2003-01-01 | BWBR0002058 | Wet op de bedrijfsorganisatie

This commit is contained in:
Coornhert 2003-01-01 12:00:00 +00:00
parent d873842349
commit 92bd23e797

View file

@ -725,21 +725,24 @@ b. in de overige gevallen door de Raad.
### Artikel 104
**1.** De verordening van de Raad waarbij een bedrijfslichaam is ingesteld bepaalt, of en in hoeverre bij verordeningen van dat bedrijfslichaam overtredingen van het bij of krachtens zodanige verordeningen, met uitzondering van arbeids- en rusttijden, bepaalde kunnen worden aangewezen als strafbare feiten.
**1.**
**2.** Verordeningen, waarbij een aanwijzing, als bedoeld bij het voorgaande lid, is geschied, behoeven de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
Tenzij het instellingsbesluit anders bepaalt, kunnen bij verordening overtredingen van die verordening worden aangewezen als
a. feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel kan worden opgelegd, dan wel
b. strafbare feiten, behoudens indien het betreft overtredingen van voorschriften terzake van arbeids- en rusttijden.
**2.** Aanwijzing als strafbaar feit kan slechts plaatsvinden, indien dat nodig is voor de bescherming van de door de betrokken bepaling beschermde belangen. Verordeningen waarbij een aanwijzing als strafbaar feit plaatsvindt behoeven de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
**3.** Met het toezicht op de naleving van een verordening zijn belast de bij besluit van het bedrijfslichaam aangewezen personen. Dat besluit behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers. Onze betrokken Ministers kunnen het bedrijfslichaam een aanwijzing geven omtrent het aanwijzen van toezichthouders en de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend.
### Artikel 105
**1.** De verordening van de Raad waarbij een bedrijfslichaam is ingesteld bepaalt, of en in hoeverre bij verordeningen van dat bedrijfslichaam op overtreding van zodanige verordeningen door de personen, bedoeld in artikel 102, eerste lid, tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden gesteld.
**2.** De instellingsverordening kan bepalen, dat tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden gesteld op overtredingen, als in het voorgaande lid bedoeld, welke als strafbare feiten zijn aangewezen. Zijn tuchtrechtelijke maatregelen op zodanige overtredingen gesteld, dan beslist de officier van justitie of een overtreding tuchtrechtelijk zal worden afgedaan. In het bevestigende geval verwijst hij de zaak naar het bevoegde tuchtgerecht.
**3.** Hoofdproduktschappen en produktschappen kunnen verordeningen als bedoeld in het eerste lid slechts vaststellen per groep van onder hen ressorterende ondernemingen als bedoeld in artikel 66, eerste lid.
Vervallen.
### Artikel 106
**1.** Verordeningen van het bestuur van een bedrijfslichaam, welke voor personen, als bedoeld in artikel 102, bindende regelen inhouden en een verordening, als bedoeld in artikel 119, worden bekendgemaakt op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Indien zij de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, de Raad of het bestuur van een hoofdproduktschap, een produktschap of een hoofdbedrijfschap behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat deze is verleend. Zij treden, indien zij niet anders bepalen, in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
**1.** Verordeningen van het bestuur van een bedrijfslichaam, welke voor personen, als bedoeld in artikel 102, bindende regelen inhouden, besluiten als bedoeld in artikel 104, derde lid, en een verordening, als bedoeld in artikel 119, worden bekendgemaakt op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Indien zij de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, de Raad of het bestuur van een hoofdproduktschap, een produktschap of een hoofdbedrijfschap behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat deze is verleend. Zij treden, indien zij niet anders bepalen, in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
**2.** Het bestuur heroverweegt de bestaansgrond van een verordening als bedoeld in artikel 93, eerste lid, elke vier jaar na inwerkingtreding daarvan en brengt omtrent zijn besluit verslag uit aan Onze betrokken Ministers.
@ -914,12 +917,6 @@ Vervallen
**2.** Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit tot verdaging van goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht wordt te zijn genomen.
### Artikel 128a
**1.** Verordeningen of besluiten van bedrijfslichamen die op of na 1 juli 1999 maar voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel op grond van artikel 100, derde lid, 104, tweede of derde lid, of 126, vierde lid, zijn goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar niet door Onze genoemde Ministers gezamenlijk dan wel door een of twee van hen mede namens de anderen, zijn in afwijking van artikel 100, derde lid, 104, tweede of derde lid, of 126, vierde lid, zoals deze artikelen luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, niet onverbindend op de enkele grond dat niet al Onze genoemde Ministers bij de goedkeuring zijn betrokken geweest.
**2.** In afwijking van het eerste lid blijven de gevolgen van een voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel gedane onherroepelijke rechterlijke uitspraak, waarbij verordeningen of besluiten van bedrijfslichamen onverbindend zijn verklaard op de grond bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van partijen in de procedure waarop die uitspraak betrekking heeft in stand.
### Artikel 129
De Raad maakt een beslissing over een vraagpunt als bedoeld in artikel 90, tweede lid, bekend binnen acht weken na de dag waarop het vraagpunt hem ter beslissing is voorgelegd. Hij kan de beslissing bij binnen die tijd te nemen besluit verdagen.