2013-07-22 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft
This commit is contained in:
parent
f87cd73d79
commit
92ae77a213
1 changed files with 62 additions and 37 deletions
|
|
@ -456,7 +456,7 @@ De werknemers van een bank die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:11
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, betaalinstelling clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s.
|
||||
**1.** Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22, 3:23, 3:24a, 3:24b, 3:26 of 3:27 van de wet voert beleid gericht op het beheersen van relevante risico’s.
|
||||
|
||||
**2.** Onder relevante risico’s, bedoeld in het eerste lid, worden in het bijzonder verstaan het concentratierisico, krediet- en tegenpartijrisico, liquiditeitsrisico, marktrisico, operationeel risico, renterisico voortvloeiend uit niet-handelsactiviteiten, restrisico, securitisatierisico en verzekeringsrisico. Een bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:17, eerste of derde lid, 3:22, 3:23 of 3:27 van de wet houdt tevens rekening met de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus.
|
||||
|
||||
|
|
@ -520,22 +520,22 @@ c. de inhoud en de wijze van openbaarmaking van het beleid inzake beloningen.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten vermeldt in het beleid, bedoeld in artikel 23, eerste lid:
|
||||
De beheerder van een icbe vermeldt in het beleid, bedoeld in artikel 23, eerste lid:
|
||||
|
||||
a. de technieken, instrumenten en regelingen om te allen tijde de risico’s te kunnen meten en beheren waaraan elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten is of zou kunnen worden blootgesteld;
|
||||
b. de verantwoordelijkheden binnen de organisatie van de beheerder met betrekking tot het risicobeheer; en
|
||||
c. de voorwaarden, inhoud en frequentie van de rapportage door de risicobeheerfunctie, bedoeld in artikel 23, zesde lid, aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder van de instelling voor collectieve belegging in effecten bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder.
|
||||
c. de voorwaarden, inhoud en frequentie van de rapportage door de risicobeheerfunctie, bedoeld in artikel 23, zesde lid, aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder van de icbe bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, stellen een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten in staat:
|
||||
De procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, stellen een beheerder van een icbe in staat:
|
||||
|
||||
a. te allen tijde de risico’s te kunnen meten waaraan de instelling voor collectieve belegging in effecten wordt of zou kunnen worden blootgesteld; en
|
||||
b. de naleving van limieten voor het totale risico en het tegenpartijrisico voor elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten, bedoeld in de artikelen 133 en 134 van het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, te waarborgen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten neemt voor de toepassing van het tweede lid de volgende maatregelen:
|
||||
Een beheerder van een icbe neemt voor de toepassing van het tweede lid de volgende maatregelen:
|
||||
|
||||
a. zorgen voor procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, die noodzakelijk zijn om te garanderen dat de risico’s van ingenomen posities en het aandeel van deze posities in het totale risicoprofiel nauwkeurig en op basis van degelijke en betrouwbare gegevens worden gemeten en dat deze procedures en maatregelen op adequate wijze zijn gedocumenteerd;
|
||||
b. in voorkomend geval, achteraf uitvoeren van periodieke tests om de geldigheid te evalueren van regels met betrekking tot risicometingregelingen die modelmatige prognoses en ramingen omvatten;
|
||||
|
|
@ -546,7 +546,7 @@ f. opzetten, implementeren en in stand houden van adequate procedures die in gev
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, verzekeraar, wisselinstelling of bijkantoor als bedoeld in artikel 23, eerste lid, ziet er op systematische wijze op toe dat de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, worden nageleefd en zorgt ervoor dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden opgeheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
|
|
@ -558,17 +558,17 @@ Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggi
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het risicobeheer, bedoeld in artikel 23, zesde lid, van een bank die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22 of 3:23, tweede lid, van de wet oefent controle uit op:
|
||||
Het risicobeheer, bedoeld in artikel 23, zesde lid, van een bank die in Nederland beleggingsdiensten mag verlenen of beleggingsactiviteiten mag verrichten, een beheerder van een icbe, of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:17, eerste en derde lid, 3:22 of 3:23, tweede lid, van de wet oefent controle uit op:
|
||||
|
||||
a. de deugdelijkheid en effectiviteit van de door de bank, beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming vastgestelde procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid;
|
||||
b. de mate waarin de bank, beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming en haar medewerkers de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, naleven; en
|
||||
a. de deugdelijkheid en effectiviteit van de door de bank, beheerder van een icbe of beleggingsonderneming vastgestelde procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid;
|
||||
b. de mate waarin de bank, beheerder van een icbe of beleggingsonderneming en haar medewerkers de procedures en maatregelen, bedoeld in artikel 23, derde lid, naleven; en
|
||||
c. de deugdelijkheid en effectiviteit van de maatregelen die zijn genomen om gesignaleerde tekortkomingen of gebreken op te heffen.
|
||||
|
||||
**2.** Het risicobeheer rapporteert ten minste jaarlijks aan personen die het dagelijks beleid van de bank, beheerder of beleggingsonderneming bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de bank, beheerder of beleggingsonderneming. In de jaarlijkse rapportage wordt met name aangegeven of maatregelen zijn genomen in het geval van gesignaleerde onvolkomenheden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het risicobeheer van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten brengt regelmatig verslag uit aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder over:
|
||||
Het risicobeheer van een beheerder van een icbe brengt regelmatig verslag uit aan de personen die het dagelijks beleid van de beheerder bepalen en aan het orgaan, indien aanwezig, dat is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beheerder over:
|
||||
|
||||
a. de consistentie tussen de actuele omvang van het risico dat elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten loopt, en het risicoprofiel dat voor deze instelling voor collectieve belegging in effecten is overeengekomen;
|
||||
b. de nakoming van het relevante risicolimietensysteem door elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten; en
|
||||
|
|
@ -576,12 +576,12 @@ c. de deugdelijkheid en effectiviteit van de risicobeheerprocedure, waarbij met
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het risicobeheer van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten brengt aan de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder:
|
||||
Het risicobeheer van een beheerder van een icbe brengt aan de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder:
|
||||
|
||||
a. advies uit betreffende de identificatie van het risicoprofiel van elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten; en
|
||||
b. regelmatig verslag uit over de actuele omvang van het risico dat elke door de beheerder beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten loopt en feitelijke of voorzienbare inbreuken op de limieten van de desbetreffende instelling voor collectieve belegging in effecten opdat onmiddellijk passende maatregelen kunnen worden ondernomen.
|
||||
|
||||
**5.** Het risicobeheer van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten onderzoekt en ondersteunt in voorkomend geval de procedures en maatregelen, bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, onderdeel g, en derde lid, en 34a van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.
|
||||
**5.** Het risicobeheer van een beheerder van een icbe onderzoekt en ondersteunt in voorkomend geval de procedures en maatregelen, bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, onderdeel g, en derde lid, en 34a van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -617,26 +617,32 @@ i. de resultaten van de stresstests die zijn uitgevoerd door de financiële onde
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Een beheerder, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, of 3:25 van de wet beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld.
|
||||
**1.** Een beheerder van een icbe, bewaarder, bewaarder van een icbe of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, 3:22 van de wet beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Met het oog op de bewaking en beheersing van solvabiliteitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten in ieder geval in de bewaking en beheersing van de:
|
||||
Met het oog op de bewaking en beheersing van solvabiliteitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe in ieder geval in de bewaking en beheersing van de:
|
||||
|
||||
a. aard en omvang van de activa en passiva;
|
||||
b. niet uit de balans blijkende verplichtingen; en
|
||||
c. resultaatontwikkeling, uitgesplitst naar de onderscheiden bedrijfsactiviteiten en bedrijfsonderdelen.
|
||||
|
||||
**3.** Met het oog op de bewaking en beheersing van liquiditeitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van elke beleggingsinstelling waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald onder meer in autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties met betrekking tot de liquiditeitspositie van de beleggingsinstelling.
|
||||
**3.** Met het oog op de bewaking en beheersing van liquiditeitsrisico’s voorziet de bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe voor elke icbe die hij beheert onder meer in autorisatieprocedures, limietstellingen, limietbewaking en procedures en maatregelen voor noodsituaties met betrekking tot de liquiditeitspositie van de icbe.
|
||||
|
||||
**4.** In voorkomend geval voert een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten stresstests uit die een beoordeling van het liquiditeitsrisico van de instelling voor collectieve belegging in effecten in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk maken.
|
||||
**4.** In voorkomend geval voert een beheerder van een icbe stresstests uit die een beoordeling van het liquiditeitsrisico van de instelling voor collectieve belegging in effecten in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk maken.
|
||||
|
||||
**5.** De beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten draagt er zorg voor dat voor elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten het liquiditeitsprofiel past bij het terugbetalingsbeleid dat in het fondsreglement, in de statuten of in het prospectus is vastgelegd.
|
||||
**5.** De beheerder van een icbe draagt er zorg voor dat voor elke door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten het liquiditeitsprofiel past bij het terugbetalingsbeleid dat in het fondsreglement, in de statuten of in het prospectus is vastgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 26.0
|
||||
|
||||
Een premiepensioeninstelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat de omvang en samenstelling van en mutaties in de aan te houden financiële waarborgen getrouw en volledig kunnen worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 26.1
|
||||
|
||||
**1.** Een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:17, derde lid, van de wet voert met betrekking tot de beleggingsinstellingen die hij beheert beleid gericht op het beheersen van risico’s die de soliditeit van die instellingen kunnen aantasten.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat wordt voldaan aan de ingevolge artikel 15 en 16 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde voorwaarden die met het oog op de in het eerste lid bedoelde belangen worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.3. Vangnetregelingen
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
|
@ -990,9 +996,9 @@ Het minimumbedrag aan eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van d
|
|||
|
||||
a. € 5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die geen bank als bedoeld in onderdeel b is, of voor een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
b. € 2,5 miljoen voor een bank als bedoeld in artikel 2:13 van de wet die in hoofdzaak haar bedrijf maakt van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten;
|
||||
c. € 225.000 voor een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van ten minste € 250 miljoen beheert;
|
||||
d. € 125.000 voor een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of voor een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert;
|
||||
e. € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die geen aparte beheerder heeft;
|
||||
c. € 125.000 voor een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet;
|
||||
d. € 125.000 voor een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. € 300.000 voor een beleggingsmaatschappij of een maatschappij voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die geen aparte beheerder hebben;
|
||||
f. € 35.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet die uitsluitend de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, verleent en die deze beleggingsdienst niet vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
|
||||
g. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, die de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat of door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat mag verlenen;
|
||||
h. € 50.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, niet zijnde een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel g, die de beleggingsdienst verleent, bedoeld in onderdeel b, c, d of f, van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet;
|
||||
|
|
@ -1002,7 +1008,7 @@ k. € 730.000 voor een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerst
|
|||
l. € 20.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 6 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
m. € 50.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die uitsluitend de in punt 7 van de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
n. € 125.000 voor een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet die een in de punten 1 tot en met 5 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten vermelde betaaldienst verleent;
|
||||
o. € 112.500 voor een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet;
|
||||
o. € 112.500 voor een bewaarder of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
p. € 350.000 voor een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
q. € 500.000 voor een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet;
|
||||
r. € 112.500 voor een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
|
@ -1064,13 +1070,13 @@ Voor schadeverzekeraars als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen f en
|
|||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van minder dan € 250 miljoen beheert, van een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c.
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bank als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:54, eerste lid, van de wet, van een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, van een clearinginstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, van een elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet, wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in artikel 91, tweede lid, onderdelen a tot en met c.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 89, eerste en tweede lid, onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een beheerder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet die geen beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten is en die een vermogen van ten minste € 250 miljoen beheert, of van een bewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, of 3:55, eerste lid, van de wet, of van een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van het kernkapitaal, bedoeld in artikel 91, en het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92.
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bewaarder, bewaarder van een icbe of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van het kernkapitaal, bedoeld in artikel 91, en het aanvullend kapitaal, bedoeld in artikel 92.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 89 en 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1337,9 +1343,9 @@ b. de bank kan aantonen dat een aanzienlijk deel van haar activiteiten op het ge
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt € 125.000 vermeerderd met twee honderdste procent van het bedrag waarmee de waarde van het beheerde vermogen het bedrag van € 250 miljoen te boven gaat. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 10 miljoen.
|
||||
**1.** De minimumomvang van het toetsingsvermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, of van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet bedraagt € 125.000 vermeerderd met twee honderdste procent van het bedrag waarmee de waarde van het beheerde vermogen het bedrag van € 250 miljoen te boven gaat. De minimumomvang van het toetsingsvermogen bedraagt niet meer dan € 10 miljoen.
|
||||
|
||||
**2.** Tot het beheerde vermogen wordt gerekend het vermogen van de beleggingsinstellingen waarover de beheerder het beheer voert met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan hij het beheer heeft uitbesteed, uitgezonderd de delen van het vermogen waarvan het beheer door derden aan hem is uitbesteed.
|
||||
**2.** Tot het beheerde vermogen wordt gerekend het vermogen van de beleggingsinstellingen of van de icbe’s waarover de beheerder het beheer voert met inbegrip van de delen van het vermogen waarvan hij het beheer heeft uitbesteed, uitgezonderd de delen van het vermogen waarvan het beheer door derden aan hem is uitbesteed.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 60, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1358,6 +1364,12 @@ b. een aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het eerste lid, welke een
|
|||
|
||||
**4.** Indien een premiepensioeninstelling pensioenvermogen beheert in opdracht van een cliënt buiten het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is, beschikt zij voor dat deel van het beheerde pensioenvermogen in afwijking van het tweede lid, aanhef, over de aanvulling op het toetsingsvermogen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 63b
|
||||
|
||||
**1.** In aanvulling op het op grond van de artikelen 48, eerste lid, onderdelen c en e, vereiste minimumbedrag aan eigen vermogen en het op grond van artikel 63 vereiste toetsingsvermogen, beschikt een beleggingsmaatschappij die geen aparte beheerder heeft, of een beheerder van een beleggingsinstelling, over een bijkomend eigen vermogen of een beroepsaansprakelijkheidsverzekering ter dekking van mogelijke beroepsaansprakelijkheidsrisico’s in overeenstemming met artikel 9, zevende en negende lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eigen vermogen, toetsingsvermogen en het bijkomend eigen vermogen als bedoeld in het eerste lid wordt belegd in overeenstemming met artikel 9, achtste lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** Voor het deel van de werkzaamheden van een elektronischgeldinstelling dat betrekking heeft op de uitgifte van elektronisch geld en betaaldiensten die verband houden met de uitgifte van dit elektronisch geld, bedraagt de minimumomvang van het toetsingsvermogen 2% van het gemiddeld uitstaand elektronisch geld.
|
||||
|
|
@ -1378,7 +1390,7 @@ Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in
|
|||
|
||||
**1.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, 3:61, eerste lid, of 3:62, eerste of tweede lid, van de wet die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering wordt bepaald overeenkomstig artikel 64c.
|
||||
|
||||
**2.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering wordt, in afwijking van het eerste lid, bepaald overeenkomstig artikel 65 indien die activiteit betrekking heeft op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, punt 1, onderdeel a, voor zover die verbonden zijn met beleggingsfondsen of in verband staan met overeenkomsten met winstdeling, en punt 2, onderdelen b, c, d en e, van richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEU L 345).
|
||||
**2.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit levensherverzekering wordt, in afwijking van het eerste lid, bepaald overeenkomstig artikel 65 indien die activiteit betrekking heeft op de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, punt 1, onderdeel a, voor zover die verbonden zijn met beleggingsfondsen of fondsen voor collectieve belegging in effecten of in verband staan met overeenkomsten met winstdeling, en punt 2, onderdelen b, c, d en e, van richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEU L 345).
|
||||
|
||||
**3.** Het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een herverzekeraar die zijn bedrijf uitoefent in de activiteit natura-uitvaartherverzekering wordt bepaald overeenkomstig artikel 65.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1813,7 +1825,7 @@ b. het als immateriële activa als bedoeld in de artikelen 91, derde lid, onderd
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de financiële onderneming ervoor kiezen dat haar toetsingsvermogen, uitsluitend ter dekking van de bedragen, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de vereiste solvabiliteit ter dekking van de positierisico’s en grote posities, en onderdeel c, en het vereiste, bedoeld in artikel 60, derde lid, wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, in aanmerking te nemen kernkapitaal, aanvullend kapitaal en overig kapitaal. De bestanddelen van dit toetsingsvermogen dienen niet tevens ter dekking van andere in artikel 60, eerste lid, bedoelde bedragen.
|
||||
|
||||
**3.** Het toetsingsvermogen van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, of van een premiepensioeninstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
**3.** Het toetsingsvermogen van een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet of van een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de som van het overeenkomstig artikel 94, eerste lid, onderdelen a tot en met c, in aanmerking te nemen kernkapitaal en aanvullend kapitaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
|
|
@ -1846,7 +1858,7 @@ a. reserves, voor zover ontstaan door ongerealiseerde resultaten op de eigen kre
|
|||
b. de boekwaarde van de door de financiële onderneming uitgegeven effecten en van afgeleide financiële instrumenten op door de financiële onderneming uitgegeven effecten, voor zover het vermogensbestanddelen als bedoeld in het tweede lid omvat;
|
||||
c. immateriële activa;
|
||||
d. reserves, voor zover ontstaan door nog niet tot het resultaat gerekende waardeveranderingen van afdekkingstransacties; en
|
||||
e. in geval van een financiële onderneming die artikel 90, tweede lid, toepast, of een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, de volgende niet-liquide activa:
|
||||
e. in geval van een financiële onderneming die artikel 90, tweede lid, toepast, of een beheerder van een icbe, de volgende niet-liquide activa:
|
||||
|
||||
1°. materiële vaste activa andere dan terreinen en gebouwen die in aanmerking genomen kunnen worden tegenover de leningen waarvoor zij als zekerheid dienen;
|
||||
2°. de posten, bedoeld in artikel 94, tweede lid, aanhef en onderdelen a tot en met e, waarbij het vijfde tot en met zevende lid van dat artikel van overeenkomstige toepassing zijn;
|
||||
|
|
@ -2110,7 +2122,7 @@ b. een onroerende zaak die zij heeft verhuurd voor een periode van twee jaar of
|
|||
|
||||
### Artikel 104
|
||||
|
||||
**1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, instelling voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatschappij is, of bewaarder die is verbonden aan een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, van de wet verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.
|
||||
**1.** Een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, of bewaarder van een icbe als bedoeld in artikel 3:57, zesde lid, van de wet verstrekt geen kredieten voor rekening van derden, stelt zich niet garant en gaat geen borgtochtverplichtingen aan.
|
||||
|
||||
**2.** Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verkoopt geen financiële instrumenten die de instelling voor collectieve belegging in effecten niet in eigendom heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2161,7 +2173,7 @@ d. een liquiditeitstekort in convertibele of inconvertibele valuta’s te compen
|
|||
|
||||
### Artikel 109
|
||||
|
||||
**1.** De vereiste liquiditeit van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:63 of 3:66 van de wet bedraagt tien procent van het beheerde vermogen.
|
||||
**1.** De vereiste liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 of 3:66 van de wet bedraagt tien procent van het beheerde vermogen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het vorige lid kan, indien uit een overeengekomen ontbindings- of beëindigingsregeling vooraf bekend is voor welk bedrag op een bepaalde datum wordt ingekocht, worden volstaan met dat bedrag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2204,7 +2216,7 @@ b. direct opeisbare tegoeden bij personen die geen bank of professionele geldmar
|
|||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
De aanwezige liquiditeit van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3:63 of 3:66 van de wet wordt gevormd door de volgende posten:
|
||||
De aanwezige liquiditeit van een icbe als bedoeld in artikel 3:63 of 3:66 van de wet wordt gevormd door de volgende posten:
|
||||
|
||||
a. kasmiddelen, daggeld en direct opvraagbare tegoeden bij banken die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet hebben of waarop toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen;
|
||||
b. kortlopende schuldtitels aan toonder;
|
||||
|
|
@ -2377,7 +2389,7 @@ a. de volgende beleggingen:
|
|||
1°. obligaties en andere geld- en kapitaalmarktinstrumenten;
|
||||
2°. leningen die geen obligaties zijn;
|
||||
3°. aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen niet-rentedragende beleggingen;
|
||||
4°. rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten en deelnemingen in andere beleggingsfondsen;
|
||||
4°. Rechten van deelneming in beleggingsfondsen en icbe’s;
|
||||
5°. onroerende zaken, waaronder onroerende zaken voor eigen gebruik, alsmede zakelijke rechten op onroerende zaken; en
|
||||
6°. afgeleide financiële instrumenten, voor zover deze worden gebruikt om het beleggingsrisico te beperken of een efficiënt portefeuillebeheer mogelijk te maken;
|
||||
b. de volgende vorderingen:
|
||||
|
|
@ -2407,7 +2419,7 @@ c. de volgende andere activa:
|
|||
|
||||
Onverminderd de artikelen 122 en 122b, worden de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 3:67, eerste lid, of 3:68, eerste lid, van de wet, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, per categorie van activa als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, verdeeld met inachtneming van de volgende maxima:
|
||||
|
||||
a. leningen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: vijf procent;
|
||||
a. leningen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling of icbe, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: vijf procent;
|
||||
b. kasmiddelen: drie procent; en
|
||||
c. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°en 3°, voor zover deze beleggingen niet op een gereglementeerde markt worden verhandeld: tien procent.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2416,7 +2428,7 @@ c. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°en
|
|||
De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen worden, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, per individueel actief als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, verdeeld met inachtneming van de volgende maxima:
|
||||
|
||||
a. een bepaald terrein of gebouw als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, of een complex van verschillende terreinen of gebouwen dat als een belegging kan worden beschouwd: tien procent per object; en
|
||||
b. een bepaalde lening als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: een procent per lening.
|
||||
b. een bepaalde lening als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, aan ondernemingen en instellingen die geen beleggingsinstelling of icbe, bank of verzekeraar met zetel in een lidstaat zijn, voor zover deze leningen niet zijn voorzien van een garantie, hypotheek of andere zekerheid: een procent per lening.
|
||||
|
||||
**3.** De waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen bestaan, ten opzichte van het totaal van de technische voorzieningen, voor maximaal vijf procent uit beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 3°, uitgegeven door een bepaalde emittent of uit leningen aan een bepaalde kredietnemer, tezamen genomen. Waardepapieren uitgegeven of gegarandeerd door onderscheidenlijk leningen aan of gegarandeerd door centrale, regionale of lokale overheidslichamen of internationale instellingen of organisaties waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken, blijven hierbij buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2431,7 +2443,7 @@ b. een bepaalde lening als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, ond
|
|||
Onverminderd artikel 123 stelt de Nederlandsche Bank nadere regels met betrekking tot het gebruik van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen van levensverzekeraars of schadeverzekeraars als bedoeld in artikel 122, eerste lid, en de daarbij in acht te nemen voorwaarden, ten aanzien van:
|
||||
|
||||
a. de leningen waarvoor niet door middel van een bankgarantie, een garantie toegekend door een verzekeraar, een recht van hypotheek of een andere wijze zekerheid is gegeven;
|
||||
b. deelnemingen in een beleggingsinstelling, voor zover de richtlijn beleggingsinstellingen niet van toepassing is;
|
||||
b. deelnemingen in een beleggingsinstelling;
|
||||
c. effecten die niet worden verhandeld op een gereglementeerde markt; en
|
||||
d. beleggingen als bedoeld in artikel 122b, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, uitgegeven door een emittent niet zijnde centrale, regionale of lokale overheid of een ander openbaar lichaam, een internationale organisatie waarvan een of meer lidstaten deel uitmaken of een bank met zetel in Nederland, in een andere lidstaat of in een ingevolge artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de wet aangewezen staat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2606,6 +2618,8 @@ b. andere gegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met
|
|||
3°. het beleggingsbeleid ingevolge artikel 3:267b van de wet;
|
||||
4°. informatie inzake de uitgevoerde pensioenregelingen.
|
||||
|
||||
**6.** De door een beheerder als bedoeld in artikel 3:72, eerste lid, van de wet te verstrekken staten bevatten uitsluitend balans- en resultaatgegevens ten behoeve van het toezicht op de naleving van de regels met betrekking tot het bedrag aan eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 en de solvabiliteit ingevolge artikel 3:57, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -2630,7 +2644,8 @@ b. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, tweede lid, o
|
|||
c. vier maal per jaar voor de overige in artikel 130, eerste en tweede lid, genoemde staten;
|
||||
d. twee maal per jaar voor de in artikel 130, derde lid, genoemde staten;
|
||||
e. een maal per jaar voor de jaarrekening, bedoeld in artikel 130, vijfde lid, onderdeel a;
|
||||
f. vier maal per jaar voor de in artikel 130, vijfde lid, onderdeel b, genoemde staten.
|
||||
f. vier maal per jaar voor de in artikel 130, vijfde lid, onderdeel b, genoemde staten;
|
||||
g. twee maal per jaar voor de in artikel 130, zesde lid, genoemde staten.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan in individuele gevallen besluiten dat een financiële onderneming als bedoeld in artikel 130 periodiek moet melden of haar solvabiliteit of liquiditeit zich boven een door de Nederlandsche Bank vastgestelde signaleringswaarde bevindt. De frequentie van de melding is niet hoger dan een maal per maand en is afgestemd op de aard en de omvang van de financiële onderneming, alsmede op de omvang van de solvabiliteit van de financiële onderneming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2657,7 +2672,7 @@ Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektron
|
|||
|
||||
### Artikel 133
|
||||
|
||||
**1.** Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken. De accountant waarmerkt deze staten.
|
||||
**1.** Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -2691,6 +2706,16 @@ c. indien van toepassing: financiële informatie over de zorgverzekering, bedoel
|
|||
|
||||
**5.** De artikelen 131, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 132 zijn van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van de opgaven, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 13.4. Verstrekking gegevens door beheerders van beleggingsinstellingen
|
||||
|
||||
### Artikel 135a
|
||||
|
||||
**1.** De gegevens, bedoeld artikel 3:74c van de wet, omvatten de informatie, genoemd in artikel 24, eerste, tweede, vierde en zesde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank kan in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, al dan niet periodiek, andere gegevens van beheerders, bedoeld in artikel 3:74c, verlangen, indien dit nodig wordt geacht om de stabiliteit van het financiële stelsel te waarborgen.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank kan de in het tweede lid bedoelde gegevens alleen verlangen indien de Europese Autoriteit van effecten en markten hiervan in kennis is gesteld of de Europese Autoriteit van effecten en markten de Nederlandsche Bank hierom heeft verzocht.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 14. Meldingsplichten van de accountant en de actuaris
|
||||
|
||||
### Artikel 136
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue