diff --git a/zbo/regeling-beoordelingsnormen-en-de-bijbehorende-scores-centrale-eindtoets-po/BWBR0036102/README.md b/zbo/regeling-beoordelingsnormen-en-de-bijbehorende-scores-centrale-eindtoets-po/BWBR0036102/README.md index 4a6b5e8234f..7f37b3bd085 100644 --- a/zbo/regeling-beoordelingsnormen-en-de-bijbehorende-scores-centrale-eindtoets-po/BWBR0036102/README.md +++ b/zbo/regeling-beoordelingsnormen-en-de-bijbehorende-scores-centrale-eindtoets-po/BWBR0036102/README.md @@ -59,6 +59,6 @@ Bij het bepalen van de standaardscore wordt uitgegaan van een standaard centrale De standaardscore wordt berekend op basis van het totaal aantal goede antwoorden op de verplichte domeinen taal en rekenen. Door het werken met standaardscores is het College voor Toetsen en Examens in staat de resultaten van jaar tot jaar te vergelijken, ondanks (geringe) verschillen in moeilijkheid tussen de diverse jaargangen van de centrale eindtoets. Het domein wereldoriëntatie is facultatief in de centrale eindtoets en telt niet mee in de berekening van de standaardscore. De standaardscore is een getal op een schaal van 501 tot en met 550. -Na afloop van de centrale eindtoets wordt voor iedere leerling een leerlingrapport opgemaakt met daarin de standaardscore en het toetsadvies voor het brugklastype. Dit toetsadvies geeft de potentie van de leerling weer in relatie tot doorstroom in het vo, rekening houdend met zijn capaciteiten en mogelijkheden. Het schooljaar 2020–2021 kenmerkt zich door maatregelen die zijn genomen om verspreiding van het COVID-19 tegen te gaan, door afwijkingen in onderwijstijd en het curriculum in algemene zin. Voor alle leerlingen is sprake van een suboptimaal schooljaar waarin sprake kan zijn van leervertragingen, en dat kan betekenen dat een leerling op het moment van toetsafname over minder absolute kennis beschikt. Dit hoeft niet te betekenen dat een leerling ook over minder potentie beschikt in de doorstroom naar het vo. Daarom is in overleg met het Ministerie van OCW besloten de koppeling van de standaardscore-intervallen met de toetsadviezen op een later moment vast te stellen. +Na afloop van de centrale eindtoets wordt voor iedere leerling een leerlingrapport opgemaakt met daarin de standaardscore en het toetsadvies voor het brugklastype. Dit toetsadvies geeft de potentie van de leerling weer in relatie tot doorstroom in het vo, rekening houdend met zijn capaciteiten en mogelijkheden. Als tijdens de normering op basis van de dan beschikbare gegevens sprake blijkt te zijn van een leervertraging op populatieniveau, dan zullen de grenzen van de toetsadviescategorieën waar nodig afwijken van die van voorgaande jaren. Het uitgangspunt voor dit jaar is dat leerlingen dit jaar dezelfde potentie hebben als leerlingen die in voorgaande jaren de centrale eindtoets maakten. Indien er sprake blijkt te zijn van leervertraging, is de verdeling van de populatie over de toetsadviezen van voorgaande jaren het uitgangspunt voor het bepalen van de grenzen van de toetsadviescategorieën.