2010-10-11 | BWBR0027735 | Erfbelasting, aftrekposten nalatenschap
This commit is contained in:
parent
c31c653620
commit
911972fb88
1 changed files with 8 additions and 8 deletions
|
|
@ -10,11 +10,11 @@ citeertitel: Erfbelasting, aftrekposten nalatenschap
|
|||
|
||||
# Erfbelasting, aftrekposten nalatenschap
|
||||
|
||||
*Dit besluit vervangt het besluit van 16 februari 2006, nr. CPP2005/2787M voor de toepassing van de gewijzigde Successiewet per 2010. De tekst is redactioneel aangepast aan de wijzigingen (in de terminologie) die per 1 januari 2010 in de Successiewet zijn verwerkt. Deze redactionele aanpassingen leiden niet tot een inhoudelijke wijziging. Het besluit van 16 februari 2006, nr. CPP2005/2787M vervalt per 1 januari 2010.*
|
||||
*Dit besluit vervangt het besluit van 16 februari 2006, nr. CPP2005/2787M voor de toepassing van de gewijzigde Successiewet per 2010. De tekst is redactioneel aangepast aan de wijzigingen (in de terminologie) die per 1 januari 2010 in de Successiewet zijn verwerkt. Deze redactionele aanpassingen leiden niet tot een inhoudelijke wijziging. Het besluit van 16 februari 2006, nr. CPP2005/2787M vervalt per 1 januari 2010.*
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
Dit besluit bevat het beleid over aftrekposten van de nalatenschap (artikel 20 van de Successiewet) met ingang van 2010.
|
||||
Dit besluit bevat het beleid over aftrekposten van de nalatenschap (artikel 20 van de Successiewet) met ingang van 2010.
|
||||
|
||||
### 1.1. Gebruikt begrip
|
||||
|
||||
|
|
@ -27,17 +27,17 @@ Belastingschulden worden alleen aangemerkt als schuld voor zover zij rechtens af
|
|||
|
||||
Een conserverende aanslag kan door het overlijden opeisbaar worden. De conserverende aanslag is dan in beginsel een schuld voor de erfbelasting. Er is echter geen sprake van een rechtens afdwingbare schuld voor de erfbelasting als het conserverende betalingsuitstel wordt gecontinueerd.
|
||||
|
||||
Op grond van een fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen is inkomstenbelasting verschuldigd (artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, van de Wet IB 2001). De inkomstenbelasting wordt dan geheven in de vorm van een conserverende aanslag. Voor zo’n conserverende aanslag wordt ten hoogste tien jaar uitstel van betaling verleend (artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990) als aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt voldaan.
|
||||
Op grond van een fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen is inkomstenbelasting verschuldigd (artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, van de Wet IB 2001). De inkomstenbelasting wordt dan geheven in de vorm van een conserverende aanslag. Voor zo’n conserverende aanslag wordt ten hoogste tien jaar uitstel van betaling verleend (artikel 25, achtste lid, van de Invorderingswet 1990) als aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt voldaan.
|
||||
|
||||
Het overlijden van degene aan wie een conserverende aanslag is opgelegd is een (fictieve) vervreemding (artikel 4.16, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001). Het uitstel van betaling wordt dan beëindigd. De belanghebbende (erfgenaam of legataris) kan echter een verzoek doen tot voortzetting van het uitstel (artikel 25, achtste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990). De conserverende aanslag wordt dan ‘doorgeschoven’ naar de belanghebbende. Er is dan geen aanleiding om de conserverende aanslag als schuld toe te laten.
|
||||
Het overlijden van degene aan wie een conserverende aanslag is opgelegd is een (fictieve) vervreemding (artikel 4.16, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 2001). Het uitstel van betaling wordt dan beëindigd. De belanghebbende (erfgenaam of legataris) kan echter een verzoek doen tot voortzetting van het uitstel (artikel 25, achtste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990). De conserverende aanslag wordt dan ‘doorgeschoven’ naar de belanghebbende. Er is dan geen aanleiding om de conserverende aanslag als schuld toe te laten.
|
||||
|
||||
Als de belanghebbende geen verzoek om voortzetting van het uitstel doet, is de conserverende aanslag geen voorwaardelijke schuld meer. Bij de vaststelling van de hoogte van de nalatenschap wordt rekening gehouden met deze schuld.
|
||||
|
||||
Als de belanghebbende het verzoek om voortzetting van het uitstel doet nadat de aanslag erfbelasting is opgelegd, is dat verzoek een nieuwe of nadere gebeurtenis die een navorderingsmogelijkheid oplevert (artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).
|
||||
Als de belanghebbende het verzoek om voortzetting van het uitstel doet nadat de aanslag erfbelasting is opgelegd, is dat verzoek een nieuwe of nadere gebeurtenis die een navorderingsmogelijkheid oplevert (artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).
|
||||
|
||||
## 3. Belastinglatentie en kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule
|
||||
|
||||
Voor de verkrijging van een stamrecht geldt een belastinglatentie (artikel 20, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, juncto zesde lid van de Successiewet). Een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule is voor de belastinglatentie een stamrecht voor zover de uitkering op de kapitaalverzekering wordt aangewend voor de aankoop van een lijfrente. Voor zover de uitkering niet wordt aangewend voor de aankoop van lijfrente is sprake van een afkoop. Over deze afkoop is inkomstenbelasting verschuldigd.
|
||||
Voor de verkrijging van een stamrecht geldt een belastinglatentie (artikel 20, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, juncto zesde lid van de Successiewet). Een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule is voor de belastinglatentie een stamrecht voor zover de uitkering op de kapitaalverzekering wordt aangewend voor de aankoop van een lijfrente. Voor zover de uitkering niet wordt aangewend voor de aankoop van lijfrente is sprake van een afkoop. Over deze afkoop is inkomstenbelasting verschuldigd.
|
||||
|
||||
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat een belastinglatentie in aanmerking wordt genomen bij afkoop van een stamrecht. Hierbij geldt de voorwaarde dat de afkoop is onderworpen aan de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -51,10 +51,10 @@ De erfgenamen kunnen kosten maken om de erfbelasting die door hen is verschuldig
|
|||
|
||||
## 5. Ingetrokken regeling
|
||||
|
||||
Het volgende besluit is ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010:
|
||||
Het volgende besluit is ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010:
|
||||
|
||||
– CPP2005/2787M
|
||||
|
||||
## 6. Inwerkingtreding
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue