2016-04-01 | BWBR0024282 | Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

This commit is contained in:
Coornhert 2016-04-01 12:00:00 +00:00
parent 0f9134c896
commit 91df2bae46

View file

@ -36,7 +36,7 @@ a. *instelling:*
a. het aan- of verkopen van registergoederen;
b. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
c. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
d. het geheel of gedeeltelijk aan- of verkopen dan wel overnemen van een onderneming voor zover daardoor een persoon die niet als uiteindelijk belanghebbende van die onderneming kwalificeerde, uiteindelijk belanghebbende van die onderneming wordt;
d. het aan- of verkopen van aandelen in, of het geheel of gedeeltelijk aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen, vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
e. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van de onder 23° beschreven beroepsgroepen;
f. het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed;
13°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep optreedt in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie;
@ -163,9 +163,9 @@ g. indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten beh
**8.** Een instelling neemt op risico gebaseerde en adequate maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede, derde en vierde lid zijn verzameld over daar bedoelde personen, actueel gehouden worden.
**9.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het in het eerste of tweede lid bepaalde.
**9.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het in het eerste, tweede, derde of vierde lid bepaalde. Aan een vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**10.** Onze Minister van Financiën kan, op verzoek van een instelling, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid. Aan een vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**10.** Onze Minister van Financiën kan, op verzoek van een instelling, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het in het eerste, tweede, derde, of vierde lid bepaalde. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
**11.** In dit artikel wordt verstaan onder personenvennootschap: een maatschap als bedoeld in artikel 1655 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel en een commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel, alsmede een maatschap of vennootschap naar buitenlands recht die met deze rechtsvormen vergelijkbaar is.
@ -528,7 +528,7 @@ Voor de toepassing van het vijfde lid wordt verstaan onder:
### Artikel 24
**1.** Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen personen worden aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving door de instellingen van deze wet.
**1.** Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen personen worden aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving door de instellingen van de bij en krachtens deze wet gestelde regels.
**2.** De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15° en 23°, kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen.
@ -696,7 +696,7 @@ De rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling van een instellin
### Artikel 37
Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op artikel 3, zevende lid.
Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op artikel 3, tiende lid.
### Artikel 38