2008-01-01 | BWBR0009066 | Besluit gebruik meststoffen
This commit is contained in:
parent
df7b12fa9b
commit
90a76acf06
1 changed files with 145 additions and 188 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit gebruik meststoffen
|
|||
bwb_id: BWBR0009066
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2002-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2008-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009066
|
||||
citeertitel: Besluit gebruik meststoffen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -16,146 +16,230 @@ citeertitel: Besluit gebruik meststoffen
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder grond, meststoffen, bedrijf, landbouwgrond, fosfaat, hectare, veengrond, zand- of lössgrond en kleigrond hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, en wordt verstaan onder:
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder grond, meststoffen, bedrijf, landbouwgrond, fosfaat, hectare, veengrond, zand- of lössgrond en kleigrond hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Meststoffenwet, wordt verstaan onder zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *dierlijke meststoffen*: uitwerpselen van dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan;
|
||||
b. *gebruiken van meststoffen*: meststoffen op of in de bodem brengen;
|
||||
c. *grasland*: grond die voor ten minste 50% uit gras bestaat dat bestemd is voor beweiding met dieren of voor de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren;
|
||||
c. *grasland*: grond die voor ten minste 50 procent is beteeld met gras dat blijkens het gebruik van de grond is bestemd om te worden gebruikt als veevoer door beweiding van de grond met dieren of door de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren;
|
||||
d. *bouwland*: grond waarop ten minste een deel van het jaar een gewas wordt geteeld, niet zijnde grasland;
|
||||
e. *natuurterrein*: grond met een houtopstand die de hoofdfunctie natuur heeft, heideveld, ven, hoogveenterrein, zandverstuiving, duinterrein, kwelder, schor, gors, slik, riet- en ruigtland, griend en laagveenmoeras, alsmede grasland of bouwland dat de hoofdfunctie natuur heeft;
|
||||
f. *beheer*: beheer, gericht op de instandhouding van natuurwaarden, dat
|
||||
|
||||
1°. is vastgesteld krachtens de Natuurbeschermingswet of de Natuurbeschermingswet 1998,
|
||||
1°. is vastgesteld krachtens de Natuurbeschermingswet 1998,
|
||||
2°. geldt als voorwaarde voor de verlening van een subsidie op grond van de Kaderwet LNV-subsidies, of
|
||||
3°. tot stand is gekomen met instemming van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
g. *overige grond*: andere grond dan natuurterrein en dan landbouwgrond die tot een bedrijf behoort;
|
||||
h. *stikstofkunstmest*: meststof, opgenomen in bijlage IV bij dit besluit;
|
||||
h. *stikstofkunstmest*: anorganische meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, die meer dan 0,5 gewichtsprocenten van de droge stof aan stikstof bevatten;
|
||||
i. *vaste mest*: dierlijke meststoffen die niet verpompbaar zijn;
|
||||
j. *drijfmest*: dierlijke meststoffen die verpompbaar zijn;
|
||||
k. *fruitteelt*: bedrijfsmatige teelt op bouwland van vruchten, bestemd voor menselijke consumptie en groeiend aan houtige gewassen;
|
||||
l. *emissiearm aanwenden*: gebruiken overeenkomstig de voorschriften die voor de desbetreffende situatie zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage II;
|
||||
m. *veenkoloniaal bouwplan*: bouwplan met de teelt van fabrieksaardappelen ten behoeve van de zetmeelindustrie met een teeltfrequentie van ten minste éénmaal per drie jaar, met dien verstande dat geen sprake is van een veenkoloniaal bouwplan in de periode dat op de desbetreffende grond bloembollen worden geteeld of gras wordt geteeld;
|
||||
n. *hellingspercentage*: quotiënt van het hoogteverschil en de horizontale afstand, uitgedrukt in procenten, volgens de in bijlage III bij dit besluit aangegeven meetmethode;
|
||||
o. *niet-beteelde grond*: grond waarvan niet kan worden waargenomen dat deze gelijkmatig met een gewas is bedekt.
|
||||
k. *steekvast zuiveringsslib*: zuiveringsslib dat niet verpompbaar is;
|
||||
l. *vloeibaar zuiveringsslib*: zuiveringsslib dat verpompbaar is;
|
||||
m. *fruitteelt*: bedrijfsmatige teelt op bouwland van vruchten, bestemd voor menselijke consumptie en groeiend aan houtige gewassen;
|
||||
n. *emissiearm aanwenden*: gebruiken overeenkomstig de voorschriften die voor de desbetreffende situatie zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage I;
|
||||
o. *veenkoloniaal bouwplan*: bouwplan met de teelt van fabrieksaardappelen ten behoeve van de zetmeelindustrie met een teeltfrequentie van ten minste éénmaal per drie jaar, met dien verstande dat geen sprake is van een veenkoloniaal bouwplan in de periode dat op de desbetreffende grond bloembollen worden geteeld of gras wordt geteeld;
|
||||
p. *hellingspercentage*: quotiënt van het hoogteverschil en de horizontale afstand, uitgedrukt in procenten, volgens de in bijlage II bij dit besluit aangegeven meetmethode;
|
||||
q. *niet-beteelde grond*: grond waarvan niet kan worden waargenomen dat deze gelijkmatig met een gewas is bedekt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van de artikelen 4, 4a, 5 en 6d wordt onder bouwland niet verstaan grond waarop tuinbouw in glasopstanden wordt uitgeoefend, of waarop een anderszins bedekte teelt plaatsvindt.
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 1b, derde lid, is de situatie op 15 mei van het jaar waarin zuiveringsslib wordt gebruikt, bepalend voor de vraag of sprake is van bouwland of grasland, met dien verstande dat indien op 15 mei van het desbetreffende jaar landbouwgrond niet wordt beteeld, deze grond wordt aangemerkt als bouwland, tenzij de grond het gehele jaar niet wordt beteeld, in welk geval de grond wordt aangemerkt als overige grond.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Gebruik van dierlijke meststoffen op natuurterrein en overige grond
|
||||
**3.** Voor de toepassing van artikel 4b wordt onder grasland verstaan: grond die voor ten minste 50 procent uit gras bestaat dat is of wordt gebruikt voor beweiding met dieren of voor de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van de artikelen 4, 4a, 5 en 6d wordt onder bouwland niet verstaan grond waarop tuinbouw in glasopstanden wordt uitgeoefend, of waarop een anderszins bedekte teelt plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**5.** Dit besluit berust, voor zover het de artikelen 4b, 6a, 6b, 6c, 6d en 8a betreft, mede op de artikelen 10 en 11 van de Wet bodembescherming.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden meststoffen te gebruiken.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd de overige bepalingen in dit besluit geldt het in het eerste lid gestelde verbod niet indien de meststoffen voldoen aan de bij of krachtens hoofdstuk III van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gestelde regels of indien het meststoffen betreft waarvan het verhandelen ingevolge artikel 77 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet is toegestaan.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het meststoffen betreft ten aanzien waarvan in de krachtens artikel 21, eerste lid, onderdeel h, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, gestelde regels is bepaald dat de artikelen 11, 14 en 15 van dat besluit geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn, geldt het in het eerste lid bedoelde verbod, in zoverre in afwijking van het tweede lid, niet indien de gebruikte hoeveelheid van die meststoffen niet groter is dan de bij ministeriële regeling vast te stellen hoeveelheid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1a. Gebruik van zuiveringsslib en overige organische meststoffen
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden zuiveringsslib en overige organische meststoffen te gebruiken.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het gebruik van overige organische meststoffen op landbouwgrond.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het gebruik van zuiveringsslib op percelen landbouwgrond waarvan overeenkomstig de krachtens artikel 1c gestelde regels is vastgesteld dat een of meer van de in de bodem aanwezige stoffen de in bijlage III opgenomen toetsingswaarden niet overschrijden, en voor zover:
|
||||
|
||||
a. indien het vloeibaar zuiveringslib betreft, de gebruikte hoeveelheid niet groter is dan:
|
||||
|
||||
i. twee ton droge stof per hectare per jaar op bouwland; of
|
||||
ii. één ton droge stof per hectare per jaar op grasland; of
|
||||
b. indien het steekvast zuiveringslib betreft, de gebruikte hoeveelheid niet groter is dan:
|
||||
|
||||
i. vier ton droge stof per hectare per twee jaren op bouwland; of
|
||||
ii. twee ton droge stof per hectare per twee jaren op grasland.
|
||||
|
||||
**4.** Gedurende de in het derde lid bedoelde perioden blijft het grondgebruik voor het desbetreffende aantal hectaren ongewijzigd.
|
||||
|
||||
**5.** In zoverre in afwijking van de aanhef van het derde lid, geldt het in het eerste lid gestelde verbod niet voor het gebruik van zuiveringsslib op percelen landbouwgrond waarvan overeenkomstig de krachtens artikel 16 van het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen gestelde regels, zoals deze luidden op het tijdstip waarop dit artikel in werking is getreden, is vastgesteld dat een of meer van de in de bodem aanwezige stoffen de in bijlage III opgenomen toetsingswaarden niet overschrijden, voor zover de geldigheidsduur van deze vaststelling niet is overschreden.
|
||||
|
||||
### Artikel 1c
|
||||
|
||||
**1.** Voordat op landbouwgrond zuiveringsslib wordt gebruikt, wordt de bodem bemonsterd en geanalyseerd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de in het eerste lid bedoelde bemonstering en analyse, die onder meer betrekking kunnen hebben op de methode van bemonstering en analyse, de frequentie waarin de bemonstering en analyse moeten plaatsvinden, de bevoegdheid tot het verrichten van de bemonstering en analyse, alsmede het bewaren en overleggen van de analyseresultaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 1d
|
||||
|
||||
Het is verboden zuiveringsslib en overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken:
|
||||
|
||||
a. op weideland: gedurende de periode van beweiding;
|
||||
b. op grond die wordt gebruikt voor de teelt van voedergewassen: minder dan drie weken voor de oogst;
|
||||
c. op grond die wordt gebruikt voor groente- of fruitaanplant, met uitzondering van fruitbomen: gedurende de groeiperiode van de groente onderscheidenlijk het fruit;
|
||||
d. op grond die is bestemd voor de teelt van groenten of vruchten, die gewoonlijk in rechtstreeks contact met de bodem staan en rauw worden geconsumeerd: minder dan tien maanden voor de oogst alsmede tijdens de oogst.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Gebruik van dierlijke meststoffen of compost op natuurterrein en overige grond
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen te gebruiken op natuurterrein of op overige grond.
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen of compost te gebruiken op natuurterrein of op overige grond.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing op natuurterrein waarop een beheer wordt gevoerd, indien aan het beheer beperkingen zijn verbonden ten aanzien van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en het gebruik daarmee in overeenstemming is.
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing op natuurterrein waarop een beheer wordt gevoerd, indien aan het beheer beperkingen zijn verbonden ten aanzien van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen of compost en het gebruik daarmee in overeenstemming is.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gesteld verbod is niet van toepassing op natuurterrein, indien op dat terrein geen beheer wordt gevoerd waaraan beperkingen ten aanzien van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen zijn verbonden en ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
a. de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar;
|
||||
b. het natuurterrein is grasland en de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 70 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 170 kilogram stikstof per hectare per jaar.
|
||||
a. het totaal van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar;
|
||||
b. het natuurterrein is grasland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 70 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 170 kilogram stikstof per hectare per jaar.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op overige grond indien ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
a. de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar;
|
||||
b. de overige grond is grasland of bouwland en de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 85 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 170 kilogram stikstof per hectare per jaar.
|
||||
a. het totaal van de gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, is niet groter dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar;
|
||||
b. de overige grond is grasland of bouwland en het totaal van de daarop gebruikte hoeveelheid dierlijke meststoffen en compost, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat en stikstof, is niet groter dan 85 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 170 kilogram stikstof per hectare per jaar.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Gebruik van dierlijke meststoffen en stikstofkunstmest
|
||||
**5.** Bij de bepaling van de in het derde en vierde lid bedoelde hoeveelheid meststoffen wordt de hoeveelheid fosfaat in compost slechts voor het krachtens artikel 12, vijfde lid, van de Meststoffenwet bepaalde deel in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2, vierde lid, is het toegestaan op overige grond compost te gebruiken bij wijze van eenmalige gift in een hoeveelheid van ten hoogste 200 ton droge stof per hectare, indien tenminste voorafgaande aan het gebruik een melding daarvan aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde melding bevat:
|
||||
|
||||
a. naam en adres van de gebruiker;
|
||||
b. een kadastrale of topografische aanduiding van het desbetreffende perceel alsmede een opgave van de oppervlakte ervan;
|
||||
c. naam en adres van de leverancier van het product; en
|
||||
d. de te gebruiken hoeveelheid.
|
||||
|
||||
**3.** Met het in het eerste lid bedoelde gebruik mag eerst worden aangevangen, zodra een bevestiging van ontvangst van de melding door de gebruiker is ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de melding wordt gedaan.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Gebruik van dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost en overige organische meststoffen
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen of stikstofkunstmest te gebruiken indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren of geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw.
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken indien de bodem geheel of gedeeltelijk is bevroren of geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste mest op grasland waarop een beheer wordt gevoerd, indien het gebruik van vaste mest onderdeel is van het op het desbetreffende grasland van toepassing zijnde beheersregime.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
Het is verboden dierlijke meststoffen of stikstofkunstmest te gebruiken indien de bovenste bodemlaag met water verzadigd is.
|
||||
Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken indien de bovenste bodemlaag met water verzadigd is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3b
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari dierlijke meststoffen of stikstofkunstmest te gebruiken indien de bodem tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd.
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken indien de bodem tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder infiltreren verstaan: aanvoeren van water op of onder het grondoppervlak door middel van een buizen- of slangenstelsel.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari dierlijke meststoffen te gebruiken.
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 1 september tot en met 31 januari dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 tot en met 15 september niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond.
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 tot en met 15 september niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste dierlijke meststoffen op bouwland, gelegen op kleigrond of veengrond.
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste dierlijke meststoffen onderscheidenlijk steekvast zuiveringsslib op bouwland, gelegen op kleigrond of veengrond.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van drijfmest op bouwland, gelegen op kleigrond, in de periode van:
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van drijfmest onderscheidenlijk vloeibaar zuiveringsslib op bouwland, gelegen op kleigrond, in de periode van:
|
||||
|
||||
a. 1 september 2005 tot en met 30 november 2005;
|
||||
b. 1 september 2006 tot en met 15 november 2006;
|
||||
c. 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2007;
|
||||
d. 1 september 2008 tot en met 15 oktober 2008;
|
||||
e. 1 september tot en met 15 september in de jaren 2009 en volgende.
|
||||
a. 1 september 2005 tot en met 30 november 2005;
|
||||
b. 1 september 2006 tot en met 15 november 2006;
|
||||
c. 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2007;
|
||||
d. 1 september 2008 tot en met 15 oktober 2008;
|
||||
e. 1 september tot en met 15 september in de jaren 2009 en volgende.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van drijfmest op bouwland, gelegen op veengrond, in de periode van 1 september tot en met 15 september.
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van drijfmest onderscheidenlijk vloeibaar zuiveringsslib op bouwland, gelegen op veengrond, in de periode van 1 september tot en met 15 september.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van zuiveringsslib dat niet meer dan 70 gram stikstof per kilogram droge stof bevat, indien:
|
||||
|
||||
a. het zuiveringsslib door de producent of namens hem door tussenkomst van ten hoogste één vervoerder rechtstreeks aan de gebruiker is afgeleverd;
|
||||
b. het zuiveringsslib wordt gebruikt op de dag waarop het aan de gebruiker is afgeleverd; en
|
||||
c. het zuiveringsslib, nadat overeenkomstig de krachtens artikel 21, eerste lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gestelde regels, de samenstelling ervan is bepaald, niet is gemengd met ander zuiveringsslib of andere stoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 16 september tot en met 31 januari stikstofkunstmest te gebruiken op bouwland en op grasland.
|
||||
**1.** Het is verboden in de periode van 16 september tot en met 31 januari stikstofkunstmest te gebruiken op bouwland en op grasland.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met een vollegrondsgroente.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 15 oktober niet van toepassing op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend.
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 15 oktober niet van toepassing op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van ureum op bouwland waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 januari tot en met 31 januari niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met hyacinten.
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 januari tot en met 31 januari niet van toepassing op bouwland dat gelijkmatig is beteeld met hyacinten.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden op grasland de graszode te vernietigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 februari tot en met 15 september niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond, en is in de periode van 1 februari tot en met 10 mei niet van toepassing op grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van een gewas, genoemd in bijlage I, aanvangt.
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 februari tot en met 15 september niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond of veengrond, en is in de periode van 1 februari tot en met 10 mei niet van toepassing op grasland, gelegen op zand- of lössgrond, indien direct aansluitend op de vernietiging van de graszode op de desbetreffende grond de teelt van een bij ministeriële regeling aangewezen relatief stikstofbehoeftig gewas aanvangt.
|
||||
|
||||
**3.** Het gebruik van meststoffen op de grond, beteeld met de in het tweede lid bedoelde gewassen, vindt slechts plaats voorzover uit een representatief grondmonster blijkt dat de aanwezige hoeveelheid stikstof, rekening houdend met de minerale stikstof en met de toevoer van stikstof door netto-mineralisatie van voorraden organische stikstof in de bodem, onvoldoende is om te voldoen aan de behoefte van het desbetreffende gewas. Het representatieve grondmonster wordt genomen, bemonsterd en geanalyseerd door een laboratorium dat blijkens accreditatie door Raad voor Accreditatie te Utrecht aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025, dan wel door een vergelijkbare instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere lidstaat die partij is bij een daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een verklaring verstrekt op basis van onderzoekingen die voldoen aan een kwaliteitsborgingsniveau dat tenminste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
|
||||
**3.** Het gebruik van stikstofhoudende meststoffen op de grond, beteeld met de in het tweede lid bedoelde gewassen, vindt slechts plaats voorzover uit een representatief grondmonster blijkt dat de aanwezige hoeveelheid stikstof, rekening houdend met de minerale stikstof en met de toevoer van stikstof door netto-mineralisatie van voorraden organische stikstof in de bodem, onvoldoende is om te voldoen aan de behoefte van het desbetreffende gewas. Het representatieve grondmonster wordt genomen, bemonsterd en geanalyseerd door een laboratorium dat blijkens accreditatie door Raad voor Accreditatie te Utrecht aantoonbaar voldoet aan de norm NEN-EN-ISO/IEC 17025.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 30 november niet van toepassing op grasland, indien direct na de vernietiging van de graszode in de desbetreffende grond tulp, krokus, iris of muscari wordt geplant.
|
||||
**4.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 16 september tot en met 30 november niet van toepassing op grasland, indien direct na de vernietiging van de graszode in de desbetreffende grond tulp, krokus, iris of muscari wordt geplant.
|
||||
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 november tot en met 31 december niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond, indien na de vernietiging van de graszode als eerstvolgend gewas een ander gewas dan gras wordt geplant of gezaaid.
|
||||
**5.** Het in het eerste lid gestelde verbod is in de periode van 1 november tot en met 31 december niet van toepassing op grasland, gelegen op kleigrond, indien na de vernietiging van de graszode als eerstvolgend gewas een ander gewas dan gras wordt geplant of gezaaid.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het vernietigen van de graszode op grasland als onderdeel van kavelinrichtingswerken die worden verricht na vaststelling van een plan van toedeling, op basis van:
|
||||
|
||||
a. een landinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig artikelen 73 tot en met 83 van de Landinrichtingswet, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk VII van de Landinrichtingswet,
|
||||
b. een herinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 16 tot en met 20 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, of
|
||||
c. een plan van voorzieningen dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, of
|
||||
d. een reconstructieplan dat is vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk 2 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden.
|
||||
b. een herinrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 16 tot en met 20 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën,
|
||||
c. een plan van voorzieningen dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 44 van de Reconstructiewet Midden-Delfland,
|
||||
d. een reconstructieplan dat is vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk 2 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, waarin is voorzien in herverkaveling als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden, of
|
||||
e. een inrichtingsplan dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 17 tot en met 20 van de Wet inrichting landelijk gebied.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen te gebruiken op grasland of bouwland, tenzij de dierlijke meststoffen emissiearm worden aangewend.
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op grasland of bouwland, tenzij de dierlijke meststoffen emissiearm worden aangewend.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op grond, gelegen op zand- of lössgrond, waarop een veenkoloniaal bouwplan wordt uitgeoefend, alsmede op bouwland gelegen op Texel.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste dierlijke meststoffen op grond waarop gras wordt geteeld of waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend, tenzij de grond een hellingspercentage heeft van 7 of meer.
|
||||
**3.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het gebruik van vaste dierlijke meststoffen onderscheidenlijk steekvast zuiveringsslib op grond waarop gras wordt geteeld of waarop uitsluitend fruitteelt wordt uitgeoefend, tenzij de grond een hellingspercentage heeft van 7 of meer.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Het is verboden dierlijke meststoffen of stikstofkunstmest te gebruiken anders dan door een zo gelijkmatig mogelijke verspreiding over het perceel waarop de meststoffen worden gebruikt.
|
||||
Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken anders dan door een zo gelijkmatig mogelijke verspreiding over het perceel waarop de meststoffen worden gebruikt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Gebruik van dierlijke meststoffen en stikstofkunstmest op steile hellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen of stikstofkunstmest te gebruiken op grond met een hellingspercentage van 7 of meer indien de desbetreffende grond is aangetast door geulenerosie.
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op grond met een hellingspercentage van 7 of meer indien de desbetreffende grond is aangetast door geulenerosie.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder geulenerosie verstaan: de versnelde afvoer van bodemmateriaal door oppervlakkig afstromend water, waarbij geulen van meer dan 30 centimeter diepte zijn ontstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 6b
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen te gebruiken op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer.
|
||||
**1.** Het is verboden dierlijke meststoffen, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7 of meer.
|
||||
|
||||
**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor niet-beteelde grond met een hellingspercentage van minder dan 18 indien deze grond uiterlijk acht dagen na het gebruik van de dierlijke meststoffen gelijkmatig is ingezaaid met een ander gewas dan maïs, aardappelen of bieten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -174,7 +258,7 @@ Het is verboden stikstofkunstmest te gebruiken op niet-beteelde grond met een he
|
|||
|
||||
### Artikel 6d
|
||||
|
||||
Het verboden dierlijke meststoffen of stikstofkunstmest te gebruiken op bouwland met een hellingspercentage van 18 of meer.
|
||||
Het verboden dierlijke meststoffen, stikstofkunstmest, zuiveringsslib, compost, overige organische meststoffen of een mengsel met deze meststoffen te gebruiken op bouwland met een hellingspercentage van 18 of meer.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Ontheffingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -195,7 +279,7 @@ Een ontheffing kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van Onze Mini
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten kunnen voor de periode van 1 tot en met 15 september ten behoeve van experimenten met het gebruik van dierlijke meststoffen op bouwland, braakland of niet-beteelde grond, gelegen op zand- of lössgrond, op aanvraag, ontheffing verlenen van het in artikel 4 gestelde verbod, op basis van een ingediend voorstel voor een experiment.
|
||||
**1.** Gedeputeerde staten kunnen voor de periode van 1 tot en met 15 september ten behoeve van experimenten met het gebruik van dierlijke meststoffen op bouwland of niet-beteelde grond, gelegen op zand- of lössgrond, of ten behoeve van experimenten met het gebruik van compost, zuiveringsslib of overige organische meststoffen op bouwland, gelegen op zand- of lössgrond, op aanvraag, ontheffing verlenen van het in artikel 4 gestelde verbod, op basis van een ingediend voorstel voor een experiment.
|
||||
|
||||
**2.** De ontheffing kan slechts worden verleend na kennisgeving door gedeputeerde staten aan Onze Minister van de in het eerste lid bedoelde aanvraag en nadat Onze Minister ter zake de Technische commissie bodembescherming heeft gehoord.
|
||||
|
||||
|
|
@ -205,13 +289,13 @@ Een ontheffing kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van Onze Mini
|
|||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** Op zand- en lössgronden wordt na de teelt van maïs direct aansluitend gras, winterrogge, bladkool of bladrammenas geteeld.
|
||||
**1.** Op zand- en lössgronden wordt na de teelt van maïs direct aansluitend een bij ministeriële regeling aangewezen gewas geteeld.
|
||||
|
||||
**2.** De gewassen die na maïs worden geteeld, genoemd in het eerste lid, mogen niet worden vernietigd voor 1 februari van het daarop volgende jaar.
|
||||
**2.** De gewassen die na maïs worden geteeld, bedoeld in het eerste lid, mogen niet worden vernietigd voor 1 februari van het daarop volgende jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
Dit besluit is niet van toepassing op het gebruik van mengsels van dierlijke meststoffen met zuiveringsslib, compost of zwarte grond, als bedoeld in het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen.
|
||||
Met een laboratorium als bedoeld in artikel 4b, derde lid, wordt gelijk gesteld een vergelijkbare instelling, gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel in een andere staat die partij is bij een daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, die een verklaring verstrekt op basis van onderzoekingen die voldoen aan een kwaliteitsborgingniveau dat tenminste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -225,143 +309,11 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepal
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik meststoffen.
|
||||
|
||||
## Bijlage I. behorende bij
|
||||
|
||||
Aardbei
|
||||
|
||||
Aardappelen
|
||||
|
||||
Acidanthera
|
||||
|
||||
Andijvie
|
||||
|
||||
Anemone coronaria
|
||||
|
||||
Augurk
|
||||
|
||||
Bleek- en groenselderij
|
||||
|
||||
Bloemkool
|
||||
|
||||
Boerenkool
|
||||
|
||||
Broccoli
|
||||
|
||||
Buitenbloemen
|
||||
|
||||
Chinese kool
|
||||
|
||||
Courgette
|
||||
|
||||
Fritillaria imperialis
|
||||
|
||||
Gladiool
|
||||
|
||||
Gras
|
||||
|
||||
Graszaad
|
||||
|
||||
Graszoden
|
||||
|
||||
Iris
|
||||
|
||||
Hyacint
|
||||
|
||||
Karwij
|
||||
|
||||
Knolbegonia
|
||||
|
||||
Knolselderij
|
||||
|
||||
Knolvenkel
|
||||
|
||||
Koolraap
|
||||
|
||||
Koolrabi
|
||||
|
||||
Koolzaad
|
||||
|
||||
Krokus
|
||||
|
||||
Kroten
|
||||
|
||||
Kruiden
|
||||
|
||||
Laanbomen: opzetters
|
||||
|
||||
Landbouwstambonen
|
||||
|
||||
Lelie
|
||||
|
||||
Maïs
|
||||
|
||||
Meloen
|
||||
|
||||
Muscari
|
||||
|
||||
Narcis
|
||||
|
||||
Paksoi
|
||||
|
||||
Plantui, 2^e jaars
|
||||
|
||||
Pompoen
|
||||
|
||||
Prei
|
||||
|
||||
Raapstelen
|
||||
|
||||
Rabarber
|
||||
|
||||
Rode kool
|
||||
|
||||
Savooiekool
|
||||
|
||||
Schorseneren
|
||||
|
||||
Sla
|
||||
|
||||
Spinazie
|
||||
|
||||
Spitskool
|
||||
|
||||
Spruitkool
|
||||
|
||||
Stam- en stokbonen
|
||||
|
||||
Suikerbiet
|
||||
|
||||
Suikermaïs
|
||||
|
||||
Triticale
|
||||
|
||||
Tulp
|
||||
|
||||
Vaste planten
|
||||
|
||||
Venkel
|
||||
|
||||
Voederbiet
|
||||
|
||||
Wintergerst
|
||||
|
||||
Winterrogge
|
||||
|
||||
Wintertarwe
|
||||
|
||||
Winterui
|
||||
|
||||
Witte kool
|
||||
|
||||
Zaaiui
|
||||
|
||||
Zomertarwe
|
||||
|
||||
## Bijlage II. , behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
## Bijlage I. , behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
Beschrijving van emissiearm aanwenden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
## Bijlage III. , behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
## Bijlage II. behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
**I Bepaling hellingspercentage van gewaspercelen met één hoogste en één laagste punt**
|
||||
|
||||
|
|
@ -415,7 +367,12 @@ Gemiddeld hellingspercentage gewasperceel:
|
|||
|
||||
2. Bolle percelen: vanuit het hoogste punt het gemiddelde van twee hellingen bepalen.
|
||||
|
||||
## Bijlage III. behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
L = % Lutum
|
||||
|
||||
H = % organische stof
|
||||
|
||||
## Bijlage IV. behorende bij het Besluit gebruik meststoffen
|
||||
|
||||
**Onder stikstofkunstmest als bedoeld in **
|
||||
artikel 1, eerste lid, onderdeel e, worden meststoffen, alsmede mengsels van meststoffen verstaan, die vallen onder de volgende typeaanduidingen:
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue