2004-03-01 | BWBR0014032 | Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2004-03-01 12:00:00 +00:00
parent 800d211ef3
commit 90945e7993

View file

@ -0,0 +1,147 @@
---
titel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
bwb_id: BWBR0014032
type: pbo
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2004-03-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014032
citeertitel: Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
---
# Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
### Artikel 1
In deze verordening wordt gebezigd de terminologie van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht, alsmede:
grensstandaard: de als zodanig vastgestelde maatstaf bij een methode van onderzoek, waarvoor bij een overschrijding door het resultaat van een monster korting wordt opgelegd of één of meer kortingspunten worden toegekend.
### Artikel 2
De aan de methoden van onderzoek als bedoeld in artikel 8, lid 5 en artikel 13, lid 1, van de Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht te stellen eisen zijn opgenomen in deze verordening.
### Paragraaf . Bepaling van het kiemgetal
### Artikel 3
Voor de bepaling van het kerngetal geldt NEN 1507 als referentiemethode.
### Artikel 4
In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat:
- - de verkregen resultaten worden omgerekend naar een plaatkiemgetal volgens NEN 1507;
- - de daartoe benodigde conversievergelijking wordt vastgesteld en onderhouden volgens de richtlijnen in ISO/DIS 21187.
### Artikel 5
Het resultaat wordt uitgedrukt in kolonievormende eenheden per ml. Voor uitslagen boven 999.000 per ml dient 999.000 per ml te worden vermeld als uitslag.
### Paragraaf . Bepaling van de verontreinigingsgraad
### Artikel 6
De toe te passen methode berust op het filtreren van 22 tot 28 ml melk met een temperatuur van 37 ±2 ºC bij een drukverschil van 25 tot 30 kPa. De verontreinigingsgraad wordt vastgesteld na droging van het filter, waarbij een gradatiecijfer wordt toegekend op grond van vergelijking met een grensstandaard. Deze grensstandaard wordt periodiek verstrekt door het COKZ.
### Artikel 7
Een gradatiecijfer II wordt toegekend aan een monster indien de daardoor veroorzaakte verontreinigingsgraad van het filter groter is dan die van de grensstandaard. In de andere gevallen wordt een gradatiecijfer I toegekend.
### Paragraaf . Aantonen van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen
### Artikel 8
Het onderzoek op melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen vindt plaats volgens een onderzoeksschema dat bestaat uit een screeningsmethode (A), een bevestigingsmethode (B) en groepstesten.
Met de screeningsmethode A worden monsters rauwe melk opgespoord die aantoonbare hoeveelheden bacteriegroeiremmende stoffen kunnen bevatten.
Met de bevestigingsproef B wordt nagegaan of de bacteriegroeiremming na verhitting in de met methode opgespoord monsters wordt bevestigd.
Indien ook in de bevestigingsproef sprake is van groeiremming, worden achtereenvolgens groepstesten uitgevoerd op sulfonamiden, beta-lactam antibiotica en overige antibiotica.
De concentraties van bacteriegroeiremmende stoffen die ten minste aantoonbaar moeten zijn in screeningsmethode (A), de bevestigingsmethode (B) en de groepstesten, de voorgeschreven grensstandaarden in de groepstesten en de aan te houden coderingen bij een positieve bevinding in een groepstest zijn weergegeven in de onderstaande tabel.
### Paragraaf . Bepaling van het celgetal
### Artikel 9
Voor de bepaling van het celgetal geldt als referentiemethode de microscopische celtelling volgens ISO 13366/1 met ethidiumbromide als kleurend reagens.
### Artikel 10
In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat:
- - de herhaalbaarheid van de meting bij 400.000 cellen per ml kleiner dient te zijn dan 40.000 cellen per ml;
- - de standaardafwijking van de verschillen ten opzichte van resultaten met de referentiemethode bij 400.000 cellen per ml kleiner dient te zijn dan 40.000 cellen per ml.
### Artikel 11
Het celgetal wordt uitgedrukt in cellen per ml. Voor celgetallen boven 9.999.000 per ml wordt 9.999.000 per ml vermeld als uitslag.
### Paragraaf . Bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacterien
### Artikel 12
De toe te passen methode voor de bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacteriën vindt plaats volgens NEN 6877, met dien verstande dat:
- - per monster 2 buizen worden ingezet;
- - per buis 0,1 ml van de te onderzoeken melk wordt gedoseerd.
### Artikel 13
Gasvorming in de buis wordt aangeduid met een " + ", anders wordt een " - " genoteerd.
### Paragraaf . Bepaling van de zuurtegraad van het vet
### Artikel 14
De toe te passen methode voor de bepaling van de zuurtegraad vet komt overeen met NEN 6854, met dien verstande dat:
- - de normen voor de precisie (herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid) zijn gesteld op respectievelijk 0,07 en 0,11 mmol/100 g vet.
### Artikel 15
De zuurtegraad van het vet wordt uitgedrukt in mmol per 100 g vet.
### Paragraaf . Bepaling van het vriespunt
### Artikel 16
Voor de bepaling van het vriespunt geldt NEN-EN-ISO 5764 als referentiemethode.
### Artikel 17
In plaats van de referentiemethode mogen andere gevalideerde methoden worden toegepast, met dien verstande dat:
- - de herhaalbaarheid van de meting kleiner dient te zijn dan 0,004 °C;
- - de standaardafwijking van de verschillen ten opzichte van resultaten met de referentiemethode kleiner dient te zijn dan 0,004 °C.
### Artikel 18
Het vriespunt wordt uitgedrukt in °C.
### Paragraaf . Bepaling van het vet- en eiwitgehalte
### Artikel 19
Voor de bepaling van het vetgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 als referentiemethode. Voor de bepaling van het eiwitgehalte geldt de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 als referentiemethode. Bij toepassing van alternatieve methoden voor de bepaling van het vet- en eiwitgehalte mogen geen wezenlijke afwijkingen worden verkregen van de uitslagen volgens de genoemde referentiemethoden.
### Artikel 20
Per uitbetalingsperiode worden minimaal vier serres van 24 monsters door het COKZ onderzocht op vel en eiwit door middel van de infraroodmethode. Tevens worden per serie 12 willekeurig gekozen monsters onderzocht op vetgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 en 9 willekeurig gekozen monsters onderzocht op eiwitgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 8968. Voor de beoordeling van het onderzoek uitgevoerd door een melkcontrolestation gelden per serie onderzochte monsters ten aanzien van gemiddelde verschillen en standaardafwijking de volgende normen:
### Artikel 21
Gemiddeld mag, over een willekeurige periode van 1 jaar, het gemiddelde verschil per component hoogstens plus of min 0,010% bedragen voor het voldoen aan de referentiemethode, als bedoeld in artikel 17.
### Artikel 22
De Zuivelverordening 2000, Methoden van kwaliteitsonderzoek en het Besluit 2000, Beoordeling resultaten onderzoek samenstelling boerderijmelk worden ingetrokken.
### Artikel 23
Deze verordening wordt aangehaald als Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek.
### Artikel 24
Deze verordening treedt in werking op een nader door het bestuur vast te stellen datum.