2024-09-24 | BWBR0050217 | Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs
This commit is contained in:
parent
488c9b53ad
commit
9242cb089d
1 changed files with 138 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,138 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het
|
||||
funderend onderwijs
|
||||
bwb_id: BWBR0050217
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2024-09-24'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0050217
|
||||
citeertitel: Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs
|
||||
in het funderend onderwijs
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *adviescommissie:* adviescommissie als bedoeld in artikel 2;
|
||||
- *beoordelingsmoment:* de uiterlijke datum waarop de uitwerkingen van activiteitenplannen of het indienen van verantwoordingsverslagen zoals bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a en artikel 1.11, eerste lid, onder b van de regeling moeten worden ingediend dat wordt beoordeeld door de adviescommissie;
|
||||
- *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
- *penvoerder:* penvoerder van een techniekregio of een techniekluwe regio, bedoeld in artikel 1.5 van de regeling;
|
||||
- *regeling STO:*
|
||||
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028;
|
||||
- *vorige regeling STO:*
|
||||
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een Adviescommissie techniekonderwijs in het funderend onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 september 2024 en wordt opgeheven per 1 januari 2031, met de mogelijkheid tot verlenging.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De adviescommissie heeft met betrekking tot de regeling STO tot taak:
|
||||
|
||||
a. het beoordelen van de ingediende activiteitenplannen als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a en artikel 1.11, eerste lid, onder b van de regeling STO aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen als Bijlage 2 bij de regeling STO;
|
||||
b. het adviseren van de minister over de ingediende activiteitenplannen, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering;
|
||||
c. het adviseren van de penvoerder over de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 1.11 van de regeling STO, met uitzondering van artikel 1.11 eerste lid onder b;
|
||||
d. het adviseren van de penvoerder over het eindverslag over de periode 2020 tot en met 2024, zoals bedoeld in artikel 1.12, tweede lid, van de vorige regeling STO;
|
||||
e. te reflecteren op de tussenrapportages en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert;
|
||||
f. het adviseren van de penvoerder over de uitvoering van de regeling STO wanneer zij het nodig acht, zolang dit niet binnen 10 weken voor of na een beoordelingsmoment valt; en
|
||||
g. te adviseren over de structurele inzet van de investeringsmiddelen voor het beroepsgerichte vmbo van € 100 mln. per jaar vanaf 2029.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de taken, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, adviseert de adviescommissie de minister binnen 10 weken na afloop van de indienperiode als bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, onder a en artikel 1.11, eerste lid van de regeling STO.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** De adviescommissie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en ten minste twee andere leden.
|
||||
|
||||
**2.** De voorzitter en de overige leden worden door de minister benoemd voor de duur van de adviescommissie en, in voorkomend geval, geschorst of tussentijds ontslagen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De voorzitter of een ander lid kan worden geschorst of tussentijds ontslagen indien:
|
||||
|
||||
a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;
|
||||
b. het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; of
|
||||
c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is.
|
||||
|
||||
**4.** Bij tussentijds ontslag van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
|
||||
|
||||
**5.** Een lid neemt niet deel aan de beoordeling van of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Tot leden van de commissie worden benoemd: (nog aan te vullen)
|
||||
|
||||
a. de heer J. van Nierop, tevens voorzitter;
|
||||
b. de heer B. Buddingh, tevens vicevoorzitter;
|
||||
c. de heer A. van Andel;
|
||||
d. de heer J. Plak;
|
||||
e. mevrouw J. Westerhuis;
|
||||
f. de heer J. de Kruijf, tot 1 september 2025;
|
||||
g. de heer R. Kotzebue;
|
||||
h. mevrouw A. Hotze;
|
||||
i. de heer R. Steenkamp;
|
||||
j. mevrouw A. Claessens;
|
||||
k. mevrouw H. Hubbeling;
|
||||
l. mevrouw T. Vaes;
|
||||
m. mevrouw M. Lodewijks
|
||||
n. mevrouw M. Felix;
|
||||
o. mevrouw K. Lutchmiah;
|
||||
p. mevrouw F. Hermans; en
|
||||
q. de heer A. Wals.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De adviescommissie wordt ondersteund door een secretariaat.
|
||||
|
||||
**2.** Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de adviescommissie.
|
||||
|
||||
**3.** In het secretariaat wordt voorzien door de minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De adviescommissie stelt haar eigen werkwijze vast, waarbij rekening wordt gehouden met het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling gedurende de looptijd van de adviescommissie.
|
||||
|
||||
**2.** De adviescommissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
De adviescommissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De voorzitter en de overige leden ontvangen voor de periode waarin dit besluit van toepassing is per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en deze vergoeding het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag niet overschrijdt.
|
||||
|
||||
**2.** Twee of meer vergaderingen per dag worden als één vergadering beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.** De vergoeding van de leden van de adviescommissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van de CAO Rijk per dagdeel zoals vastgesteld in de laatst overeengekomen CAO Rijk. De vergoeding van de voorzitter bedraagt 130% en de vergoeding van de vicevoorzitter bedraagt 110% van deze vergoeding per dagdeel.
|
||||
|
||||
**4.** Per aanvraag die moet worden beoordeeld wordt voor een commissielid ten hoogste twee dagdelen vergoed, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
De kosten van de adviescommissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de adviescommissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de adviescommissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De adviescommissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Onderwijsprestaties en Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2040.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit adviescommissie techniek- en technologieonderwijs in het funderend onderwijs.
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue