2011-01-01 | BWBR0006535 | Rechtspositiebesluit wethouders

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9fce593dba
commit 91cd8bfc5a

View file

@ -59,7 +59,23 @@ Indien een wethouder naast zijn bezoldiging als wethouder, tevens aanspraak heef
### Artikel 4b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**1.** Voor 1 april van elk jaar of binnen twee maanden na zijn beëdiging verstrekt de wethouder aan Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke hij verwacht over het desbetreffende kalenderjaar of gedeelte daarvan te zullen genieten, dan wel een verklaring, dat hij verwacht niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten over dat jaar of een evenredig deel daarvan over het desbetreffende gedeelte van dat jaar te zullen genieten.
**2.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de voorlopige aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de wethouder.
**3.** De wethouder kan een verklaring inzenden dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. In dit geval, alsmede indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn geen opgave of verklaring is ingezonden, bedraagt de bezoldiging 65% over dat kalenderjaar van de bezoldiging op jaarbasis.
**4.** Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar zendt de wethouder of zenden zijn nabestaanden aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, een opgave van de neveninkomsten welke over dat kalenderjaar zijn genoten, dan wel een verklaring dat over dat jaar niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis of, indien de wethouder een gedeelte van het kalenderjaar lid van het college van burgemeester en wethouders is geweest, een evenredig deel van dit bedrag, is genoten.
**5.** Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde opgave of verklaring het bedrag van de definitieve aftrek op de bezoldiging mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de wethouder.
**6.** Indien een opgave of verklaring als in het vierde lid bedoeld, niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is ontvangen, bedraagt de bezoldiging over dat kalenderjaar 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
**7.** De wethouder zendt aan Onze Minister, dan wel de door hem aangewezen instantie, zo spoedig mogelijk tevens een afschrift van de aanslag voor de inkomstenbelasting over het betreffende kalenderjaar. Het bedrag van de uitbetaalde bezoldiging kan, al dan niet op verzoek van de wethouder, worden herzien, indien op grond van de onherroepelijk geworden aanslag in de inkomstenbelasting daartoe aanleiding blijkt te bestaan.
**8.** Bij de toepassing van het vijfde, zesde en zevende lid vindt zo nodig terugbetaling of verrekening plaats.
**9.** Dit artikel is niet van toepassing op de wethouder op wie artikel 291 van de Gemeentewet van toepassing is, en de wethouder die zijn ambt in deeltijd vervult.
### Artikel 5
@ -248,7 +264,13 @@ b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software.
### Artikel 28a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
a. de vergoedingen, bedoeld in artikel 23, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
b. de vergoeding, bedoeld in artikel 23a;
c. de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 25, eerste lid;
d. de verstrekkingen, bedoeld in artikel 27a, eerste en derde lid;
e. de vergoeding, bedoeld in artikel 27a, vierde lid.
## Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen
@ -262,7 +284,12 @@ Voor wethouders in gemeenten ingedeeld in de inwonersklassen 1 en 2 geldt met in
### Artikel 29b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:
a. wordt op aanvraag door het college van burgemeester en wethouders een vergoeding verstrekt voor de belastingheffing als gevolg van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 27a, eerste en derde lid;
b. worden de bedragen, genoemd in artikel 25, eerste lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en
c. bedraagt de vergoeding, bedoeld in artikel 23a, ten hoogste de gebruteerde verschuldigde loon- en inkomstenbelastingvoor het gebruik van de dienstauto;
d. blijft artikel 28a buiten toepassing.
### Artikel 30