2008-12-24 | BWBR0002267 | Luchtvaartwet

This commit is contained in:
Coornhert 2008-12-24 12:00:00 +00:00
parent 83d13983c9
commit 920195f0ed

View file

@ -195,444 +195,159 @@ Bij ministeriële regeling kunnen bepaalde soorten van vervoer worden uitgezonde
### Artikel 18
**1.**
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer luchtvaartterreinen aanwijzen:
a. ambtshalve;
b. op aanvraag, mits het aan te wijzen luchtvaartterrein overeenstemt met een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
**2.** Bij een aanvraag moeten in tweevoud worden gevoegd de bescheiden, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, b, c en d. De aanvraag alsmede de bescheiden kunnen niet elektronisch worden ingediend.
**3.** Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een aanvraag tot aanwijzing om redenen ontleend aan het algemeen belang onmiddellijk afwijzen.
Vervallen
### Artikel 19
**1.** Op een besluit tot vaststelling van een aanwijzing is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**2.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen het ontwerpbesluit op na overleg met Gedeputeerde Staten en de gemeenteraden van respectievelijk de provincies en de gemeenten binnen de grenzen waarvan het gebied of een gedeelte van het gebied ligt, dat door het ontwerpbesluit wordt bestreken. Zij kunnen na overleg met de gemeenteraden besluiten om in één of meer van die gemeenten hoorzittingen te houden of te doen houden.
**3.** Onze in het eerste lid bedoelde Ministers plegen bovendien overleg met de gemeenteraden van andere dan in het eerste lid bedoelde gemeenten, alsmede met andere openbare lichamen, zo deze naar hun mening bijzondere verantwoordelijkheden of bevoegdheden bezitten die met de aanwijzing van het luchtvaartterrein samenhangen.
Vervallen
### Artikel 20
**1.**
Het ontwerpbesluit omvat in ieder geval:
a. een kaart waarop duidelijk zijn aangegeven
1°. de ligging, de grenzen en de grootte van het tot luchtvaartterrein te bestemmen terrein; en
2°. met betrekking tot de binnen de onder 1° bedoelde grenzen liggende onroerende zaken, de kadastrale gemeente en sectie waarbinnen die zaken zijn gelegen, hun kadastrale grenzen en de nummers van de betreffende percelen en van, indien een of meer van die zaken een gedeelte van een perceel uitmaken, de betreffende perceelsgedeelten.
b. een lijst van de onroerende zaken, waarop de ontwerp-aanwijzing betrekking heeft, aangeduid met hun kadastrale aanduiding met vermelding van
1°. de grootte volgens de basisregistratie kadaster van elk der betreffende percelen en, indien een onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte; en
2°. de namen en woonplaatsen van degenen, die met betrekking tot elk dezer zaken in de basisregistratie kadaster staan vermeld als eigenaar of rechthebbende op een beperkt recht waaraan die zaken onderworpen zijn en de wettelijke benaming van de beperkte rechten, met dien verstande dat ingeval een onroerende zaak is belast met een erfdienstbaarheid bij een zodanig recht tevens wordt aangegeven ten behoeve van welke onroerende zaak, aangeduid met haar kadastrale aanduiding, zij is verkregen, alsmede de namen en woonplaatsen volgens de basisregistratie kadaster van de eigenaren van laatstbedoelde onroerende zaken.
c. voor zover deze Onze Minister bekend zijn een lijst van namen en woonplaatsen van degenen, die persoonlijk gerechtigde zijn tot elk der onroerende zaken, waarop de ontwerp-aanwijzing betrekking heeft, een en ander op overeenkomstige wijze als onder *b* ten eerste is bepaald.
d. een plan in hoofdzaak voor de aanleg en het gebruik van het luchtvaartterrein, waarin in ieder geval is aangegeven:
1. de ligging van de banen met de daarbij behorende aan- en uitvliegroutes;
2. een beschrijving van de te verwachten ontwikkelingen naar aard en omvang van het luchtverkeer op het luchtvaartterrein en de daarmee samenhangende geluidsbelasting door luchtvaartuigen;
3. de toegepaste luchtverkeersgegevens voor de berekeningen van de geluidsbelastingscontouren, die ten grondslag liggen aan de in de onderdelen e en f van dit lid bedoelde kaarten;
e. de ingevolge de artikelen 25a, 25b en 25c vast te stellen geluidszones, alsmede een of meer kaarten waarop, op basis van de vastgestelde grenswaarden voor de maximale geluidsbelasting, met gebruikmaking van de in onderdeel d bedoelde gegevens, de in de artikelen 25a, 25b en 25c bedoelde geluidszones zijn aangegeven;
f. de ingevolge artikel 25d vast te stellen geluidscontouren binnen iedere in onderdeel e bedoelde geluidszone, welke worden aangegeven op de bij die geluidszone behorende kaart;
g. een verantwoording van de gebruikmaking van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 25c;
h. een ontwerp van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 26, eerste lid;
i. een beschrijving van de specifieke maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting veroorzaakt door luchtvaartuigen die van het luchtvaartterrein gebruik maken.
**2.** Het ontwerpbesluit kan bovendien omvatten een kaart, waarop de optimale buitengrens van iedere ingevolge artikel 25a vast te stellen geluidszone staat aangegeven, waarnaar als eindfase gestreefd dient te worden.
**3.** De terinzagelegging van de stukken geschiedt ter secretarie van de provincies en gemeenten, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid.
Vervallen
### Artikel 21
**1.** In afwijking van de artikelen 3:11, eerste lid, en 3:14 van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de terinzagelegging van de in die artikelen bedoelde stukken door gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in artikel 19, tweede lid. De stukken worden ter inzage gelegd ter secretarie van de provincies en gemeenten, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid. De terinzagelegging van het ontwerpbesluit geschiedt op één en dezelfde dag binnen vier weken nadat gedeputeerde staten de ter inzage te leggen stukken van Onze Minister hebben ontvangen.
**2.** In afwijking van artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de in die bepaling bedoelde kennisgeving door gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en door de burgemeesters van de gemeenten, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid.
**3.**
Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. In afwijking van artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden zienswijzen naar voren gebracht bij een commissie, ingesteld door gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in artikel 19, tweede lid.
Gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in artikel 19, tweede lid, wijzen gezamenlijk de voorzitter van de commissie aan. De commissie bestaat voorts uit:
a. een lid van elk van die colleges van gedeputeerde staten door hen aangewezen;
b. één vertegenwoordiger, aangewezen door Onze Minister;
c. twee vertegenwoordigers, aangewezen door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
d. twee door burgemeester en wethouders van elke gemeente als bedoeld in artikel 19, tweede lid, aan te wijzen vertegenwoordigers, waarvan tenminste een als vertegenwoordiger van de omwonenden van het betrokken luchtvaartterrein kan worden beschouwd.
**4.** Gedeputeerde staten kunnen verzoeken dat in voorkomende gevallen ook andere ministers deskundigen als lid aanwijzen.
Vervallen
### Artikel 22
**1.** De commissie brengt binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen advies uit aan Onze Minister inzake de bij haar naar voren gebrachte zienswijzen tegen het ontwerpbesluit.
**2.** Het advies is vergezeld van de schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen en van het in artikel 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde verslag.
**3.** Zij zendt een afschrift van het advies en van de in het tweede lid bedoelde stukken aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
**4.** De in het eerste en tweede lid genoemde stukken zijn openbaar.
Vervallen
### Artikel 23
**1.** Het besluit omtrent de aanwijzing wordt genomen door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
**2.** Indien het een ambtshalve te nemen besluit betreft, wordt het besluit genomen binnen zes maanden na de ontvangst van het in artikel 22 bedoelde advies.
**3.** Indien het een besluit op aanvraag betreft, wordt de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde beslistermijn opgeschort vanaf het tijdstip waarop de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken tot het tijdstip waarop de in artikel 22 bedoelde commissie haar advies heeft uitgebracht.
Vervallen
### Artikel 24
**1.** Het besluit behelst een verwijzing naar een bijgevoegde kaart en naar lijsten als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, b en c.
**2.**
De bestemming van het luchtvaartterrein kan bij de aanwijzing worden beperkt tot het gebruik door:
a. bepaalde soorten van luchtvaartuigen;
b. bepaalde vormen van luchtvaart.
**3.** In de aanwijzing worden in ieder geval voorschriften gesteld om te voorkomen dat buiten de geluidszones, bedoeld in artikel 25a, een hogere geluidsbelasting dan de vastgestelde grenswaarde optreedt. Deze kunnen beperkingen inhouden ten aanzien van het gebruik van het luchtvaartterrein.
Vervallen
### Artikel 24a
**1.** Indien op grond van artikel 26 ten aanzien van gronden binnen één of meer geluidszones aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening worden gegeven, wordt de beslissing omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein niet eerder genomen dan nadat de aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening gelet op het bepaalde in het tweede lid van dat artikel kunnen worden gegeven.
**2.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het besluit omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein voor ten hoogste zes maanden verdagen.
**3.** Indien binnen de termijn, bedoeld in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, of het tweede lid van dit artikel, Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Tweede Kamer der Staten-Generaal van zijn voornemen tot het geven van de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen in kennis heeft gesteld, kan in afwijking van het bepaalde in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, of het tweede lid van dit artikel, het besluit omtrent de aanwijzing van een luchtvaartterrein worden genomen vier weken na het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen ingevolge artikel 4.4, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen worden gegeven.
**4.** Indien niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, en het tweede en derde lid van dit artikel is beslist, doen Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daarvan onder opgave van redenen mededeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
**5.** Indien de beslissing om te verdagen niet binnen de in artikel 23, tweede lid, of artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht, bedoelde termijn is genomen, is het tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 24b
**1.** De terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt ter secretarie van de provincies en gemeenten, bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid.
**2.** Gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in artikel 19, tweede lid, dragen zorg voor de toezending, bedoeld in artikel 3:44, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Vervallen
### Artikel 25
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aan te wijzen luchtvaartterreinen de volgende uniforme grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidsbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen:
a. één voor luchtvaartuigen met een toegelaten totaalmassa van ten minste 6000 kg dan wel minder dan 6000 kg maar meer dan 390 kg, voor zover dit hefschroefvliegtuigen betreft dan wel deze luchtvaartuigen gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg en
b. één voor luchtvaartuigen minder dan 6000 kg, maar meer dan 390 kg, voor zover niet begrepen onder *a*.
**2.** De vaststelling van de grenswaarde bedoeld in het eerste lid, onder a, blijft achterwege indien de daarbij behorende zone bedoeld in artikel 25a geheel ligt binnen de grenzen van het luchtvaartterrein en voor dat luchtvaartterrein een zone behorende bij de grenswaarde bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt vastgesteld. De vaststelling van de grenswaarde bedoeld in het eerste lid, onder b, blijft achterwege indien de daarbij behorende zone bedoeld in artikel 25a geheel ligt binnen de zone behorende bij de grenswaarde bedoeld in het eerste lid, onder a.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld maximale waarden van geluidsbelasting boven de in het eerste lid bedoelde grenswaarden, ter bepaling van de toelaatbaarheid van zekere bestemmingen op gronden gelegen binnen de geluidszone.
**4.** De grenswaarde voor structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer in de nachtelijke periode is LAeq 26 dB(A). De nachtelijke periode wordt bij de aanwijzing krachtens artikel 23, eerste lid vastgesteld en beslaat een periode van zeven aaneengesloten uren tussen 23.00 uur en 07.00 uur plaatselijke tijd. Bij algemene maatregel van bestuur worden de luchtvaartterreinen aangewezen waarvoor deze grenswaarde vanwege het gebruik van die luchtvaartterreinen voor starts en landingen met luchtvaartuigen geldt.
**5.** Voorts worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op grond van deze wet of de Woningwet (*Stb.* 1991, 439) in verband met het structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer voorschriften gegeven met betrekking tot de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht van een te bouwen woning en een te bouwen gezondheidszorggebouw. Daarbij wordt aangegeven op welk deel van het verblijfsgebied deze voorschriften betrekking hebben.
**6.** De voordracht voor de in het eerste, derde, vierde en vijfde lid bedoelde algemene maatregelen van bestuur wordt gedaan door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer na overleg met Onze Minister.
**7.** Over de wijziging van een waarde als bedoeld in het eerste lid vindt overleg plaats met de exploitant van het luchtvaartterrein waarvoor die waarde wordt gewijzigd alsmede met de gebruikers van luchtvaartuigen welke geregeld op dat luchtvaartterrein landen en daarvan opstijgen.
**8.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur, waarbij een eerder vastgestelde waarde als bedoeld in het eerste lid wordt gewijzigd, wordt Ons niet gedaan dan nadat de betrokken commissie, bedoeld in artikel 28, gedurende een door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij de toezending van het ontwerp vast te stellen termijn in de gelegenheid is gesteld over dat ontwerp advies uit te brengen.
**9.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het achtste lid wordt gelijktijdig met de toezending aan de commissie, bedoeld in artikel 28, overgelegd aan de Staten-Generaal.
Vervallen
### Artikel 25a
Voor iedere grenswaarde die krachtens artikel 25, eerste en vierde lid, ten aanzien van een luchtvaartterrein wordt vastgesteld, wordt bij de aanwijzing van dat luchtvaartterrein een geluidszone rond dat terrein vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen de grenswaarde niet mag overschrijden.
Vervallen
### Artikel 25b
**1.** Bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein kunnen afhankelijk van het beschikbare banenstelsel of van de aan- en uitvliegroutes meerdere varianten geluidszones worden vastgesteld voor iedere voor het luchtvaartterrein vastgestelde grenswaarde.
**2.** Indien het eerste lid wordt toegepast, dient de aanwijzing zo te worden geformuleerd dat op een bij de aanwijzing vastgesteld tijdstip uit de aanwijzing volgt welke variant op dat tijdstip als de definitieve geluidszone moet worden beschouwd. Op dat tijdstip vervallen de overige varianten.
**3.** Het in het tweede lid bedoelde tijdstip kan worden bepaald op ten hoogste tien jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop ingevolge artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, jo. 3:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van het besluit tot aanwijzing mededeling is gedaan in de Staatscourant..
**4.** Indien het in het tweede lid bedoelde tijdstip is bepaald op een tijdstip binnen de tien jaar, bedoeld in het derde lid, kan door middel van een wijziging van de aanwijzing een ander tijdstip worden bepaald binnen het resterende tijdvak van de tien jaar, bedoeld in het derde lid.
**5.** Indien het eerste lid wordt toegepast, kan bij de aanwijzing worden bepaald dat ten aanzien van één of meer varianten voor een aangegeven tijdsduur de regeling, bedoeld in artikel 26b, geheel of gedeeltelijk niet, dan wel op bij de aanwijzing aangegeven wijze gewijzigd, van toepassing is.
Vervallen
### Artikel 25c
**1.** Bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein kunnen vooruitlopend op de vaststelling van de varianten, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, of de vaststelling van de geluidszone, bedoeld in artikel 25a, een of meer tijdelijke geluidszones worden vastgesteld. Artikel 25b, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Ten aanzien van iedere tijdelijke zone wordt de geldingsduur aangegeven. Bij de bepaling van de geldingsduur is artikel 25b, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
**3.**
Indien de geldingsduur van een tijdelijke zone is verstreken voordat het gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt overeenkomstig de bij de vaststelling van die zone beschreven situatie vervalt de tijdelijke zone, met dien verstande dat tot het tijdstip waarop het gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt overeenkomstig de bij de vaststelling van die zone beschreven situatie:
a. de rechten die omwonenden van het luchtvaartterrein aan de regeling omtrent de tijdelijke zone in de aanwijzing kunnen ontlenen onverminderd van kracht blijven;
b. de rechten en verplichtingen van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op dat luchtvaartterrein landen en daarvan opstijgen, van kracht blijven, voor zover dat is bepaald in de aanwijzing of voor zover dat wordt bepaald in het gebruiksplan, bedoeld in artikel 30b.
**4.** Indien de geldingsduur van een tijdelijke zone is verstreken voordat het gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt overeenkomstig de bij de vaststelling van die zone beschreven situatie is de regeling, bedoeld in artikel 26b, ongewijzigd geheel van toepassing tot het tijdstip waarop het gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt overeenkomstig de bij de vaststelling van die zone beschreven situatie.
**5.** Uiterlijk een jaar vóór het tijdstip waarop de geldingsduur van een tijdelijke zone vervalt, maakt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in de Staatscourant bekend of de exploitant aan het vervallen van de tijdelijke zone gevolgen moet verbinden met betrekking tot het gebruiksplan, en zo ja, welke. De exploitant is verplicht die gevolgen te verwerken in het gebruiksplan tot het tijdstip waarop het gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt overeenkomstig de bij de vaststelling van die zone beschreven situatie.
**6.** Tegelijkertijd met de bekendmaking, bedoeld in het vijfde lid, maakt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in de Staatscourant bekend op welke wijze tot het tijdstip waarop het gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt overeenkomstig de bij de vaststelling van die zone beschreven situatie versneld uitvoering wordt gegeven aan de regeling, bedoeld in artikel 26b.
Vervallen
### Artikel 25d
Bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein worden ten aanzien van iedere definitieve en tijdelijke geluidszone geluidscontouren vastgesteld, behorende bij de maximale waarden, bedoeld in artikel 25, derde lid.
Vervallen
### Artikel 25e
De artikelen 25, 25a, 25b, 25c en 25d zijn niet van toepassing indien in de aanwijzing van het luchtvaartterrein het gebruik daarvan door van een voortstuwingsinstallatie voorziene luchtvaartuigen wordt uitgesloten.
Vervallen
### Artikel 25f
Indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of banen, van een ongeval of van een ander bijzonder voorval sprake is van langdurige afwijking van het voorgeschreven gebruik van het luchtvaartterrein, waardoor de geluidszone voor de grenswaarde bedoeld in artikel 25, eerste lid, of artikel 25, vierde lid, eenmalig overschreden zal worden, kan door Onze Minister ontheffing worden verleend van het verbod bedoeld in artikel 25a.
Vervallen
### Artikel 25g
**1.** Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer regels vast omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de geluidsbelasting binnen en buiten iedere op grond van de artikelen 25a, 25b en 25c geldende geluidszone.
**2.** De kosten verbonden aan metingen, berekeningen en registraties van de geluidsbelasting komen ten laste van de exploitant van het luchtvaartterrein.
Vervallen
### Artikel 25h
**1.** Met het toezicht op de naleving van de voorschriften die krachtens deze wet zijn vastgesteld om een overschrijding van de grenswaarden van de geluidsbelasting buiten de geluidszone van burgerluchtvaartterreinen te voorkomen, zijn belast de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren.
**2.** Onze Minister van Defensie is belast met het toezicht op de naleving van de voorschriften, die krachtens deze wet zijn vastgesteld om een overschrijding van de grenswaarden van de geluidsbelasting buiten de geluidszone van militaire luchtvaartterreinen te voorkomen.
Vervallen
### Artikel 25i
Alle gegevens, welke ingevolge de artikelen 20, eerste lid, onder d, en 25g zijn verzameld met betrekking tot de geluidsbelasting, zijn openbaar, tenzij het belang van de veiligheid van de Staat zich daartegen verzet.
Vervallen
### Artikel 26
**1.** Indien het besluit, bedoeld in artikel 23, eerste lid inhoudt dat een aanwijzing wordt gegeven met één of meer geluidszones geeft Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met Onze Minister op het tijdstip waarop die beschikking wordt gegeven met inachtneming van het krachtens artikel 25, derde, vierde en vijfde lid bepaalde, ten aanzien van gronden, gelegen binnen die geluidszones aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening.
**2.** Indien bij de aanwijzing van het luchtvaartterrein krachtens artikel 25b meer varianten worden vastgesteld kan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening van die geluidszones een andere variant, al dan niet met elementen uit de overige varianten, als uitgangspunt nemen dan is gedaan bij de aanwijzing op grond van artikel 25a.
**3.** Aanwijzingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen achterwege blijven ten aanzien van gronden gelegen in een tijdelijke zone.
Vervallen
### Artikel 26a
**1.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan bij het geven van aanwijzingen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, aangeven op welke wijze aan bestemmingsplannen, nadat zij zo nodig in overeenstemming zijn gebracht met de door hem gegeven voorschriften omtrent de inhoud daarvan, uitvoering zou moeten worden gegeven, in het bijzonder met het oog op de beëindiging van het gebruik of de bewoning van daarin begrepen bestaande bebouwing, dan wel in voorkomend geval de afbraak daarvan.
**2.** Beëindiging van het gebruik of de bewoning kan echter niet worden gevergd van degene die, op het tijdstip van het van kracht worden van het besluit, bedoeld in artikel 23, eerste lid gebruiker of bewoner is.
**3.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan bij het geven van aanwijzingen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, tevens aangeven op welke wijze en in welke gevallen geldelijke steun uit s Rijks kas kan worden verleend ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van de in overeenstemming met de aanwijzingen gebrachte bestemmingsplannen.
Vervallen
### Artikel 26b
Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een regeling vast inzake geluidwerende voorzieningen ten aanzien van aanwezige woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, welke bij de uitvoering van de in overeenstemming met de aanwijzingen, bedoeld in artikel 26a, eerste lid, gebrachte bestemmingsplannen niet behoeven te worden afgebroken, of waarvan het gebruik of de bewoning niet behoeft te worden beëindigd, binnen:
a. de voor de in artikel 25, eerste lid, onder a, bedoelde grenswaarde vastgestelde geluidszone, en
b. voor zover artikel 25, vierde lid, is toegepast, de voor de grenswaarde voor structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer vastgestelde geluidszone.
De regeling inzake geluidwerende voorzieningen is voor wat betreft de voorschriften die samenhangen met de gestelde grenswaarde voor structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer van toepassing op aanwezige woningen en gezondheidszorggebouwen.
Vervallen
### Artikel 26c
Vooruitlopend op de vaststelling van een geluidszone voor de in artikel 25, eerste lid, onder a, bedoelde grenswaarde en op de vaststelling van een geluidszone voor de grenswaarde voor structureel uitgevoerd nachtelijk vliegverkeer kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen in het gebied dat naar verwachting deel zal uitmaken van een definitieve of tijdelijke zone, maatregelen nemen ter beperking van geluidhinder door luchtvaartuigen. De in artikel 26b bedoelde regeling is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 26d
De geldelijke steun, bedoeld in artikel 26a, derde lid, en de kosten verbonden aan de uitvoering van de regeling, bedoeld in artikel 26b, en de kosten verbonden aan de toepassing van artikel 26c komen ten laste van het Rijk, met dien verstande dat door de eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig ter zake van het landen met dat luchtvaartuig op een luchtvaartterrein dan wel door de luchtpassagier die van enigerlei luchthaven gebruik maakt een vergoeding verschuldigd is aan de Staat ter bestrijding van die geldelijke steun en vorenbedoelde kosten.
Vervallen
### Artikel 27
**1.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een aanwijzing te allen tijde wijzigen.
**2.**
De artikelen 18, tweede lid, tot en met 26 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de wijziging van een aanwijzing indien het betreft:
a. een vergroting van het luchtvaartterrein;
b. een wijziging in de ligging van banen, een vergroting van lengte of breedte van bestaande banen of een verharding van banen, indien zulks een vergroting van een of meer geluidszones ten gevolge heeft;
c. een vergroting van een of meer geluidszones om andere dan onder b genoemde redenen.
De wijziging moet overeenstemmen met een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
**3.** Onze Minister kan de artikelen 19-24, eerste lid en het tweede lid van dit artikel met betrekking tot terreinen, welke niet voor gebruik door vliegtuigen worden aangewezen, buiten toepassing laten.
Vervallen
### Artikel 28
**1.** Ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent de milieuhygiëne rond het luchtvaartterrein kan Onze Minister een commissie instellen. De instelling van deze commissie geschiedt in elk geval bij een luchtvaartterrein waarvoor een geluidszone als bedoeld in de artikelen 25a, 25b en 25c is vastgesteld.
**2.**
De commissie kan worden gehoord inzake de vaststelling van het handhavingsvoorschrift bedoeld in artikel 30a en de vaststelling van het gebruiksplan bedoeld in artikel 30 b. Onze Minister kan de commissie in de gelegenheid stellen advies uit te brengen over alle maatregelen en voorschriften met gevolg voor de geluidsbelasting rond het luchtvaartterrein alsmede over de wijze van handhaving van deze maatregelen en voorschriften.
De commissie is bevoegd Onze Minister ongevraagd voorstellen terzake te doen.
**3.**
Onze Minister stelt bij de instelling van een commissie als bedoeld in het eerste lid nadere regels vast omtrent de taak en de samenstelling na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en na overleg met Gedeputeerde Staten van de provincies en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, bedoeld in artikel 19. In de commissie hebben zitting:
a. één vertegenwoordiger van elke provincie als bedoeld in artikel 19;
b. twee vertegenwoordigers van elke gemeente als bedoeld in artikel 19, waarvan tenminste één als vertegenwoordiger van in die gemeente woonachtige omwonenden van het luchtvaartterrein kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. indien sprake is van burgerluchtvaart, een door Onze Minister aan te wijzen vertegenwoordiger;
h. voor zover dit op het betreffende luchtvaartterrein van toepassing is één vertegenwoordiger van de verkeersleidingsdienst.
**4.** Onze Minister kan na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op verzoek van een ander land ten hoogste twee vertegenwoordigers van de grensregio van dat land aanwijzen als lid of als waarnemer van een commissie als bedoeld in het eerste lid.
Vervallen
### Artikel 29
**1.** Onze Minister kan de aanwijzing van een luchtvaartterrein dat uitsluitend voor de militaire luchtvaart is aangewezen, te allen tijde intrekken.
**2.**
Buiten het geval, bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een aanwijzing intrekken:
a. op schriftelijke verzoek van de exploitant van het luchtvaartterrein;
b. indien het gebruik van het luchtvaartterrein dermate bij de gedachtenontwikkeling ten achter blijft dat de aanwijzing niet langer gerechtvaardigd kan worden geacht;
c. indien de bij de aanwijzing gestelde bepalingen of voorschriften niet worden nageleefd.
**3.** Onze Minister geeft kennis van het voornemen tot intrekking van een aanwijzing door publicatie in de *Staatscourant* en in één of meer door hem aan te wijzen nieuwsbladen. In het geval, bedoeld in het tweede lid, onder *a* geschiedt zulks binnen drie weken na ontvangst van het verzoek. De intrekking geschiedt niet eerder dan zes weken, doch uiterlijk binnen zes maanden na de dag van de publikatie in de *Staatscourant*.
**4.** In het geval bedoeld in het tweede lid onder *c* kan de intrekking van de aanwijzing onmiddellijk geschieden.
Vervallen
### Artikel 30
**1.** Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, en 27, eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep kan mede de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften omvatten.
**2.** Indien omtrent het ontwerp van een bestemmingsplan dat ter uitvoering van de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften wordt vastgesteld of herzien, zienswijzen als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening kenbaar zijn gemaakt, kunnen deze geen grond vinden in bedenkingen tegen de aanwijzing van het luchtvaartterrein of de in artikel 26, eerste lid, bedoelde aanwijzingen en voorschriften.
Vervallen
### Afdeling 2. Voorschriften omtrent handhaving van geluidszones
### Artikel 30a
**1.** Voor elk luchtvaartterrein waarvoor een of meer zones, als bedoeld in de artikelen 25a, 25b en 25c worden vastgesteld, stelt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer een handhavingsvoorschrift vast.
**2.**
Het handhavingsvoorschrift legt de hoofdlijnen vast van de wijze waarop toezicht plaatsvindt op de voor het gebruik van een luchtvaartterrein gestelde voorschriften als bedoeld in artikel 24, derde lid, alsmede op andere voorschriften en maatregelen die gericht zijn op het voorkomen of bestrijden van geluidhinder, en bevat tenminste:
a. regels omtrent de wijze waarop de voor het meten, berekenen en registreren van de geluidsbelasting benodigde gegevens worden verzameld;
b. regels omtrent de wijze waarop het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein wordt getoetst aan het voorgenomen gebruik dat in het gebruiksplan, bedoeld in artikel 30b, is aangegeven;
c. regels omtrent de wijze waarop kan worden geconstateerd of het gebruik van het luchtvaartterrein afwijkt van de voorschriften in de aanwijzing bedoeld in artikel 24, derde lid, met betrekking tot de geluidsbelasting of andere voorschriften en maatregelen die gericht zijn op het voorkomen of bestrijden van geluidhinder.
**3.** Het handhavingsvoorschrift is openbaar.
**4.** Onze Minister brengt uiterlijk vóór 1 april van elk kalenderjaar in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de milieucommissie, bedoeld in artikel 28, een evaluatierapport uit over de werking van het handhavingsvoorschrift in het voorgaande kalenderjaar. Zonodig bevat het evaluatierapport voorstellen omtrent de werking van het handhavingsvoorschrift in het voorgaande kalenderjaar.
Vervallen
### Artikel 30b
**1.**
De exploitant van een luchtvaartterrein
a. in gebruik voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, zendt Onze Minister een voorstel inzake het gebruik van het luchtvaartterrein voor een nader met Onze Minister overeen te komen periode van 12 achtereenvolgende maanden, verder te noemen gebruiksplan;
b. alleen in gebruik voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, toont ten genoegen van Onze Minister aan dat door het te verwachten gebruik van het luchtvaartterrein de geluidszone niet zal worden overschreden.
**2.**
Het gebruiksplan bevat:
a. een voorstel voor de wijze waarop het luchtvaartterrein zal worden gebruikt, met inbegrip van de door de exploitant van het desbetreffende luchtvaartterrein tweemaal per jaar vast te stellen capaciteit;
b. tenminste alle gegevens die volgens het in artikel 30a bedoelde handhavingsvoorschrift nodig zijn om de geluidsbelasting te bepalen die zal worden veroorzaakt door het in het gebruiksplan voorgestelde gebruik van het luchtvaartterrein;
c. de maatregelen, die de exploitant in ieder geval dient te nemen om voor zover dat in zijn vermogen ligt er voor zorg te dragen, dat bij het gebruik van het desbetreffende luchtvaartterrein de geluidsbelasting de vastgestelde grenswaarde buiten de daarbij behorende geluidszone niet overschrijdt;
d. op verzoek van Onze Minister: de wijze waarop en de frequentie waarmee de exploitant rapporteert omtrent de onder c bedoelde maatregelen.
**3.**
Onze Minister stelt na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het gebruiksplan binnen zes weken na ontvangst vast, indien is aangetoond dat:
- het gebruik van het luchtvaartterrein zoals aangegeven in het gebruiksplan niet zal leiden tot een hogere geluidsbelasting dan is toegelaten volgens de voor het luchtvaartterrein op grond van de artikelen 25a, 25b en 25c vastgestelde zones, en
- de op grond van artikel 24, derde lid, of op andere wijze gestelde voorschriften en maatregelen die zijn gericht op het voorkomen of bestrijden van geluidhinder, in acht zijn genomen.
**4.** Zolang voor de voorliggende periode van 12 maanden geen gebruiksplan is vastgesteld, hanteert de exploitant van het luchtvaartterrein het laatst vastgestelde gebruiksplan.
**5.** Indien het gebruik van het luchtvaartterrein gaat afwijken van het geldend gebruiksplan, zendt de exploitant een voorstel tot wijziging van het gebruiksplan aan Onze Minister. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat een wijziging van het gebruiksplan door Onze Minister na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer binnen drie weken na ontvangst wordt vastgesteld.
**6.** De exploitant zendt het in het eerste lid, onder a, bedoelde voorstel uiterlijk acht weken en het in het vijfde lid bedoelde voorstel uiterlijk vier weken voorafgaand aan de periode waarop het voorstel betrekking heeft aan Onze Minister.
**7.** Het gebruiksplan is openbaar.
Vervallen
### Artikel 30c
**1.** De in deze afdeling opgenomen bepalingen zijn niet van toepassing op militaire luchtvaartterreinen.
**2.** De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer herleid tot contouren welke de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven.
**3.** De contourenkaarten zijn openbaar.
Vervallen
### Afdeling 3. Gebruik van luchtvaartterreinen
### Artikel 31
**1.**
Het is verboden:
a. op een luchtvaartterrein bouwwerken of andere opstallen op te richten of te hebben dan wel gewassen te planten of te hebben;
b. op een luchtvaartterrein roerende zaken te hebben of graafwerk te verrichten, anders dan in verband met de dagelijkse exploitatie of het dagelijkse onderhoud van het luchtvaartterrein.
**2.**
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet:
a. in de gevallen, aangegeven bij algemene maatregel van bestuur;
b. indien en voor zover Onze Minister ontheffing heeft verleend.
Vervallen
### Artikel 32
De exploitant van een uitsluitend of mede voor het openbare burgerlijke luchtverkeer aangewezen luchtvaartterrein is, met inachtneming van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen, verplicht dit luchtverkeer op het luchtvaartterrein toe te laten.
Vervallen
### Artikel 33
**1.**
Het is de exploitant van een luchtvaartterrein verboden een luchtvaartterrein te gebruiken of te doen of te laten gebruiken:
a. in strijd met de bepalingen en voorschriften bij de aanwijzing gesteld;
b. in strijd met de door Onze Minister gegeven voorschriften, als bedoeld in artikel 35;
c. voor andere doeleinden, dan die, welke verband houden met de exploitatie van het luchtvaartterrein.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid geldt niet, indien Onze Minister ontheffing heeft verleend.
**3.** De exploitant maakt de beslissing van Onze Minister omtrent de ontheffing bekend aan de gezagvoerder en de eigenaar, houder of bezitter van een luchtvaartuig, indien de beslissing op een of meer van de hiervoor genoemde personen betrekking heeft.
Vervallen
### Artikel 34
**1.**
Het is de gezagvoerder en de eigenaar, houder of bezitter van een luchtvaartuig verboden een luchtvaartterrein te gebruiken:
a. in strijd met de bepalingen en voorschriften bij de aanwijzing gesteld;
b. in strijd met de door Onze Minister gegeven voorschriften als bedoeld in artikel 35.
**2.** Het bepaalde in het eerste lid geldt niet, indien en voor zover Onze Minister ontheffing heeft verleend, dan wel voor zover een ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 33, tweede lid.
Vervallen
### Artikel 35
**1.**
Onze Minister kan, in verband met de gesteldheid van het luchtvaartterrein of om andere redenen de veiligheid van de luchtvaart betreffende dan wel op grond van de omstandigheid, dat de bij de aanwijzing gestelde bepalingen of voorschriften niet worden nageleefd, een luchtvaartterrein tijdelijk gesloten verklaren.
Voor zover Onze Minister geen ontheffing als bedoeld in artikel 25f heeft verleend voor een tijdelijke overschrijding van de geluidszones, bedoeld in de artikelen 25a, 25b en 25c, kan een luchtvaartterrein tijdelijk gesloten worden verklaard indien buiten de geluidszones een hogere geluidsbelasting is opgetreden dan de vastgestelde grenswaarde.
**2.** Onze Minister kan in geval van dreigende overschrijding van een vastgestelde grenswaarde buiten de daarbij behorende geluidszone het desbetreffende luchtvaartterrein tijdelijk gesloten verklaren, indien de exploitant alle in artikel 30b, tweede lid, onderdeel c, bedoelde maatregelen zal nemen of heeft genomen.
**3.**
De sluiting kan, met inachtneming van hetgeen daaromtrent bij internationale overeenkomst is bepaald, worden beperkt tot:
a. bepaalde soorten van luchtvaartuigen;
b. bepaalde vormen van luchtvaart;
c. bepaalde start- of landingsbanen;
d. bepaalde tijdsperioden;
e. luchtvaartuigen behorend tot het soort luchtvaartuigen in beheer of in eigendom van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, waarmee een gezagvoerder in zijn dienst of voor zijn rekening gedurende een periode van twaalf maanden tenminste twee keer het verbod, bedoeld in artikel 34, eerste lid, heeft overtreden.
Vervallen
### Artikel 36
**1.** De exploitant van een luchtvaartterrein, uitsluitend of mede aangewezen voor het openbare burgerlijke luchtverkeer, is verplicht tarieven vast te stellen voor het gebruik dat door luchtvaartuigen wordt gemaakt van dit luchtvaartterrein en van de zich daarop bevindende opstallen.
**2.** Deze tarieven behoeven Onze toestemming.
**3.** Indien aangaande een besluit van de Staten ener provincie of de raad ener gemeente betreffende de vaststelling van tarieven, als bedoeld in het eerste lid, reeds ingevolge de Provinciewet of de Gemeentewet (*Stb.* 1992, 96) Onze goedkeuring is vereist, wordt Onze beslissing genomen op voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Binnenlandse Zaken gezamenlijk.
Vervallen
### Artikel 37
Het is verboden voor het in artikel 36 bedoelde gebruik andere tarieven te heffen, dan de ingevolge dat artikel door Ons goedgekeurde tarieven.
Vervallen
### Afdeling 3A. Beveiliging van de burgerluchtvaart
@ -1035,116 +750,35 @@ Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling,
### Artikel 38
**1.** Onze Minister kan op terreinen, gelegen binnen een afstand van 500 m van de grens van een luchtvaartterrein, een verbod leggen ten aanzien van het hebben van roerende zaken, het oprichten of het hebben van bouwwerken of andere opstallen dan wel het planten of het hebben van gewassen op die terreinen of op die terreinen boven een door hem te bepalen hoogte.
**2.** Onze Minister kan op terreinen, gelegen binnen een afstand van 500-5000 m van de grens van een luchtvaartterrein, een verbod leggen ten aanzien van het hebben van roerende zaken, het oprichten of het hebben van bouwwerken of andere opstallen dan wel het planten of het hebben van gewassen op die terreinen boven een door hem te bepalen hoogte, welke niet minder kan zijn dan de in het derde lid aangegeven minimum hoogte.
**3.**
De in het tweede lid bedoelde minimum hoogte is voor terreinen, gelegen op de in kolom A bedoelde afstand van de grens van een luchtvaartterrein, de daarnaast in kolom B vermelde hoogte.
| A | | B |
| --- | --- | --- |
| 500 m | | 5,00 m |
| 501 m | | 5,01 m |
| 502 m | | 5,02 m |
| | en zo voort tot | |
| 1000 m | | 10,00 m |
| 1003 m | | 10,04 m |
| 1006 m | | 10,08 m |
| 1009 m | | 10,12 m |
| | en zo voort tot | |
| 2125 m | | 25,00 m |
| 2125-5000 m | | 25,00 m |
**4.**
De door Onze Minister te bepalen hoogten worden gerekend:
a. van een daartoe door Onze Minister aangewezen niveau, dat niet lager mag zijn dan het onder b bedoelde punt;
b. indien geen aanwijzing ingevolge a heeft plaats gehad, van het laagst gelegen punt van het luchtvaartterrein af.
**5.** Het is verboden roerende zaken te hebben, bouwwerken of andere opstallen op te richten of te hebben dan wel gewassen te planten of te hebben in strijd met een door Onze Minister gelegd verbod, als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Vervallen
### Artikel 39
Een verbod, als bedoeld in artikel 38, treft niet:
a. bouwwerken, bestaande ten tijde van de kennisgeving in de *Staatscourant*, bedoeld in artikel 43;
b. bouwwerken vóór die kennisgeving begonnen en volgens een vroeger gemaakt bestek regelmatig voortgezet;
c. verbouw en herbouw, voor zover het verbouwde en herbouwde uit een oogpunt van voorkoming van gevaar voor de luchtvaart naar het oordeel van Onze Minister niet belangrijk afwijkt van het oorspronkelijke werk;
d. niet houtachtige gewassen en werktuigen, voor zover hun aanwezigheid noodzakelijk is voor de teelt van die gewassen, benevens dieren.
Vervallen
### Artikel 40
**1.**
Onze Minister kan een verbod leggen, als bedoeld in artikel 38:
a. ambtshalve;
b. op schriftelijk verzoek van de exploitant van het luchtvaartterrein.
**2.** Bij een verzoekschrift moeten in tweevoud worden gevoegd de bescheiden, bedoeld in artikel 42, eerste lid. Het verzoekschrift alsmede de bescheiden kunnen niet elektronisch worden ingediend.
Vervallen
### Artikel 41
Onze Minister kan een verzoek, als bedoeld in artikel 40, onmiddellijk afwijzen; de artikelen 42-45 blijven in dat geval buiten toepassing.
Vervallen
### Artikel 42
**1.**
Met betrekking tot een verbod als bedoeld in artikel 38, wordt toepassing gegeven aan de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure, waarbij in ieder geval ter inzage worden gelegd:
a. een kaart waarop die terreinen duidelijk zijn aangegeven, waarbij artikel 20, eerste lid onder a, van overeenkomstige toepassing is, en
b. overeenkomstige lijsten, als bedoeld in artikel 20, eerste lid onder b en c, met dien verstande dat daarbij de in laatstgenoemd lid onder *c* voorkomende zinsnede "voor zover deze Onze Minister bekend zijn" wordt gelezen: voor zover deze Onze Minister dan wel de exploitant van het luchtvaartterrein bekend zijn.
**2.** Indien een verzoekschrift is ingekomen, wordt ook dit nedergelegd.
**3.** De terinzagelegging geschiedt ter secretarie van de provincie of de provincies waarin het terrein is gelegen.
Vervallen
### Artikel 43
**1.** De terinzagelegging, bedoeld in artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geschiedt door de zorg van Gedeputeerde Staten uiterlijk op de vijftiende dag, nadat zij de bescheiden van Onze Minister hebben ontvangen.
**2.**
Onverminderd artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt van de terinzagelegging schriftelijk afzonderlijk kennisgegeven aan:
a. de personen, vermeld op de in artikel 42 bedoelde lijst, en
b. de exploitant van het luchtvaartterrein.
**3.**
De in artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde zienswijzen kunnen worden ingebracht bij een commissie, bestaande uit:
I. een lid van gedeputeerde staten, door hen aangewezen;
II. een door Onze Minister aangewezen deskundige;
III. de burgemeester van elke gemeente, waarbinnen de terreinen zijn gelegen, of een door hem aan te wijzen plaatsvervanger.
Vervallen
### Artikel 44
**1.** Zij zendt het proces-verbaal met de schriftelijk aan haar medegedeelde bezwaren en haar advies ten spoedigste aan Onze Minister.
**2.** De commissie zendt het advies, vergezeld van de schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen alsmede van het verslag van hetgeen op de hoorzitting naar voren is gebracht, zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
**3.** Zij wordt bij het opstellen van dit voorstel bijgestaan door twee deskundigen, op verzoek van Gedeputeerde Staten te benoemen door de President van de arrondissements-rechtbank of een van de rechtbanken, binnen welker gebied de onroerende zaken zijn gelegen.
Vervallen
### Artikel 45
**1.** Door Gedeputeerde Staten wordt afschrift van alle door de commissie aan Onze Minister gezonden bescheiden ter inzage van een ieder gedurende dertig dagen ter provinciale secretarie nedergelegd.
**2.**
Van de nederlegging wordt door of vanwege Gedeputeerde Staten vooraf kennis gegeven:
a. in de Staatscourant en in één of meer door hen aan te wijzen nieuwsbladen;
b. afzonderlijk schriftelijk aan:
I. de personen, vermeld op de in artikel 42, eerste lid, bedoelde lijsten;
II. de andere, na de nederlegging, bedoeld in artikel 42, bekend geworden belanghebbenden;
III. allen, die hun zienswijze hebben ingebracht;
IV. de exploitant van het luchtvaartterrein.
Vervallen
### Artikel 46
@ -1152,29 +786,11 @@ Vervallen
### Artikel 47
**1.** Onze Minister kan een verbod, als bedoeld in artikel 38, te allen tijde geheel of gedeeltelijk opheffen.
**2.** Indien dit naar zijn oordeel wenselijk is, worden de artikelen 42-45 overeenkomstig toegepast.
Vervallen
### Artikel 48
**1.**
Van beschikkingen houdende:
a. oplegging of opheffing van een verbod, als bedoeld in artikel 38,
b. afwijzing van een verzoek tot oplegging of opheffing van een verbod, als bedoeld in artikel 38, wordt ten spoedigste afschrift gezonden aan:
I. hem, die het verzoekschrift heeft ingediend, onderscheidenlijk de exploitant van het luchtvaartterrein;
II. en voorts, indien de artikelen 42-45 toepassing hebben gevonden, aan:
A. de personen, vermeld op de in artikel 42 bedoelde lijst;
B. de andere, na de nederlegging, bedoeld in artikel 42, bekend geworden belanghebbenden;
C. allen, die hun zienswijze hebben ingebracht.
Hierbij wordt tevens gewezen op het bepaalde in artikel 49.
**2.** Van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde beschikkingen wordt mededeling gedaan in de *Staatscourant*.
Vervallen
### Artikel 49
@ -1184,80 +800,33 @@ Vervallen
### Artikel 50
**1.**
De schade, welke door:
a. de eigenaren der terreinen,
b. de rechthebbenden op een beperkt recht waaraan de terreinen zijn onderworpen,
c. hen, die een persoonlijk recht hebben ten aanzien van de terreinen,
waarop een verbod, als bedoeld in artikel 38, gelegd wordt, door dit verbod mocht worden geleden, wordt door de exploitant van het luchtvaartterrein vergoed.
**2.** Bij de berekening van de schadeloosstelling wordt mede gelet op de waardevermindering van de gezamenlijke gronden, ten aanzien waarvan dezelfde persoon rechthebbende is, ook voor zover zij niet onder het verbod vallen, op het tijdstip van inwerkingtreding als onmiddellijk gevolg van het verbod. Geen rekening wordt gehouden met veranderingen, aangebracht of ontworpen na de kennisgeving in de *Staatscourant*, bedoeld in artikel 43.
**3.** De hypotheekhouder en de ingeschreven beslaglegger hebben geen recht op afzonderlijke schadevergoeding. Zij kunnen zich beroepen op hun rechten uit artikel 229 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 507*a* van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De schadeloosstelling mag, op straffe van nietigheid, niet worden betaald en een rechterlijke uitspraak tot betaling niet worden ten uitvoer gelegd dan veertien dagen, nadat het voornemen tot betaling of tenuitvoerlegging over te gaan aan de hypotheekhouders en beslagleggers is betekend.
Vervallen
### Artikel 51
**1.** Binnen dertig dagen na inwerkingtreding van een verbod doet de exploitant van het luchtvaartterrein aan de schadegerechtigden bij aangetekend schrijven aanbieding van een bepaalde schadeloosstelling. Aan hypotheekhouders wordt bij gelijk schrijven kennis gegeven van de aanbieding, gedaan aan de rechthebbenden op het recht, waarop de hypotheek is gevestigd en aan beslagleggers van de aanbieding, gedaan aan de rechthebbenden op het recht, waarop het beslag is gelegd.
**2.** Indien zes maanden na de inwerkingtreding van het verbod tussen de exploitant van het luchtvaartterrein, schadegerechtigden, hypotheekhouders en beslagleggers geen overeenstemming is verkregen, kunnen schadegerechtigden, hypotheekhouders en beslagleggers vaststelling van de schade in rechte vorderen.
**3.** Wordt deze vordering niet binnen een jaar na de inwerkingtreding ingesteld, dan zijn de aanbiedingen bindend.
Vervallen
### Artikel 52
**1.** Schadegerechtigden, hypotheekhouders en beslagleggers, aan wie niet binnen dertig dagen overeenkomstig het eerste lid van het voorgaande artikel een aanbieding of kennisgeving is gedaan, kunnen vaststelling van de schade in rechte vorderen.
**2.** De vordering moet binnen een jaar na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn worden ingesteld.
Vervallen
### Artikel 53
**1.** De vordering tot vaststelling van de schade wordt ingesteld voor de arrondissements-rechtbank, binnen welker gebied de gronden geheel of voor het grootste gedeelte gelegen zijn.
**2.**
De dagvaarding moet op straffe van nietigheid mede worden betekend,
a. indien zij van de rechthebbenden uitgaat, aan de hypotheekhouders en beslagleggers;
b. indien zij van een hypotheekhouder uitgaat, aan de rechthebbenden, de overige hypotheekhouders en de beslagleggers;
c. indien zij van een beslaglegger uitgaat, aan de rechthebbenden, de hypotheekhouders en de overige beslagleggers.
Vervallen
### Artikel 54
**1.** De arrondissements-rechtbank kan in het geding, na overleg met partijen, een of drie deskundigen benoemen. De artikelen 27, tweede lid, 28, 29, eerste en tweede lid, 30-37 van de Onteigeningswet vinden overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat overal in die artikelen "derde belanghebbenden" vervangen wordt door: "belanghebbenden".
**2.** Op het geding zijn overigens de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.
**3.** Tegen het vonnis staat hoger beroep niet open.
**4.** Beroep in cassatie moet binnen veertien dagen na de uitspraak worden ingesteld. Het wordt ingesteld door een verklaring ter griffie van de arrondissements-rechtbank, die het vonnis heeft gewezen.
**5.** Artikel 53 van de Onteigeningswet is van toepassing.
Vervallen
### Artikel 55
**1.**
Indien een verbod, als bedoeld in artikel 38, geheel of gedeeltelijk wordt opgeheven, kan de exploitant van het luchtvaartterrein van:
a. de eigenaren der terreinen,
b. de rechthebbenden op een beperkt recht waaraan de terreinen zijn onderworpen,
waarop het verbod rustte, de waardevermeerdering vorderen, welke voor deze onroerende zaken ten aanzien van deze personen uit deze opheffing voortvloeit, tot, in geval van gehele opheffing, ten hoogste het bedrag, dat bij de oplegging van het verbod als schadevergoeding werd toegekend.
**2.** De vordering moet binnen een jaar na de inwerkingtreding van de opheffing worden ingesteld.
**3.** De artikelen 50, tweede lid, 53, eerste lid, en 54 zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Afdeling 5. Militaire werken
### Artikel 56
**1.** Wanneer de aanleg, de instandhouding of het gebruik van een werk ten behoeve van de landsverdediging op een uitsluitend of mede voor het burgerlijke luchtverkeer aangewezen luchtvaartterrein in strijd zou komen met een bepaling van of krachtens deze wet, kunnen Wij op voordracht van Onze Minister van Defensie van deze bepaling ontheffing verlenen.
**2.** Een voordracht, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet gedaan dan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
Vervallen
## Hoofdstuk V. Buitengewone omstandigheden
@ -1638,6 +1207,10 @@ Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
**2.** Bij toepassing van deze wet op de luchthaven Schiphol moet onder «luchtvaartterrein» en «exploitant van het luchtvaartterrein» verstaan worden: luchthavengebied onderscheidenlijk exploitant van de luchthaven als bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart.
### Artikel 80b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 81
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip; Wij kunnen Ons voorbehouden een ander tijdstip vast te stellen, waarop artikel 56 in werking treedt.