diff --git a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md index f1f27f5fdc4..b9d6d24b023 100644 --- a/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md +++ b/wet/wet-tegemoetkoming-onderwijsbijdrage-en-schoolkosten/BWBR0012438/README.md @@ -31,8 +31,6 @@ b. voor vwo: het vierde, vijfde en zesde leerjaar, **havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de WVO, -**IB-Groep**: Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, - **leerling**: scholier, deelnemer of deelnemer vavo, **lening**: rentedragende lening die niet kan worden omgezet in een gift, @@ -51,7 +49,7 @@ b. voor een niet uit 's Rijks kas bekostigde school de verschuldigde bijdrage aa c. voor de toepassing van afdeling 5.1, voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, of d. voor de toepassing van afdeling 5.2, voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: de bedragen, bedoeld in artikel 5.10, -**onderwijsnummer**: door de IB-Groep uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, +**onderwijsnummer**: door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, **Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, @@ -76,7 +74,7 @@ f. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, hierna aangeduid al **studiejaar**: tijdvak dat aanvangt op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend, -**tegemoetkoming**: door de IB-Groep verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat, +**tegemoetkoming**: door Onze Minister verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat, **thuiswonende leerling**: scholier of deelnemer vavo die woont op het adres van de TOS-ouder of partner van de TOS-ouder, @@ -132,7 +130,7 @@ Vervallen ### Artikel 1.5 -**1.** Indien bij controle door de IB-Groep blijkt dat het door de scholier verstrekte adres afwijkt van het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, maakt de IB-Groep dit aan hem bekend en stelt hem in de gelegenheid de afwijking te herstellen. +**1.** Indien bij controle door Onze Minister blijkt dat het door de scholier verstrekte adres afwijkt van het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, maakt Onze Minister dit aan hem bekend en stelt hem in de gelegenheid de afwijking te herstellen. **2.** Indien een uitwonende scholier de afwijking niet binnen 4 weken na de bekendmaking herstelt, wordt met ingang van de maand waarin de afwijking is ontstaan, de aan hem toegekende basistoelage omgezet in een basistoelage voor een thuiswonende scholier, tenzij hem van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. @@ -146,11 +144,11 @@ Vervallen **1.** -De IB-Groep gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van een leerling, student of debiteur ter zake van de uitvoering van deze wet slechts: +Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van een leerling, student of debiteur ter zake van de uitvoering van deze wet slechts: a. in contacten met die leerling, student of debiteur, b. in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie, en -c. teneinde de gegevens van die leerling, student of debiteur te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet. +c. teneinde de gegevens van die leerling, student of debiteur te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet. **2.** Het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de partner van een leerling, student of debiteur of van de TOS-ouder of diens partner kan ter zake van de uitvoering van deze wet slechts worden gebruikt in contacten met die partner of TOS-ouder of met de desbetreffende leerling, student of debiteur, alsmede, voorzover het betreft de controle op de rechtmatigheid, in contacten met personen en instanties voorzover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie. @@ -282,7 +280,7 @@ Geen aanspraak op tegemoetkoming bestaat indien de leerling of student is ingesc ### Artikel 2.15 -De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 aan de IB-Groep heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. +De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 aan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. ### Artikel 2.16 @@ -340,7 +338,7 @@ De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4, in **1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van de op grond van artikel 7, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen berekende draagkracht. -**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2004–2005 bedraagt het grensbedrag € 29 882,93 Met ingang van het schooljaar 2009-2010: € 32.509,67. +**2.** Volledige tegemoetkoming ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2004–2005 bedraagt het grensbedrag € 29 882,93 Met ingang van het schooljaar 2010-2011: € 33.686,52. **3.** Indien het toe te kennen bedrag per aanvrager minder bedraagt dan € 10,–, wordt de tegemoetkoming op nihil gesteld. @@ -362,7 +360,7 @@ Vervallen **1.** In geval van korting op de tegemoetkoming is de verhouding tussen de gekorte tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en die in de schoolkosten overeenkomstig de verhouding tussen de normbedragen van deze tegemoetkomingen op 1 augustus van het betreffende schooljaar. Deze verhouding wordt op 2 decimalen afgerond op het naastbij gelegen getal. -**2.** Indien de toegekende gekorte tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, niet meer is dan de aan de IB-Groep verschuldigde onderwijsbijdrage, vindt geen uitbetaling plaats. De IB-Groep verrekent deze tegemoetkoming met die onderwijsbijdrage. +**2.** Indien de toegekende gekorte tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, niet meer is dan de aan Onze Minister verschuldigde onderwijsbijdrage, vindt geen uitbetaling plaats. Onze Minister verrekent deze tegemoetkoming met die onderwijsbijdrage. ### Artikel 2.27 @@ -395,7 +393,7 @@ b. aannemelijk wordt gemaakt dat gedurende ten minste 3 kalenderjaren zal worden ### Artikel 2.29 -Voor de toepassing van artikel 1.8, onderdeel b, en artikel 2.25 wordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert. +Voor de toepassing van artikel 1.8, onderdeel b, en artikel 2.25 wordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert. ## Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in niet bekostigd voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs @@ -438,6 +436,8 @@ b. bovenbouw of onderbouw. De bedragen in onderstaand overzicht luiden per schooljaar en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008. +Met ingang van het kalenderjaar 2010 voor het schooljaar 2009–2010 respectievelijk voor het schooljaar 2010–2011: + ### Artikel 3.6 In afwijking van paragraaf 2.2 en artikel 3.4 heeft de aanvrager aanspraak op een overbruggingstegemoetkoming voor de maanden augustus en september ten behoeve van een leerling: @@ -458,13 +458,13 @@ c. voor wie aan de aanvrager over het schooljaar dat aan de overbruggingsperiode ### Artikel 3.8 -**1.** De IB-Groep kent een tegemoetkoming toe aan de aanvrager indien de aanvrager en de leerling voldoen aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. +**1.** Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de aanvrager indien de aanvrager en de leerling voldoen aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. **2.** Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor het einde van het desbetreffende schooljaar gedaan. Toekenning voor een leerling vindt slechts eenmaal per schooljaar plaats. **3.** -De IB-Groep besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: +Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. voor de aanvang van het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat schooljaar, en b. gedurende het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. @@ -515,8 +515,8 @@ b. tegemoetkoming in de schoolkosten. De basistoelage is naar de maatstaf van 1 januari 2001 per kalendermaand voor een: -a. thuiswonende leerling:  € 84,59 Per 1 januari 2009: € 101,25, en -b. uitwonende leerling:  € 197,21 Per 1 januari 2009: € 236,05. +a. thuiswonende leerling:  € 84,59 Per 1 januari 2010: € 103,77, en +b. uitwonende leerling:  € 197,21 Per 1 januari 2010: € 241,93. ### Artikel 4.4 @@ -539,6 +539,8 @@ b. bovenbouw of overige leerjaren. De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro’s naar de maatstaf van 1 augustus 2008. +Met ingang van het kalenderjaar 2010 voor het schooljaar 2009–2010 respectievelijk voor het schooljaar 2010–2011: + ### Artikel 4.7 **1.** De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage over de maand augustus van enig kalenderjaar omvat in afwijking van artikel 4.4, eerste lid, tevens een voorschot op die tegemoetkoming over het schooljaar dat met die maand augustus aanvangt. Dit voorschot bedraagt ten hoogste de verschuldigde onderwijsbijdrage en wordt niet uitbetaald. @@ -549,18 +551,18 @@ De bedragen in onderstaand overzicht luiden per maand en zijn uitgedrukt in euro ### Artikel 4.8 -**1.** De IB-Groep kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. +**1.** Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. **2.** -De IB-Groep besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: +Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft: vóór 31 december van dat voorafgaande jaar, en b. na het onder a bedoelde tijdstip: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. ### Artikel 4.9 -Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is de draagkracht vast te stellen, kent de IB-Groep de basistoelage toe. +Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is de draagkracht vast te stellen, kent Onze Minister de basistoelage toe. ### Artikel 4.10 @@ -572,7 +574,7 @@ Indien het op basis van de verstrekte gegevens onmogelijk is de draagkracht vast ### Artikel 4.11 -Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de maximale tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten toegekend in de vorm van lening. Voorwaarde voor die toekenning is dat de leerling gelijktijdig met de aanvraag aan de IB-Groep een door hemzelf ondertekende verklaring verstrekt dat zijn TOS-ouder en diens partner beide weigeren bij te dragen in zijn schoolkosten. Die verklaring wordt mede ondertekend door een schooldecaan ten blijke dat zij naar zijn kennis juist is. +Op aanvraag van een uitwonende leerling wordt het niet toe te kennen deel van de maximale tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten toegekend in de vorm van lening. Voorwaarde voor die toekenning is dat de leerling gelijktijdig met de aanvraag aan Onze Minister een door hemzelf ondertekende verklaring verstrekt dat zijn TOS-ouder en diens partner beide weigeren bij te dragen in zijn schoolkosten. Die verklaring wordt mede ondertekend door een schooldecaan ten blijke dat zij naar zijn kennis juist is. ### Paragraaf 4.4. Langdurige afwezigheid @@ -601,11 +603,11 @@ b. dat de leerling binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen **3.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de leerling voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen. -**4.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan de IB-Groep dat de leerling die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die leerling voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan. +**4.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan Onze Minister dat de leerling die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt hij, indien die leerling voor het einde van die periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, de datum daarvan. **5.** De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. -**6.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan de IB-Groep zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in artikel 4.12, gevolgen heeft voor de tegemoetkoming van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid. +**6.** Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan Onze Minister zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in artikel 4.12, gevolgen heeft voor de tegemoetkoming van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid. ## Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo @@ -632,19 +634,19 @@ De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage bedraagt het bedrag, genoemd in artike ### Artikel 5.4 -De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16 voor het schooljaar 2009–2010: € 657,62. +De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16 voor het schooljaar 2010–2011: € 673,99. #### Paragraaf 5.1.3. Toekenning ### Artikel 5.5 -**1.** De IB-Groep kent een tegemoetkoming toe aan de student die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. +**1.** Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de student die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. **2.** Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor het einde van het desbetreffende studiejaar gedaan. **3.** -De IB-Groep besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: +Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. voor de aanvang van het desbetreffende studiejaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat studiejaar, en b. gedurende het desbetreffende studiejaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. @@ -686,13 +688,13 @@ De bedragen in onderstaande overzichten luiden per schooljaar en zijn uitgedrukt ### Artikel 5.11 -**1.** De IB-Groep kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. +**1.** Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens deze wet. **2.** Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor het einde van het desbetreffende schooljaar gedaan. **3.** -De IB-Groep besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: +Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. voor de aanvang van het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat schooljaar, en b. gedurende het desbetreffende schooljaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. @@ -715,7 +717,7 @@ Tegemoetkoming wordt toegekend per schooljaar. ### Artikel 6.3 -De artikelen 6.3 tot en met 6.18 van de Wet studiefinanciering 2000 zijn van overeenkomstige toepassing op de bedragen aan lening die op grond van deze wet zijn opgebouwd. +De artikelen 6.3 tot en met 6.16 van de Wet studiefinanciering 2000 zijn van overeenkomstige toepassing op de bedragen aan lening die op grond van deze wet zijn opgebouwd. ## Hoofdstuk 7. Herziening @@ -723,7 +725,7 @@ De artikelen 6.3 tot en met 6.18 van de Wet studiefinanciering 2000 zijn van ove **1.** -De IB-Groep kan een beschikking herzien waarbij: +Onze Minister kan een beschikking herzien waarbij: a. tegemoetkoming is toegekend, of b. de hoogte van het toetsingsinkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner wordt vastgesteld of gewijzigd. @@ -768,15 +770,15 @@ De artikelen 7:2 tot en met 7:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van ### Artikel 8.1 -**1.** Met betrekking tot de uitbetaling van de tegemoetkoming en de verrekening van het toegekende bedrag aan tegemoetkoming met de aan de IB-Groep verschuldigde onderwijsbijdrage, worden bij ministeriële regeling regels gesteld. +**1.** Met betrekking tot de uitbetaling van de tegemoetkoming en de verrekening van het toegekende bedrag aan tegemoetkoming met de aan Onze Minister verschuldigde onderwijsbijdrage, worden bij ministeriële regeling regels gesteld. -**2.** Indien een toegekend bedrag aan tegemoetkoming 12 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de desbetreffende beschikking is gegeven, niet kan worden uitbetaald als gevolg van nalatigheid van degene aan wie die beschikking is gericht, verrekent de IB-Groep het toegekende bedrag aan tegemoetkoming met het niet uitbetaalde bedrag. +**2.** Indien een toegekend bedrag aan tegemoetkoming 12 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de desbetreffende beschikking is gegeven, niet kan worden uitbetaald als gevolg van nalatigheid van degene aan wie die beschikking is gericht, verrekent Onze Minister het toegekende bedrag aan tegemoetkoming met het niet uitbetaalde bedrag. **3.** Indien een leerling in de loop van een schooljaar ophoudt leerling te zijn in de zin van hoofdstuk 4 en hij niet in de loop van datzelfde schooljaar leerling wordt aan een school waarvoor lesgeld verschuldigd is, wordt het restant van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage niet teruggevorderd of verrekend. ### Artikel 8.2 -De IB-Groep vaardigt een dwangbevel uit aan de nalatige, indien een bij of krachtens deze wet verschuldigd bedrag geheel of gedeeltelijk niet tijdig is voldaan. +Onze Minister vaardigt een dwangbevel uit aan de nalatige, indien een bij of krachtens deze wet verschuldigd bedrag geheel of gedeeltelijk niet tijdig is voldaan. ## Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties @@ -790,9 +792,9 @@ Het toezicht door de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, heef ### Artikel 9.2 -**1.** Een ieder is verplicht aan de IB-Groep of aan een daartoe door of vanwege de IB-Groep aangewezen persoon of instantie desgevraagd de ten behoeve van de uitvoering van deze wet benodigde inlichtingen over zichzelf te geven. +**1.** Een ieder is verplicht aan Onze Minister of aan een daartoe door of vanwege Onze Minister aangewezen persoon of instantie desgevraagd de ten behoeve van de uitvoering van deze wet benodigde inlichtingen over zichzelf te geven. -**2.** De inlichtingen worden verstrekt binnen een door de IB-Groep of door een in het eerste lid bedoelde persoon of instantie te stellen redelijke termijn. +**2.** De inlichtingen worden verstrekt binnen een door Onze Minister of door een in het eerste lid bedoelde persoon of instantie te stellen redelijke termijn. **3.** Inlichtingen over zichzelf, voorzover zij kunnen leiden tot de toekenning van minder tegemoetkoming worden steeds ongevraagd en schriftelijk verstrekt door de aanvrager, onmiddellijk na het bekend worden van die gegevens. @@ -820,11 +822,11 @@ Vervallen ### Artikel 9.7 -Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de artikel 2.9, onderdelen b, c en d, op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in hoofdstuk 4 aan de IB-Groep de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 4.2, voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend. +Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de artikel 2.9, onderdelen b, c en d, op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in hoofdstuk 4 aan Onze Minister de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 4.2, voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend. ### Artikel 9.8 -Indien een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c, en 2.10, niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in artikel 9.4, tweede lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van de IB-Groep op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de hoofdstukken 3 en 4 die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend. +Indien een school als bedoeld in de artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c, en 2.10, niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in artikel 9.4, tweede lid, heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de hoofdstukken 3 en 4 die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend. ### Paragraaf 9.4. Strafbepalingen @@ -886,7 +888,7 @@ Voor tegemoetkoming kan een student in aanmerking komen die als student is inges **1.** Voor tegemoetkoming kan aanspraak bestaan afhankelijk van de hoogte van het toetsingsinkomen en van de onderwijssoort. -**2.** Geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat bij een toetsingsinkomen naar de maatstaf van 1 januari 2001 van meer dan € 2 858,-Per 1 januari 2009: € 3.487,18. +**2.** Geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat bij een toetsingsinkomen naar de maatstaf van 1 januari 2001 van meer dan € 2 858,-Per 1 januari 2010: € 3.613,41. ### Artikel 10.6 @@ -925,9 +927,9 @@ De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is voor een leerling of student in het De tegemoetkoming in de schoolkosten voor een schooljaar of studiejaar bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2008 onderscheidenlijk 1 september 2008 voor een leerling of student in het: -a. hoger onderwijs: € 647,– voor het schooljaar 2009–2010: € 658,–, -b. voortgezet onderwijs die per week 540 minuten of meer onderwijs volgt: € 276,90 voor het schooljaar 2009–2010: € 281,36, -c. voortgezet onderwijs die per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt: € 186,54 voor het schooljaar 2009–2010: € 189,56, +a. hoger onderwijs: € 647,– voor het schooljaar 2010–2011: € 662,-, +b. voortgezet onderwijs die per week 540 minuten of meer onderwijs volgt: € 276,90 voor het schooljaar 2010–2011: € 288,37, +c. voortgezet onderwijs die per week ten minste 270 minuten en minder dan 540 minuten onderwijs volgt: € 186,54 voor het schooljaar 2010–2011: € 194,28, d. voortgezet onderwijs die per week minder dan 270 minuten onderwijs volgt: nihil. **4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaf genoemd in de aanhef van het derde lid, alsmede de bedragen genoemd in het derde lid, de onderdelen a tot en met c, worden gewijzigd. @@ -936,13 +938,13 @@ d. voortgezet onderwijs die per week minder dan 270 minuten onderwijs volgt: nih ### Artikel 10.8 -**1.** De IB-Groep kent een tegemoetkoming toe aan de leerling of student die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens dit hoofdstuk. +**1.** Onze Minister kent een tegemoetkoming toe aan de leerling of student die daartoe een aanvraag heeft ingediend en die voldoet aan de voorschriften gegeven bij of krachtens dit hoofdstuk. **2.** Een aanvraag om tegemoetkoming wordt jaarlijks voor 1 september na het einde van het desbetreffende schooljaar of studiejaar gedaan. **3.** -De IB-Groep besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: +Onze Minister besluit op een aanvraag om tegemoetkoming indien de aanvraag is ingediend: a. voor de aanvang van het desbetreffende schooljaar of studiejaar: binnen 8 weken na de aanvang van dat school- of studiejaar, en b. gedurende het desbetreffende schooljaar of studiejaar: binnen 8 weken na de indiening van de aanvraag. @@ -987,7 +989,7 @@ Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op deze wet. ### Artikel 11.4 -**1.** De IB-Groep kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. +**1.** Onze Minister kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. **2.**