From 91ff5f6614af0aaa51fca1b888b2fc23f1cc016e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 17 Mar 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-03-17 | BWBR0012019 | Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart --- .../BWBR0012019/README.md | 203 ++++++------------ 1 file changed, 60 insertions(+), 143 deletions(-) diff --git a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md index fb9a8a61a13..6104099d493 100644 --- a/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md +++ b/amvb/scheepsafvalstoffenbesluit-rijn-en-binnenvaart/BWBR0012019/README.md @@ -37,9 +37,8 @@ n. verdrag: het op 9 september 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inz o. Uitvoeringsregeling: bijlage 2, behorende bij het verdrag; p. conferentie: de Conferentie der Verdragsluitende Partijen, bedoeld in artikel 14 van het verdrag; q. internationaal orgaan: het Internationale Verevenings- en Coördinatieorgaan, bedoeld in artikel 10 van het verdrag; -r. Onze Ministers: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; -s. bijlage 1 of 3: de bij dit besluit behorende bijlage 1 onderscheidenlijk 3; -t. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen. +r. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu; +s. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen. **2.** @@ -48,9 +47,9 @@ Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt vers a. bilgewater: oliehoudend afvalwater uit de bilge van de machinekamer, de voor- en achterpiek, de kofferdammen en de ruimten tussen zijwand en beunwand; b. olie-afgifteboekje: een olie-afgifteboekje, afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, dan wel een buiten Nederland afgegeven olie-afgifteboekje als bedoeld in artikel 2.03 van de Uitvoeringsregeling; c. tegoed: geldelijk tegoed van de eigenaar van het schip op de rekening van een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag; -d. ED-kaart: elektronische informatiedrager op naam van de eigenaar van het schip, waarmee wordt beschikt over het tegoed teneinde de verschuldigde afvalbeheersbijdrage digitaal te betalen; +d. ED-kaart: elektronische informatiedrager, bedoeld in artikel 3.01, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling (ECO-kaart);. e. betaalterminal: apparaat waarmee in combinatie met de ED-kaart de verschuldigde afvalbeheersbijdrage digitaal wordt betaald; -f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 2.5.1 dan wel een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring als bedoeld in artikel 3.03 van de Uitvoeringsregeling. +f. bunkerverklaring: een bunkerverklaring als bedoeld in artikel 22 dan wel een buiten Nederland opgemaakte bunkerverklaring als bedoeld in artikel 3.04 van de Uitvoeringsregeling. **3.** @@ -104,10 +103,7 @@ Dit besluit is van toepassing met betrekking tot schepen die zich bevinden op de ### Artikel 3 -In afwijking van artikel 2 is dit besluit niet van toepassing met betrekking tot: - -a. zeeschepen die zich bevinden in zeehavens of op daarheen leidende zeetoegangswegen, met uitzondering van paragraaf 2.6, en -b. pleziervaartuigen als bedoeld in de Wet pleziervaartuigen, alsmede vaartuigen die uit hoofde van hun feitelijke bestemming plaatsgebonden zijn. +In afwijking van artikel 2 is dit besluit niet van toepassing op bij regeling van Onze Minister aangewezen vaartuigen, voor zover in die regeling bepaald. ### Paragraaf 1.3. Algemene verboden en verplichtingen @@ -163,7 +159,7 @@ De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende s **2.** Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd reinigingsmiddelen die de verwerking van het bilgewater niet bemoeilijken. -**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen reinigingsmiddelen als bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangewezen. +**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen reinigingsmiddelen als bedoeld in het eerste of tweede lid worden aangewezen. ### Paragraaf 2.3. Afgifte @@ -171,9 +167,9 @@ De schipper draagt er zorg voor dat bilgewater en overige olie- en vethoudende s **1.** De schipper draagt er zorg voor dat een geldig olie-afgifteboekje aan boord aanwezig is. -**2.** Een olie-afgifteboekje wordt op aanvraag verstrekt door een dienst of instelling, aangewezen door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**2.** Een olie-afgifteboekje wordt op aanvraag verstrekt door een dienst of instelling, aangewezen door Onze Minister. -**3.** Het model van het olie-afgifteboekje wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. +**3.** Het model van het olie-afgifteboekje wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister. **4.** Na verkrijging van een nieuw olie-afgifteboekje wordt het voorgaande olie-afgifteboekje ten minste zes maanden na de datum van de laatste daarin opgenomen vermelding van een afgifte aan boord bewaard. @@ -206,11 +202,11 @@ Met het oog op de toepassing van artikel 20, eerste lid, is de eigenaar van een a. een rekening bij een nationaal instituut als bedoeld in artikel 9 van het verdrag te openen, en b. zorg te dragen dat de schipper de beschikking heeft over de ED-kaart. -**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan nadere regels met betrekking tot de vormgeving en andere kenmerken van de ED-kaart stellen. +**2.** Onze Minister kan nadere regels met betrekking tot de vormgeving en andere kenmerken van de ED-kaart stellen. ### Artikel 20 -**1.** Ter gelegenheid van het betrekken van gasolie ten behoeve van een schip wordt de door de eigenaar van een schip verschuldigde afvalbeheersbijdrage over het betrokken aantal liters gasolie betaald met behulp van de ED-kaart op een bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen wijze. +**1.** Ter gelegenheid van het betrekken van gasolie ten behoeve van een schip wordt de door de eigenaar van een schip verschuldigde afvalbeheersbijdrage over het betrokken aantal liters gasolie betaald met behulp van de ED-kaart op een bij regeling van Onze Minister te bepalen wijze. **2.** @@ -303,7 +299,7 @@ c. de machtiging, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b. ### Artikel 27 -Een leverancier verstrekt, uiterlijk op de laatste dag van elke kalendermaand op de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven wijze aan de daarbij aangewezen dienst schriftelijk de volgende gegevens betreffende elke levering van gasolie ten behoeve van een schip, die heeft plaatsgevonden in de voorafgaande kalendermaand: +Een leverancier verstrekt, uiterlijk op de laatste dag van elke kalendermaand op de bij regeling van Onze Minister aangegeven wijze aan de daarbij aangewezen dienst schriftelijk de volgende gegevens betreffende elke levering van gasolie ten behoeve van een schip, die heeft plaatsgevonden in de voorafgaande kalendermaand: a. de naam van de eigenaar van het schip; b. het geleverde aantal liters gasolie; @@ -313,9 +309,9 @@ e. het bedrag van de betaalde afvalbeheersbijdrage. ### Artikel 28 -**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan leveranciers, behorende tot een bij de regeling aan te wijzen categorie, vrijstelling worden verleend van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen, voor zover het belang van een goede uitvoering van het verdrag zich daartegen niet verzet. +**1.** Bij regeling van Onze Minister kan aan leveranciers, behorende tot een bij de regeling aan te wijzen categorie, vrijstelling worden verleend van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen, voor zover het belang van een goede uitvoering van het verdrag zich daartegen niet verzet. -**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan een leverancier op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen. +**2.** Onze Minister kan aan een leverancier op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 27 bedoelde verplichtingen. **3.** Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van het verdrag. @@ -327,7 +323,7 @@ De leverancier stelt het nationaal instituut onverwijld op de hoogte zodra als g ### Artikel 29 -Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld ter uitvoering van besluiten van de conferentie krachtens artikel 14, derde lid, onderdeel d, van het verdrag. +Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ter uitvoering van besluiten van de conferentie krachtens artikel 14, derde lid, onderdeel d, van het verdrag. ## Hoofdstuk 3. Afval van de lading @@ -345,7 +341,7 @@ In afwijking van artikel 30 is dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of **1.** Het is verboden een stof, preparaat of ander product, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling in of op een schip te laden, tenzij degene die laadt het bepaalde in de artikelen 40, 41, eerste lid, en 61 in acht neemt. -**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45 tot en met 51, 53, 57 en 60 in acht neemt. +**2.** Het is verboden een stof, preparaat of ander produkt, behorende tot een goederensoort die is vermeld in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling uit of van een schip te lossen, tenzij degene die lost het bepaalde in de artikelen 41, tweede lid, 42, 43, 45, 47, 53, 57 en 60 in acht neemt. **3.** Het eerste lid, dan wel het tweede lid is niet van toepassing indien het laden, onderscheidenlijk het lossen, plaatsvindt in een overslaginrichting. @@ -353,17 +349,15 @@ In afwijking van artikel 30 is dit hoofdstuk niet van toepassing op het laden of ### Artikel 33 -Degene die een overslaginrichting drijft neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip in die inrichting het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45 tot en met 51, 53, 57, 60 en 61 in acht. +Degene die een overslaginrichting drijft neemt met betrekking tot het laden of het lossen van een schip in die inrichting het bepaalde ten aanzien van laden, onderscheidenlijk lossen, in de artikelen 40 tot en met 43, 45, 47, 53, 57, 60 en 61 in acht. ### Artikel 34 -**1.** Een verwijzing in dit hoofdstuk naar een kolom van de tabel heeft betrekking op de desbetreffende kolom van de tabel van aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling. - -**2.** Een verwijzing in dit hoofdstuk naar een in een kolom van de tabel aangegeven losstandaard of bijzondere behandeling heeft mede betrekking op een desbetreffende voetnoot in kolom 6 dan wel onderaan in de tabel. +Vervallen ### Artikel 35 -Indien in een voetnoot die betrekking heeft op de aanduiding van een bijzondere behandeling in kolom 5 van de tabel een beperking wordt aangegeven tot gevallen waarin de desbetreffende goederensoort verontreinigd is, wordt er voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bepaalde van uitgegaan dat de bedoelde verontreiniging aanwezig is, tenzij uit een vervoersdocument uitdrukkelijk het tegendeel blijkt. +Vervallen ### Paragraaf 3.2. Beschikbaarstelling van een schip @@ -379,66 +373,17 @@ Een schip wordt door de exploitant slechts voor vervoer van vloeibare lading ter **1.** Het nalenssysteem is vast op het schip geïnstalleerd. -**2.** De walaansluiting van de laad- en losleiding, waarmee geladen of gelost wordt, is voorzien van een inrichting voor de afgifte van restlading overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 1. - -**3.** Het nalenssysteem is voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel beproefd, overeenkomstig artikel 39, door een onderzoeksbureau dat is toegelaten door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland. Indien het systeem later is omgebouwd dan is voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd. - -**4.** - -Bij de beproeving van het nalenssysteem is geen hogere resthoeveelheid vastgesteld dan: - -a. bij dubbelwandige schepen: - -1°. 5 liter gemiddeld per ladingtank of -2°. 15 liter per leidingsysteem dan wel -b. bij enkelwandige schepen: - -1°. 20 liter gemiddeld per ladingtank of -2°. 15 liter per leidingsysteem. - -**5.** Inzake de beproeving van het nalenssysteem is door het onderzoeksbureau een verklaring overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 2 vastgesteld. Deze verklaring wordt aan boord van het schip meegevoerd. +**2.** Het nalenssysteem is voor de ingebruikname met water als beproevingsmiddel beproefd, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften, door een onderzoeksbureau dat is toegelaten door de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland. Indien het systeem later is omgebouwd dan is voor de hernieuwde ingebruikname dezelfde beproeving uitgevoerd. ### Artikel 39 -**1.** Voor de aanvang van de beproeving van het nalenssysteem zijn de ladingtanks en het bijbehorende leidingsysteem schoon. De ladingtanks kunnen zonder risico betreden worden. - -**2.** Tijdens de beproeving liggen slagzij en trim van het schip niet boven de normale operationele waarden. - -**3.** Tijdens de beproeving wordt een tegendruk bewerkstelligd van ten minste 3 bar ter plaatse van de inrichting voor de afgifte aan de losleiding. - -**4.** - -De beproeving houdt in: - -a. het met water vullen van de ladingtank totdat de zuigmond in de ladingtank onder water staat; -b. het leegpompen en het met behulp van het nalenssysteem ledigen van de ladingtanks en de bijbehorende pijpleidingen; -c. het op de volgende plaatsen verzamelen van waterrestanten: - -1°. in de nabijheid van de zuigmond; -2°. op de bodem van de ladingtank waarop water is achtergebleven; -3°. op het laagste punt van de lospomp en -4°. op alle laagste punten van de bijbehorende pijpleidingen tot aan de inrichting voor de afgifte. - -**5.** De hoeveelheid van het overeenkomstig punt 4, onder c, verzamelde water wordt nauwkeurig vastgesteld en in de verklaring van de beproeving van het nalenssysteem overeenkomstig het in bijlage 1 opgenomen model 2 vermeld. - -**6.** - -Het onderzoeksbureau legt alle voor de beproeving vereiste operationele handelingen in de verklaring van de beproeving vast. Deze verklaring bevat ten minste de volgende gegevens: - -a. de trim van het schip tijdens de beproeving; -b. de slagzij van het schip tijdens de beproeving; -c. de volgorde waarin de ladingtanks gelost werden; -d. de tegendruk aan de inrichting voor de afgifte; -e. de resthoeveelheid per ladingtank; -f. de resthoeveelheid per pijpleidingsysteem; -g. de duur van het nalenzen en -h. een ingevuld ladingtankplan. +Vervallen ### Paragraaf 3.3. Vermelding goederennummer ### Artikel 40 -Bij het laden worden in de vervoersdocumenten de naam en het viercijferige goederennummer van de goederensoort vermeld die in aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling voor de desbetreffende goederensoort zijn aangegeven. +Bij het laden wordt in het vervoersdocument de bij regeling van Onze Minister te bepalen informatie opgenomen. ### Paragraaf 3.4. Verwijderen van overslagresten en nalossen @@ -452,7 +397,7 @@ Bij het laden worden in de vervoersdocumenten de naam en het viercijferige goede **1.** Aansluitend aan het lossen van droge lading van of uit een laadruim van een schip wordt de in het laadruim achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard bezemschoon wordt bereikt, en wordt het verpakkings- en stuwmateriaal verwijderd. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de restlading in verdergaande mate verwijderd, zodanig dat de losstandaard vacuümschoon wordt bereikt, indien het laadruim aansluitend zal worden gewassen en in de ingevolge de artikelen 45 tot en met 51 voor het waswater toe te passen kolom van de tabel de losstandaard vacuümschoon is aangegeven. +**2.** In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt in afwijking van het eerste lid de restlading in verdergaande mate verwijderd. **3.** De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading. @@ -474,60 +419,37 @@ De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 41 tot en me ### Artikel 45 -Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip lading wordt gelost, behorende tot een een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, wordt - -1°. dat laadruim of die ladingtank gewassen en -2°. afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, ingenomen en wordt de aangegeven bijzondere behandeling toegepast, - -tenzij de voor die bijzondere behandeling nodige voorzieningen niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost. +In bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen wordt na lossing de laadruimte of de ladingtank gewassen en wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat ingenomen en behandeld en daarna op de bedrijfsriolering geloosd onderscheidenlijk in de laadruimte of de ladingtank achtergelaten. ### Artikel 46 -Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip - -a. lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost en -b. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven,wordt - -1°. dat laadruim of die ladingtank gewassen en -2°. afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, ingenomen en op de bedrijfsriolering geloosd, - -tenzij de hiervoor nodige rioleringsvoorzieningen niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost. +Vervallen ### Artikel 47 -**1.** Voor het wassen, bedoeld in artikel 45 of 46, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, onderdeel 2°, onderscheidenlijk 46, onderdeel 2°, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt. +**1.** Voor het wassen, bedoeld in artikel 45, kan de schipper een voorziening buiten de losplaats worden toegewezen, mits hem daarbij tevens, in afwijking van artikel 45, in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening wordt toegewezen voor het afgeven van het afvalwater dat zich na het wassen in het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem bevindt. **2.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. ### Artikel 48 -Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip - -a. lading wordt gelost, behorende tot een goederensoort waarvoor in kolom 5 van de tabel geen bijzondere behandeling is aangegeven dan wel waarvoor in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, doch de voorzieningen voor de toepassing daarvan niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost; -b. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 4 van de tabel geen losstandaard is aangegeven dan wel in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, doch voorzieningen voor bedrijfsriolering niet beschikbaar zijn op de plaats waar wordt gelost en -c. voor de desbetreffende goederensoort in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven, - -wordt afvalwater dat ladingrestanten bevat en zich na het lossen of het wassen in dat laadruim of die ladingtank bevindt, aldaar achtergelaten. +Vervallen ### Artikel 49 -**1.** Indien uit een laadruim of een ladingtank van een schip lading wordt gelost en zich na het lossen of wassen afvalwater dat ladingrestanten bevat in dat laadruim of die ladingtank bevindt, doch de artikelen 45 tot en met 48 niet van toepassing zijn, wordt het afvalwater daar achtergelaten en de schipper in overleg met de exploitant van het schip een ontvangstvoorziening toegewezen voor het afgeven van dat afvalwater. - -**2.** De aangewezen ontvangstvoorziening is gelegen in de nabijheid van de losplaats of op de route van het schip. +Vervallen ### Artikel 50 -De artikelen 45 tot en met 49 zijn van overeenkomstige toepassing indien uit een laadruim stukgoederen dan wel verpakte ladinggoederen of op pallets vervoerde goederen worden gelost en als gevolg van beschadigingen of lekkages lading, behorende tot een goederensoort als bedoeld in die artikelen is vrijgekomen. +Vervallen ### Artikel 51 -**1.** Indien zich in een laadruim of ladingtank na het lossen of wassen afvalwater bevindt dat ladingrestanten behorende tot verschillende goederensoorten bevat en voor een van die goederensoorten in kolom 5 van de tabel een bijzondere behandeling is aangegeven, wordt ten aanzien van dat afvalwater gehandeld zoals in artikel 45, 46, 47, 48 of 49 is voorgeschreven voor afvalwater dat ladingrestanten bevat van de laatstbedoelde goederensoort. - -**2.** Indien zich in een laadruim of ladingtank na het lossen of wassen afvalwater bevindt dat ladingrestanten behorende tot verschillende goederensoorten bevat, doch het eerste lid niet van toepassing is, maar wel voor een van die goederensoorten in kolom 4 van de tabel een losstandaard is aangegeven, wordt ten aanzien van dat afvalwater gehandeld zoals in artikel 46, 47, 48 of 49 is voorgeschreven voor afvalwater dat ladingrestanten bevat van de laatstbedoelde goederensoort. +Vervallen ### Artikel 52 -De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 tot en met 51. +De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 en 47. ### Paragraaf 3.6. Losverklaring; verlaten van de laad- of losplaats @@ -535,13 +457,13 @@ De schipper verleent medewerking aan de toepassing van de artikelen 45 tot en me **1.** In dit artikel en in de artikelen 54, 56, 57, 60, 66 en 68 wordt onder de losverklaring mede begrepen de aanvullende verklaring, bedoeld in het tweede lid. -**2.** Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde model, is het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen op de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing. +**2.** Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, is het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen op de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing. -**3.** Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4 en 3.5 worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend. +**3.** Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4 en 3.5 worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend. **4.** De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip. -**5.** Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening drijft, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld. +**5.** Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66 en 68 kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening drijft, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld. ### Artikel 54 @@ -562,7 +484,7 @@ a. hij zich er van vergewist heeft, dat 1°. de overslagresten zijn verwijderd; 2°. alle geloste laadruimen zijn nagelost of ladingtanks nagelensd; 3°. voldaan is aan de wasverplichting indien die van toepassing is, dan wel hem daartoe overeenkomstig artikel 47 een voorziening is toegewezen en -4°. indien artikel 45, 46 of 49 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en +4°. indien artikel 45 van toepassing of van overeenkomstige toepassing is, het afvalwater dat ladingrestanten bevat is ingenomen dan wel hem daartoe een ontvangstvoorziening is toegewezen, en b. hij voldaan heeft aan het bepaalde in artikel 54. ### Artikel 56 @@ -595,8 +517,8 @@ Indien een schip wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, draagt de sc Indien een lading wordt gelost van een schip dat blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 58 wordt ingezet ten behoeve van eenheidstransporten, zijn met betrekking tot dat lossen niet van toepassing: -a. de artikelen 36 tot en met 39, 42, 43 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften, voorzover blijkens die verklaring nalossen of nalenzen niet noodzakelijk is, en -b. de artikelen 45 tot en met 51 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften. +a. de artikelen 36 tot en met 38, 42, 43 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften, voorzover blijkens die verklaring nalossen of nalenzen niet noodzakelijk is, en +b. de artikelen 45 en 47 en de zinsneden van artikel 55, tweede lid, onderdeel a, die verwijzen naar de desbetreffende voorschriften. ### Artikel 60 @@ -604,7 +526,7 @@ Een afschrift of exemplaar van de in artikel 58 bedoelde verklaring wordt in de ### Artikel 61 -Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan de artikelen 45 tot en met 51 ten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen. +Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomstige toepassing gegeven aan de artikelen 45 en 47 ten aanzien van het regenwater en het buiswater dat na beëindiging van de voorafgaande lossing in het laadruim terecht is gekomen. ### Paragraaf 3.8. Lozing van afvalwater @@ -612,9 +534,9 @@ Ingeval van eenheidstransporten wordt voor de aanvang van het laden overeenkomst **1.** -In afwijking van het verbod van artikel 4 kan afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht indien: +In afwijking van het verbod van artikel 4 kan afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht indien: -a. zodanig afvalwater ingevolge artikel 48 op of in het schip is achtergelaten; +a. zodanig afvalwater ingevolge artikel 45 op of in het schip is achtergelaten; b. de restlading overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is verwijderd uit het laadruim of de ladingtank en het leidingsysteem en c. een en ander blijkt uit een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6. @@ -624,7 +546,7 @@ In afwijking van het verbod van artikel 4 kan voorts in een oppervlaktewaterlich a. regenwater, buiswater of ballastwater dat, blijkens een losverklaring welke voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een gewassen laadruim of ladingtank; b. waswater dat afkomstig is van een bezemschone gangboord of van een andere licht verontreinigde oppervlakte van het schip of -c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor uitsluitend in kolom 3 van de tabel een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4. +c. afvalwater dat ladingrestanten bevat van een goederensoort waarvoor in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een losstandaard is aangegeven en dat, blijkens een losverklaring die voldoet aan het bepaalde in paragraaf 3.6, afkomstig is uit een laadruim of ladingtank waaruit de restlading is verwijderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4. ### Artikel 63 @@ -634,7 +556,7 @@ In afwijking van artikel 6 behoeft de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit niet ### Artikel 64 -Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47, 49 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. +Indien afvalwater ingevolge het bepaalde in artikel 47 of 61 moet worden afgegeven, brengt de schipper het afvalwater over naar de hem toegewezen ontvangstvoorziening en biedt het aldaar aan. ### Artikel 65 @@ -673,7 +595,7 @@ De vervoerder stelt een schip voor vervoer van lading aan de afzender ter beschi De afzender is jegens de ontvanger en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van vloeibare lading van of uit een schip a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 43 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en +b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a en b bedoelde maatregelen. ### Artikel 71 @@ -681,8 +603,8 @@ c. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater door een ont De ontvanger is jegens de afzender en de vervoerder verplicht ter zake van het lossen van droge lading van of uit een schip: a. de in de artikelen 41, tweede lid, en 42 bedoelde maatregelen te treffen; -b. de in de artikelen 45 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en -c. ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is beëindigd, de in de artikelen 45, onder 2°, 46, onder 2°, en 48 tot en met 51 bedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en +b. de in de artikelen 45 en 47 bedoelde maatregelen te treffen, voor zover het betreft de wasverplichting en het daarbij ontstane waswater, indien uit de laatst afgegeven losverklaring blijkt dat het laadruim, onderscheidenlijk de ladingtank, na vorige lossing gewassen is en +c. ten aanzien van regenwater of buiswater dat in het laadruim is geraakt na aanvang van het laden en voordat het lossen overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.4 is beëindigd, de in artikel 45 bedoelde maatregelen te treffen, tenzij overeengekomen was dat het vervoer afgedekt zou plaatsvinden, en d. de kosten te dragen van inname van het onder b bedoelde waswater en het onder c bedoelde regenwater of buiswater door een ontvangstvoorziening, alsmede voor wachttijden en omwegen die zijn ontstaan als gevolg van de toepassing van de onder a, b en c bedoelde maatregelen; e. de in artikel 53 bedoelde maatregel te treffen. @@ -712,20 +634,11 @@ Degene die een inrichting voor het inzamelen van scheepsafvalstoffen drijft, dra ### Artikel 76 -**1.** In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen of vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, voorzover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid. - -**2.** - -Een zuiveringsinstallatie als bedoeld in het eerste lid: - -a. behoort tot een type waarvoor bij de typekeuring ten aanzien van een parameter die is vermeld in tabel 1 van bijlage 3, overeenkomstig de aldaar vermelde ISO-norm, is vastgesteld dat de voor die parameter in die tabel vermelde concentratiewaarde niet wordt overschreden; -b. functioneert zodanig dat bij een steekproef ten aanzien van een parameter die is vermeld in tabel 2 van bijlage 3, overeenkomstig de aldaar vermelde ISO-norm, wordt vastgesteld dat de in die tabel voor die parameter vermelde concentratiewaarde niet wordt overschreden; -c. werkt niet volgens een mechanisch-chemische methode waarbij gebruik wordt gemaakt van chloorhoudende middelen en -d. omvat toereikende voorzieningen voor de opslag en het koelen van het zuiveringsslib. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen of vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, voorzover het afvalwater is behandeld in een zuiveringsinstallatie die voldoet aan bij regeling van Onze Minister gegeven voorschriften. ### Artikel 77 -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan huishoudelijk afvalwater dan wel bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht vanaf andere dan de in artikel 76, eerste lid, bedoelde schepen. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan huishoudelijk afvalwater dan wel bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht vanaf andere dan de in artikel 76 bedoelde schepen. ## Hoofdstuk 5. Het nationaal instituut @@ -766,17 +679,17 @@ Het nationaal instituut draagt zorg voor de financiering van het in artikel 78 b Ter uitvoering van artikel 81 draagt het nationaal instituut zorg voor: -a. het invoeren en het in stand houden van het door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat nader te omschrijven digitale systeem voor het betalen van de afvalbeheersbijdrage; +a. het invoeren en het in stand houden van het door Onze Minister nader te omschrijven digitale systeem voor het betalen van de afvalbeheersbijdrage; b. het Nederlandse aandeel in de verevening; -c. het na het openen van een rekening aan de eigenaar van een gemotoriseerd schip, kosteloos namens Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verstrekken van maximaal twee ED-kaarten per schip; +c. het na het openen van een rekening aan de eigenaar van een gemotoriseerd schip, kosteloos namens Onze Minister verstrekken van maximaal twee ED-kaarten per schip; d. het op verzoek van de leverancier kosteloos verstrekken van een betaalterminal per bunkerfaciliteit; en e. de uitvoering van een ministeriële regeling ingevolge artikel 29, voor zover het in die regeling is bepaald, alsmede voorlichting over die regeling aan belanghebbenden in de bedrijfstak van de scheepvaart. **2.** Het nationaal instituut draagt zorg voor de geheimhouding van de gegevens, die het met betrekking tot de ED-kaart onder zich heeft. -**3.** Op verzoek van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verstrekt het nationaal instituut inzage in het digitale systeem aan een door deze minister aangewezen dienst teneinde te onderzoeken of de verschuldigde afvalbeheersbijdrage is betaald. +**3.** Op verzoek van Onze Minister verstrekt het nationaal instituut inzage in het digitale systeem aan een door deze minister aangewezen dienst teneinde te onderzoeken of de verschuldigde afvalbeheersbijdrage is betaald. -**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen administratieve verplichtingen van het nationaal instituut jegens de houder van de ED-kaart in verband met het digitaal betalen van de afvalbeheersbijdrage worden geregeld. +**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen administratieve verplichtingen van het nationaal instituut jegens de houder van de ED-kaart in verband met het digitaal betalen van de afvalbeheersbijdrage worden geregeld. ### Artikel 83 @@ -810,7 +723,7 @@ Het nationaal instituut draagt er zorg voor dat de ingevolge artikel 85 aangewez **1.** Het nationaal instituut stelt jaarlijks voor 1 juli een rapport op over de uitvoering van zijn taken in het afgelopen kalenderjaar en de vooruitzichten ter zake voor de eerstkomende 5 kalenderjaren. -**2.** Het nationaal instituut brengt het rapport ter kennis van Onze Ministers en het internationaal orgaan. +**2.** Het nationaal instituut brengt het rapport ter kennis van Onze Minister en het internationaal orgaan. ### Artikel 89 @@ -818,7 +731,7 @@ Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken het gestelde in h ### Artikel 90 -**1.** Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gegeven aanwijzing in acht. +**1.** Het nationaal instituut neemt bij de uitvoering van zijn taken een door Onze Minister gegeven aanwijzing in acht. **2.** Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan worden vastgesteld ten behoeve van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van het verdrag. @@ -828,7 +741,7 @@ Vervallen ### Artikel 92 -Onze Ministers verschaffen, onverminderd het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, aan het nationaal instituut de nodige gegevens en inlichtingen ten behoeve van de uitvoering van de taken door dat instituut. +Onze Minister verschaft, onverminderd het bepaalde in artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht, aan het nationaal instituut de nodige gegevens en inlichtingen ten behoeve van de uitvoering van de taken door dat instituut. ### Paragraaf 5.5. Subsidiebepalingen @@ -844,7 +757,7 @@ Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing **1.** Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. -**2.** Onze Minister van Verkeer en Waterstaat stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een aanwijzing vast over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. +**2.** Onze Minister stelt een aanwijzing vast over de reikwijdte en de intensiteit van de controle, bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. ## Hoofdstuk 6. Verdere bepalingen, overgangs- en slotbepalingen @@ -854,7 +767,7 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wet verontreiniging oppervlaktewateren. ### Artikel 97 -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, en van artikel 46 kan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 46 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, en van artikel 45 kan tot het tijdstip liggende vijf jaar na het in artikel 101, eerste lid, bedoelde tijdstip, dan wel een eerder bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, afvalwater dat ingevolge artikel 45 in de bedrijfsriolering gebracht zou moeten worden, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht, indien ten minste de losstandaard bezemschoon is bewerkstelligd voor het desbetreffende laadruim. ### Artikel 98 @@ -868,7 +781,7 @@ In afwijking van het bepaalde in artikel 42 is tot het tijdstip liggende vijf ja ### Artikel 100 -In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht. +In afwijking van het verbod, bedoeld in artikel 4, kan tot een door Onze Minister te bepalen tijdstip bedrijfsafvalwater uit keukens, eetruimten, wasruimten en bijkeukens, daaronder begrepen toiletwater, vanaf hotelschepen met meer dan 50 slaapplaatsen, onderscheidenlijk vanaf andere passagiersschepen die toegelaten zijn voor het vervoer van meer dan 50 passagiers, in een oppervlaktewaterlichaam worden gebracht. ### Artikel 100a @@ -884,8 +797,12 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaar ## Bijlage 1. behorende bij de +Vervallen + ## Bijlage 2. behorende bij de Vervallen ## Bijlage 3. Behorende bij + +Vervallen