From 90576ada326a30a9fdceccc12c22d76d10173b97 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Apr 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-04-01 | BWBR0013430 | Besluit glastuinbouw --- .../BWBR0013430/README.md | 39 +++++++++---------- 1 file changed, 18 insertions(+), 21 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md b/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md index 5e79ad45865..f6367b0f47a 100644 --- a/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md +++ b/amvb/besluit-glastuinbouw/BWBR0013430/README.md @@ -28,13 +28,10 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *drainwater:* voedingswater dat bij substraatteelt niet wordt opgenomen door het gewas; - *gasfles:* verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter; - *gasolie:* gasolie in de zin van de Wet op de accijns; -- *gasturbine:* werktuig bestaande uit een compressor, één of meer verbrandingskamers en een turbine waarin brandstof met behulp van door de compressor gecomprimeerde lucht wordt verstookt, zodanig dat het geproduceerde verbrandingsgas in de turbine tot een lagere druk expandeert en daarbij arbeid afgeeft aan een roterende as; -- *gasturbine-installatie:* installatie bestaande uit een of meer gasturbines waarin brandstof wordt verstookt, met een of meer bijbehorende ketelinstallaties waar de verbrandingsgassen afkomstig van de gasturbine of gasturbines, doorheen worden gevoerd teneinde warmte over te dragen aan een medium dat niet in direct contact treedt met die gassen en waarbij geen dan wel nagenoeg geen extra lucht voor de verbranding wordt toegevoerd; - *gevaarlijke stoffen:* stoffen, preparaten en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen waarden is toegestaan; - *gewas:* een in lijst 1 behorende bij bijlage 1 opgenomen gewas of een in lijst 2 behorende bij die bijlage bij een gewasgroep ingedeeld gewas; - *gewasbeschermingsmiddel:* gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; - *gewasgroep:* een groep waarvan in lijst 2 behorende bij bijlage 1 is aangegeven welke gewassen erbij zijn ingedeeld; -- *ketelinstallatie:* installatie bestaande uit één ketel, waarin brandstof wordt verbruikt, daaronder begrepen de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas, die in hoofdzaak bedoeld zijn om warmte over te dragen aan water, stoom of thermische olie, waarbij het water, de stoom of de thermische olie niet in direct contact treedt met de rookgassen; - *kunstmeststoffen:* meststoffen van niet organische oorsprong; - *lozen:* lozen op een oppervlaktewaterlichaam of lozen op een riolering; - *lozen op een oppervlaktewaterlichaam:*brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam; @@ -58,11 +55,12 @@ b. een ontheffing waarbij het Wtw- of het Wm- bevoegd gezag de daarbij aangeweze - *PGS 7:* publicatie nr. 7 van de «Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen», getiteld «Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen», uitgave oktober 2007; - *riolering:* bedrijfsriolering of een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater; - *spuiwater:* water dat vanuit het recirculatiesysteem geloosd wordt, omdat het niet meer geschikt is om als voedingswater te worden toegepast; +- *stookinstallatie:* stookinstallatie als bedoeld in het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer; - *substraatteelt:* wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die los van de ondergrond is; - *vloeibare brandstof:* lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns; - *voedingswater:* water dat aan het gewas wordt toegediend en waar eventueel meststoffen aan zijn toegevoegd; - *vooronderzoek:* onderzoek uit te voeren op een wijze als aangegeven in NVN 5725 «Bodem – leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek», uitgave 1999, dan wel een door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen norm; -- *warmtekrachtinstallatie:* installatie toegerust voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend; +- *warmtekrachtinstallatie:* stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend; - *Wm-bevoegd gezag:* bestuursorgaan dat bevoegd is, onderscheidenlijk zou zijn, een Wm-vergunning te verlenen voor een glastuinbouwbedrijf of een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt waarop het Besluit landbouw milieubeheer niet van toepassing is in verband met artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van dat besluit; - *Wm-vergunning:* vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer; - *woning:* een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd, met uitzondering van een dienst- of bedrijfswoning behorende bij een inrichting als bedoeld in artikel 2 onder a; @@ -87,34 +85,33 @@ b. glastuinbouwbedrijf type A: glastuinbouwbedrijf, waar: 1°. gedeputeerde staten het Wm-bevoegd gezag voor zijn; 2°. een of meer installaties aanwezig zijn voor het verstoken of verbranden van andere stoffen dan aardgas, propaangas, butaangas, gasolie of biodiesel, die voldoen aan NEN-EN 14.214, met een individueel nominaal vermogen van meer dan 20 kilowatt; -3°. een andere brandstof dan aardgas, propaangas of butaangas dan wel in een combinatie van deze brandstoffen wordt gestookt in een zuigermotor ten behoeve van een warmtepompinstallatie, onderscheidenlijk een installatie voor warmtekrachtkoppeling; -4°. een zuigermotor als bedoeld onder 3° of een ketelinstallatie als bedoeld onder 2° wordt gebruikt voor het onderzoeken, beproeven of demonstreren van experimentele verbrandingstechnieken of van technieken ter bestrijding van de uitworp van zwaveldioxiden, stikstofoxiden of stof; -5°. een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd vermogen van 15 MW of meer; -6°. activiteiten of handelingen plaatsvinden, als bedoeld in categorie 21, bijlage I, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; -7°. in een specifieke daartoe ingerichte ruimte behandeling voor derden van bloembollen of knollen met gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt; -8°. kunstmeststoffen worden opgeslagen behorende tot groep 3 of groep 4 als bedoeld in PGS 7 of meer dan 50 ton kunstmeststoffen behorende tot groep 2 wordt opgeslagen als bedoeld in PGS 7; -9°. verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde kunstmeststoffen, worden opgeslagen in een opslagvoorziening met een opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram; -10°. windenergie in elektrische energie wordt omgezet met één of meer windturbines, tenzij: +3°. een andere brandstof dan aardgas, propaangas of butaangas dan wel in een combinatie van deze brandstoffen wordt gestookt ten behoeve van een warmtekrachtinstallatie; +4°. een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd vermogen van 15 MW of meer; +5°. activiteiten of handelingen plaatsvinden, als bedoeld in categorie 21, bijlage I, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer; +6°. in een specifieke daartoe ingerichte ruimte behandeling voor derden van bloembollen of knollen met gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt; +7°. kunstmeststoffen worden opgeslagen behorende tot groep 3 of groep 4 als bedoeld in PGS 7 of meer dan 50 ton kunstmeststoffen behorende tot groep 2 wordt opgeslagen als bedoeld in PGS 7; +8°. verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde kunstmeststoffen, worden opgeslagen in een opslagvoorziening met een opslagcapaciteit van meer dan 10.000 kilogram; +9°. windenergie in elektrische energie wordt omgezet met één of meer windturbines, tenzij: aa. windturbines elk afzonderlijk een vaste verbinding hebben met de bodem of waterbodem in de vorm van een mast, bb. windturbines zijn voorzien van een horizontale draaias van de rotor, cc. de afstand tussen een afzonderlijke windturbine en de dichtstbijzijnde woning of andere geluidgevoelige bestemming, ten minste viermaal de ashoogte bedraagt, en dd. de windturbine of het samenstel van windturbines een gezamenlijk elektrisch vermogen heeft, kleiner dan 15 MW; -11°. vloeibare gevaarlijke stoffen, vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie in tanks worden opgeslagen, tenzij sprake is van: +10°. vloeibare gevaarlijke stoffen, vloeibare brandstoffen of afgewerkte olie in tanks worden opgeslagen, tenzij sprake is van: a. opslaan van vloeibare brandstoffen, biodiesel of afgewerkte olie in ondergrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 150 kubieke meter, b. opslaan van diesel, huisbrandolie, gasolie, lichte stookolie, biodiesel of afgewerkte olie in bovengrondse tanks in de buitenlucht met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 150 kubieke meter, c. opslaan van diesel, huisbrandolie, gasolie, lichte stookolie, biodiesel of afgewerkte olie in bovengrondse tanks inpandig met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15 kubieke meter, d. opslaan van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks; e. opslaan van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 1,5 kubieke meter; -12°. gassen of gasmengsels in tanks worden opgeslagen, tenzij sprake is van activiteiten waarop het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is; -13°. aflevering van brandstoffen ten behoeve van tractiedoeleinden plaatsvindt aan motorvoertuigen van derden; -14°. per transportmiddel meer dan één wisselreservoir met een waterinhoud van ten hoogste 150 liter aanwezig is; -15°. bloemen en planten worden geverfd; -16°. vee bedrijfsmatig wordt gehouden; -17°. koel- en vriesinstallaties of warmtepompen aanwezig zijn met een inhoud per installatie van meer dan 1500 kg ammoniak of van meer dan 100 kg propaan, butaan of mengels van propaan en butaan; -18°. het Besluit externe veiligheid inrichtingen op van toepassing is; -19°. de oprichting van heeft plaatsgevonden: +11°. gassen of gasmengsels in tanks worden opgeslagen, tenzij sprake is van activiteiten waarop het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is; +12°. aflevering van brandstoffen ten behoeve van tractiedoeleinden plaatsvindt aan motorvoertuigen van derden; +13°. per transportmiddel meer dan één wisselreservoir met een waterinhoud van ten hoogste 150 liter aanwezig is; +14°. bloemen en planten worden geverfd; +15°. vee bedrijfsmatig wordt gehouden; +16°. koel- en vriesinstallaties of warmtepompen aanwezig zijn met een inhoud per installatie van meer dan 1500 kg ammoniak of van meer dan 100 kg propaan, butaan of mengels van propaan en butaan; +17°. het Besluit externe veiligheid inrichtingen op van toepassing is; +18°. de oprichting van heeft plaatsgevonden: aa. na 30 april 1996 en het glastuinbouwbedrijf is gelegen op een afstand van minder dan 50 meter van een object categorie I, dan wel op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie II, of bb. voor 1 mei 1996 en het glastuinbouwbedrijf, met inbegrip van eventuele uitbreidingen na dat tijdstip, is gelegen op een afstand van minder dan 25 meter van een object categorie I, dan wel op een afstand van minder dan 10 meter van een object categorie II, of het glastuinbouwbedrijf, met inbegrip van eventuele uitbreidingen na dat tijdstip, na 1 oktober 2009 komt te liggen op een afstand van minder dan 50 meter van enig object categorie I dan wel tot minder dan 25 meter van enig object categorie II,