diff --git a/pbo/mvo-verordening-2002-eetbare-oliën-en-vetten/BWBR0013703/README.md b/pbo/mvo-verordening-2002-eetbare-oliën-en-vetten/BWBR0013703/README.md index 9a0ace433ce..48367285fcf 100644 --- a/pbo/mvo-verordening-2002-eetbare-oliën-en-vetten/BWBR0013703/README.md +++ b/pbo/mvo-verordening-2002-eetbare-oliën-en-vetten/BWBR0013703/README.md @@ -25,22 +25,14 @@ Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorh **1.** Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, welke niet voldoen aan de in het volgende lid vermelde hoedanigheidseisen. -**2.** a. a. - Spijsoliën en spijsvetten moeten in vloeibare toestand na roeren homogeen en helder zijn. -b. b. - Geraffineerde spijsoliën mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 0,6. -c. c. - Olijfolie, verkregen bij de eerste persing, mag een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 6,6. -d. d. - Ongeraffineerde spijsoliën, andere dan olijfolie, mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 4,0. -e. e. - Bij mengsels van geraffineerde spijsoliën en spijsoliën verkregen bij de eerste persing kan het hoogste zuurgetal worden aangehouden voor de totaliteit van het mengsel. -f. f. - Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan bij 105° C vluchtige stoffen bevatten dan 0,2% met uitzondering van spijsvetten van dierlijke oorsprong, welke ten hoogste 0,5% van deze stoffen mogen bevatten. -g. g. - Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan erucazuur en zijn isomeren bezitten dan 6,5% met dien verstande, dat zij geen hoger gehalte aan erucazuur mogen bezitten dan 5% een en ander berekend op het totale gehalte aan vetzuren in de vetfase. -h. h. - Olijfolie moet voldoen aan de bij of krachtens Verordening 136/66 vastgestelde handels- normen en gebruiksvoorwaarden, waaronder het verbod bepaalde olijfoliesoorten als spijsolie te verhandelen. +**2.** a. Spijsoliën en spijsvetten moeten in vloeibare toestand na roeren homogeen en helder zijn. +b. Geraffineerde spijsoliën mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 0,6. +c. Olijfolie, verkregen bij de eerste persing, mag een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 6,6. +d. Ongeraffineerde spijsoliën, andere dan olijfolie, mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 4,0. +e. Bij mengsels van geraffineerde spijsoliën en spijsoliën verkregen bij de eerste persing kan het hoogste zuurgetal worden aangehouden voor de totaliteit van het mengsel. +f. Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan bij 105° C vluchtige stoffen bevatten dan 0,2% met uitzondering van spijsvetten van dierlijke oorsprong, welke ten hoogste 0,5% van deze stoffen mogen bevatten. +g. Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan erucazuur en zijn isomeren bezitten dan 6,5% met dien verstande, dat zij geen hoger gehalte aan erucazuur mogen bezitten dan 5% een en ander berekend op het totale gehalte aan vetzuren in de vetfase. +h. Olijfolie moet voldoen aan de bij of krachtens Verordening 136/66 vastgestelde handels- normen en gebruiksvoorwaarden, waaronder het verbod bepaalde olijfoliesoorten als spijsolie te verhandelen. ### Artikel 4