diff --git a/amvb/vuurwerkbesluit/BWBR0013360/README.md b/amvb/vuurwerkbesluit/BWBR0013360/README.md index 03f3f36b73b..409270f8623 100644 --- a/amvb/vuurwerkbesluit/BWBR0013360/README.md +++ b/amvb/vuurwerkbesluit/BWBR0013360/README.md @@ -28,17 +28,17 @@ bijlage: bij dit besluit behorende bijlage; bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding; -bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan geëffectueerd of toelaatbaar is; +bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening geëffectueerd of toelaatbaar is; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen, voor een inrichting waar consumentenvuurwerk of professioneel vuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt; -bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan voor de bouw van een kwetsbaar object is bestemd; +bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening voor de bouw van een kwetsbaar object is bestemd; consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; fop- en schertsvuurwerk: door Onze Minister aangewezen consumentenvuurwerk; -geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is; +geprojecteerd kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening toelaatbaar is; inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar; @@ -68,7 +68,7 @@ sas: ontstekingsmiddel, bestaande uit een pyrotechnische stof, een pyrotechnisch theatervuurwerk: door Onze Minister aangewezen professioneel vuurwerk dat is bestemd voor het teweeg brengen van pyrotechnische speciale effecten tijdens een evenement of voorstelling met geringe publieksafstanden of bij een filmproductie; -veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van een bouwvergunning toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds; +veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening verlening van een bouwvergunning toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds; vuurwerk: een product of voorwerp waarin of waarop een sas aanwezig is en dat bestemd is om voor vermakelijkheidsdoeleinden tot ontbranding gebracht te worden; @@ -706,30 +706,23 @@ d. ongewone voorvallen die zich tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk **1.** -De gemeenteraad neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij: +Het bevoegd gezag neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij: -a. de vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; -b. het verlenen van vrijstelling van een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van die wet; -c. de wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van die wet. +a. het vaststellen van een bestemmings- of inpassingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, 3.26 of 3.28, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening; +b. het nemen van een projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van die wet; +c. het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet; +d. het verlenen van ontheffing van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.23 van die wet; +e. het verlenen of wijzigen van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. -**2.** +**2.** Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. -Burgemeester en wethouders nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij: +**3.** Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 10, bedoeld in bijlage II, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied. -a. het verlenen van vrijstelling van een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; -b. het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, van die wet; -c. de wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van die wet; -d. de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. +**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4. -**3.** Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. +**5.** -**4.** Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 10, bedoeld in bijlage II, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied. - -**5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4. - -**6.** - -In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op: +In afwijking van het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag een kleinere afstand dan genoemd in bijlage 3, onder 1.3, vaststellen, indien het desbetreffende besluit betrekking heeft op: a. een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4 wordt opgeslagen of bewerkt, b. een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, of @@ -876,7 +869,7 @@ indien aan de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor **5.** Indien gedeputeerde staten toepassing geven aan het tweede lid wordt voor de effectuering van de veiligheidsafstanden, in afwijking van het eerste lid in plaats van «binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit» gelezen: uiterlijk 1 maart 2005. -**6.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van geprojecteerde kwetsbare objecten, voor zover het bestemmingsplan waarin deze objecten zijn opgenomen, is vastgesteld op een tijdstip meer dan tien jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de paragrafen 2 van de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit in werking treden. +**6.** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van geprojecteerde kwetsbare objecten, voor zover het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening waarin deze objecten zijn opgenomen, is vastgesteld op een tijdstip meer dan tien jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de paragrafen 2 van de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit in werking treden. ### Artikel 5.3.3