2022-01-01 | BWBR0046078 | Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022

This commit is contained in:
Coornhert 2022-01-01 12:00:00 +00:00
parent cf8fdda09d
commit 90d753ba9b

View file

@ -30,8 +30,8 @@ Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die rechtma
a. als kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 in Nederland wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst of een ambtelijke aanstelling en:
1°. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, indien hij de leeftijd van dertig jaar niet heeft bereikt, ten minste € 4.357 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, dan wel indien hij dertig jaar of ouder is, ten minste € 5.942 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag; of
2°. die voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» op grond van artikel 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, ten minste € 3.122 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag;
1°. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, indien hij de leeftijd van dertig jaar niet heeft bereikt, ten minste € 3.549 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, dan wel indien hij dertig jaar of ouder is, ten minste € 4.840 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag; of
2°. die voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst» op grond van artikel 3.42 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, ten minste € 2.543 per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag;
b. in Nederland wordt tewerkgesteld in het kader van het doen van wetenschappelijk onderzoek bij een bekostigde of aangewezen onderwijsinstelling of een van overheidswege direct of indirect, geheel of gedeeltelijke bekostigde of gesubsidieerde onderzoeksinstelling;
c. in Nederland wordt tewerkgesteld als arts in opleiding tot specialist aan een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut; of
d. als gastdocent onder de beperking «arbeid als kennismigrant» als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 in Nederland wordt tewerkgesteld bij een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs die erkende referent is als bedoeld in artikel 1, onder t, van de Vreemdelingenwet 2000 en die beschikt over een gastovereenkomst met de vreemdeling, of bij een onderzoeksinstelling die gelieerd is aan of werkzaam is op het terrein van een universiteit, hogeschool of instelling voor hoger internationaal onderwijs, die erkende referent is en die beschikt over een gastovereenkomst met de vreemdeling.
@ -56,39 +56,16 @@ c. werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.1 verricht.
**1.**
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die houder is van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid ter uitvoering van artikel 9 van Richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) afgegeven Europese blauwe kaart, dan wel van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van een Europese blauwe kaart, voor zover die vreemdeling:
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die houder is van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid ter uitvoering van artikel 7 van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan (PbEU L 155) afgegeven Europese blauwe kaart, dan wel van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van een Europese blauwe kaart, voor zover die vreemdeling:
a. beschikt over relevante hogere beroepskwalificaties; en
b. van de werkgever een vast brutoloon voor de arbeid ontvangt van ten minste € 5.942 per maand, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, dan wel ten minste € 4.754 per maand, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, indien hij niet meer dan drie jaar voor de aanvraag voor een Europese blauwe kaart, een getuigschrift van hoger onderwijs heeft behaald.
a. een opleiding aan een geaccrediteerde opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs in Nederland of een vergelijkbare opleiding aan een buitenlandse hogeronderwijsinstelling met goed gevolg heeft afgerond; en
b. van de werkgever een vast brutoloon voor de arbeid ontvangt van ten minste € 5.670 per maand, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag.
**2.** Het verbod is eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die arbeid verricht als bedoeld in het eerste lid, en daarnaast arbeid als zelfstandige verricht.
**3.**
**3.** Het in het eerste lid, onder b, genoemde bedrag wordt jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd met het percentage waarmee het indexcijfer van de CAO-lonen over de maand oktober daaraan voorafgaand, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, afwijkt van het indexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
Het verbod is eveneens niet van toepassing op een vreemdeling die houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven Europese blauwe kaart en die gedurende maximaal 90 dagen in een periode van 180 dagen in een of meer tweede lidstaten binnenkomt en verblijft om er een werkactiviteit uit te oefenen bestaande uit:
a. het bijwonen van interne of externe bedrijfsvergaderingen;
b. het sluiten van overeenkomsten met bedrijven en instellingen;
c. het bijwonen van conferenties of seminars;
d. het onderhandelen over zakelijke transacties;
e. het verrichten van verkoop- of marketingactiviteiten;
f. het onderzoeken van bedrijfsopportuniteiten; of
g. het bijwonen en volgen van een opleiding.
**4.** Het verbod is eveneens niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die 30 dagen of meer in afwachting is van de beslissing op een aanvraag voor een Europese blauwe kaart en tevens houder is van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven Europese blauwe kaart.
**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een houder van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met de vermelding «voormalig houder van een Europese blauwe kaart».
**6.**
Indien tijdens de periode van drie jaar de geldigheidsduur van de afgegeven Europese blauwe kaart wordt verlengd, blijft het in het eerste lid, onder b, genoemde bedrag van ten minste € 4.754 per maand van toepassing indien:
a. de eerste periode van drie jaar niet is verstreken, of
b. er na de afgifte van de eerste Europese blauwe kaart nog geen 24 maanden zijn verstreken.
**7.** De in het eerste lid, onder b genoemde bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd met het percentage waarmee het indexcijfer van de CAO-lonen over de maand oktober daaraan voorafgaand, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, afwijkt van het indexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
**8.** Het loon, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling.
**4.** Het loon, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, wordt door de werkgever over een periode van ten hoogste een maand, bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling.
### Artikel 2.3
@ -137,7 +114,7 @@ c. in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van de on
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht voor een onderneming die naar het oordeel van onze Minister van Justitie en Veiligheid startend en innovatief is met schaalbare bedrijfsactiviteiten, en:
a. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, ten minste € 3.122 bruto per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag; en
a. van wie het overeengekomen vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt, ten minste € 2.543 bruto per maand bedraagt, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag; en
b. die een medewerkersparticipatie van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat bij ministeriële regeling vast te stellen percentage in de onderneming, bedoeld in het eerste lid, aanhef, ontvangt.
**2.** De beoordeling of sprake is van een onderneming als bedoeld in het eerste lid geschiedt aan de hand van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid bij ministeriële regeling in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat vastgesteld toetsingskader. Er is in ieder geval geen sprake van een onderneming als bedoeld in het eerste lid indien de onderneming op het moment van de beoordeling arbeid laat verrichten door meer dan vijftien werknemers, die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn. De beoordeling heeft een geldigheidsduur van drie jaar na ingang van de eerste verblijfsvergunning ten behoeve van werkzaamheden in het kader van dit artikel.
@ -162,7 +139,7 @@ a. rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, van de Vreemdeling
b. beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor studie als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, en arbeid als zelfstandige verricht, of als stagiair wordt tewerkgesteld in het kader van zijn studie;
c. vóór zijn achttiende verjaardag is gestart:
1°. met een beroepsopleiding bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of bij een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond van artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en die in het kader van de beroepsopleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
1°. met een beroepsopleiding bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of bij een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond van artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en die in het kader van de beroepsopleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
2°. met praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f, eerste lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, en die in het kader van de voorbereiding op het uitoefenen van functies op de arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 10f, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, onbezoldigd te werk wordt gesteld;
3°. met een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en die in het kader van een beroepsgericht programma als bedoeld in artikel 10b1, tweede lid, onder b, van de Wet op het voortgezet onderwijs op grond van een leer-werkovereenkomst als bedoeld in artikel 10b3, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of een maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 10b1, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs op grond van een stageovereenkomst als bedoeld in artikel 6f, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs onbezoldigd te werk wordt gesteld;
4°. met een entreeopleiding als bedoeld in artikel 10b8 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en die in het kader van de kwalificatie voor het eerste niveau van beroepsuitoefening onbezoldigd te werk wordt gesteld op grond van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 10b9, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
@ -187,7 +164,7 @@ Het verbod is niet van toepassing op de vreemdeling die:
a. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft aangevraagd, aanspraken op voorzieningen geniet voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers of een ander wettelijk voorschrift dat aanspraken op voorzieningen regelt en op basis van artikel 8, onder f of h, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig in Nederland verblijft; of
b. minderjarig is en houder is van een op grond van artikel 14, eerste lid, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling.
**2.** Het eerste lid is van toepassing op de vreemdeling die in Nederland een beroepsopleiding volgt bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond van artikel 1.4.1. Wet educatie en beroepsonderwijs aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en in het kader van die beroepsopleiding te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel in Nederland in het kader van een opleiding aan een hogeschool in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek te werk wordt gesteld op de grond van een stageovereenkomst, gesloten tussen de hogeschool, de werkgever en hemzelf.
**2.** Het eerste lid is van toepassing op de vreemdeling die in Nederland een beroepsopleiding volgt bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling die een beroepsopleiding verzorgt waarvan op grond van artikel 1.4.1. Wet educatie en beroepsonderwijs aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens een diploma of certificaat is verbonden, en in het kader van die beroepsopleiding te werk wordt gesteld op grond van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel in Nederland in het kader van een opleiding aan een hogeschool in de zin van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek te werk wordt gesteld op de grond van een stageovereenkomst, gesloten tussen de hogeschool, de werkgever en hemzelf.
### Artikel 3.3
@ -253,27 +230,8 @@ Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die in het
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en:
a. geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever en uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer, niet zijnde een zeeschip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; of
b. als lid van de bemanning schepelingendienst verricht aan boord van een zeeschip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van oorlogsschepen, aan het Rijk of enig openbaar lichaam toebehorende schepen die tot de openbare dienst zijn bestemd, reddingsvaartuigen en zeevissersschepen, voor zover het zeeschip niet uitsluitend als binnenschip wordt geëxploiteerd op de Nederlandse binnenwateren, dan wel als werktuig voor weg en waterbouw binnen Nederland en voor zover de vreemdeling niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 4.5a.
### Artikel 4.5a
**1.**
Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling die zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft en arbeid verricht:
a. op een bij ministeriële regeling aangewezen zeeschip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8, van het Burgerlijk Wetboek, voor zover het zeeschip als tijdelijk opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, wordt geëxploiteerd;
b. waarbij de arbeid bestaat uit dienstverlening in de basisvoorzieningen in het kader van de taken, die zijn gesteld bij of krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, aan boord van het zeeschip;
c. waarvoor het overeengekomen, vaste, naar tijdruimte en in geld vastgestelde loon als vergoeding voor zijn arbeid dat hij van de werkgever ontvangt over de periode van ten hoogste een maand, en dat wordt bijgeschreven op een bankrekening, bestemd voor girale betaling, op naam van de vreemdeling, ten minste gelijk is aan het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, waartoe niet wordt gerekend de door de werkgever te betalen vakantiebijslag, en waarvoor artikel 12 van die wet van overeenkomstige toepassing is, waarbij een normale arbeidsduur van 40 uren per week in aanmerking wordt genomen; en
d. waarvoor de werkgever zorgdraagt voor behoorlijke en veilige accommodatie voor de vreemdeling.
**2.**
Bij ministeriële regeling kunnen in ieder geval nadere regels worden gesteld over:
a. een limiet voor de toepassing van dit artikel voor categorieën van werkzaamheden of voor bepaalde categorieën vreemdelingen per aangewezen zeeschip;
b. de invulling van de werkzaamheden;
c. de administratie die aanwezig is op het zeeschip.
a. geen arbeidsovereenkomst heeft met een in Nederland gevestigde werkgever en uitsluitend arbeid verricht op buiten Nederland geregistreerde vervoermiddelen in het internationale verkeer; of
b. als lid van de bemanning schepelingendienst verricht aan boord van een zeeschip in de zin van de Zeebrievenwet, voor zover het zeeschip niet uitsluitend als binnenschip wordt geëxploiteerd op de Nederlandse binnenwateren, dan wel als werktuig voor weg en waterbouw binnen Nederland.
### Artikel 4.6
@ -390,12 +348,6 @@ b. van wie de aanvraag is ontvangen uiterlijk op de dag voor de dag waarop de ge
c. die dezelfde werkzaamheden verricht bij dezelfde werkgever als waarvoor de vreemdeling reeds voor de verlengingsaanvraag in het bezit is gesteld van een gecombineerde vergunning; en
d. die beschikt over een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven geldige sticker in het paspoort met de aantekening «TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend».
### Artikel 6.5
**1.** Het verbod is niet van toepassing met betrekking tot de vreemdeling, bedoeld in artikel 3.1a, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, van het Vreemdelingenbesluit 2000, die in Nederland wordt tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst.
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verbod eveneens niet van toepassing is op de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, die als zelfstandige arbeid verricht, en kunnen regels worden gesteld omtrent de omstandigheden waaronder dit verbod niet van toepassing is.
## Hoofdstuk 7. Overige categorieën
### Artikel 7.1
@ -406,10 +358,9 @@ a. een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
1°. een kennismigrant als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
2°. een houder van een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid afgegeven Europese blauwe kaart als bedoeld in artikel 2.2;
3°. een houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene met de vermelding «voormalig houder van een Europese blauwe kaart»;
4°. een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
5°. een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
6°. een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.7.
3°. een houder van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» op grond van artikel 3.30d van het Vreemdelingenbesluit 2000;
4° een zelfstandige als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000; of
5° een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling, bedoeld in artikel 2.7.
b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, en is toegelaten voor verblijf bij:
1°. een in Nederland woonachtige Nederlander of gemeenschapsonderdaan die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder e, van de Vreemdelingenwet 2000; of
@ -423,7 +374,7 @@ Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven
### Artikel 7.3
Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, indien de vreemdeling gedurende ononderbroken periode van zeven jaar direct voorafgaande aan de vergunning tot verblijf werkzaam is geweest op zeeschepen die op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren of op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat als bedoeld in artikel 1, onderdelen o en c, van de Mijnbouwwet.
Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, indien de vreemdeling gedurende ononderbroken periode van zeven jaar direct voorafgaande aan de vergunning tot verblijf werkzaam is geweest op zeeschepen die onder Nederlandse vlag varen en in Nederland zijn geregistreerd of op mijnbouwinstallaties op het continentaal plat als bedoeld in artikel 1, onderdelen o en c, van de Mijnbouwwet.
### Artikel 7.4
@ -435,7 +386,7 @@ Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven
### Artikel 7.6
Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking «verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene», genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
Een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet wordt afgegeven aan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking «verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling», genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
### Artikel 7.7
@ -456,17 +407,6 @@ a. gedetineerd is en deelneemt aan de in de inrichting beschikbare arbeid als be
b. deelneemt aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet; of
c. arbeid verricht in het kader van een taakstraf in de zin van artikel 9 van het Wetboek van Strafrecht.
### Artikel 7.10
**1.**
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het verbod niet van toepassing is met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over:
a. een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
b. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een vreemdeling die beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.
**2.** In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld omtrent de omstandigheden waaronder dit verbod niet van toepassing is.
## Hoofdstuk 8. Verboden en quota tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning
### Artikel 8.1
@ -585,18 +525,14 @@ Na de inwerkingtreding van dit besluit berust mede de Regeling uitvoering Wet ar
**1.** Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het toekomstbestendig maken van de wetgeving op het terrein van arbeidsmigratie (Stb. 2021, 505) in werking treedt.
**2.** De artikelen 2.7 en 7.1, onder a, subonderdeel 6°, met vervanging van de puntkomma aan het slot van subonderdeel 4° door «; of» en met vervanging van «; of» aan het slot van subonderdeel 5° door een punt, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 vervallen met ingang van 1 juni 2026.
**2.** De artikelen 2.7 en 7.1, onder a, onder 5°, met vervanging van de puntkomma aan het slot van onder 3° door «; of» en met vervanging van «; of» aan het slot van onder 4° door een punt, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 vervallen met ingang van 1 juni 2025.
**3.**
Het tweede lid geldt met dien verstande dat:
a. artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals die luidden op 31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027 van toepassing blijven met betrekking tot de vreemdeling die op basis van artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 werkzaamheden verricht.
b. Artikel 7.1, onder a, subonderdeel 6°, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, zoals dat luidde op 31 mei 2026, tot en met 31 mei 2027 van toepassing blijft met betrekking tot het familie- of gezinslid van de vreemdeling, bedoeld onder a.
**4.** Artikel 6.5 vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
**5.** Artikel 4.5a en de zinsnede «en voor zover de vreemdeling niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 4.5a» in artikel 4.5, onderdeel b, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
a. artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en artikel 3.31, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals die luidden op 31 mei 2025, tot en met 31 mei 2026 van toepassing blijven met betrekking tot de vreemdeling die op basis van artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 werkzaamheden verricht.
b. Artikel 7.1, onder a, onder 5°, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, zoals dat luidde op 31 mei 2025, tot en met 31 mei 2026 van toepassing blijft met betrekking tot het familie- of gezinslid van de vreemdeling, bedoeld onder a.
### Artikel 13.4