2017-04-01 | BWBR0022735 | Besluit stimulering duurzame energieproductie
This commit is contained in:
parent
2d9efa08d6
commit
91410dae4b
1 changed files with 65 additions and 27 deletions
|
|
@ -35,7 +35,8 @@ n. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met be
|
|||
o. fase: de bij ministeriële regeling vastgestelde periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn. Voor iedere fase geldt een andere openstellingsdatum;
|
||||
p. MEP: de subsidie verstrekt ten behoeve van de productie van duurzame elektriciteit, klimaatneutrale elektriciteit of elektriciteit die is opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling op grond van artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998;
|
||||
q. OV-MEP: de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties;
|
||||
r. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140).
|
||||
r. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
|
||||
s. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,7 +220,7 @@ a. met elkaar te vermenigvuldigen:
|
|||
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 14 geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
|
||||
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd, bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat, indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -301,7 +302,7 @@ a. met elkaar te vermenigvuldigen:
|
|||
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 22 geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
|
||||
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd, bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -376,7 +377,8 @@ Het fasebedrag, bedoeld in artikel 27, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 2
|
|||
Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
|
||||
|
||||
a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs;
|
||||
b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
b. de waarde van de garanties van oorsprong;
|
||||
c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas voor de betreffende toepassing van het gas.
|
||||
|
||||
|
|
@ -461,8 +463,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
|
||||
|
||||
a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs is, de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs;
|
||||
b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in artikel 37 bedoelde basisenergieprijs is, de in artikel 37 bedoelde basisenergieprijs;
|
||||
b. de waarde van garanties van oorsprong;
|
||||
c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
|
||||
|
||||
**2.** De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas voor de betreffende toepassing van het gas.
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,7 +594,7 @@ a. met elkaar te vermenigvuldigen:
|
|||
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 47 geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
|
||||
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -667,7 +670,7 @@ a. met elkaar te vermenigvuldigen:
|
|||
2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van artikel 54 geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
|
||||
b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
|
||||
**2.** Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -704,21 +707,28 @@ d. met «productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld. Onze Minister kan bij ministeriële regeling een of meer categorieën productie-installaties aanwijzen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode of per kalenderjaar per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend.
|
||||
**1.** Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen een of meer categorieën productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.
|
||||
|
||||
Indien van toepassing, gaat een aanvraag vergezeld van:
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode of per kalenderjaar per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend.
|
||||
|
||||
a. een omschrijving van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
b. een onderbouwde opgave van de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt van iedere productie-installatie;
|
||||
c. de voor de productie-installatie verleende vergunningen krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, hoofdstuk 6, paragraaf 6, van het Waterbesluit of de Mijnbouwwet;
|
||||
d. een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van iedere productie-installatie;
|
||||
e. een financiële onderbouwing van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
f. indien de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
|
||||
g. overige door Onze Minister aangegeven bescheiden.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens die op grond van lid 2, onderdelen a tot en met g, overgelegd moeten worden.
|
||||
Een aanvraag tot subsidieverlening bevat gegevens over:
|
||||
|
||||
a. de subsidie-aanvrager, waaronder naam, adres en rekeningnummer;
|
||||
b. voor zover de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
|
||||
c. de categorie productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
|
||||
d. de locatie waar de productie-installatie wordt geplaatst;
|
||||
e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh van iedere productie-installatie per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt;
|
||||
f. het tijdschema betreffende de ingebruikname van de productie-installatie.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan voor categorieën productie-installaties worden bepaald dat aan het vierde lid, onderdeel d, niet behoeft te zijn voldaan, in welk geval bij die regeling aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de documenten die krachtens het vierde lid bij een subsidieaanvraag moeten worden gevoegd.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een haalbaarheidsstudie of de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie bij een aanvraag worden gevoegd. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag en kunnen eisen worden gesteld waaraan de haalbaarheidsstudie moet voldoen.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag andere gegevens die een aanvraag bevat of andere bescheiden die bij een aanvraag moeten worden gevoegd, worden vastgesteld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
### Artikel 57
|
||||
|
||||
|
|
@ -739,7 +749,7 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuw
|
|||
|
||||
**1.** Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, voor de toepassing van dit artikel, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste fasebedrag of basisbedrag in drie decimalen omgerekend naar euro per kWh geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag in drie decimalen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
**2.** Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste fasebedrag of basisbedrag per kWh geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
**3.** Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -748,7 +758,7 @@ b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuw
|
|||
Bij de toepassing van het tweede lid:
|
||||
|
||||
a. wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag, waarbij als fasebedrag of basisbedrag geldt het fasebedrag of basisbedrag van de aanvraag met het hoogste fasebedrag of basisbedrag van de bundel;
|
||||
b. worden bij de loting alle op de betreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag in drie decimalen betrokken.
|
||||
b. worden bij de loting alle op de betreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag betrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
|
|
@ -758,16 +768,20 @@ Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
|
|||
|
||||
a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
|
||||
b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens artikel 61, eerste lid, vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;
|
||||
c. hij het onaannemelijk acht dat het plan, bedoeld in artikel 56, lid 2, onderdeel d:
|
||||
c. hij het onaannemelijk acht dat de realisatie van de productie-installatie:
|
||||
|
||||
1°. uitvoerbaar is;
|
||||
2°. technisch haalbaar is;
|
||||
3°. financieel haalbaar is;
|
||||
4°. economisch haalbaar is;
|
||||
d. één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 56, tweede lid, onderdeel c, niet zijn verleend.
|
||||
d. indien van toepassing één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 56, vierde lid, niet zijn verleend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afwijzingsgronden, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat Onze Minister in ieder geval afwijzend beslist op een aanvraag waarbij het tenderbedrag dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking op tenderbedrag leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -787,12 +801,14 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid.
|
|||
|
||||
**3.** Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
**4.** Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond of het aantal producenten, bedoeld in het zevende lid, zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
|
||||
|
||||
**5.** Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag.
|
||||
|
||||
**6.** Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties het aantal producenten waaraan subsidie wordt verleend, worden beperkt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
|
@ -801,11 +817,18 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid.
|
|||
|
||||
**2.** Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen aan de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, of
|
||||
b. een bankgarantie wordt afgegeven tot zekerheid voor de nakoming van de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen verplichtingen.
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels over de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
**1.** De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig het plan zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
|
||||
**1.** De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -813,6 +836,13 @@ b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid.
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie van productie-installaties.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd in het geval dat:
|
||||
|
||||
a. de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is;
|
||||
b. een subsidie-aanvrager, krachtens artikel 56, vijfde lid, niet hoeft te voldoen aan artikel 56, vierde lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -824,6 +854,12 @@ b. monitorgegevens over de bouw, productie, uitval en onderhoud van de productie
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het tussentijds voortgangsverslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 63a
|
||||
|
||||
**1.** In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting worden opgelegd een private conformiteitsbeoordelingsverklaring te overleggen in verband met de gemiddelde reductie van broeikasgassen door het gebruik van biomassa bij energietoepassingen en de volledigheid van de krachtens artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de private conformiteitsbeoordelingsverklaring.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
|
||||
|
|
@ -902,7 +938,9 @@ Onze Minister verstrekt geen voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft
|
|||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
|
||||
**1.** Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de correcties bedoeld in artikel 14, vierde lid, artikel 22, vierde lid, artikel 31, vierde lid, artikel 39, vierde lid, artikel 47, vierde lid, of artikel 54, vierde lid, voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden nog niet zijn vastgesteld op het moment dat de aanvraag bedoeld in artikel 70, eerste lid, is ingediend, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort tot de dag nadat de desbetreffende correcties zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue