From 92dd4507a0bb01d07892df418d72722cd608ce74 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-01-01 | BWBR0001969 | Warenwet --- wet/warenwet/BWBR0001969/README.md | 22 +++++++--------------- 1 file changed, 7 insertions(+), 15 deletions(-) diff --git a/wet/warenwet/BWBR0001969/README.md b/wet/warenwet/BWBR0001969/README.md index 42c30fd79fd..3b4c1741198 100644 --- a/wet/warenwet/BWBR0001969/README.md +++ b/wet/warenwet/BWBR0001969/README.md @@ -362,13 +362,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 21, 21a, 21b, 32 of 32a kan bij algemene maa ### Artikel 22 -**1.** Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 13 kan worden bepaald dat het bestuur van een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie nadere regels kan dan wel moet stellen of andere besluiten kan dan wel moet nemen. - -**2.** Een krachtens toepassing van het vorige lid vastgestelde verordening behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Krachtens de verordening vastgestelde nadere voorschriften en genomen besluiten behoeven eveneens zodanige goedkeuring voor zover zulks bij de betrokken algemene maatregel van bestuur is bepaald. Onze Minister neemt een besluit over de goedkeuring in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en, ingeval de verordening betrekking heeft op produkten van de landbouw of de visserij, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. - -**3.** Een krachtens toepassing van het eerste lid vastgestelde verordening is verbindend voor een ieder, voorzover daarin niet anders is bepaald. - -**4.** In een algemene maatregel van bestuur waarbij toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, onder *a*, kan artikel 16, eerste tot en met vijfde lid, met betrekking tot nadere regels die krachtens die maatregel worden gesteld, van overeenkomstige toepassing worden verklaard, met dien verstande dat de bevoegdheid tot verlening van vrijstelling of ontheffing, als in dat artikel bedoeld, met betrekking tot zodanige regels komt te berusten bij een bestuursorgaan, daartoe bij de maatregel aangewezen. +Vervallen ### Artikel 23 @@ -399,15 +393,13 @@ Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet of va a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren; b. de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen ambtenaren. -**2.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens verordeningen van een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie, als bedoeld in artikel 93 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie, voor zover deze betrekking hebben op waren, zijn belast de ingevolge het eerste lid, onder a, door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen ambtenaren en de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder b. +**2.** Onze Minister regelt in overeenstemming met Onze betrokken Ministers de taakverdeling tussen de ambtenaren, behorende tot de onderscheidene in het eerste lid bedoelde categorieën, en de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet. -**3.** Onze Minister regelt in overeenstemming met Onze betrokken Ministers de taakverdeling tussen de ambtenaren, behorende tot de onderscheidene in het eerste en tweede lid bedoelde categorieën, en de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet. +**3.** Bij de taakverdeling, bedoeld in het tweede lid, kan tevens worden bepaald op welke wijze het toezicht dan wel de douanecontrole wordt uitgeoefend. De wijze waarop het toezicht dan wel de douanecontrole wordt uitgeoefend kan inhouden dat de toezichthouder onderscheidenlijk de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, op door Onze Minister vast te stellen tijdstippen en in door hem vast te stellen gevallen, onderzoek doet naar de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en in daarbij aan te geven gevallen rapporteert aan door Onze Minister aan te wijzen personen of instanties. -**4.** Bij de taakverdeling, bedoeld in het derde lid, kan tevens worden bepaald op welke wijze het toezicht dan wel de douanecontrole wordt uitgeoefend. De wijze waarop het toezicht dan wel de douanecontrole wordt uitgeoefend kan inhouden dat de toezichthouder onderscheidenlijk de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, op door Onze Minister vast te stellen tijdstippen en in door hem vast te stellen gevallen, onderzoek doet naar de naleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels en in daarbij aan te geven gevallen rapporteert aan door Onze Minister aan te wijzen personen of instanties. +**4.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*. -**5.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*. - -**6.** De minister die op grond van artikel 21c bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, komt de bevoegdheid toe, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, voor zover het betreft de bij die maatregel aangewezen waren en voor zover die waren in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt. In het geval op grond van artikel 21c een ander bestuursorgaan is aangewezen, kan in afwijking van het eerste lid bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat door een andere minister dan Onze Minister ten aanzien van de waren, bedoeld in de eerste volzin, de onder dat bestuursorgaan ressorterende ambtenaren met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 21b worden belast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing. +**5.** De minister die op grond van artikel 21c bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, komt de bevoegdheid toe, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, voor zover het betreft de bij die maatregel aangewezen waren en voor zover die waren in de particuliere sfeer kunnen worden gebruikt. In het geval op grond van artikel 21c een ander bestuursorgaan is aangewezen, kan in afwijking van het eerste lid bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat door een andere minister dan Onze Minister ten aanzien van de waren, bedoeld in de eerste volzin, de onder dat bestuursorgaan ressorterende ambtenaren met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 21b worden belast. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 25a @@ -417,7 +409,7 @@ b. de bij besluit van Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van L **3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de organisatie, werkwijze, statuten, reglementen en de benoeming van bestuurders van de rechtspersoon alsmede met betrekking tot de kosten van het toezicht, bedoeld in het eerste lid. -**4.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze betrokken Ministers nadere regels stellen over de taakverdeling tussen de ambtenaren, behorende tot de onderscheidene in artikel 25, eerste en tweede lid bedoelde categorieën, en de personen, bedoeld in het eerste lid. +**4.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze betrokken Ministers nadere regels stellen over de taakverdeling tussen de ambtenaren, behorende tot de onderscheidene in artikel 25, eerste lid bedoelde categorieën, en de personen, bedoeld in het eerste lid. **5.** Onze Minister kan personen als bedoeld in het eerste lid, aanwijzingen geven over de wijze waarop zij het toezicht uitoefenen. @@ -487,7 +479,7 @@ c. de bij artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde v ### Artikel 32a -**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1a, 4 tot en met 7, 8 tot en met 11, 13 tot en met 20, 21b, 22, 24, 26, 27, eerste lid, laatste volzin, en derde lid, 31, 32c of 32k. +**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1a, 4 tot en met 7, 8 tot en met 11, 13 tot en met 20, 21b, 24, 26, 27, eerste lid, laatste volzin, en derde lid, 31, 32c of 32k. **2.** De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste € 4 500 bedraagt.