diff --git a/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md b/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md index b6b2f2af438..c93243f0c6c 100644 --- a/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md +++ b/amvb/besluit-wwb-2007/BWBR0020183/README.md @@ -24,16 +24,16 @@ c. *IOAZ:* Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d. *Bbz 2004:* Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; -e. *uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor de lasten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004; -f. *gemeentelijke lasten op grond van de PW:* de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers, en verstrekte loonkostensubsidies op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; -g. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAW:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; -h. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; -i. *gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +e. *uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor de lasten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004; +f. *gemeentelijke lasten op grond van de PW:* de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van zelfstandigen, en verstrekte loonkostensubsidies op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +g. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAW:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +h. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +i. *gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; j. *toetsingscommissie:* de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet; k. *netto-lasten:* de netto lasten van het toekennen van algemene bijstand, uitkeringen en verstrekte loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet; 1. *in aanmerking komende netto lasten:* de netto lasten op grond van de PW, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004, verminderd met de bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt; -m. *gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners:* de netto uitgaven van een gemeente aan algemene bijstand voor dak-, thuis- en adreslozen en elders verzorgden, welke worden ontleend aan het Stelsel van sociaal-statistische bestanden (SSB) van het CBS, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; -n. *totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW en IOAZ:* de totale netto uitgaven aan uitkeringen op grond van de wet, de IOAW en de IOAZ, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische bestanden (SBB) van het CBS, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +m. *gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners:* de netto uitgaven van een gemeente aan algemene bijstand voor dak-, thuis- en adreslozen en elders verzorgden, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; +n. *totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW, IOAZ en Bbz 2004:* de totale netto uitgaven aan uitkeringen op grond van de wet, de IOAW, IOAZ en Bbz 2004, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld; o. *vergunninghouder:* vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Huisvestingswet 2014; p. *beschikbare macrobudget:* het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet, verminderd met het bedrag dat in dat uitkeringsjaar beschikbaar wordt gesteld voor de vangnetuitkering voor zover dat bedrag niet op grond van artikel 74, tweede lid, van de wet is vastgesteld. @@ -43,7 +43,7 @@ p. *beschikbare macrobudget:* het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitke ### Artikel 2 -**1.** Voor de vaststelling van het aantal inwoners in dit besluit geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld. +**1.** Voor de vaststelling van het aantal inwoners in dit besluit geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld. **2.** Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Demografische kerncijfers per gemeente» van het Centraal Bureau voor de Statistiek. @@ -53,15 +53,15 @@ p. *beschikbare macrobudget:* het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitke De uitkering voor een gemeente wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: -U = BO + BL + BDTI + BV +U = BO + BL + BDTI Waarbij: a. U de Uitkering is; b. BO het deel van de uitkering is dat objectief wordt vastgesteld; -c. BL het deel van de uitkering dat is bepaald op basis van de historische lasten; +c. BL het deel van de uitkering dat is bepaald op basis van de historische lasten; en d. BDTI het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners; en -e. BV het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de uitkeringen aan vergunninghouders die in de periode januari tot en met juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar in een gemeente zijn gehuisvest. +e. vervallen. **2.** @@ -96,7 +96,7 @@ a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld: 3) wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000. b. L staat voor de gemeentelijke lasten op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004; c. TL het totaal van de gemeentelijke lasten op grond van de PW, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 is voor alle gemeenten samen. -d. TB het beschikbare macrobudget verminderd met de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan vergunninghouders die in de periode januari tot en met juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar bij een gemeente zijn gehuisvest. +d. TB het beschikbare macrobudget is. **4.** @@ -112,31 +112,19 @@ a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld: 2) bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners 3) wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000. b. GU staat voor de gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners; -c. TGU staat voor de totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW en IOAZ. +c. TGU staat voor de totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW, IOAZ en Bbz 2004. -**5.** +**5.** Het macrobudget objectief (TBO), bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bestaat uit TB, verminderd met de som van de historisch verdeelde delen van de gemeentelijke uitkeringen, bedoeld in het derde lid, en de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het vierde lid. -Het deel van de uitkering dat wordt verstrekt ten behoeve van de uitkeringen aan vergunninghouders die in de periode januari tot en met juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar in een gemeente zijn gehuisvest, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule: +**6.** -BV = GV/TGV * TBV - -Waarbij: - -a. GV staat voor het aantal gehuisveste vergunninghouders in een gemeente in de periode januari tot en met juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar; -b. TGV staat voor het totaal aantal gehuisveste vergunninghouders in heel Nederland in de periode januari tot en met juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar; -c. TBV staat voor het in de bijlage bij dit besluit vastgestelde beschikbare budget voor de vergunninghouders die in heel Nederland in de periode januari tot en met juli van het jaar voorafgaand aan het uitkeringsjaar zijn gehuisvest. - -**6.** Het macrobudget objectief (TBO), bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bestaat uit TB, verminderd met de som van de historisch verdeelde delen van de gemeentelijke uitkeringen, bedoeld in het derde lid, en de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het vierde lid. - -**7.** - -Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld op basis van historische lasten, bedoeld in het zesde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: +Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld op basis van historische lasten, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: SOM [(1-m) * L/TL ] * TB -**8.** +**7.** -Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het zesde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: +Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule: SOM [m * GU/TGU] * TB @@ -150,7 +138,7 @@ Vervallen ### Artikel 6 -**1.** Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit worden de objectief bepaalde kosten voor algemene bijstand en uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, waaronder de algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004 vastgesteld en de kosten van de loonkostensubsidies, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, van de wet. +**1.** Aan de hand van het verdeelmodel dat is opgenomen in de bijlage bij dit besluit worden de objectief bepaalde kosten voor algemene bijstand en uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, waaronder de algemene bijstand ten behoeve van zelfstandigen op grond van het Bbz 2004 vastgesteld en de kosten van de loonkostensubsidies, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, van de wet. **2.** Het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering aan de gemeenten is het beschikbare macrobudget. @@ -164,9 +152,13 @@ Vervallen ### Artikel 7 -**1.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt bepaald, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van artikel 3, derde en zesde lid, en artikel 8a, eerste lid, voor de gemeentelijke lasten op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume. +**1.** Bij de toepassing van artikel 69, eerste lid, van de wet, wordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister kennis heeft op 15 augustus van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen. -**2.** Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het eerste lid vastgesteld. +**2.** Bij de toepassing van artikel 48 van het Bbz 2004, zoals dat luidde op 31 december 2019, wordt uitgegaan van de gegevens waarvan Onze Minister kennis heeft op 30 september van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar, met dien verstande dat gegevens die het college op verzoek van Onze Minister op een latere datum verstrekt mede in aanmerking worden genomen. + +**3.** Indien van een gemeente de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt bepaald, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, wordt voor de toepassing van artikel 3, derde en zesde lid, en artikel 8a, eerste lid, voor de gemeentelijke lasten op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004 uitgegaan van het jaar drie jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld met correctie van deze gegevens in verband met de prijsontwikkeling en de ontwikkeling van het bijstandsvolume. + +**4.** Bij ministeriële regeling wordt een correctiefactor bij de toepassing van het derde lid vastgesteld. ### Artikel 8 @@ -181,19 +173,20 @@ e. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004, de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. -**2.** Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 7 van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen. +**2.** Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 7 van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen. + +**3.** + +Indien artikel 8c van de wet van toepassing is, kan voor de vaststelling, bedoeld in artikel 50 van het Bbz 2004, van: + +a. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004; en +b. de gemeentelijke baten op grond van het Bbz 2004, + +de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar waarop de vaststelling betrekking heeft. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. ### Artikel 8a -In afwijking van artikel 3 wordt de uitkering voor een gemeente in het jaar 2017 berekend aan de hand van de volgende formule: - -U = 0.25 * L/ TL * TB + 0,75 * (BO + BL + BDT) + BV - -Waarbij: - -a. L staat voor de gemeentelijke lasten op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004; -b. TL staat voor het totaal van de gemeentelijke lasten op grond van de PW, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 is voor alle gemeenten samen; en -c. BO, BL, BDT en BV worden berekend overeenkomstig artikel 3. +Vervallen ### Artikel 8b @@ -217,7 +210,7 @@ e. t staat voor het jaar waarin het voorschot wordt verleend. **4.** Voor de bepaling van het aantal gehuisveste vergunninghouders wordt uitgegaan van de inlichtingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. -**5.** Als aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend aangemerkt een volledig ingevuld door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier dat uiterlijk op 25 november van het jaar waarin het voorschot wordt verleend door Onze Minister is ontvangen. Een verzoek dat wordt ontvangen na 25 november wordt niet behandeld. +**5.** Als aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend aangemerkt een volledig ingevuld door Onze Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier dat uiterlijk op 25 november van het jaar waarin het voorschot wordt verleend door Onze Minister is ontvangen. Een verzoek dat wordt ontvangen na 25 november wordt niet behandeld. ### Paragraaf 3. Vangnetuitkering @@ -236,7 +229,7 @@ De vangnetuitkering, bedoeld in artikel 74 van de wet, wordt slechts toegekend v a. het college een hiertoe strekkend verzoek heeft ingediend middels een door de minister elektronisch beschikbaar gesteld aanvraagformulier; b. voldaan is aan de vereisten, genoemd in dit artikel, en aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften; c. de in aanmerking komende netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan zeven-en-een-half procent overstijgen en de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de twee daaraan voorafgaande jaren de over die periode verstrekte uitkeringen met meer dan zeven-en-een-half procent van de over het uitkeringsjaar verstrekte uitkering overstijgen; -d. het college heeft verklaard dat het maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie en deze verklaring de instemming heeft van de gemeenteraad; en +d. het college heeft verklaard dat het maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie en deze verklaring de instemming heeft van de gemeenteraad; en e. de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier. **2.** Indien een verzoek wordt ingediend door het college van een gemeente waaraan in een van de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren een vangnetuitkering is verleend, verklaart het college bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, eveneens dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen. @@ -252,13 +245,13 @@ b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten **5.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de bepaling van een vangnetuitkering uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan. -**6.** Informatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, die anders dan op verzoek na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend door de toetsingscommissie of door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen. +**6.** Informatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, die anders dan op verzoek na 15 augustus van het jaar waarin het verzoek is ingediend door de toetsingscommissie of door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen, wordt in de beoordeling van het verzoek niet meegewogen. **7.** Indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76 van de wet geeft wordt een verzoek tot een vangnetuitkering afgewezen over het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven en over het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven. ### Artikel 10a -Op aanvragen om een vangnetuitkering over de uitkeringsjaren 2017 en 2018 blijft dit besluit van toepassing zoals het luidde op 31 december 2018. +Op aanvragen om een vangnetuitkering over de uitkeringsjaren 2017 en 2018 blijft dit besluit van toepassing zoals het luidde op 31 december 2018. ### Artikel 10b @@ -306,7 +299,7 @@ Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 10a ### Artikel 14 -Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. +Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. ### Artikel 15