From 900fe76b8554f225f90dc1d88c906195f15c6e3d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jan 2014 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2014-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs --- .../BWBR0007625/README.md | 48 ++++++++++++++----- 1 file changed, 37 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md index 7e136065097..50704739ca8 100644 --- a/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md +++ b/wet/wet-educatie-en-beroepsonderwijs/BWBR0007625/README.md @@ -745,12 +745,16 @@ m. de locatie waar het onderwijs wordt gevolgd. Gegevens inzake educatie uit het basisregister onderwijs kunnen worden gebruikt door: -a. Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding; +a. Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding en voor zover het betreft opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, de bekostiging van instellingen; b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs. -**2.** Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een opleiding educatie. +**2.** Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van artikel 2.3.6a verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden. -**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en tweede lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben. +**3.** Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een opleiding educatie. + +**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben. + +**5.** In afwijking van het derde lid kan Onze Minister, voor zover het betreft opleidingen voortgezet algemeen volwassenen onderwijs, in het verkeer met het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging het persoonsgebonden nummer gebruiken. In afwijking van het vierde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald welke overige gegevens uit het basisregister onderwijs tezamen met het persoonsgebonden nummer hiervoor kunnen worden gebruikt. ### Artikel 2.3.6d @@ -877,7 +881,7 @@ d. de leerweg; e. het al dan niet hebben van een handicap of chronische ziekte die extra ondersteuning vraagt van de instelling; f. de hoogste vooropleiding; g. vervallen; -h. het uitstroomniveau of het behaalde diploma en de datum waarop het diploma is behaald; +h. het uitstroomniveau of het behaalde diploma, de datum waarop het diploma is behaald en de cijfers of het eindcijfer van bij ministeriële regeling aan te wijzen examenonderdelen; i. de omvang van beroepspraktijkvorming, de datum van begin en einde daarvan, de afsluitdatum van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst en het betrokken bedrijf dat of de betrokken organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt; en j. het registratienummer van de instelling; k. vervallen; @@ -932,7 +936,7 @@ b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen v **4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben. -**5.** In afwijking van het derde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden Onze Minister gegevens als bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, kan gebruiken tezamen met het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling, alsmede welke gegevens dit gebruik kan betreffen. +**5.** In afwijking van het derde lid kan Onze Minister in het verkeer met het bevoegd gezag ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging het persoonsgebonden nummer gebruiken. In afwijking van het vierde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald welke overige gegevens uit het basisregister onderwijs tezamen met het persoonsgebonden nummer hiervoor kunnen worden gebruikt. ### Artikel 2.5.5d @@ -2658,6 +2662,32 @@ Artikel 8a.4.3, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. De tweede en derde **7.** De statuten van de rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, voorzien in een regeling die waarborgt dat de raad van toezicht de ondernemingsraad vertrouwelijk hoort over een voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag van een lid van het college van bestuur, niet zijnde bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. +### Artikel 9.1.4a + +**1.** Indien sprake is van wanbeheer van een of meer bestuurders of toezichthouders kan Onze Minister de raad van toezicht een aanwijzing geven. Een aanwijzing omvat een of meer maatregelen en is evenredig aan het doel waarvoor zij wordt gegeven. + +**2.** + +Onder wanbeheer wordt verstaan: + +a. financieel wanbeleid; +b. ernstige nalatigheid om, in ieder geval in strijd met de artikelen 1.3.6 en 1.3.6a, maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goede voortgang van het onderwijs aan de instelling en om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel van beroepsonderwijs en educatie in gevaar komt;. +c. ongerechtvaardigde verrijking, al dan niet beoogd, van de rechtspersoon die de instelling in stand houdt, een bestuurder of toezichthouder zelf dan wel een derde; +d. onrechtmatig handelen waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen waarmee financieel voordeel wordt behaald ten gunste van de rechtspersoon die de instelling in stand houdt, een bestuurder of toezichthouder zelf dan wel een derde, en +e. het in ernstige mate verwaarlozen van de zorg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen binnen de instelling, waaronder wordt verstaan intimidatie of bedreiging van personeel of studenten door een bestuurder of toezichthouder. + +**3.** In de aanwijzing geeft Onze Minister met redenen omkleed aan op welke punten sprake is van wanbeheer alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. + +**4.** Een aanwijzing bevat de termijn waarbinnen de raad van toezicht aan de aanwijzing moet voldoen. + +**5.** + +Voordat Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geeft: + +a. heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht verricht; +b. heeft de inspectie daarover een rapport als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht uitgebracht; en +c. stelt Onze Minister de raad van toezicht vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen aanwijzing naar voren te brengen. + ### Artikel 9.1.5 **1.** Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in te stellen college van bestuur. Artikel 9.1.4, eerste, tweede en vijfde lid, en artikel 9.1.7, eerste en tweede lid, zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. @@ -2689,7 +2719,7 @@ c. indien de instelling een of meer organisatorische eenheden omvat: ### Artikel 9.1.8 -In afwijking van artikel 9.1.4, eerste lid, kan een functionele scheiding tussen bestuur en toezicht worden aangebracht binnen het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat. De artikelen 9.1.4, tweede tot en met vijfde lid, en artikel 9.1.7 zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een deugdelijke scheiding tussen bestuur en toezicht, vermeldt in de statuten of het bestuursreglement de wijze waarop deze wordt gewaarborgd en vermeldt jaarlijks in het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4, de redenen voor de afwijking. +In afwijking van artikel 9.1.4, eerste lid, kan een functionele scheiding tussen bestuur en toezicht worden aangebracht binnen het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat. De artikelen 9.1.4, tweede tot en met vijfde lid, 9.1.4a en 9.1.7 zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een deugdelijke scheiding tussen bestuur en toezicht, vermeldt in de statuten of het bestuursreglement de wijze waarop deze wordt gewaarborgd en vermeldt jaarlijks in het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4, de redenen voor de afwijking. ### Titel 2. De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven @@ -2730,7 +2760,7 @@ Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 2 van de bij de Algemen ### Artikel 11.1 -**1.** Indien het bevoegd gezag van een instelling of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet, kan Onze Minister bepalen dat de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort. +**1.** Indien het bevoegd gezag van een instelling of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet dan wel indien de raad van toezicht een aanwijzing als bedoeld in artikel 9.1.4a niet opvolgt, kan Onze Minister bepalen dat de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort. **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een instelling in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. @@ -2842,10 +2872,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet ### Artikel 12.2.3 -De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6. - -### Artikel 12.2.3 - Vervallen ### Artikel 12.2.4