From 90969862e7bc52026d59f4a810148bc006e13b49 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Aug 2025 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2025-08-01 | BWBR0044212 | Wet voortgezet onderwijs 2020 --- .../BWBR0044212/README.md | 85 ++++++++++++++----- 1 file changed, 63 insertions(+), 22 deletions(-) diff --git a/wet/wet-voortgezet-onderwijs-2020/BWBR0044212/README.md b/wet/wet-voortgezet-onderwijs-2020/BWBR0044212/README.md index 419df28d885..99819365cb1 100644 --- a/wet/wet-voortgezet-onderwijs-2020/BWBR0044212/README.md +++ b/wet/wet-voortgezet-onderwijs-2020/BWBR0044212/README.md @@ -19,6 +19,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, - *Awb:* Algemene wet bestuursrecht; - *basisberoepsopleiding:* basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB BES; +- *basisondersteuningsvoorzieningen:* voorzieningen voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die op alle vestigingen van scholen behorend tot het samenwerkingsverband aanwezig zijn; - *basisonderwijs:* onderwijs als bedoeld in artikel 2 WPO of artikel 2 WPO BES; - *begeleide onderwijsuren:* begeleide onderwijsuren als bedoeld in artikel 7.2.7, zesde lid, WEB, of artikel 7.2.6, zesde lid, WEB BES, met dien verstande dat ten aanzien van het eerste en tweede leerjaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo onder «begeleide onderwijsuren» mede wordt verstaan «onderwijstijd» als bedoeld in artikel 2.38; - *belangstellingsmeting:* belangstellingsmeting als bedoeld in artikel 4.6 of artikel 11.45b; @@ -67,6 +68,7 @@ c. een samenwerkingsschool: de stichting, bedoeld in artikel 3.22, die de school - *mavo:* middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; - *mbo-student:* student als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB of artikel 1.1.1 WEB BES; - *middenkaderopleiding:* middenkaderopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, WEB of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel d, WEB BES; +- *ondersteuningsaanbod van de school:* beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven; - *onderwijsnummer:* door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer of administratienummer is verstrekt; - *onderwijsprogramma:* geheel van vakken, al dan niet gecombineerd, als bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 2, schooleigen vakken en andere programmaonderdelen; - *Onderwijsraad:* Onderwijsraad, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de Onderwijsraad; @@ -96,7 +98,6 @@ b. in onderdeel a bedoelde personen die zonder benoeming zijn tewerkgesteld; - *school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:* school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, WEC, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt; - *school voor voortgezet speciaal onderwijs:* school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, WEC, tenzij uit die wet het tegendeel blijkt; - *schooljaar:* periode waarin het onderwijs aan de school wordt verzorgd, beginnend op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigend op 31 juli daaropvolgend; -- *schoolondersteuningsprofiel:* beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven; - *schoolsoort:* schoolsoort als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid; - *speciaal onderwijs:* speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 WEC; - *staatsexamen:* staatsexamen vwo, havo, mavo of vbo, afgenomen door het College voor toetsen en examens; @@ -613,6 +614,30 @@ de vakken die dat onderwijs ten minste omvat en het onderwijs in de praktijk van **7.** Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens inzake het onderwijsprogramma. +### Artikel 2.31a + +**1.** Loopbaanbegeleiding als bedoeld in dit artikel en de daarop berustende bepalingen omvat advisering en ondersteuning bij de overstap naar de arbeidsmarkt. + +**2.** Het bevoegd gezag biedt loopbaanbegeleiding aan gedurende de inschrijving op de school en tot twee jaar na het verlaten van de school. + +**3.** Het bevoegd gezag doet een aanbod van loopbaanbegeleiding aan de leerling, met uitzondering van de leerling met een aansluitende inschrijving voor vervolgonderwijs. + +**4.** Het bevoegd gezag stelt beleid vast met betrekking tot de loopbaanbegeleiding. Het bevoegd gezag houdt bij het vaststellen van het beleid rekening met de afspraken uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 9.2.8, derde lid, onderdeel b, van de WEB. + +**5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van het beleid, bedoeld in het vierde lid, en de invulling van de loopbaanbegeleiding. + +**6.** Van de termijn, bedoeld in het tweede lid, kan worden afgeweken indien daar gerechtvaardigde belangen voor zijn. + +**7.** Indien in het eerste jaar na het verlaten van de school de leerling geen gebruik heeft gemaakt van het aanbod tot loopbaanbegeleiding, doet het bevoegd gezag in het tweede jaar opnieuw een aanbod tot loopbaanbegeleiding. + +### Artikel 2.31b + +**1.** Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft, betrekken bij de loopbaanbegeleiding, bedoeld in artikel 2.31a, om de leerling ondersteuning te bieden op grond van artikel 7a van de Participatiewet. + +**2.** Het bevoegd gezag kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft, verzoeken de ondersteuning van een leerling na het verlaten van de school voort te zetten op grond van artikel 7a van de Participatiewet, mits de betrokkene die meerderjarig en handelingsbekwaam is, dan wel de ouders, daarmee instemt. + +**3.** Indien de ondersteuning met toepassing van het tweede lid wordt voortgezet door het college van burgemeester en wethouders, stelt het bevoegd gezag een overgangsdocument op overeenkomstig artikel 14e van de WEC en verstrekt dit document aan het college van burgemeester en wethouders. + ### Artikel 2.32 **1.** Het onderwijsprogramma van een school kan een maatschappelijke stage omvatten. @@ -729,8 +754,6 @@ b. voorwaarden worden gesteld waaraan scholen en instellingen als bedoeld in het ### Artikel 2.41 -**1.** - Het voortgezet onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, is gericht op individuele begeleiding, afgestemd op de behoeften van de leerling. Zo nodig overlegt het bevoegd gezag over die begeleiding met: a. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling zijn woonplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet heeft; @@ -739,8 +762,6 @@ c. een instantie die maatschappelijke ondersteuning biedt als bedoeld in artikel d. een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg; of e. een zorgaanbieder die geneeskundige geestelijke gezondheidszorg levert, behorend tot de prestaties die zijn omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet. -**2.** Het bevoegd gezag stelt voor deze leerlingen ten minste eenmaal in de vier jaar een schoolondersteuningsprofiel vast. - ### Artikel 2.42 **1.** Leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven aan de leerling voor wie een orthopedagogische en orthodidactische benadering nodig is om het onderwijs in een van de leerwegen, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, te kunnen afsluiten. @@ -775,20 +796,30 @@ Het bevoegd gezag stelt, nadat op overeenstemming gericht overleg is gevoerd met a. praktijkonderwijs volgen; of b. extra ondersteuning nodig hebben, voor zover het gaat om leerlingen die vwo, havo, mavo of vbo volgen, met uitzondering van leerlingen die uitsluitend extra ondersteuning in de vorm van leerwegondersteunend onderwijs ontvangen. -**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt het deel van het ontwikkelingsperspectief dat betrekking heeft op de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, vastgesteld nadat daarover overeenstemming is bereikt tussen het bevoegd gezag en de ouders. Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld, maar uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling. Bij een inschrijving op grond van artikel 8.13 wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling. +**2.** In afwijking van het eerste lid, wordt het deel van het ontwikkelingsperspectief dat betrekking heeft op de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41, vastgesteld nadat daarover overeenstemming is bereikt tussen het bevoegd gezag en de ouders. Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld, maar uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling. Bij een inschrijving op grond van artikel 8.13 wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling. -**3.** Het bevoegd gezag evalueert het ontwikkelingsperspectief ten minste een keer per schooljaar met de ouders. +**3.** Het bevoegd gezag evalueert het ontwikkelingsperspectief ten minste een keer per schooljaar met de ouders en de leerling. **4.** Het bevoegd gezag kan het ontwikkelingsperspectief bijstellen: a. nadat het bevoegd gezag op overeenstemming gericht overleg met de ouders heeft gevoerd over deze bijstelling; of -b. nadat overeenstemming met de ouders is bereikt voor zover het gaat over de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41, eerste lid. +b. nadat overeenstemming met de ouders is bereikt voor zover het gaat over de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41. -**5.** Het ontwikkelingsperspectief bevat een omschrijving van de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41, eerste lid. Indien voor leerlingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij de inrichting van het onderwijs wordt afgeweken van een of meer onderdelen van het onderwijsprogramma, vermeldt het bevoegd gezag dit in het ontwikkelingsperspectief. +**5.** Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief vast of stelt het bij nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. -**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief. +**6.** Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. + +**7.** + +Het bevoegd gezag beschrijft in het ontwikkelingsperspectief: + +a. de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41; +b. indien van toepassing: de onderdelen van het onderwijsprogramma waarvan wordt afgeweken; +c. de inbreng van de leerling, bedoeld in het vijfde lid, en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het ontwikkelingsperspectief. + +**8.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief. ### Artikel 2.45 @@ -834,18 +865,18 @@ b. het verdelen en toewijzen van ondersteuningsmiddelen en ondersteuningsvoorzie c. het beoordelen of leerlingen aangewezen zijn op het leerwegondersteunend onderwijs, of toelaatbaar zijn tot het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs, op verzoek van het bevoegd gezag van een school als bedoeld in het tweede lid waar de leerling is aangemeld of ingeschreven; d. het adviseren over de ondersteuningsbehoefte van een leerling op verzoek van het bevoegd gezag van een school als bedoeld in het tweede lid waar de leerling is aangemeld of ingeschreven. -**8.** Het samenwerkingsverband stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een ondersteuningsplan vast. Bij het vaststellen van het ondersteuningsplan kunnen door het samenwerkingsverband slechts beperkingen worden gesteld aan de door de school gewenste invulling van het schoolondersteuningsprofiel, indien dat voor het samenwerkingsverband met het oog op de beschikbare ondersteuningsmiddelen en ondersteuningsvoorzieningen een onevenredige belasting zou vormen. +**8.** Het samenwerkingsverband stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een ondersteuningsplan vast. Bij het vaststellen van het ondersteuningsplan kunnen door het samenwerkingsverband slechts beperkingen worden gesteld aan de door de school gewenste invulling van het ondersteuningsaanbod van de school, indien dat voor het samenwerkingsverband met het oog op de beschikbare ondersteuningsmiddelen en ondersteuningsvoorzieningen een onevenredige belasting zou vormen. **9.** Het ondersteuningsplan omvat in elk geval: -a. de wijze waarop wordt voldaan aan het tweede lid, tweede volzin, waaronder ook zijn begrepen de basisondersteuningsvoorzieningen die op alle vestigingen van scholen in het samenwerkingsverband aanwezig zijn; +a. de wijze waarop wordt voldaan aan het tweede lid, tweede volzin, waaronder ook zijn begrepen de basisondersteuningsvoorzieningen; b. de procedure en criteria voor de verdeling, besteding en toewijzing van ondersteuningsmiddelen en ondersteuningsvoorzieningen aan de scholen, bedoeld in het tweede lid, ook bezien in het perspectief van een meerjarenbegroting; c. de procedure en criteria voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, en de procedure voor het beoordelen of een leerling is aangewezen op het leerwegondersteunend onderwijs en het toelaatbaar verklaren van leerlingen tot het praktijkonderwijs, voor zover de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het dertiende lid, daarin niet voorziet; d. de procedure en het beleid over de terugplaatsing of overplaatsing naar het voortgezet onderwijs van leerlingen van scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor wie de periode waarop de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in artikel 40, twaalfde lid, van de WEC betrekking heeft, is verstreken; e. de beoogde en bereikte kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning behoeven en de daarmee samenhangende bekostiging; -f. de wijze waarop aan de ouders informatie wordt verstrekt over de ondersteuningsvoorzieningen en over de onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden voor ouders; +f. de wijze waarop aan ouders en leerlingen informatie wordt verstrekt over de ondersteuningsvoorzieningen en over de onafhankelijke ondersteuningsmogelijkheden voor ouders en leerlingen; g. de wijze waarop wordt vastgesteld of sprake is van een meer dan gemiddelde toename van het aantal ingeschreven leerlingen met een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring als bedoeld in artikel 40, tiende of twaalfde lid, van de WEC, bij de aan het samenwerkingsverband deelnemende scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de periode na 1 februari, en hoe deze scholen hierin tegemoet worden gekomen. Leerlingen als bedoeld in artikel 40, zestiende lid, van de WEC, blijven buiten beschouwing. **10.** Het ondersteuningsplan wordt niet vastgesteld voordat over een concept van het plan op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden met het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente of gemeenten en overleg heeft plaatsgevonden met het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 18a WPO, waarvan het gebied geheel of gedeeltelijk samenvalt met het gebied van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband nodigt het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs met een of meer vestigingen in het gebied van het samenwerkingsverband uit voor het overleg met het college van burgemeester en wethouders over het onderdeel van het ondersteuningsplan, bedoeld in het negende lid, onderdeel a. Het overleg met het college van burgemeester en wethouders vindt plaats overeenkomstig een procedure, vastgesteld door het samenwerkingsverband en het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of gemeenten. De procedure bevat een voorziening voor het beslechten van geschillen. @@ -1584,7 +1615,7 @@ b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor h c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat; en d. de wijze waarop wordt zorggedragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 3.40. -**2.** Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt ook het schoolondersteuningsprofiel betrokken. +**2.** Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt ook het ondersteuningsaanbod van de school betrokken. ### Artikel 2.90 @@ -1615,7 +1646,7 @@ a. de doelen van het onderwijs en de resultaten die met het onderwijsleerproces 1°. het percentage leerlingen dat doorstroomt naar een hoger leerjaar of naar een andere schoolsoort; en 2°. het percentage leerlingen dat de school zonder diploma verlaat en het percentage leerlingen dat voor het eindexamen slaagt; -b. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de ondersteuning van leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben; +b. de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school; c. het totale aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38, eerste tot en met vierde lid, wordt geprogrammeerd, de vakanties en andere dagen waarop geen onderwijs wordt verzorgd, en het beleid voor lesuitval; d. de inrichting van het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, waarbij wordt aangegeven of sprake is van vakoverstijgende programmaonderdelen en de inzet van het personeel daarbij; e. in voorkomend geval de invulling van de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 2.32; @@ -1641,7 +1672,7 @@ b. de context wordt vermeld waarin deze resultaten dienen te worden geplaatst. ### Artikel 2.92a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Voorafgaand aan de vaststelling van de schoolgids stelt het bevoegd gezag leerlingen in de gelegenheid op een door hen te bepalen wijze vrijelijk hun mening naar voren te brengen over de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. Het bevoegd gezag biedt leerlingen daartoe de ondersteuning die zij nodig hebben. Het bevoegd gezag beschrijft in de schoolgids op algemene wijze de inbreng van de leerlingen en de mate van invloed op de vaststelling van de basisondersteuningsvoorzieningen en het ondersteuningsaanbod van de school. ### Artikel 2.93 @@ -2647,7 +2678,7 @@ d. het uit het overleg voortvloeiende voorstel van het bevoegd gezag van de in d ### Artikel 3.43 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Artikel 2:13, eerste lid, Awb is niet van toepassing in het verkeer tussen ouders of leerlingen en het bevoegd gezag. ## Hoofdstuk 4. Voorzieningenplanning @@ -4180,7 +4211,7 @@ b. andere leraren die daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag geschikt z ### Artikel 7.21 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De periode waarvoor een leraar op grond van artikel 7.5, 7.13, 7.16, 7.17 of 7.18, eerste lid, maximaal kan worden benoemd, gaat niet opnieuw lopen door eenzelfde benoeming. ### Artikel 7.22 @@ -4542,7 +4573,7 @@ Is de leerling jonger dan achttien jaar, dan komen deze rechten ook toe aan dien **1.** Het bevoegd gezag beoordeelt of de leerling die is aangemeld extra ondersteuning nodig heeft. Voor die beoordeling kan het bevoegd gezag de ouders verzoeken gegevens te overleggen over stoornissen of handicaps van de leerling of beperkingen in de onderwijsparticipatie. Onder extra ondersteuning wordt niet verstaan ondersteuning om de beheersing van de Nederlandse taal te bevorderen voor het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. -**2.** Het bevoegd gezag weigert de toelating van een leerling die extra ondersteuning nodig heeft alleen nadat het ervoor heeft gezorgd dat een andere school, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, LPW bereid is om de leerling toe te laten, na overleg met de ouders en met inachtneming van de ondersteuningsbehoefte van de leerling en de schoolondersteuningsprofielen van de betrokken scholen. +**2.** Het bevoegd gezag weigert de toelating van een leerling die extra ondersteuning nodig heeft alleen nadat het ervoor heeft gezorgd dat een andere school, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, LPW bereid is om de leerling toe te laten, na overleg met de ouders en met inachtneming van de ondersteuningsbehoefte van de leerling en het ondersteuningsaanbod van de betrokken scholen. **3.** @@ -5186,6 +5217,10 @@ b. het volgen van onderwijs in een van de leerwegen, genoemd in artikel 2.22, ee **3.** Het bevoegd gezag van de school voor praktijkonderwijs waaraan de leerling wordt toegelaten, stelt, na overleg met de ouders, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop voor de leerling het praktijkonderwijs wordt gegeven. +### Artikel 11.8a + +Artikel 2.31a, vierde lid, tweede volzin, en artikel 2.31b zijn niet van toepassing. + ### Artikel 11.9 Artikel 2.32 en artikel 2.33, tweede lid, zijn niet van toepassing. @@ -5229,13 +5264,19 @@ c. wordt zodanig in het onderwijs geïntegreerd en ingericht dat de leerling een **4.** Het bevoegd gezag beslist of een leerling is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. Het hanteert daartoe een indicatieprocedure die is gebaseerd op erkende testen en toetsen. Na overleg met de ouders van de leerling beslist het bevoegd gezag of aan de leerling leerwegondersteunend onderwijs wordt aangeboden. -**5.** Het bevoegd gezag stelt, na overleg met de ouders, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop aan de leerling het leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven. +**5.** Het bevoegd gezag stelt, na overleg met de ouders en de leerling, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop aan de leerling het leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven. ### Artikel 11.14 **1.** Het bevoegd gezag van een school waar een leerling met een specifieke onderwijsbehoefte is ingeschreven stelt in overeenstemming met de ouders en met inachtneming van artikel 11.18, derde lid, voor elk schooljaar een handelingsplan op. Indien de leerling wordt ingeschreven op of na 1 augustus, wordt het handelingsplan zo spoedig mogelijk maar uiterlijk een maand na die inschrijving opgesteld. -**2.** Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders geëvalueerd. +**2.** Het bevoegd gezag stelt het handelingsplan op nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft. + +**3.** Het bevoegd gezag beschrijft in het handelingsplan de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan. + +**4.** Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan. + +**5.** Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders en de leerling geëvalueerd. ### Artikel 11.15 @@ -6308,7 +6349,7 @@ De commissie neemt kennis van geschillen tussen ouders en bevoegd gezag van een a. artikel 2.44, eerste, tweede en vierde lid, en b. artikel 8.9 en artikel 8.15, tweede lid. -**3.** De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen tien weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het schoolondersteuningsprofiel en het ondersteuningsplan. +**3.** De commissie brengt op verzoek van de ouders binnen tien weken een oordeel uit aan het bevoegd gezag, rekening houdend met het ondersteuningsaanbod van de school en het ondersteuningsplan. **4.** Indien een geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie en de ouders bezwaar hebben gemaakt tegen de beslissing over de toelating of de verwijdering, neemt het bevoegd gezag de beslissing op bezwaar pas nadat de commissie heeft geoordeeld. De termijn voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het geschil aanhangig is gemaakt bij de commissie tot de dag waarop de commissie het oordeel heeft uitgebracht.