2012-01-01 | BWBR0002628 | Leerplichtwet 1969
This commit is contained in:
parent
ff212fea66
commit
92ab2b2f21
1 changed files with 27 additions and 24 deletions
|
|
@ -16,17 +16,17 @@ citeertitel: Leerplichtwet 1969
|
|||
|
||||
Deze wet verstaat onder:
|
||||
|
||||
a. "Onze minister": Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||||
a. "Onze minister": Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald;
|
||||
b. "school":
|
||||
|
||||
1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;
|
||||
2. een ingevolge artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs aangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs;
|
||||
3. een andere dagschool die wat de inrichting van het onderwijs betreft, overeenkomt met de criteria, bedoeld in artikel 1a1, en wat de bevoegdheden van de leraren betreft, overeenkomt met een of meer van de onder 1 bedoelde scholen;
|
||||
4. een andere krachtens artikel 1a, onder a, voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling;
|
||||
c. "instelling":
|
||||
4. een andere krachtens artikel 1a, eerste lid, voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling;
|
||||
c. «instelling»:
|
||||
|
||||
1. een instelling voor educatie en beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
2. een andere krachtens artikel 1a, onder b, voor de toepassing van deze wet als instelling aangewezen cursus of instelling, waar onderwijs of vorming wordt gegeven;
|
||||
1. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
2. beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
d. "hoofd":
|
||||
|
||||
1. hij die met de leiding van de school is belast;
|
||||
|
|
@ -38,16 +38,9 @@ h. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedo
|
|||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling dan wel bij beschikking van Onze minister kunnen onderwijsinstellingen dan wel groepen daarvan worden aangewezen als school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 4. Aan de aanwijzing kunnen voorwaarden worden verbonden.
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling dan wel bij beschikking van Onze minister kunnen:
|
||||
|
||||
a. onderwijsinstellingen dan wel groepen daarvan worden aangewezen als school bedoeld in artikel 1, onderdeel b onder 4, en
|
||||
b. cursussen of instellingen waar onderwijs of vorming wordt gegeven dan wel groepen daarvan worden aangewezen als instelling bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2.
|
||||
|
||||
Aan de aanwijzing kunnen voorwaarden worden verbonden.
|
||||
|
||||
**2.** Onze minister kan de aanwijzing intrekken indien het hoofd of het personeel van de school of instelling in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**2.** Onze minister kan de aanwijzing intrekken indien het hoofd of het personeel van de school in strijd handelt met artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a1
|
||||
|
||||
|
|
@ -277,7 +270,7 @@ In andere gevallen dan genoemd in artikel 5 kunnen burgemeester en wethouders op
|
|||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het toezicht op de naleving van deze wet is opgedragen aan burgemeester en wethouders. Zij wijzen daartoe een of meer ambtenaren aan.
|
||||
**1.** Het toezicht op de naleving van deze wet anders dan door de hoofden is opgedragen aan burgemeester en wethouders. Zij wijzen daartoe een of meer ambtenaren aan.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen deze ambtenaren in handen van de burgemeester de eed of de belofte af, waarvan het formulier bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,6 +287,10 @@ d. de aanwijzing van de diensten en instellingen waarmee de ambtenaren bij de ui
|
|||
|
||||
**5.** De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, zijn belast met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering.
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
|
||||
Het toezicht op de naleving van deze wet door de hoofden is opgedragen aan de Inspectie van het onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze wet, alsmede wijziging of intrekking daarvan, worden mede ter kennis gebracht van Onze minister en van de hoofden in de gemeenten die bij de regeling zijn aangesloten.
|
||||
|
|
@ -308,6 +305,10 @@ Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze w
|
|||
|
||||
**4.** In de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, en in de mededeling, bedoeld in het tweede lid, vermeldt het hoofd zo mogelijk mede het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere.
|
||||
|
||||
**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
|
||||
|
||||
**6.** Indien burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft hun bevoegdheden op grond van deze wet hebben ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, vindt de informatieverstrekking door de hoofden, bedoeld in dit artikel, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
|
@ -322,17 +323,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ingeschreven leerling van een school ten aanzien van wie deze wet van toepassing is, niet zijnde een dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
**1.** Indien een ingeschreven leerling van een school ten aanzien van wie deze wet van toepassing is, niet zijnde een dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, of een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een ingeschreven leerling van een instelling ten aanzien van wie deze wet van toepassing is, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 1, zonder geldige reden gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren van de lestijd heeft verzuimd, geeft het hoofd van de instelling hiervan onverwijld kennis aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft.
|
||||
**2.** In de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het hoofd zo mogelijk mede het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere.
|
||||
|
||||
**3.** In de kennisgeving, bedoeld in het eerste en tweede lid, vermeldt het hoofd zo mogelijk mede het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere.
|
||||
**3.** Indien burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft hun bevoegdheden op grond van deze wet hebben ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, vindt de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21a
|
||||
|
||||
**1.** Indien een ingeschreven leerling van een dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim.
|
||||
**1.** Indien een ingeschreven leerling van een dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, of een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 2, zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt, geeft het hoofd van de school hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een ingeschreven leerling van een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, subonderdeel 1, zonder geldige reden gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren van de lestijd heeft verzuimd, geeft het hoofd van de instelling hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim.
|
||||
**2.** Indien een ingeschreven leerling van een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, zonder geldige reden gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren van de lestijd heeft verzuimd, geeft het hoofd van de instelling hiervan onverwijld kennis aan Onze minister, zo mogelijk onder opgave van de reden die naar zijn oordeel ten grondslag ligt aan het verzuim.
|
||||
|
||||
**3.** Onze minister neemt de op grond van dit artikel door het hoofd verstrekte gegevens van de betrokken leerling op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
|
||||
|
|
@ -354,9 +355,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**12.** De gegevens die worden verstrekt op grond van het eerste en tweede lid kunnen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens omvatten, met uitzondering van gegevens over ras, politieke gezindheid, seksueel leven of het lidmaatschap van een vakvereniging, voor zover deze persoonsgegevens noodzakelijk zijn met het oog op de informatieverstrekking over de achtergronden van het relatief verzuim.
|
||||
|
||||
**13.** Indien burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling woon- of verblijfplaats heeft hun bevoegdheden op grond van deze wet hebben ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en daarvan mededeling hebben gedaan aan Onze minister, komen hun rechten en verplichtingen als bedoeld in dit artikel toe aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 21b
|
||||
|
||||
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt in artikel 21, eerste lid, voor «niet zijnde een school» gelezen «niet zijnde een dagschool voor voortgezet onderwijs» en wordt in artikel 21a, eerste lid, voor «een ingeschreven leerling van een school» gelezen: een ingeschreven leerling van een dagschool voor voortgezet onderwijs.
|
||||
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt in artikel 21, eerste lid, voor «niet zijnde een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2» gelezen «niet zijnde een dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, of een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 2» en wordt in artikel 21a, eerste lid, voor «een ingeschreven leerling van een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdelen 1 en 2» gelezen: een ingeschreven leerling van een dagschool voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 1, of een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -386,7 +389,7 @@ Ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een j
|
|||
|
||||
**3.** Het hoofd doet jaarlijks een opgave aan Onze minister van de omvang van het schoolverzuim aan zijn school of instelling.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Strafbepalingen
|
||||
### Paragraaf 5. Sanctiebepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -396,10 +399,10 @@ Ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een j
|
|||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft het hoofd dat:
|
||||
Onze minister dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kan een bestuurlijke boete van ten hoogste 1 000 euro per overtreding, met een maximum van 100 000 euro per schooljaar, opleggen aan het hoofd dat:
|
||||
|
||||
a. in strijd handelt met artikel 13a, tweede lid, of artikel 14, derde lid, eerste volzin,
|
||||
b. niet voldoet aan een der verplichtingen, opgelegd in de artikelen 18 en 21, of
|
||||
b. niet voldoet aan een der verplichtingen, opgelegd in de artikelen 18, 21 en 21a, of
|
||||
c. bij de uitvoering van deze wet onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue