2018-01-01 | BWBR0040474 | Omzetbelasting, landbouw
This commit is contained in:
parent
c3d062aedd
commit
90cb85f4ab
1 changed files with 9 additions and 32 deletions
|
|
@ -14,8 +14,6 @@ De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
|
|||
|
||||
*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 20 december 2013, nr. BLKB 2013/2253M. Het besluit is geactualiseerd met als voornaamste reden het afschaffen van de btw-landbouwregeling (hierna: landbouwregeling) per 1 januari 2018. In onderdeel 1.2 (nieuw) wordt gemotiveerd aangegeven welke onderdelen zijn vervallen of aangepast en welke onderdelen zijn geactualiseerd. Onderdeel 2 (nieuw) wordt in overleg met de branche nog bezien.*
|
||||
|
||||
*Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 27 juli 2020, nr. 2020/11911, (Stcrt. 41647). De wijziging betrof de onderdelen 3.1 en 3.2 en houdt verband met de verwerking van de zogenoemde gebruiksvee-arresten2HR 7 juni 2019, nrs. 17/05587, 17/05589 t/m 17/05592, ECLI:NL:HR:2019:863 t/m 867. In die arresten heeft de Hoge Raad beslist dat in bepaalde gevallen de btw kan worden herzien die in rekening is gebracht ter zake van de opfokkosten van kalveren tot melkkoeien.*
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
Tot 1 januari 2018 was in artikel 27 van de Wet op de omzetbelasting 1968 de landbouwregeling opgenomen. Dit was een bijzondere regeling die beoogde landbouwers buiten de heffing van omzetbelasting te laten. Met ingang van 1 januari 2018 is de landbouwregeling afgeschaft1Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling, Tweede Kamer, vergaderjaar 2017-2018, 34 787.
|
||||
|
|
@ -167,39 +165,18 @@ De landbouwer die vanaf 1 januari 2018 op de normale wijze in de btw-heffing wo
|
|||
|
||||
Een bijzonder geval vormen goederen en/of diensten die opgaan in de landbouwproducten. Deze goederen en diensten zijn als zodanig op 1 januari 2018 niet meer aanwezig omdat ze vóór 1 januari 2018 zijn aangewend voor het telen of voortbrengen van landbouwproducten die na die datum zullen worden geleverd. Voorbeelden zijn zaden, meststoffen, dieren bestemd voor de productie van vlees en veevoeder dat aan die dieren is verstrekt. De btw die aan de landbouwer in rekening is gebracht bij de aanschaf van deze goederen en/of diensten komt alsnog voor aftrek in aanmerking wanneer de bedoelde goederen en/of diensten zijn opgegaan in landbouwproducten die belast met btw worden geleverd (herziening met toepassing van artikel 15, vierde lid van de wet, zie het overgangsrecht in onderdeel 3.2).
|
||||
|
||||
### 3.1. Overgangsrecht vanwege afschaffing van de landbouwregeling
|
||||
### 3.1. Uitspraak Hof ’s Hertogenbosch van 19 oktober 2017
|
||||
|
||||
Op 19 oktober 2017 heeft Hof ’s Hertogenbosch een uitspraak gedaan die van belang is voor de berekening van de herzienings-btw per 1 januari 2018 (datum afschaffing landbouwregeling). In deze procedure ging het over de btw die was begrepen in de opfokkosten van het op de optiedatum aanwezige jongvee, dat nog niet als melkvee in gebruik was genomen en om btw die was begrepen in de op de optiedatum aanwezige, zelf voortgebrachte melkkoeien (zogenoemd gebruiksvee). Het hof heeft geoordeeld dat bij optie om de landbouwregeling niet langer toe te passen deze btw niet kan worden herzien (Hof ’s Hertogenbosch van 19 oktober 2017, nr. 16/00275, ECLI:NL:GHSHE:2017:4577).
|
||||
|
||||
Dit is anders bij het vee en veevoer genoemd in het hiervoor opgenomen onderdeel ‘*In de productie opgegane, niet meer als zodanig aanwezige goederen en/of diensten’. *Dat onderdeel ziet op dieren die zijn bestemd voor de productie van vlees (zogenoemd verbruiksvee) en veevoeder dat aan die dieren is verstrekt. De btw die in rekening is gebracht op de kosten voor die dieren en dat veevoer komt – in tegenstelling tot de btw op gebruiksvee waar de procedure over ging – wel voor herziening in aanmerking.
|
||||
|
||||
Tegen de uitspraak van Hof ’s Hertogenbosch is cassatie ingesteld.
|
||||
|
||||
### 3.2. Overgangsrecht vanwege afschaffing van de landbouwregeling
|
||||
|
||||
Gelet op de overgangsbepaling in artikel V van de Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling (zie noot 1) moet de landbouwer die op 31 december 2017 gebruik maakt van de landbouwregeling de herzienings-btw voor de resterende herzieningsperiode in één keer in aftrek brengen. Dit geldt voor zover deze goederen en diensten voor belaste handelingen zullen worden gebruikt gedurende de periode waarover herziening plaatsvindt. Hij moet dit doen op een aangifte over een door de landbouwer zelf te kiezen belastingtijdvak dat aanvangt in 2018. Met betrekking tot nog niet in gebruik genomen goederen en diensten moet de landbouwer de aangifte uiterlijk indienen in het belastingtijdvak waarin de landbouwer de goederen en diensten in gebruik neemt.
|
||||
|
||||
### 3.2. Gebruiksvee-arresten van de Hoge Raad
|
||||
|
||||
De Hoge Raad heeft in vijf arresten op 7 juni 20193HR 7 juni 2019, nrs. 17/05587, 17/05589 t/m 17/05592, ECLI:NL:HR:2019:863 t/m 867 (hierna: gebruiksvee-arresten) beslist dat de btw kan worden herzien4Artikel 15, vierde en zesde lid, van de Wet die in rekening is gebracht ter zake van de opfokkosten5Zoals bijvoorbeeld kosten voor voer, dierenarts, water en elektriciteit van kalveren (jongvee) tot melkkoeien. De gebruiksvee-arresten kunnen gevolgen hebben voor ondernemers voor wie op 1 januari 2018 de landbouwregeling verplicht eindigde en mogelijk ook voor ondernemers die vóór die datum de regeling vrijwillig hebben beëindigd. De betreffende ondernemers kunnen in bepaalde gevallen de btw op de hiervoor bedoelde opfokkosten alsnog herzien. Uit praktische overwegingen zijn hierna goedkeuringen opgenomen die het mogelijk maken om de btw in één keer te herzien door het indienen van een suppletieaangifte over 2019 en de herzienings-btw te berekenen op basis van forfaitaire percentages. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin tijdig bezwaar/beroep is ingesteld en de situatie waarin dat niet is gebeurd.
|
||||
|
||||
#### 3.2.1. Goedkeuringen
|
||||
|
||||
Omdat de omvang van de opfokkosten in veel gevallen niet voor elk dier afzonderlijk te bepalen is, keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule).
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat de ondernemer bij de berekening van de btw-herzieningsbedragen die het rechtstreekse gevolg zijn van de gebruiksvee-arresten, de hierna vermelde forfaitaire percentages hanteert.
|
||||
|
||||
Als de ondernemer tijdig bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft aangetekend tegen de aangifte over het tijdvak waarin de herziening per 31 december 2017 ter zake van het jongvee en/of de melkkoeien moe(s)t worden verwerkt, kan de ondernemer de herzienings-btw als volgt berekenen.
|
||||
|
||||
• 3,7% van de balanswaarde van de melkkoeien op 31 december 2017; en
|
||||
• 7,6% van de balanswaarde van al het jongvee op 31 december 2017.
|
||||
|
||||
Als de ondernemer niet tijdig bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft aangetekend tegen de aangifte over het tijdvak waarin de herziening per 31 december 2017 ter zake van het jongvee en/of melkvee moe(s)t worden verwerkt, gelden de volgende uitgangspunten:
|
||||
|
||||
• De ondernemer kan alleen herzien vanaf 2019, het jaar van de gebruiksvee-arresten, voor tijdvakken die op de dag vóór de gebruiksvee-arresten nog niet onherroepelijk vaststonden;
|
||||
• Jongvee dat op 31 december 2017 ouder was dan één jaar, is vóór de datum van de gebruiksvee-arresten (7 juni 2019) in gebruik genomen als melkkoe. Daarom kan niet (alsnog) worden herzien op jongvee dat op 31 december 2017 jonger was dan twee jaar, maar ouder dan één jaar.
|
||||
|
||||
De ondernemer kan de herzienings-btw als volgt berekenen.
|
||||
|
||||
• 2,4% van de balanswaarde van de melkkoeien op 31 december 2017; en
|
||||
• 7,6% van de balanswaarde van het jongvee dat op 31 december 2017 jonger was dan één jaar én dat in 2019 in gebruik is genomen in een tijdvak dat op 6 juni 2019 nog niet onherroepelijk vaststond.
|
||||
|
||||
Daarnaast keur ik uit praktische overwegingen het volgende goed met toepassing van artikel 63 AWR (hardheidsclausule).
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat de ondernemer de hiervóór bedoelde herziening die voortvloeit uit de gebruiksvee-arresten voor alle herzieningsjaren in één keer opneemt in een suppletieaangifte over het jaar 2019 voor zover deze btw nog niet in aftrek is gebracht.
|
||||
|
||||
## 4. Goedkeuringen bij handel in bloembollen
|
||||
|
||||
Om tegemoet te komen aan bezwaren die zijn verbonden aan een onverkorte toepassing van de wet bij de handel in bloembollen, keur ik met toepassing van artikel 63 AWR goed dat bij de handel in bloembollen als volgt wordt gehandeld.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue