diff --git a/wet/sanctiewet-1977/BWBR0003296/README.md b/wet/sanctiewet-1977/BWBR0003296/README.md index 35de8f8e1bd..695cabd1e0f 100644 --- a/wet/sanctiewet-1977/BWBR0003296/README.md +++ b/wet/sanctiewet-1977/BWBR0003296/README.md @@ -90,20 +90,14 @@ Een sanctieregeling op grond van artikel 7 blijft, behoudens eerdere intrekking Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Financiƫn een of meer rechtspersonen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer, door: a. de kredietinstellingen en financiƫle instellingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 52, tweede lid, onder a, b, c, e en f van de Wet toezicht kredietwezen 1992, - b. de beleggingsinstellingen die zijn geregistreerd op grond van artikel 18, eerste lid, onder a en c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, - c. de geldtransactiekantoren die zijn geregistreerd op grond van artikel 2 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren, - d. de effecteninstellingen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder i, en de effecteninstellingen die een vergunning hebben op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, - e. de pensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, c, d en l, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet, - f. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, - g. het pensioenfonds, bedoeld in artikel 13, derde lid, onder d, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, en - -h. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. +h. de verzekeraars die op een lijst staan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf; +i. de trustkantoren die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren. **3.** Ten aanzien van personen die door een op grond van het tweede lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn de bepalingen van hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.