2010-01-01 | BWBR0007746 | Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
This commit is contained in:
parent
85b0318231
commit
91f2ff0592
1 changed files with 29 additions and 14 deletions
|
|
@ -66,7 +66,7 @@ q. S&O-verklaring: de door Onze Minister van Economische Zaken op de voet van ar
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt:
|
||||
|
||||
a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zelfstandigen, en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, niet aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking;
|
||||
a. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zelfstandigen, en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, niet aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking;
|
||||
b. voorzover ingevolge artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 het loon hoger is dan het werkelijk genoten loon, in afwijking van artikel 13a, derde lid, van die wet het meerdere geacht te zijn genoten gedurende het gehele kalenderjaar, waarbij aan elke maand een twaalfde deel van het meerdere wordt toegerekend.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -133,21 +133,25 @@ Voor zover loon in aanmerking is genomen voor de toepassing van de S&O-afdrachtv
|
|||
|
||||
Met betrekking tot een werknemer met een volledige arbeidsduur bedraagt de afdrachtvermindering onderwijs met betrekking tot de:
|
||||
|
||||
a. in artikel 14, eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde werknemers: € 2655 per kalenderjaar;
|
||||
b. in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer: € 3186 per kalenderjaar;
|
||||
c. in artikel 14, eerste lid, onderdeel g, bedoelde werknemer: € 1275 per kalenderjaar.
|
||||
a. in artikel 14, eerste lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde werknemers: € 2706 per kalenderjaar;
|
||||
b. in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, bedoelde werknemer: € 3247 per kalenderjaar;
|
||||
c. in artikel 14, eerste lid, onderdeel g, bedoelde werknemer: € 1299 per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** De afdrachtvermindering onderwijs voor de in artikel 14, eerste lid, onderdeel f, bedoelde werknemer bedraagt € 2655 per kalenderjaar.
|
||||
**2.** De afdrachtvermindering onderwijs voor de in artikel 14, eerste lid, onderdeel f, bedoelde werknemer bedraagt € 2706 per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**3.** De afdrachtvermindering onderwijs voor de in artikel 14, eerste lid, onderdeel h, bedoelde werknemer bedraagt € 319 per procedure erkenning verworven competenties (EVC-procedure).
|
||||
**3.** De afdrachtvermindering onderwijs voor de in artikel 14, eerste lid, onderdeel h, bedoelde werknemer bedraagt € 325 per procedure erkenning verworven competenties (EVC-procedure).
|
||||
|
||||
**4.** De afdrachtvermindering zeevaart beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VII.
|
||||
**4.** De afdrachtvermindering onderwijs voor de in artikel 14, eerste lid, onderdeel i, bedoelde werknemer bedraagt € 500 per werknemer.
|
||||
|
||||
**5.** De S&O-afdrachtvermindering beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VIII.
|
||||
**5.** De afdrachtvermindering zeevaart beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VII.
|
||||
|
||||
**6.** De in het eerste en tweede lid opgenomen bedragen, alsmede het toetsloon, worden naar tijdsgelang verdeeld over de loontijdvakken van het kalenderjaar. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werknemer wiens dienstbetrekking niet gedurende het gehele kalenderjaar heeft bestaan.
|
||||
**6.** De S&O-afdrachtvermindering beloopt een bedrag te bepalen op de voet van hoofdstuk VIII.
|
||||
|
||||
**7.** Het in het derde lid opgenomen bedrag wordt in aanmerking genomen in het loontijdvak waarin de werknemer, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel h, aanvangt met het volgen van de EVC-procedure of in het daaropvolgende loontijdvak.
|
||||
**7.** De in het eerste en tweede lid opgenomen bedragen, alsmede het toetsloon, worden naar tijdsgelang verdeeld over de loontijdvakken van het kalenderjaar. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werknemer wiens dienstbetrekking niet gedurende het gehele kalenderjaar heeft bestaan.
|
||||
|
||||
**8.** Het in het derde lid opgenomen bedrag wordt in aanmerking genomen in het loontijdvak waarin de werknemer, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel h, aanvangt met het volgen van de EVC-procedure of in het daaropvolgende loontijdvak.
|
||||
|
||||
**9.** Het in het vierde lid opgenomen bedrag wordt in aanmerking genomen in het loontijdvak waarin de werknemer, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel i, aanvangt met het volgen van de in dat onderdeel bedoelde opleiding of in het daaropvolgende loontijdvak.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -219,11 +223,17 @@ d. de werknemer die in het kader van zijn initiële opleiding aan een hogeschool
|
|||
e. de werknemer die een bij ministeriële regeling vast te stellen vorm van scholing volgt die gericht is op het op een startkwalificatieniveau brengen van personen die dat niveau missen;
|
||||
f. degene die bij de inhoudingsplichtige op basis van een leer-werkovereenkomst het buitenschoolse praktijkgedeelte volgt van een leer-werktraject, een en ander als bedoeld in artikel 10b1 en 10b3 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
|
||||
g. degene die bij de inhoudingsplichtige gedurende een periode van ten minste twee maanden de beroepspraktijkvorming volgt van de beroepsopleidende leerweg van een in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde beroepsopleiding, op de grondslag van een in artikel 7.2.8 van die wet bedoelde overeenkomst, gesloten door de in artikel 7.2.9 van die wet genoemde partijen;
|
||||
h. de werknemer die een EVC-procedure volgt waarvoor een verklaring is afgegeven door een bij ministeriële regeling aangewezen instantie, mits de inhoudingsplichtige de kosten van de EVC-procedure voor zijn rekening neemt.
|
||||
h. de werknemer die een EVC-procedure volgt waarvoor een verklaring is afgegeven door een bij ministeriële regeling aangewezen instantie, mits de inhoudingsplichtige de kosten van de EVC-procedure voor zijn rekening neemt;
|
||||
i. de werknemer die aanvangt met een opleiding:
|
||||
|
||||
1°. die relevant is voor de huidige functie of toekomstige functie van de werknemer bij de inhoudingsplichtige;
|
||||
2°. die gericht is op het op een hoger opleidingsniveau brengen van de werknemer dan het opleidingsniveau waarover de werknemer bij aanvang van de opleiding beschikt;
|
||||
3°. waarvan de inhoudingsplichtige ten minste 50 percent van de kosten voor zijn rekening neemt, en
|
||||
4°. waarvoor niet reeds op grond van de onderdelen a tot en met g een afdrachtvermindering van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 23 034 per kalenderjaar.
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en d, is niet van toepassing ingeval het loon van die werknemer die jonger is dan 25 jaar in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan diens toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 23 507 per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdelen b en c, is met betrekking tot een werknemer gedurende ten hoogste 48 maanden van toepassing. De afdrachtvermindering onderwijs op de voet van het eerste lid, onderdeel d, is met betrekking tot een werknemer ten hoogste 24 maanden van toepassing. Indien artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot een werknemer toepassing vindt, wordt de termijn van 48 maanden onderscheidenlijk 24 maanden met betrekking tot deze werknemer naar evenredigheid verlengd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -232,7 +242,10 @@ h. de werknemer die een EVC-procedure volgt waarvoor een verklaring is afgegeven
|
|||
Het eerste lid, aanhef en onderdeel e, is niet van toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. het loon van de werknemer in het desbetreffende loontijdvak meer bedraagt dan het in het derde lid, tweede volzin, genoemde toetsloon, of
|
||||
b. de werkgever niet over een verklaring beschikt waarin het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verklaart dat de werknemer vóór indiensttreding een werkloze is.
|
||||
b. de werkgever niet over een verklaring beschikt waarin het UWV WERKbedrijf verklaart dat de werknemer vóór aanvang van de scholing, bedoeld in onderdeel e:
|
||||
|
||||
1°. een werkloze is, of
|
||||
2°. een voormalig werkloze is en uitsluitend als gevolg van deelname aan een re-integratietraject van een gemeente in het kader van de Wet werk en bijstand of van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in het kader van de Werkloosheidswet, niet langer een werkloze is.
|
||||
|
||||
**6.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f en g, bedoelde overeenkomst bij de loonadministratie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -240,6 +253,8 @@ b. de werkgever niet over een verklaring beschikt waarin het Uitvoeringsinstituu
|
|||
|
||||
**8.** De inhoudingsplichtige bewaart een afschrift van de in het eerste lid, onderdeel h, en het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde verklaringen bij de loonadministratie.
|
||||
|
||||
**9.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel i, bedoelde afdrachtvermindering in de loonadministratie moeten worden vastgelegd. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent vastlegging van het bestaande opleidingsniveau van de werknemer en de relevantie van de opleiding voor de functie. Daarnaast kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de opleiding, zoals de minimumopleidingsduur, de instelling waaraan de opleiding wordt gevolgd, de vaststelling van het opleidingsniveau en erkenning van het diploma.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, na overleg met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, regels stellen ter bevordering van een goede uitvoering van dit hoofdstuk en artikel 40, alsmede met betrekking tot het verschaffen van inlichtingen aan door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ten behoeve van het verkrijgen van inzicht in de werking van dit hoofdstuk aan te wijzen instanties.
|
||||
|
|
@ -356,7 +371,7 @@ b. de periode waarvoor de S&O-verklaring wordt verstrekt;
|
|||
c. het aantal uren dat werknemers van de S&O-inhoudingsplichtige in die periode aan het speur- en ontwikkelingswerk naar verwachting zullen besteden;
|
||||
d. het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering met een berekening van dat bedrag.
|
||||
|
||||
**3.** Het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering beloopt 14 per 02-08-2009 en met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2009: 18 percent van het product van het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en het gemiddelde uurloon als bedoeld in het vierde lid, vermeerderd met 28 per 02-08-2009 en met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2009: 32 percent van dat product voorzover dat product in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 150 000. De vermeerdering met 28 per 02-08-2009 en met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2009: 32 percent blijft achterwege voorzover die vermeerdering reeds toepassing heeft gevonden bij een S&O-verklaring betreffende een eerdere periode van het kalenderjaar.
|
||||
**3.** Het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering beloopt 14 per 02-08-2009 en met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2009: 18 percent van het product van het aantal uren, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en het gemiddelde uurloon als bedoeld in het vierde lid, vermeerderd met 28 per 02-08-2009 en met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2009: 32 percent van dat product voorzover dat product in het kalenderjaar niet uitgaat boven € 220 000. De vermeerdering met 28 per 02-08-2009 en met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2009: 32 percent blijft achterwege voorzover die vermeerdering reeds toepassing heeft gevonden bij een S&O-verklaring betreffende een eerdere periode van het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**4.** Het gemiddelde uurloon wordt gesteld op het uurloon dat de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar gemiddeld heeft betaald aan zijn werknemers die in dat jaar speur- en ontwikkelingswerk hebben verricht waarvoor een S&O-verklaring is verstrekt. Het gemiddelde uurloon wordt daarbij gesteld op de som van de door de S&O-inhoudingsplichtige aan deze werknemers in het S&O-referentiejaar betaalde lonen gedeeld door de som van de in het S&O-referentiejaar door de S&O-inhoudingsplichtige aan deze werknemers verloonde uren nadat de som van de verloonde uren is vermenigvuldigd met 0,85; de uitkomst van deze deling wordt naar boven afgerond op een veelvoud van € 5. Het gemiddelde uurloon wordt aldus bepaald aan de hand van de gegevens zoals die blijken uit de polisadministratie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen op een bij ministeriële regeling van Onze minister van Economische Zaken vast te stellen peildatum gelegen in het kalenderjaar volgende op het S&O-referentiejaar. Indien de berekening aan de hand van de gegevens op de peildatum leidt tot een evident onjuist gemiddeld uurloon, wordt het gemiddelde uurloon bepaald aan de hand van de juiste gegevens zoals die blijken na uitvraag daarvan bij de S&O-inhoudingsplichtige door Onze Minister van Economische Zaken. Ingeval de S&O-inhoudingsplichtige in het S&O-referentiejaar geen speur- en ontwikkelingswerk heeft verricht waarvoor hij over een S&O-verklaring beschikt, geldt een gemiddeld uurloon van € 29.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue