From 92352132ba6b37d89d8c4cdf871e8968882390cc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0002267 | Luchtvaartwet --- wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md | 34 ++++++++++++++++++++++--- 1 file changed, 30 insertions(+), 4 deletions(-) diff --git a/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md b/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md index b2e9285d106..bda5476865f 100644 --- a/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md +++ b/wet/luchtvaartwet/BWBR0002267/README.md @@ -1272,15 +1272,41 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 59 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van militaire luchtvaartuigen en de leden van hun bemanning, alsmede ten aanzien van militaire luchtvaartterreinen afwijken van het bij of krachtens deze wet bepaalde. + +**2.** Onze Minister van Defensie kan, onverminderd de bevoegdheden bij andere wetten verleend, bepalen dat houders van luchtvaartuigen op daartoe strekkende aanwijzing door Onze Minister van Defensie verplicht zijn met deze vervoermiddelen het vervoer van bepaalde personen of zaken te bewerkstelligen en de vervoermiddelen daartoe volledig uitgerust op een aangewezen plaats ter beschikking te stellen; deze plaats, alsmede de plaats van bestemming kunnen buiten Nederland zijn gelegen. Het tweede tot en met vijfde lid van artikel 58 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Defensie. + +**3.** Onze Minister van Defensie is, onverminderd de bevoegdheden bij andere wetten verleend, bevoegd ten behoeve van de krijgsmacht de terbeschikkingstelling te vorderen van luchtvaartterreinen met bijbehorende gebouwen en inrichtingen alsmede van de zich in die gebouwen en inrichtingen bevindende roerende goederen. Het tweede tot en met vijfde lid van artikel 58 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Defensie. + +**4.** Gedurende de tijd, dat ingevolge het tweede en derde lid ten behoeve van de krijgsmacht luchtvaartuigen zijn aangewezen en luchtvaartterreinen ter beschikking zijn gesteld, worden deze beschouwd als militaire luchtvaartuigen en als militaire luchtvaartterreinen. ### Artikel 60 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** + +Onze Minister van Defensie is, onverminderd de bevoegdheden bij andere wetten verleend, bevoegd: + +a. aanwijzingen te geven aan rechthebbenden ten aanzien van luchtvaartterreinen met betrekking tot het beheer en het gebruik van die luchtvaartterreinen; +b. aanwijzingen te geven aan rechthebbenden ten aanzien van roerende en onroerende zaken, welke zich op luchtvaartterreinen bevinden, met betrekking tot het beheer en het gebruik van die zaken; +c. werken te doen uitvoeren op luchtvaartterreinen; +d. voorzieningen te doen uitvoeren aan de zich op luchtvaartterreinen bevindende roerende en onroerende zaken, en +e. luchtvaartterreinen en de daarbij behorende gebouwen en inrichtingen, met inbegrip van woongedeelten, alsmede fabrieken, werkplaatsen en aanhorigheden, welke dienstbaar zijn aan de luchtvaart, te doen betreden voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. In afwijking van artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden is het militaire gezag bevoegd zonder machtiging binnen te treden. Het militaire gezag is bevoegd een machtiging als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet op het binnentreden te geven. Artikel 3 van die wet is van toepassing. + +**2.** Op de maatregelen getroffen krachtens dit artikel zijn het tweede tot en met vijfde lid van artikel 58 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor Onze Minister wordt gelezen: Onze Minister van Defensie. + +**3.** Op de maatregelen getroffen krachtens dit artikel is tevens het zesde lid van artikel 58 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de voordracht geschiedt door Onze Minister van Defensie. ### Artikel 61 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. + +**1.** Onze Minister van Defensie is bevoegd opdrachten te geven aan personen die in het bezit zijn van een ingevolge deze wet uitgereikt bewijs van bevoegdheid alsmede aan personen, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van personeel dat werkzaam is ten behoeve van de luchtvaart. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de aard en de duur van de opdrachten alsmede de wijze waarop en de voorwaarden waaronder zij kunnen worden gegeven, zomede betreffende de schadeloosstelling in verband met de verstrekte opdrachten. De rechtspositie van de personen, die een opdracht hebben ontvangen, wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld. ## Hoofdstuk VI. Strafbepalingen @@ -1541,7 +1567,7 @@ b. de inspecteur: 1°. ten aanzien van burgerluchtvaartterreinen: de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat daartoe aan te wijzen functionaris van de exploitant van een luchtvaartterrein; 2°. ten aanzien van militaire luchtvaartterreinen: de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen. -**4.** In afwijking van het derde lid, onderdeel b, onder 1°, treedt voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaar in de plaats van de inspecteur. Voorts treedt voor de toepassing van artikel 28a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats van Onze Minister van Financiën. +**4.** In afwijking van het derde lid, onderdeel b, onder 1°, treedt voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaar in de plaats van de inspecteur. Voorts treedt voor de toepassing van artikel 28, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in de plaats van Onze Minister van Financiën. **5.** De heffing wordt geheven bij wege van aanslag. Zij wordt geheven over een bij ministeriële regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen tijdvak.