2003-01-25 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
93b081e8e3
commit
9063d951cf
1 changed files with 7 additions and 11 deletions
|
|
@ -1102,10 +1102,10 @@ d. in plaats van een bewijs als bedoeld onder b en een bewijs als bedoeld onder
|
|||
|
||||
Onverminderd het derde, vierde en achtste lid en artikel 35a kan ten aanzien van studenten die:
|
||||
|
||||
a. een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en aan die opleiding ten minste 126 studiepunten hebben behaald, dan wel
|
||||
b. een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7a van die wet
|
||||
a. aan een hogeschool een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en aan die opleiding ten minste 126 studiepunten hebben behaald, dan wel
|
||||
b. een duale opleiding als bedoeld in dat artikel aan een universiteit volgen
|
||||
|
||||
tot leraar voortgezet onderwijs ten behoeve van het geven van het onderwijs waarvoor de desbetreffende opleiding opleidt tot het daarvoor vereiste getuigschrift, worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b en c, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 116 doch nog geen 126 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 126 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 126 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, en artikel 7.7a, derde lid, juncto artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
|
||||
tot leraar voortgezet onderwijs ten behoeve van het geven van het onderwijs waarvoor de desbetreffende opleiding opleidt tot het daarvoor vereiste getuigschrift, worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b en c, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 116 doch nog geen 126 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 126 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 126 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
|
||||
|
||||
**10.** Vervallen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3302,10 +3302,6 @@ c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de aanwijzing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de werkzaamheden van die rechtspersoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
## Deel II. Voortgezet speciaal onderwijs
|
||||
|
||||
### Titel I. Algemene bepalingen
|
||||
|
|
@ -3387,7 +3383,7 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgeslo
|
|||
|
||||
**4.** Onze minister kan aan personen die in het bezit zijn van een buiten Nederland behaald bewijs van bekwaamheid, de bevoegdheid tot het geven van speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs verlenen. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen.
|
||||
|
||||
**5.** Onze minister kan in bijzondere gevallen aan personen die niet in het bezit zijn van een bewijs van bekwaamheid, de bevoegdheid tot het geven van het onderwijs bedoeld in artikel 273, eerste lid, geven. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen. Indien betrokkene niet in het bezit is van één van de op grond van artikel 286, vijfde lid, aangewezen verklaringen en diploma’s met betrekking tot de beheersing van de Nederlandse taal, kan Onze minister de bevoegdheid éénmalig en voor ten hoogste 2 jaar verlenen.
|
||||
**5.** Onze minister kan in bijzondere gevallen aan personen die niet in het bezit zijn van een bewijs van bekwaamheid, de bevoegdheid tot het geven van het onderwijs bedoeld in artikel 273, eerste lid, geven. Hij kan daarbij voorwaarden en beperkingen stellen. Indien betrokkene niet in het bezit is van één van de op grond van artikel 286, vijfde lid, aangewezen verklaringen en diploma=s met betrekking tot de beheersing van de Nederlandse taal, kan Onze minister de bevoegdheid éénmalig en voor ten hoogste 2 jaar verlenen.
|
||||
|
||||
**6.** Onze minister kan met betrekking tot een vak waarvoor geen bewijs van bekwaamheid is aangewezen, verklaren dat een leraar wordt geacht in het bezit te zijn van een bewijs van bekwaamheid tot het geven van voortgezet speciaal onderwijs in dat vak en van een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3397,10 +3393,10 @@ c. niet krachtens rechterlijke uitspraak van het geven van onderwijs is uitgeslo
|
|||
|
||||
Onverminderd het zevende lid, kan ten aanzien van studenten die:
|
||||
|
||||
a. een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 286 is aangewezen als bewijs van bekwaamheid, en aan die opleiding ten minste 126 studiepunten hebben behaald, dan wel
|
||||
b. een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, leidend tot een getuigschrift als bedoeld onder a,
|
||||
a. aan een hogeschool een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift dat bij of krachtens artikel 286 is aangewezen als bewijs van bekwaamheid, en aan die opleiding ten minste 126 studiepunten hebben behaald, dan wel
|
||||
b. aan een universiteit een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift als bedoeld onder a,
|
||||
|
||||
worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 116 doch nog geen 126 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 126 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 126 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, en artikel 7.7a, derde lid, juncto artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
|
||||
worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 116 doch nog geen 126 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 126 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 126 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
|
||||
|
||||
### Artikel 127
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue