2007-12-29 | BWBR0005416 | Gemeentewet

This commit is contained in:
Coornhert 2007-12-29 12:00:00 +00:00
parent e9badd6b50
commit 92caa122eb

View file

@ -1876,6 +1876,58 @@ c. wordt, in afwijking van artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuur
**14.** Het twaalfde lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van een beroep tegen de beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 154b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154f
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154g
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154h
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154i
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154j
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154l
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154m
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 154n
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 155
**1.** Een lid van de raad kan het college of de burgemeester mondeling of schriftelijk vragen stellen.
@ -2588,46 +2640,15 @@ In afwijking van artikel 220c wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor
### Artikel 220f
**1.**
Het tarief wordt voor elke volle € 2500 van de heffingsmaatstaf gelijkelijk vastgesteld voor onderscheidenlijk:
Het tarief wordt per volle € 2 500 van de heffingsmaatstaf niet hoger vastgesteld dan:
a. € 6,68 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel a;
b. € 6,62 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover het onroerende zaken betreft die in hoofdzaak tot woning dienen;
c. € 8,29 voor de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover het onroerende zaken betreft die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
**2.** Indien in de belastingverordening een tarief is bepaald boven het maximumtarief genoemd in het eerste lid, is het tarief gelijk aan het maximumtarief.
**3.** In afwijking van het eerste lid geldt voor de gemeente die een tarief hanteert dat lager is dan het in het eerste lid genoemde maximumtarief maar hoger dan € 2,42, € 2,34 onderscheidenlijk € 3,00 voor de onder de letters a, b en c van het eerste lid genoemde belasting, dit tarief jaarlijks mag worden verhoogd met maximaal het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling. De gemeente die voor een in het eerste lid genoemde belasting een tarief hanteert dat lager is dan het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, mag dit tarief verhogen tot maximaal het in de vorige volzin voor die belasting genoemde tarief, met dien verstande dat het in de belastingverordening opgenomen tarief ten minste verhoogd mag worden met het percentage trendmatige BBP-groei na correctie voor inflatie en verminderd met de voor dat jaar geraamde areaalontwikkeling.
**4.** Indien wijziging van de heffingsmaatstaf voor de in het eerste lid bedoelde belastingen in combinatie met het door de gemeente gehanteerde tarief tot een hogere opbrengst leidt dan, behoudens de areaalontwikkeling en de verhoging van het tarief met inachtneming van het derde lid, zonder die wijziging het geval zou zijn, wordt het tarief in het daarop volgende jaar zodanig gecorrigeerd dat ten minste de meeropbrengst wordt gecompenseerd.
**5.** De in het eerste lid genoemde tarieven kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
**6.** De in het derde lid genoemde tarieven kunnen jaarlijks bij ministeriële regeling worden gewijzigd aan de hand van de gemiddelde waardeontwikkeling van de onroerende zaken terzake waarvan de in het eerste lid bedoelde belastingen worden geheven.
**7.** Een krachtens het vijfde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door tenminste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.
a. de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel a;
b. de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover het onroerende zaken betreft die in hoofdzaak tot woning dienen;
c. de belasting, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, voor zover het onroerende zaken betreft die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
### Artikel 220g
**1.** De raad kan hogere tarieven vaststellen dan is toegestaan op grond van artikel 220f als dat nodig is om te voorkomen dat de begroting voor het eerstvolgende jaar niet in evenwicht is en blijkens de meerjarenraming, bedoeld in artikel 190, niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht tot stand zal worden gebracht.
**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid treedt niet in werking dan nadat gedeputeerde staten ontheffing hebben verleend van de maximumtarieven, genoemd in artikel 220f, eerste lid, of zoals die zijn gewijzigd op grond van artikel 220f, vijfde lid, of van het maximum voor de tariefstijging, bedoeld in artikel 220f, derde lid.
**3.** Het college zendt het besluit samen met de begroting aan gedeputeerde staten.
**4.**
De ontheffing kan slechts worden geweigerd omdat
a. het besluit naar het oordeel van gedeputeerde staten niet voldoet aan het criterium, genoemd in het eerste lid;
b. het besluit niet binnen de termijn, genoemd in artikel 191, tweede lid, aan gedeputeerde staten is gezonden.
**5.** De ontheffing wordt verleend voor het eerstvolgende kalenderjaar. Voor het jaar na het kalenderjaar waarvoor de ontheffing is verleend, gelden de tarieven zoals die in het jaar van ontheffing op grond van artikel 220f zonder de verleende ontheffing maximaal waren toegestaan, onverminderd de bevoegdheid die tarieven binnen de grenzen van artikel 220f opnieuw te verhogen en opnieuw een ontheffing aan te vragen als bedoeld in het tweede lid.
**6.** De ontheffing wordt geacht te zijn geweigerd als gedeputeerde staten niet voor 16 december van het jaar, voorafgaand aan het eerste jaar waarvoor ontheffing wordt gevraagd, een beslissing aan de raad bekend hebben gemaakt.
**7.** Indien op grond van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet aan de gemeente een aanvullende uitkering wordt verleend, kunnen bij dit besluit tevens hogere maximumtarieven worden vastgesteld. In dat geval is het tweede tot en met zesde lid niet van toepassing.
Vervallen
### Artikel 220h