2011-01-01 | BWBR0033004 | Wet financiering politieke partijen

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent ef814e97fc
commit 921bca620d

View file

@ -0,0 +1,94 @@
---
titel: Wet financiering politieke partijen
bwb_id: BWBR0033004
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2013-05-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0033004
citeertitel: Wet financiering politieke partijen
---
# Wet financiering politieke partijen
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
### Paragraaf 2. De subsidie
### Artikel 7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 8
**1.**
De subsidie bedraagt ten hoogste de som van de volgende bedragen:
a. een basisbedrag van € 178 384, per kamerzetel van de politieke partij een bedrag van € 51 740 en per lid van de politieke partij een bedrag dat gelijk is aan € 1 953 202 gedeeld door het totale aantal leden van de politieke partijen die op de peildatum subsidie ontvangen;
b. indien de politieke partij op de peildatum een politiek-wetenschappelijk instituut heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 2, een basisbedrag van € 125 287 en een bedrag van € 12 877 per kamerzetel van de politieke partij;
c. indien de politieke partij op de peildatum een politieke jongerenorganisatie heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 3, een bedrag per kamerzetel van de politieke partij en een bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie, berekend overeenkomstig het tweede lid;
d. indien de politieke partij op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen als neveninstelling als bedoeld in artikel 4, een basisbedrag en een bedrag per kamerzetel van de politieke partij, berekend overeenkomstig het derde lid.
**2.** Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt berekend door € 502 223 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een politieke jongerenorganisatie hebben aangewezen. Het bedrag per lid van de politieke jongerenorganisatie wordt berekend door € 502 223 te delen door het totale aantal leden van alle aangewezen politieke jongerenorganisaties.
**3.** Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 615 000 te delen door het totale aantal politieke partijen dat op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten heeft aangewezen. Het bedrag per kamerzetel, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt berekend door € 885 000 te delen door het totale aantal kamerzetels van de politieke partijen die op de peildatum een instelling voor buitenlandse activiteiten hebben aangewezen.
**4.** Voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid wordt voor de vaststelling van het aantal kamerzetels van een politieke partij, het aantal leden van een politieke partij en het aantal leden van een politieke jongerenorganisatie uitgegaan van de peildatum.
**5.** De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
### Artikel 9
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 10
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 11
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 12
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 13
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 14
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 15
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 16
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 17
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 18
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 19
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Paragraaf 3. Administratie, openbaarmaking en beperking bijdragen
### Paragraaf 4. Verbrede toepassing
### Paragraaf 4a. Commissie toezicht financiën politieke partijen
### Paragraaf 5. Toezicht en sancties
### Paragraaf 6. Wijzigingsbepalingen
### Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen