diff --git a/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md b/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md index 75582d6eb9f..3cc3942bef7 100644 --- a/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md +++ b/amvb/besluit-eigen-bijdrage-rechtsbijstand/BWBR0025277/README.md @@ -31,38 +31,38 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: Onverminderd het bepaalde in artikel 2a, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen: -a. € 196,– per 1 januari 2021: € 208, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2021: € 20.300; -b. € 360,– per 1 januari 2021: € 383, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2021: € 20.300 en ten hoogste € 18.400,– per 1 januari 2021: € 21.000bedraagt; -c. € 514,– per 1 januari 2021: € 547, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2021: € 21.000 en ten hoogste € 19.400,– per 1 januari 2021: € 22.200bedraagt; -d. € 669,– per 1 januari 2021: € 712, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2021: € 22.200 en ten hoogste € 21.300,– per 1 januari 2021: € 24.100bedraagt; en -e. € 823,– per 1 januari 2021: € 875, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2021: € 24.100 en ten hoogste € 25.200,– per 1 januari 2021: € 28.600bedraagt. +a. € 196,– per 1 januari 2022: € 214, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2022: € 20.900; +b. € 360,– per 1 januari 2022: € 394, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2022: € 20.900 en ten hoogste € 18.400,– per 1 januari 2022: € 21.600 bedraagt; +c. € 514,– per 1 januari 2022: € 563, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2022: € 21.600 en ten hoogste € 19.400,– per 1 januari 2022: € 22.900 bedraagt; +d. € 669,– per 1 januari 2022: € 733, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2022: € 22.900 en ten hoogste € 21.300,– per 1 januari 2022: € 24.800 bedraagt; en +e. € 823,– per 1 januari 2022: € 901, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2022: € 24.800 en ten hoogste € 25.200,– per 1 januari 2022: € 29.400 bedraagt. **2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 2a, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen: -a. € 196,– per 1 januari 2021: € 208, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2021: € 28.200; -b. € 360,– per 1 januari 2021: € 383, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2021: € 28.200 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2021: € 29.200 bedraagt; -c. € 514,– per 1 januari 2021: € 547, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2021: € 29.200 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2021: € 30.600 bedraagt; -d. € 669,– per 1 januari 2021: € 712, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2021: € 30.600 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2021: € 34.200 bedraagt; en -e. € 823,– per 1 januari 2021: € 875, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2021: € 34.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2021: € 40.400 bedraagt. +a. € 196,– per 1 januari 2022: € 214, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2022: € 29.000; +b. € 360,– per 1 januari 2022: € 394, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2022: € 29.000 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2022: € 30.100 bedraagt; +c. € 514,– per 1 januari 2022: € 563, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2022: € 30.100 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2022: € 31.500 bedraagt; +d. € 669,– per 1 januari 2022: € 733, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2022: € 31.500 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2022: € 35.200 bedraagt; en +e. € 823,– per 1 januari 2022: € 901, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2022: € 35.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2022: € 41.600 bedraagt. **3.** In afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid en artikel 2a bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen: -a. € 77,– per 1 januari 2021: € 82, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–per 1 januari 2021: € 21.000 onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–per 1 januari 2021: € 29.200 bedraagt; en -b. € 129,– per 1 januari 2021: € 137, indien het inkomen meer dan € 18 400,–per 1 januari 2021: € 21.000 en ten hoogste € 25 200,–per 1 januari 2021: € 28.600 onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–per 1 januari 2021: € 29.200 en ten hoogste € 35 600,–per 1 januari 2021: € 40.400 bedraagt. +a. € 77,– per 1 januari 2022: € 84, indien het inkomen ten hoogste € 18 400,–per 1 januari 2022: € 21.600 onderscheidenlijk ten hoogste € 25 700,–per 1 januari 2022: € 30.100 bedraagt; en +b. € 129,– per 1 januari 2022: € 141, indien het inkomen meer dan € 18 400,–per 1 januari 2022: € 21.600 en ten hoogste € 25 200,–per 1 januari 2022: € 29.400 onderscheidenlijk meer dan € 25 700,–per 1 januari 2022: € 30.100 en ten hoogste € 35 600,–per 1 januari 2022: € 41.600 bedraagt. **4.** Indien een natuurlijk persoon blijkens een betalingsbewijs de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, heeft voldaan, wordt deze in mindering gebracht op de eigen bijdrage die hij in geval van een wijziging van de toevoeging als bedoeld in artikel 24a, tweede lid, van de wet overeenkomstig het eerste of tweede lid voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging is verschuldigd. -**5.** De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt € 823,– per 1 januari 2021: € 875. +**5.** De eigen bijdrage, die een rechtspersoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, bedraagt € 823,– per 1 januari 2022: € 901. -**6.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2021: € 56 verlaagd. +**6.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2022: € 58 verlaagd. **7.** -In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,– per 1 januari 2021: € 56 indien de rechtsbijstand wordt verleend: +In afwijking van het zesde lid wordt de eigen bijdrage, die een natuurlijke persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, verlaagd met € 53,– per 1 januari 2022: € 58 indien de rechtsbijstand wordt verleend: a. in een strafzaak in eerste aanleg jegens een verdachte als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000; b. bij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000; @@ -72,7 +72,7 @@ e. bij het inbrengen van een zienswijze tegen het voornemen om een verblijfsverg f. in een zaak omtrent het opleggen van een sanctie als bedoeld in artikel 5:2 van de Algemene wet bestuursrecht; g. in een zaak in hoger beroep of cassatie. -**8.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2021: € 56 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen. +**8.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste, tweede onderscheidenlijk vijfde lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2022: € 58 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid alvorens een toevoeging aan te vragen. **9.** In de gevallen bedoeld in de artikelen 2b en 2c, vindt de verlaging van de eigen bijdrage, genoemd in het zesde, zevende en achtste lid, geen toepassing. @@ -84,28 +84,28 @@ g. in een zaak in hoger beroep of cassatie. In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon, verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen: -a. € 340,– per 1 januari 2021: € 362, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2021: € 20.300; -b. € 412,– per 1 januari 2021: € 438, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2021: € 20.300 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2021: € 21.000 bedraagt; -c. € 566,– per 1 januari 2021: € 602, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2021: € 21.000 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2021: € 22.200 bedraagt; -d. € 720,– per 1 januari 2021: € 766, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2021: € 22.200 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2021: € 24.100 bedraagt; en -e. € 849,– per 1 januari 2021: € 904, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2021: € 24.100 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2021: € 28.600 bedraagt. +a. € 340,– per 1 januari 2022: € 373, indien het inkomen niet hoger is dan € 17.700,–per 1 januari 2022: € 20.900; +b. € 412,– per 1 januari 2022: € 451, indien het inkomen meer dan € 17.700,–per 1 januari 2022: € 20.900 en ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2022: € 21.600 bedraagt; +c. € 566,– per 1 januari 2022: € 620, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2022: € 21.600 en ten hoogste € 19.400,–per 1 januari 2022: € 22.900 bedraagt; +d. € 720,– per 1 januari 2022: € 789, indien het inkomen meer dan € 19.400,–per 1 januari 2022: € 22.900 en ten hoogste € 21.300,–per 1 januari 2022: € 24.800 bedraagt; en +e. € 849,– per 1 januari 2022: € 931, indien het inkomen meer dan € 21.300,–per 1 januari 2022: € 24.800 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2022: € 29.400 bedraagt. **3.** In de gevallen genoemd in het eerste lid, bedraagt de eigen bijdrage die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging in andere gevallen: -a. € 340,– per 1 januari 2021: € 362, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2021: € 28.200; -b. € 412,– per 1 januari 2021: € 438, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2021: € 28.200 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2021: € 29.200 bedraagt; -c. € 566,– per 1 januari 2021: € 602, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2021: € 29.200 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2021: € 30.600 bedraagt; -d. € 720,– per 1 januari 2021: € 766, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2021: € 30.600 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2021: € 34.200 bedraagt; en -e. € 849,– per 1 januari 2021: € 904, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2021: € 34.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2021: € 40.400 bedraagt. +a. € 340,– per 1 januari 2022: € 373, indien het inkomen niet hoger is dan € 24.800,–per 1 januari 2022: € 29.000; +b. € 412,– per 1 januari 2022: € 451, indien het inkomen meer dan € 24.800,–per 1 januari 2022: € 29.000 en ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2022: € 30.100 bedraagt; +c. € 566,– per 1 januari 2022: € 620, indien het inkomen meer dan € 25.700,–per 1 januari 2022: € 30.100 en ten hoogste € 27.000,–per 1 januari 2022: € 31.500 bedraagt; +d. € 720,– per 1 januari 2022: € 789, indien het inkomen meer dan € 27.000,–per 1 januari 2022: € 31.500 en ten hoogste € 30.100,–per 1 januari 2022: € 35.200 bedraagt; en +e. € 849,– per 1 januari 2022: € 931, indien het inkomen meer dan € 30.100,–per 1 januari 2022: € 35.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2022: € 41.600 bedraagt. **4.** In afwijking van het tweede onderscheidenlijk derde lid bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudig rechtskundig advies, in gevallen waarin uitsluitend zijn inkomen of vermogen in aanmerking wordt genomen onderscheidenlijk in andere gevallen: -a. € 108,– per 1 januari 2021: € 115, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2021: € 21.000 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2021: € 29.200 bedraagt; en -b. € 142,– per 1 januari 2021: € 151, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2021: € 21.000 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2021: € 28.600 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2021: € 29.200 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2021: € 40.400 bedraagt. +a. € 108,– per 1 januari 2022: € 118, indien het inkomen ten hoogste € 18.400,–per 1 januari 2022: € 21.600 onderscheidenlijk ten hoogste € 25.700,–per 1 januari 2022: € 30.100 bedraagt; en +b. € 142,– per 1 januari 2022: € 155, indien het inkomen meer dan € 18.400,–per 1 januari 2022: € 21.600 en ten hoogste € 25.200,–per 1 januari 2022: € 29.400 onderscheidenlijk meer dan € 25.700,–,– per 1 januari 2022: € 30.100 en ten hoogste € 35.600,–per 1 januari 2022: € 41.600 bedraagt. **5.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het tweede of derde lid verschuldigde eigen bijdrage te verlagen naar de eigen bijdrage die verschuldigd is op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, indien van de rechtzoekende, gelet op diens financiële situatie, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat de rechtzoekende de hogere eigen bijdrage betaalt voor een toevoeging op grond van het eerste lid. @@ -127,7 +127,7 @@ Indien artikel 13 of 22 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 van toe **1.** -In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 2a, tweede en derde lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196 per 1 januari 2021: € 208, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand: +In afwijking van artikel 2, eerste en tweede lid, en artikel 2a, tweede en derde lid, bedraagt de eigen bijdrage, die een natuurlijk persoon verschuldigd is voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging, € 196 per 1 januari 2022: € 214, indien het gaat om de verlening van rechtsbijstand: a. in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling, bedoeld in artikel 292 van de Faillissementswet; b. in de periode waarin de rechtzoekende in staat van faillissement verkeert; @@ -141,9 +141,9 @@ d. in de periode gedurende welke een schriftelijk vastgelegd akkoord met betrekk 5°. de termijn gedurende welke het saneringsplan van kracht is, met een maximum van drie jaar; en 6°. dat, indien een organisatie de sanering begeleidt, deze organisatie telkens na verloop van zes maanden ten behoeve van de schuldeisers een verslag uitbrengt over de uitvoering van het saneringsplan alsmede een voorstel doet voor de aanpassing van het bedrag dat buiten de boedel wordt gelaten. -**2.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2021: € 56 verlaagd. +**2.** Indien aan een rechtzoekende, alvorens deze een toevoeging aanvraagt, in persoon rechtshulp is verleend met betrekking tot zijn individuele rechtsbelang door een voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of artikel 8, tweede lid, van de wet, en in het kader daarvan een diagnosedocument is opgesteld en aan de rechtzoekende ter beschikking is gesteld, wordt de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2022: € 58 verlaagd. -**3.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2021: € 56 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen. +**3.** Het bestuur kan beslissen om de op grond van het eerste lid verschuldigde eigen bijdrage met € 53,– per 1 januari 2022 € 58 te verlagen indien van de rechtzoekende, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de rechtzoekende, redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid alvorens een toevoeging aan te vragen. **4.** In de gevallen bedoeld in de artikelen 2b en 2c, vindt de verlaging bedoeld in het tweede lid geen toepassing.