2008-01-01 | BWBR0013430 | Besluit glastuinbouw

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent c7159e31e6
commit 914bf40c07

View file

@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit glastuinbouw
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. aaneengesloten woonbebouwing: drie of meer woningen die op telkens minder dan 5 meter afstand van elkaar zijn gelegen, gerekend van gevel tot gevel;
b. bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van bedrijfsafvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
b. bedrijfsriolering: voorziening voor de afvoer van afvalwater vanuit de inrichting naar een openbaar riool of naar een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
c. bestrijdingsmiddel: gewasbeschermingsmiddel of biocide als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
d. brandbare vloeistof: stof in vloeibare toestand die een vlampunt heeft dat hoger ligt dan 55°C;
e. bijlage 1: de bij dit besluit behorende bijlage 1;
@ -63,7 +63,7 @@ ff. object categorie II:
1°. woningen van derden;
2°. restaurants;
gg. ontvlambare stof: stof of preparaat in vloeibare toestand (K2-vloeistof) met een vlampunt van ten minste 21°C en ten hoogste 55°C;
hh. openbaar riool: gemeentelijke voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
hh. openbaar riool: voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
ii. riolering: bedrijfsriolering of een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater;
jj. spuiwater: water dat vanuit het recirculatiesysteem geloosd wordt, omdat het niet meer geschikt is om als voedingswater te worden toegepast;
kk. substraatteelt: wijze van telen waarbij gewassen groeien op een bodem die los van de ondergrond is;
@ -80,7 +80,7 @@ uu. zeer licht ontvlambare stof: stof die of preparaat dat in vloeibare toestand
**2.**
Voor de toepassing van artikel 2, onder e, en bijlage 3, wordt het aantal inwonerequivalenten van een lozing van bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard berekend door:
Voor de toepassing van artikel 2, onder e, en bijlage 3, wordt het aantal inwonerequivalenten van een lozing van huishoudelijk afvalwater berekend door:
a. het aantal kubieke meters gebruikt water per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,023 of
b. het aantal mandagen per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,001.
@ -112,11 +112,11 @@ cc. de afstand tussen een afzonderlijke windturbine en de dichtstbijzijnde wonin
dd. de windturbine of het samenstel van windturbines een gezamenlijk elektrisch vermogen heeft, kleiner dan 15 MW;
12°. opslag van vloeibare gevaarlijke stoffen, vloeibare gevaarlijke afvalstoffen of brandbare vloeistoffen in tanks plaatsvindt, tenzij sprake is van:
a. opslag in een of meer ondergrondse tanks, waarop het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing is,
a. opslag in een of meer ondergrondse tanks, waarop het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer van toepassing is,
b. opslag van brandbare vloeistoffen in een of meer bovengrondse tanks,
c. opslag van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15.000 liter, of
d. opslag van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks;
13°. op het bewaren van butaan of propaan, anders dan in spuitbussen of gasflessen, het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer niet van toepassing is;
13°. op het bewaren van butaan of propaan, anders dan in spuitbussen of gasflessen, het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer niet van toepassing is;
14°. meer dan 1000 kg bestrijdingsmiddelen aanwezig is;
15°. aflevering van brandstoffen ten behoeve van tractiedoeleinden plaatsvindt aan motorvoertuigen van derden;
16°. per transportmiddel meer dan één wisselreservoir met een waterinhoud van ten hoogste 150 liter aanwezig is;
@ -134,13 +134,13 @@ e. lozen type I: het ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of activiteiten di
1°. oppervlaktewater van:
aa. spuiwater, drainwater, onderscheidenlijk drainagewater, vanaf een perceel dat vóór 1 november 1994 nog niet voor glastuinbouwactiviteiten werd gebruikt, of
bb. bedrijfsafvalwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, van huishoudelijke aard van meer dan 10 inwonerequivalenten, tenzij de afstand tot de dichtstbijzijnde riolering waarop kan worden aangesloten, gemeten vanaf de plaats waar dat afvalwater ontstaat, minder bedraagt dan:
bb. huishoudelijk afvalwater als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, van meer dan 10 inwonerequivalenten, tenzij de afstand tot de dichtstbijzijnde riolering waarop kan worden aangesloten, gemeten vanaf de plaats waar dat afvalwater ontstaat, minder bedraagt dan:
1°. 100 meter bij 11 tot 25 inwonerequivalenten,
2°. 600 meter bij 25 tot 50 inwonerequivalenten,
3°. 1500 meter bij 50 tot 100 inwonerequivalenten,
4°. 3000 meter bij 100 inwonerequivalenten of meer doch niet meer dan 200 inwonerequivalenten;
2°. een werk, niet zijnde een voorziening als bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, van de Wet milieubeheer, dat is aangesloten op een inrichting, in gebruik bij een provincie, een gemeente, een waterschap of een ander openbaar lichaam voor het zuiveren van afvalwater;
2°. een werk, niet zijnde een voorziening als bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de Wet milieubeheer, dat is aangesloten op een inrichting, in gebruik bij een provincie, een gemeente, een waterschap of een ander openbaar lichaam voor het zuiveren van afvalwater;
f. lozen type II: het lozen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of daarmee direct verband houdende activiteiten, niet zijnde lozen type I.
### Artikel 3
@ -237,8 +237,8 @@ b. de aard en omvang van de glastuinbouwactiviteiten;
c. de indeling en de uitvoering van de gebouwen waar vanuit het lozen plaatsvindt;
d. de plaats van in de gebouwen aanwezige lozingspunten;
e. het volume en de samenstelling van het te lozen afvalwater;
f. een opgave van de afstand tussen de plaats waar het afvalwater ontstaat en de dichtstbijzijnde voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
g. een opgave van het aantal inwonerequivalenten van bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard, dat wordt geloosd;
f. een opgave van de afstand tussen de plaats waar het afvalwater ontstaat en de dichtstbijzijnde voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, bedoeld in artikel 10.30, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
g. een opgave van het aantal inwonerequivalenten van huishoudelijk afvalwater, dat wordt geloosd;
h. een opgave van de voorzieningen, bedoeld in de voorschriften 4, eerste en zesde lid, 5, tweede lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, 8, derde lid, 9, tweede en vierde lid , 10, tweede lid, 11, tweede en vierde lid, 12, tweede lid, en 14, achtste lid opgenomen in bijlage 3 en
i. vervallen.