From 91e83f6f66a6949682e8773e992b66a1c127163e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand --- .../BWBR0015703/README.md | 121 +++++++++++------- 1 file changed, 77 insertions(+), 44 deletions(-) diff --git a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md index 00ce963bf28..363aba783f8 100644 --- a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md +++ b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md @@ -134,15 +134,15 @@ b. het verlenen van bijstand aan personen hier te lande die in zodanige omstandi De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot: -a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; -b. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +a. het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a; +b. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid; c. het verhogen en verlagen van de norm, bedoeld in artikel 30. -**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben in ieder geval betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor verschillende doelgroepen daarbinnen, en op de wijze waarop rekening wordt gehouden met zorgtaken. ### Artikel 8a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De gemeenteraad stelt in het kader van het financiële beheer bij verordening regels voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. ## Hoofdstuk 2. Rechten en plichten @@ -150,11 +150,26 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 9 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +De belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht: + +a. naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, te verkrijgen en deze te aanvaarden, waaronder begrepen registratie als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; +b. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. + +**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid. Zorgtaken kunnen als dringende redenen worden aangemerkt, voorzover hiermee geen rekening kan worden gehouden door middel van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a. Indien de tijdelijke ontheffing een alleenstaande ouder betreft maakt het college in het bijzonder een afweging tussen het belang van arbeidsinschakeling en de invulling die de ouder wenst te geven aan de zorgplicht. + +**3.** Indien bijstand wordt verleend aan gehuwden gelden de verplichtingen bedoeld in het eerste lid voor ieder van hen. + +**4.** De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene. ### Artikel 10 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Personen die algemene bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden hebben, overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van de groepen, bedoeld in het eerste lid, behoren. + +**3.** Artikel 40, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 2.2. Bijstand @@ -198,7 +213,7 @@ f. die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schulden Geen recht op algemene bijstand heeft degene: a. van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft; -b. die uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt of die gehuwd is met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt; +b. die uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars ontvangt of die gehuwd is met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt; c. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg. **3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. @@ -219,7 +234,7 @@ e. kosten van medische handelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden t **1.** Geen recht op bijstand bestaat voorzover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt. -**2.** De Wet inkomensvoorziening kunstenaars geldt niet als een voorliggende voorziening als bedoeld in het eerste lid. +**2.** De Wet werk en inkomen kunstenaars geldt niet als een voorliggende voorziening als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 16 @@ -231,15 +246,21 @@ e. kosten van medische handelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden t ### Artikel 17 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. + +**2.** De belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. + +**3.** Het college stelt bij de uitvoering van deze wet de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht. + +**4.** Een ieder is verplicht aan het college desgevraagd een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. ### Artikel 18 **1.** Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. -**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**2.** Indien de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit deze wet dan wel de artikelen 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, verlaagt het college overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, de bijstand. Van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. -**3.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**3.** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt. **4.** Bij de toepassing van het eerste lid wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin. @@ -258,7 +279,7 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is. **2.** De hoogte van de algemene bijstand is het verschil tussen het inkomen en de bijstandsnorm. -**3.** In de algemene bijstand is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,8 procent per 1 januari 2004: 4,6 procent van die bijstand. +**3.** In de algemene bijstand is een vakantietoeslag begrepen ter hoogte van 4,8 procent per 1 januari 2005: 4,4 procent van die bijstand. **4.** De algemene bijstand wordt verhoogd met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtige is, alsmede met de over die bijstand verschuldigde ziekenfondspremie. @@ -270,34 +291,34 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is. Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 196,23 per 1 juli 2004: € 199,01; -b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 392,46 per 1 juli 2004: € 398,02; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 764,02 per 1 juli 2004: € 774,92. +a. een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar: € 196,23 per 1 januari 2005: € 198,67; +b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 392,46 per 1 januari 2005: € 397,34; +c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 764,02 per 1 januari 2005: € 773,59. **2.** Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar met een of meer ten laste komende kinderen is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 423,34 per 1 juli 2004: € 429,37; -b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 619,57 per 1 juli 2004: € 628,38; -c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 991,13 per 1 juli 2004: € 1.005,28. +a. een alleenstaande ouder van 18, 19 of 20 jaar: € 423,34 per 1 januari 2005: € 428,64; +b. gehuwden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 619,57 per 1 januari 2005: € 627,31; +c. gehuwden waarvan een echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 991,13 per 1 januari 2005: € 1.003,56. ### Artikel 21 Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande: € 567,79 per 1 juli 2004: € 575,91; -b. een alleenstaande ouder: € 794,90 per 1 juli 2004: € 806,27; -c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1135,57 per 1 juli 2004: € 1.151,82. +a. een alleenstaande: € 567,79 per 1 januari 2005: € 574,92; +b. een alleenstaande ouder: € 794,90 per 1 januari 2005: € 804,88; +c. gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan 65 jaar: € 1135,57 per 1 januari 2005: € 1.149,83. ### Artikel 22 Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande: € 843,90 per 1 juli 2004: € 861,78; -b. een alleenstaande ouder: € 1071,01 per 1 juli 2004: € 1.091,05; -c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1188,16 per 1 juli 2004: € 1.217,84; -d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1197,70 per 1 juli 2004: € 1.217,84. +a. een alleenstaande: € 843,90 per 1 januari 2005: € 866,63; +b. een alleenstaande ouder: € 1071,01 per 1 januari 2005: € 1.091,51; +c. gehuwden waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn: € 1188,16 per 1 januari 2005: € 1.216,06; +d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar: € 1197,70 per 1 januari 2005: € 1.216,06. ### Artikel 23 @@ -305,8 +326,8 @@ d. gehuwden waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot 2 Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 245,85 per 1 juli 2004: € 250,85; -b. gehuwden: € 382,43 per 1 juli 2004: € 390,21. +a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder: € 245,85 per 1 januari 2005: € 256,02; +b. gehuwden: € 382,43 per 1 januari 2005: € 398,25. **2.** Indien een van de gehuwden in een inrichting verblijft, is de norm de som van de normen die voor ieder van hen als alleenstaande of alleenstaande ouder zouden gelden. @@ -320,7 +341,7 @@ Indien een van de gehuwden geen recht op algemene bijstand heeft, is voor de rec **1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 21, onderdelen a en b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. -**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 juli 2004: € 230,36 per kalendermaand. +**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste € 227,11 per 1 januari 2005: € 229,97 per kalendermaand. ### Artikel 26 @@ -379,7 +400,8 @@ k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogst l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade; m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn; n. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voorzover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand; -o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 163,00 per 1 juli 2004: € 165,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. +o. inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 163,00 per 1 juli 2004: € 165,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; +p. een financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet recht hebben. **3.** @@ -415,8 +437,8 @@ b. betrekking hebben op een periode waarover beroep op bijstand wordt gedaan. Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor levensonderhoud waarnaar deze is berekend, met dien verstande dat het normbedrag voor levensonderhoud als bedoeld in artikel 3.2 van die wet wordt gesteld op: -a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2004: € 280,17 per kalendermaand; -b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2004: € 503,30 per kalendermaand. +a. voor een thuisinwonende studerende: € 271,06 per 1 januari 2005: € 286,17 per kalendermaand; +b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2005: € 514,07 per kalendermaand. **3.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet. @@ -426,8 +448,8 @@ b. voor een uitwonende studerende: € 486,94 per 1 januari 2004: € 503,30 pe Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten 65 jaar of ouder is, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van: -a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 16,45 per 1 januari 2004: € 16,75 per kalendermaand; -b. voor de gehuwden tezamen: € 32,90 per 1 januari 2004: € 33,50 per kalendermaand. +a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 16,45 per 1 januari 2005: € 16,90 per kalendermaand; +b. voor de gehuwden tezamen: € 32,90 per 1 januari 2005: € 33,80 per kalendermaand. ### Artikel 34 @@ -445,16 +467,17 @@ Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen: a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn; b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid; c. spaargelden opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen; -d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2004: € 42.700,00; -e. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m. +d. het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf, bedoeld in artikel 50, eerste lid, voorzover dit minder bedraagt dan € 42 000,00 per 1 januari 2005: € 43.100,00; +e. vergoedingen voor immateriële schade als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen l en m; +f. het tegoed dan wel de verzekerde som, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel q. **3.** De in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermogensgrens is: -a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2004: € 5.065,00; -b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2004: € 10.130,00; -c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2004: € 10.130,00. +a. voor een alleenstaande: € 4975,00 per 1 januari 2005: € 5.105,00; +b. voor een alleenstaande ouder: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00; +c. voor de gehuwden tezamen: € 9950,00 per 1 januari 2005: € 10.210,00. **4.** @@ -471,7 +494,7 @@ b. tijdens de bijstandsverlening niet in aanmerking is genomen op grond van dit **1.** Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voorzover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen. -**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2004: € 111,00 niet te boven gaan. +**2.** Het college kan bijzondere bijstand weigeren, indien de in het eerste lid bedoelde kosten binnen twaalf maanden een bedrag van € 107,00 per 1 januari 2005: € 112,00 niet te boven gaan. **3.** In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een persoon van 65 jaar of ouder, behorend tot een bepaalde categorie, worden verleend, zonder dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon de hierna bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan. @@ -500,7 +523,7 @@ a. die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op b. voor wie bij de laatste arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is afgezien van het arbeidsdeskundig onderzoek, en; c. die voldoet aan het eerste lid, onderdelen a, b, voorzover het inkomsten uit arbeid betreft, c, en d. -**5.** De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 454,00 per 1 januari 2004: € 462,00, voor een alleenstaande ouder € 408,00 per 1 januari 2004: € 415,00 en voor een alleenstaande € 318,00 per 1 januari 2004: € 324,00 per jaar. +**5.** De langdurigheidstoeslag bedraagt voor gehuwden € 454,00 per 1 januari 2005: € 466,00, voor een alleenstaande ouder € 408,00 per 1 januari 2005: € 418,00 en voor een alleenstaande € 318,00 per 1 januari 2005: € 327,00 per jaar. **6.** De artikelen 8, eerste lid, onderdeel b, 13, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, 18, tweede en derde lid, 40, 46, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 54, paragraaf 6.4 en 6.5, alsmede artikel 63 zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -634,7 +657,11 @@ b. anderszins geen recht op algemene bijstand heeft. ### Artikel 47 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De gemeenteraad stelt bij verordening regels over de wijze waarop de personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van deze wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld de wijze waarop: + +a. periodiek overleg wordt gevoerd met deze personen of hun vertegenwoordigers; +b. deze personen of vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda van dit overleg kunnen aanmelden; +c. zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. ## Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten @@ -728,7 +755,7 @@ b. indien anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verle ### Artikel 55 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Naast de verplichtingen die ingevolge hoofdstuk 2 in elk geval aan de bijstand verbonden zijn, dan wel daaraan door het college verbonden worden, kan het college vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplichtingen opleggen die strekken tot arbeidsinschakeling, dan wel die verband houden met aard en doel van een bepaalde vorm van bijstand of die strekken tot zijn vermindering of beëindiging. Een verplichting kan, op advies van een arts, inhouden het zich onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard. ### Artikel 56 @@ -852,6 +879,8 @@ b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat r **10.** Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met opsporingsbevoegdheid. +**11.** Onze Minister van Justitie verstrekt ten aanzien van de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen, onverwijld en kosteloos de beschikbare informatie en alle overige opgaven en inlichtingen, die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand, aan het college, of, indien het college aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat heeft verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en inkomen, door tussenkomst van het Inlichtingenbureau, waarbij hij gebruik kan maken van het sociaal-fiscaalnummer. + ### Artikel 65 **1.** Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan. @@ -880,7 +909,7 @@ Het college is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd a. de Centrale organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet; b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen; -c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars; +c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet werk en inkomen kunstenaars; d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1a van de Ziekenfondswet, het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de arbeidsinschakeling van personen bevorderen; f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang; @@ -940,6 +969,10 @@ b. het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor de berekening van het bedrag va **2.** Indien het totale bedrag wordt herzien, wordt het bedrag waarmee de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, wordt aangepast binnen een periode van vier weken na de herziening door Onze Minister vastgesteld. +**3.** Bij toepassing van het tweede lid kan Onze Minister vanuit het oogmerk van een meer evenwichtige verdeling van het totale bedrag, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, de peildatum van de gegevens noodzakelijk voor de berekening, bedoeld in artikel 69, tweede lid, actualiseren, leidende tot een nieuwe uitkering per gemeente. Van een actualisatie als bedoeld in de eerste volzin wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant. + +**4.** Onze Minister kan vanuit het oogmerk van een meer evenwichtige verdeling van het totale bedrag, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, de peildatum van de gegevens noodzakelijk voor de berekening, bedoeld in artikel 69, tweede lid, actualiseren, leidende tot een nieuwe uitkering per gemeente. De tweede volzin van het derde lid is van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 72 **1.** Onze Minister kan, indien hij van oordeel is dat het college, na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 76, derde lid, geen of onvoldoende gevolg heeft gegeven aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 76, derde lid, de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, voor het jaar volgend op het jaar waarin de termijn afloopt, 1 procent lager vaststellen. @@ -958,7 +991,7 @@ b. het verzamelen van gegevens noodzakelijk voor de berekening van het bedrag va **1.** Indien de door het college gemaakte kosten, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, hoger zijn dan de daarvoor verstrekte uitkering, kan door Onze Minister ten laste van een daarvoor ieder jaar bij wet vast te stellen bedrag op verzoek van het college een aanvullende uitkering worden toegekend. -**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het college binnen acht weken na de indiening van het verslag, bedoeld in artikel 77, eerste lid, ingediend bij de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73. +**2.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het college ingediend bij de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de termijn waarbinnen een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden ingediend en de termijn waarbinnen op dat verzoek wordt beslist. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld onder welke voorwaarden een verzoek kan worden ingediend en op grond waarvan de toetsingscommissie een verzoek beoordeelt.