 @@ Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 38 tot en m
|
|||
|
||||
**2.** De benoeming geschiedt voor de tijd van zes jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de benoeming maakt het algemeen bestuur een aanbeveling op. Indien bij de totstandkoming van de benoeming wordt gestemd, geschiedt deze stemming geheim. Bij de aanbeveling zijn de naar het oordeel van het algemeen bestuur voor de geschiktheid van belang zijnde overwegingen gevoegd. Het algemeen bestuur zendt de aanbeveling aan gedeputeerde staten, die deze vergezeld van hun beschouwingen zenden aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
|
||||
**3.** Voor de benoeming maakt het algemeen bestuur een aanbeveling op. Indien bij de totstandkoming van de benoeming wordt gestemd, geschiedt deze stemming geheim. Bij de aanbeveling zijn de naar het oordeel van het algemeen bestuur voor de geschiktheid van belang zijnde overwegingen gevoegd. Het algemeen bestuur zendt de aanbeveling aan gedeputeerde staten, die deze vergezeld van hun beschouwingen zenden aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
|
||||
|
||||
**4.** Indien Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van oordeel is dat de op de aanbeveling geplaatste persoon of personen ongeschikt zijn, verzoekt hij om een nieuwe aanbeveling.
|
||||
**4.** Indien Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van oordeel is dat de op de aanbeveling geplaatste persoon of personen ongeschikt zijn, verzoekt hij om een nieuwe aanbeveling.
|
||||
|
||||
**5.** Een voordracht van een niet op de aanbeveling geplaatste persoon geschiedt niet alvorens het algemeen bestuur en gedeputeerde staten zijn gehoord.
|
||||
|
||||
**6.** De rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de benodigde gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en inzake strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 76 van die wet, voor zover deze boeten en beschikkingen zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.
|
||||
**6.** De rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de benodigde gegevens inzake bestuurlijke boeten als bedoeld in hoofdstuk VIIIA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en inzake strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 76 van die wet, voor zover deze boeten en beschikkingen zijn opgelegd dan wel hadden kunnen worden opgelegd ter zake van feiten die zijn gebleken na de termijn om deze op te leggen.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
|
|
@ -730,7 +758,7 @@ b. wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te ve
|
|||
c. bij de aanvaarding van een betrekking als bedoeld in artikel 51d, eerste lid;
|
||||
d. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
|
||||
e. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
|
||||
f. indien hij naar het oordeel van provinciale staten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
|
||||
f. indien hij naar het oordeel van het algemeen bestuur ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -990,7 +1018,7 @@ De besluiten tot vaststelling of wijziging van de keur worden medegedeeld aan de
|
|||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
Met betrekking tot de intrekking van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden, zijn de artikelen 73 tot en met 75 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in artikel 73, tweede lid, onderdeel b, voorgeschreven mededeling geschiedt binnen één week.
|
||||
Met betrekking tot de intrekking van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden, zijn de artikelen 73 tot en met 75 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Hoofdstuk X. De bevoegdheid van het algemeen bestuur
|
||||
|
||||
|
|
@ -1037,7 +1065,7 @@ Vervallen
|
|||
Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot:
|
||||
|
||||
a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;
|
||||
b. het vaststellen van de rekening, als bedoeld in artikel 106;
|
||||
b. het vaststellen van de jaarrekening, bedoeld in artikel 104;
|
||||
c. het vaststellen van regels als bedoeld in de artikelen 108 en 109;
|
||||
d. het heffen van belastingen of rechten;
|
||||
e. het vaststellen van verordeningen, behoudens het bepaalde in het derde lid;
|
||||
|
|
@ -1144,7 +1172,7 @@ De voorzitter vertegenwoordigt het waterschap in en buiten rechte. Indien de voo
|
|||
|
||||
**1.** Het waterschap draagt de kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taken die het waterschap in het reglement zijn opgedragen. Evenwel worden, voorzover de behartiging van die taken redelijkerwijs moet worden geacht het belang van het gebied van het waterschap te boven te gaan op grond dat deze tevens in belangrijke mate is de behartiging van een nationaal of provinciaal belang, aan het waterschap bijdragen verleend ten laste van de kas van het Rijk onderscheidenlijk die van de desbetreffende provincie of provincies.
|
||||
|
||||
**2.** De waterschappen zijn een vergoeding verschuldigd voor de kosten van gemeenten die zijn verbonden aan de organisatie van de verkiezingen van de leden van het algemeen bestuur. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt de vergoeding vast en kan de vergoeding invorderen bij dwangbevel. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan regels stellen over de berekening van de te betalen vergoeding, de wijze van betaling van de verschuldigde vergoeding en het tijdstip waarop de verschuldigde vergoeding wordt voldaan.
|
||||
**2.** De waterschappen zijn een vergoeding verschuldigd voor de kosten van gemeenten die zijn verbonden aan de organisatie van de verkiezingen van de leden van het algemeen bestuur. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de vergoeding vast en kan de vergoeding invorderen bij dwangbevel. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan regels stellen over de berekening van de te betalen vergoeding, de wijze van betaling van de verschuldigde vergoeding en het tijdstip waarop de verschuldigde vergoeding wordt voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 98a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1155,7 +1183,7 @@ De voorzitter vertegenwoordigt het waterschap in en buiten rechte. Indien de voo
|
|||
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen tevens regels worden gesteld ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. door het dagelijks bestuur vast te stellen documenten ten behoeve van de uitvoering van de begroting en de jaarrekening;
|
||||
b. door het dagelijks bestuur aan derden te verstrekken informatie op basis van de begroting en de jaarrekening en de controle van deze informatie. In overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken kan worden bepaald dat deze informatie wordt verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
b. door het dagelijks bestuur aan derden te verstrekken informatie op basis van de begroting en de jaarrekening en de controle van deze informatie. In overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan worden bepaald dat deze informatie wordt verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de informatie, bedoeld in het tweede lid onder b, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de kwaliteit van de informatie tekort schiet, geven gedeputeerde staten een aanwijzing aan het dagelijks bestuur om alsnog informatie van voldoende kwaliteit te verstrekken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1326,7 +1354,8 @@ Het waterschap kan alleen rechten heffen ter zake van:
|
|||
|
||||
a. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het waterschap of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het waterschap in beheer of in onderhoud zijn;
|
||||
b. het genot van door of vanwege het bestuur van het waterschap verstrekte diensten;
|
||||
c. het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of ontheffingen.
|
||||
c. het behandelen van verzoeken tot het verlenen van vergunningen of ontheffingen;
|
||||
d. het op verzoek van een glastuinbouwbedrijf uit afvalwater als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet verwijderen van gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van hoofdstuk XVIII worden de in het eerste lid bedoelde rechten aangemerkt als waterschapsbelastingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1781,7 +1810,7 @@ Indien bezwaar wordt gemaakt zowel tegen een belastingaanslag in de heffing ter
|
|||
|
||||
### Artikel 133
|
||||
|
||||
In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel, naar het oordeel van Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Financiën, het internationale gebruik daartoe noodzaakt, wordt vrijstelling van waterschapsbelastingen verleend. Onze genoemde Ministers kunnen gezamenlijk ter zake nadere regels stellen.
|
||||
In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel, naar het oordeel van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Financiën, het internationale gebruik daartoe noodzaakt, wordt vrijstelling van waterschapsbelastingen verleend. Onze genoemde Ministers kunnen gezamenlijk ter zake nadere regels stellen.
|
||||
|
||||
### Artikel 134
|
||||
|
||||
|
|
@ -1845,7 +1874,7 @@ Voor de toepassing van artikel 66 van de Invorderingswet 1990 met betrekking tot
|
|||
|
||||
**3.** Het algemeen bestuur kan bepalen dat, in afwijking van de in het tweede lid bedoelde regels, in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Met inachtneming van door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, te stellen regels kan het algemeen bestuur met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan en de wijze waarop het vermogen in aanmerking worden genomen afwijkende regels stellen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.
|
||||
**4.** Met inachtneming van door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, te stellen regels kan het algemeen bestuur met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan en de wijze waarop het vermogen in aanmerking worden genomen afwijkende regels stellen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.
|
||||
|
||||
**5.** Het dagelijks bestuur kan de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren. Het daartoe strekkende besluit ontheft de ambtenaar van het waterschap, belast met de invordering van waterschapsbelastingen van de verplichting verdere pogingen tot invordering te doen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1927,7 +1956,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 161
|
||||
|
||||
Indien een bekend gemaakt besluit is vernietigd of indien het niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt hiervan door het waterschapsbestuur openbaar kennis gegeven. Artikel 73, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de terinzagelegging geschiedt voor de tijd van vier weken.
|
||||
Indien een bekend gemaakt besluit is vernietigd of indien het niet is vernietigd binnen de tijd waarvoor het is geschorst, wordt hiervan door het waterschapsbestuur openbaar kennis gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 162
|
||||
|
||||
|
|
@ -1943,7 +1972,7 @@ Het waterschapsbestuur neemt opnieuw een besluit omtrent het onderwerp van het v
|
|||
|
||||
**1.** Een besluit tot het instellen en reglementeren van een waterschap, waarvan het gebied in twee of meer provincies is gelegen, bevat een regeling omtrent de uitoefening van het toezicht ingevolge deze Titel hetzij van enige andere vorm van toezicht. Wordt bij dat besluit aan de colleges van gedeputeerde staten de gemeenschappelijke uitoefening van het toezicht opgedragen, dan worden daarbij tevens regels gesteld omtrent de gemeenschappelijke voorbereiding van de ter uitoefening van dat toezicht te nemen besluiten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de colleges van gedeputeerde staten niet tot overeenstemming kunnen komen over het te nemen besluit binnen de voor de uitoefening van het toezicht geldende termijn, dan wel, indien geen termijn geldt, binnen redelijke termijn, delen zij dit schriftelijk mede aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. In dat geval wordt op de voordracht van deze minister, gedaan na overleg met die colleges, het besluit genomen bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Indien de colleges van gedeputeerde staten niet tot overeenstemming kunnen komen over het te nemen besluit binnen de voor de uitoefening van het toezicht geldende termijn, dan wel, indien geen termijn geldt, binnen redelijke termijn, delen zij dit schriftelijk mede aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat. In dat geval wordt op de voordracht van deze minister, gedaan na overleg met die colleges, het besluit genomen bij koninklijk besluit, de Raad van State gehoord. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Titel VI. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue