diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md index 08f0ae9d0f2..70d900af729 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0006530/README.md @@ -45,6 +45,10 @@ z. WW-uitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet; aa. ZW: Ziektewet; bb. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de ZW. +### Artikel 1a + +Dit besluit berust op de artikelen 1g, eerste, derde en vierde lid, 9 tweede lid, 10, 50, derde en zesde lid, 52, derde lid, 53, eerste en vijfde lid, en 54, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. + ## Hoofdstuk 2. Overleg ### Paragraaf 1. De Sectorcommissie rechterlijke macht @@ -165,7 +169,7 @@ d. ten overstaan van de Koning of ten overstaan van Onze Minister, daartoe door **2.** Een uittreksel uit dat register, inclusief het formulier betreffende de eed of belofte, wordt aan de rechterlijk ambtenaar uitgereikt. -**3.** De griffier van de Hoge Raad houdt een afzonderlijk register bij, waarin de benoeming van rechterlijke ambtenaren bij de Hoge Raad wordt ingeschreven. Tevens houdt de griffier van de Hoge Raad een register bij waarin de Koninklijke Besluiten worden ingeschreven, bevattende de benoeming van rechterlijke ambtenaren die voor een beëdiging bij de Hoge Raad zijn toegelaten. Tevens worden in dit register de formulieren betreffende de afgelegde eed of belofte bewaard. +**3.** De griffier van de Hoge Raad houdt een afzonderlijk register bij, waarin de benoeming van rechterlijke ambtenaren bij de Hoge Raad wordt ingeschreven. Tevens houdt de griffier van de Hoge Raad een register bij waarin de koninklijke besluiten worden ingeschreven, bevattende de benoeming van rechterlijke ambtenaren die voor een beëdiging bij de Hoge Raad zijn toegelaten. Tevens worden in dit register de formulieren betreffende de afgelegde eed of belofte bewaard. ### Artikel 9c @@ -498,12 +502,6 @@ c. zich niet houdt aan de ten aanzien van hem geldende regels met betrekking tot **5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de rechterlijk ambtenaar of de gewezen rechterlijk ambtenaar de WAO-uitkering vermindering ondergaat dan wel de aanspraak daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt de WAO-uitkering voor het vaststellen van zijn aanspraak op een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds geacht onverminderd te zijn genoten. -### Artikel 24a - -**1.** De functionele autoriteit treft zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen en geeft zo tijdig mogelijk zodanige voorschriften als redelijkerwijs nodig is om de rechterlijk ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid wegens ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de functionele autoriteit inschakeling van de rechterlijk ambtenaar in voor hem passende arbeid buiten dat gezagsbereik. - -**2.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de functionele autoriteit in overeenstemming met de rechterlijk ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de WAO. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de rechterlijk ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. - ### Paragraaf 5. Bijzondere situaties ### Artikel 25 @@ -660,15 +658,13 @@ c. na een zorgvuldig onderzoek door de functionele autoriteit het niet mogelijk **6.** -Voor het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onder a, worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld: +Voor het bepalen van een tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onder a, worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld: a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; - b. indien zij worden onderbroken door afwezigheid van de rechterlijk ambtenaar wegens ziekte als bedoeld in het vijfde lid; of - c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid, die in totaal minder dan vier weken bedraagt. -**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen *a* en *b*, vraagt de functionele autoriteit het oordeel van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de WAO uitvoert ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, aangewezen arts. +**7.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, vraagt de functionele autoriteit het oordeel van een daartoe door de uitvoeringsinstelling, die de WAO uitvoert ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar, aangewezen arts. **8.** De in het zevende lid bedoelde arts betrekt bij zijn beoordeling een door de functionele autoriteit aangewezen arts en, indien de rechterlijk ambtenaar dit wenst, een door de rechterlijk ambtenaar aangewezen arts. @@ -773,6 +769,8 @@ e. belastingrecht. **3.** Tot de drie rechtsgebieden, bedoeld in het tweede lid, behoren in ieder geval twee van de rechtsgebieden genoemd in de onderdelen a tot en met c. +**4.** De eisen, bedoeld in het tweede en derde lid, zijn niet van toepassing op degene die ten minste zes jaar voor de beoogde datum van benoeming het afsluitend examen heeft afgelegd en die tot aan de beoogde datum van benoeming een ruime praktijkervaring heeft opgedaan in een van de rechtsgebieden genoemd in het tweede lid. + ### Artikel 38c **1.** Om benoemd te kunnen worden als rechterlijk ambtenaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4° tot en met 6°, van de Wet op de rechterlijke organisatie, dient het afsluitend examen, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, van de wet, te voldoen aan de eisen van het tweede en derde lid. @@ -799,7 +797,7 @@ c. staatsrecht. **5.** Voor de uren die het wekelijkse verschil vormen tussen de in het eerste of tweede lid bedoelde arbeidsduur en de overeenkomstig het eerste of tweede lid teruggebrachte werktijd wordt de rechterlijk ambtenaar geacht met verlof te zijn. -**6.** Op het salaris van de rechterlijk ambtenaar, van wie de werktijd wordt teruggebracht overeenkomstig het eerste respectievelijk tweede lid, wordt een inhouding toegepast ter grootte van 5% onderscheidenlijk 10% van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dit artikel. +**6.** Op het salaris van de rechterlijk ambtenaar, van wie de werktijd wordt teruggebracht overeenkomstig het eerste respectievelijk tweede lid, wordt een korting toegepast ter grootte van 5% onderscheidenlijk 10% van het salaris dat voor hem zou gelden zonder werktijdvermindering op grond van dit artikel. **7.** Met ingang van het tijdstip waarop de werktijd overeenkomstig het eerste of tweede lid is teruggebracht, vervalt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar de verhoging van de vakantie-aanspraak op grond van zijn leeftijd en wordt de vakantie-aanspraak overigens vastgesteld op een evenredig deel van de vakantie-aanspraak bij een volledige taak. @@ -813,13 +811,13 @@ c. staatsrecht. ### Artikel 38e -**1.** In dit artikel wordt onder inkomen verstaan: het salaris van de rechterlijk ambtenaar na de inhouding overeenkomstig het zesde lid van artikel 38d. +**1.** In dit artikel wordt onder inkomen verstaan: het salaris van de rechterlijk ambtenaar na de korting overeenkomstig het zesde lid van artikel 38d. **2.** De inkomsten die de rechterlijk ambtenaar geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, voor zover niet reeds ter hand genomen voorafgaand aan het tijdstip waarop de arbeidsduur overeenkomstig artikel 38d, eerste of tweede lid, is teruggebracht, worden met het inkomen verrekend, tenzij de rechterlijk ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten of die vermeerdering van inkomsten dan wel een gedeelte daarvan geen verband houden met verhoogde werkzaamheid. **3.** Inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het tweede lid die op één maand betrekking hebben of geacht kunnen worden te hebben, worden in mindering gebracht op het inkomen over die maand. De vermindering bedraagt niet meer dan het verschil tussen het inkomen van de rechterlijk ambtenaar en het salaris dat hij krachtens artikel 8 van de wet zou hebben genoten indien zijn arbeidsduur zou zijn teruggebracht met eenzelfde percentage als zijn werktijd overeenkomstig artikel 38d, eerste respectievelijk tweede lid, is teruggebracht. -**4.** Inkomsten uit arbeid of bedrijf, waarvoor in verband met verleend buitengewoon verlof reeds een inhouding op het salaris van de ambtenaar plaatsvindt of reeds een verlaging van het salaris van de rechterlijk ambtenaar geldt of ter zake waarvan de rechterlijk ambtenaar reeds storting in 's Rijks kas verricht, zijn tot het bedrag van die inhouding, verlaging of storting, geen inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het tweede en derde lid. +**4.** Inkomsten uit arbeid of bedrijf, waarvoor in verband met verleend buitengewoon verlof reeds een inhouding op het salaris van de rechterlijk ambtenaar plaatsvindt of reeds een verlaging van het salaris van de rechterlijk ambtenaar geldt of ter zake waarvan de rechterlijk ambtenaar reeds storting in 's Rijks kas verricht, zijn tot het bedrag van die inhouding, verlaging of storting, geen inkomsten uit arbeid of bedrijf als bedoeld in het tweede en derde lid. **5.** De rechterlijk ambtenaar is verplicht van op of na het tijdstip, waarop de werktijd overeenkomstig artikel 38d, eerste of tweede lid, is teruggebracht, ter hand te nemen of reeds ter hand genomen arbeid of bedrijf mededeling te doen aan functionele autoriteit, onder opgave, voor zover mogelijk, van de inkomsten die hij uit die werkzaamheden zal genieten. @@ -835,7 +833,7 @@ c. staatsrecht. ### Artikel 38f -Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren bij de rechtbanken en de gerechtshoven, worden de bevoegdheden in de ingevolge artikel 16 van de wet overeenkomstige bepalingen, behoudens de daarin aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheden, uitgeoefend door de functionele autoriteit. +Ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren bij de rechtbanken en de gerechtshoven, worden de bevoegdheden in de ingevolge artikel 16 van de wet overeenkomstige bepalingen, behoudens de daarin aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegekende bevoegdheden en met uitzondering van de regelgevende bevoegdheden, uitgeoefend door de functionele autoriteit. ### Artikel 38g @@ -905,7 +903,7 @@ Artikel 38k is niet van toepassing op: a. de rechterlijk ambtenaar wiens gemiddelde wekelijkse werktijd op basis van artikel 38d is teruggebracht; b. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 37 van de wet betaald ouderschapsverlof geniet; c. de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die op basis van artikel 39 van de wet buitengewoon verlof geniet; -d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op grond van artikel 46h, eerste lid, van de wet gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het Pensioenreglement. +d. de rechterlijk ambtenaar aan wie op zijn verzoek gedeeltelijk ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 1.5 van het Pensioenreglement. ### Artikel 38o