From 92eb80fd8996c856da71ff9701b7b9897f3d24c8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2026 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2026-01-01 | BWBR0020078 | Wet marktordening gezondheidszorg --- .../BWBR0020078/README.md | 346 ++++++++++++------ 1 file changed, 233 insertions(+), 113 deletions(-) diff --git a/wet/wet-marktordening-gezondheidszorg/BWBR0020078/README.md b/wet/wet-marktordening-gezondheidszorg/BWBR0020078/README.md index fba28a809cd..c5870d1ebea 100644 --- a/wet/wet-marktordening-gezondheidszorg/BWBR0020078/README.md +++ b/wet/wet-marktordening-gezondheidszorg/BWBR0020078/README.md @@ -53,11 +53,16 @@ s. socialezekerheidsverordening: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees t. toepassingsverordening: Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284); u. orgaan van de woonplaats: rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de woonplaats in de zin van de socialezekerheidsverordening of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is; v. orgaan van de verblijfplaats: rechtspersoon die door Onze Minister is aangewezen als orgaan van de verblijfplaats in de zin van de socialezekerheidsverordening of, voor zover het zorg betreft, een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is; -w. bevoegd orgaan: rechtspersoon, niet zijnde het CAK, die door Onze Minister is aangewezen voor bepaalde taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet. +w. bevoegd orgaan: rechtspersoon, niet zijnde het CAK, die door Onze Minister is aangewezen voor bepaalde taken van bevoegd orgaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder iii, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) en in verdragen inzake sociale zekerheid ten behoeve van personen bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet; +x. jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregel, jeugdreclassering, jeugdhulpaanbieder, gecertificeerde instelling: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Jeugdwet; +y. Jeugdregio: Jeugdregio als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, van de Jeugdwet; +z. college: college van burgemeester en wethouders. **2.** Onder zorg bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt mede begrepen forensische zorg als omschreven in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg. -**3.** Voor de toepassing van deze wet wordt, voor zover het betreft de inkoop van forensische zorg, Onze Minister van Veiligheid en Justitie met een ziektekostenverzekeraar gelijkgesteld. +**3.** Voor de toepassing van deze wet wordt, voor zover het betreft de inkoop van forensische zorg, Onze Minister van Justitie en Veiligheid met een ziektekostenverzekeraar gelijkgesteld. + +**4.** Voor de toepassing van deze wet wordt jeugdhulp niet als zorg beschouwd. ### Artikel 2 @@ -65,16 +70,14 @@ w. bevoegd orgaan: rechtspersoon, niet zijnde het CAK, die door Onze Minister is **2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een vorm van zorg dan wel een categorie van zorgaanbieders of geen rechtspersoonlijkheid bezittende organisatorische verbanden van zorgaanbieders worden uitgezonderd van deze wet of een deel daarvan. -**3.** Deze wet is niet van toepassing op een zorgaanbieder voor zover deze jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet aanbiedt. - -**4.** +**3.** Deze wet niet is van toepassing op: a. aanbieders als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. derden van wie een cliënt, aan wie een persoongebonden budget in de zin van die wet is verstrekt, de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren betrekt. -**5.** Voor zover een rechtspersoon handelt als het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan wordt deze voor de toepassing van deze wet niet aangemerkt als een ziektekostenverzekeraar. +**4.** Voor zover een rechtspersoon handelt als het orgaan van de woonplaats, het orgaan van de verblijfplaats of het bevoegd orgaan wordt deze voor de toepassing van deze wet niet aangemerkt als een ziektekostenverzekeraar. ## Hoofdstuk 2. De Nederlandse Zorgautoriteit @@ -127,9 +130,9 @@ b. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze wet bevoegd is be **2.** Onze Minister kan in een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, bepalen dat de zorgautoriteit ambtshalve een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b of c, of een prestatiebeschrijving vaststelt. -**3.** Onze Minister geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voorzover deze betreft de forensische zorg in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie. +**3.** Onze Minister geeft een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid voorzover deze betreft de forensische zorg in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid. -**4.** Een aanwijzing heeft geen betrekking op een individuele zorgaanbieder, ziektekostenverzekeraar of consument. +**4.** Een aanwijzing heeft geen betrekking op een individuele zorgaanbieder, ziektekostenverzekeraar, jeugdhulpaanbieder, gecertificeerde instelling, Jeugdregio of consument, of een individueel college. ### Artikel 8 @@ -171,7 +174,7 @@ Vervallen ### Artikel 14 -**1.** Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. +**1.** Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Voor zover het werkprogramma in de Jeugdwet geregelde taken of forensische zorg als omschreven in artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg betreft, behoeft het tevens de goedkeuring van Onze Minister van Justitie en Veiligheid. **2.** @@ -207,10 +210,10 @@ d. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zel De zorgautoriteit is belast met: -a. markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering, op het terrein van de gezondheidszorg; +a. markttoezicht, marktontwikkeling en tarief- en prestatieregulering, op het terrein van de zorg; b. toezicht op de rechtmatige uitvoering door de zorgverzekeraars van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet is geregeld, met uitzondering van de artikelen 28a, eerste tot en met vijfde lid, 28b, vijfde tot en met zevende lid, en artikel 28c, eerste, tweede, vijfde tot en met zevende lid; c. toezicht op de rechtmatige afrekening van de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32 tot en met 34 van de Zorgverzekeringswet, nadat een verzekeraar opgehouden is zorgverzekeringen uit te voeren; -d. toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering door de Wlz-uitvoerders en het CAK, van hetgeen bij of krachtens de Wet langdurige zorg en de artikelen 91, tweede lid, tweede volzin, 123 en 124 van de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld; +d. toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering door de Wlz-uitvoerders en het CAK, van hetgeen bij of krachtens de Wet langdurige zorg en de artikelen 91, derde lid, tweede zin, 123 en 124 van de Wet financiering sociale verzekeringen is geregeld, en de uitvoering van artikel 91a van die wet; e. toezicht op de uitvoering van de artikelen 40a tot en met 43; f. toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering door het CAK van hetgeen bij of krachtens artikel 2.1.4b van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is geregeld; g. de taak, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel a, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg; @@ -220,13 +223,16 @@ j. vervallen; k. toezicht op de rechtmatige uitvoering door de organen van de woonplaats en van de verblijfplaats van hetgeen is geregeld bij of krachtens artikel 123 van de Zorgverzekeringswet alsmede, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is; l. toezicht op de rechtmatige uitvoering door het bevoegd orgaan van hetgeen is geregeld bij of krachtens, voor zover het zorg betreft, de socialezekerheidsverordening, de toepassingsverordening en de verdragen inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is; m. toezicht op de rechtmatige uitvoering door het CAK van hetgeen bij of krachtens de Zorgverzekeringswet, met uitzondering van de artikelen 69a, 69b, 70 en 122a van die wet, en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet is geregeld alsmede van de taken, bedoeld in artikel 6.1.2, onderdeel l, van de Wet langdurige zorg; -n. toezicht op de naleving van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen; n. het verrichten van de analyse, bedoeld in artikel 11c, tweede lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg; -o. toezicht op de naleving van artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. +o. toezicht op de naleving van artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen; +p. toezicht op de naleving van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen; +q. het toezicht op de naleving door de ziektekostenverzekeraar van artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg; +r. de taken die haar op grond van hoofdstuk 9a van de Jeugdwet zijn toebedeeld; +s. het informeren, bedoeld in artikel 49e, zesde lid. ### Artikel 16a -De zorgautoriteit is tevens belast met toezicht op de naleving door de ziektekostenverzekeraar van artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. +Vervallen ### Artikel 17 @@ -243,10 +249,13 @@ f. het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, b g. het College sanering; h. de FIOD-ECD; i. het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie; -j. de Autoriteit persoonsgegevens en +j. de Autoriteit persoonsgegevens; k. Onze Minister, voor zo ver het betreft het toezicht op het CAK; l. het CAK; -m. de Inspectie Justitie en Veiligheid. +m. de Inspectie Justitie en Veiligheid; +n. de Nederlandse Arbeidsinspectie; +o. de Inspectie van het Onderwijs; en +p. Onze Minister of Onze Minister van Justitie en Veiligheid, voor zover het betreft de werkzaamheden na een signaal als bedoeld in artikel 9a.3, vierde lid, van de Jeugdwet. **2.** De afspraken houden in ieder geval in dat een bestuursorgaan aan derden geen informatie vraagt indien een van de andere genoemde bestuursorganen de benodigde informatie kan verstrekken. @@ -264,7 +273,7 @@ m. de Inspectie Justitie en Veiligheid. ### Artikel 19 -**1.** De zorgautoriteit volgt het oordeel van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd over de kwaliteit van het handelen van zorgaanbieders. +**1.** De zorgautoriteit volgt het oordeel van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd over de kwaliteit van het handelen van zorgaanbieders, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, met dien verstande dat zij het oordeel van de inspectie, bedoeld in artikel 9.1, tweede lid, van de Jeugdwet volgt voor zover het de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen als bedoeld in artikel 1.1 van die wet betreft. **2.** De zorgautoriteit volgt het oordeel van de Inspectie Justitie en Veiligheid over beveiligingsaspecten van forensische zorg. @@ -301,21 +310,17 @@ b. de beschikkingen met betrekking tot tarieven en prestatiebeschrijvingen. ### Artikel 22 -**1.** Onze Minister verstrekt desgevraagd aan de zorgautoriteit de voor de uitoefening van haar taak benodigde gegevens en inlichtingen. +**1.** Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid enerzijds en de zorgautoriteit anderzijds verstrekken elkaar desgevraagd de gegevens en inlichtingen die zij voor de uitoefening van hun taken nodig hebben. -**2.** Onze Minister en de zorgautoriteit stellen gezamenlijk een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en procedurele afspraken met betrekking tot de verstrekking van informatie, bedoeld in het eerste lid alsmede in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. +**2.** Onze Minister, Onze Minister van Justitie en Veiligheid en de zorgautoriteit stellen gezamenlijk een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en procedurele afspraken met betrekking tot de verstrekking van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid, waaronder de inlichtingen, bedoeld in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. -**3.** De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid alsmede in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, hebben geen betrekking op medische persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60. +**3.** De gegevens en inlichtingen hebben geen betrekking op medische persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60. + +**4.** De gegevens en inlichtingen die door de zorgautoriteit aan Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden verstrekt, hebben geen betrekking op de bedrijfsvoering van zorgaanbieders die forensische zorg leveren of kunnen leveren, indien verstrekking van die gegevens een onevenredige inbreuk maakt op hun onderhandelingspositie bij het overeenkomen van de levering van die zorg. ### Artikel 22a -**1.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie verstrekt desgevraagd aan de zorgautoriteit de voor de uitoefening van haar taak benodigde gegevens en inlichtingen. - -**2.** Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt in overeenstemming met Onze Minister een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en procedurele afspraken met betrekking tot de verstrekking van informatie, bedoeld in het eerste lid alsmede in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. - -**3.** De gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid alsmede in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, hebben geen betrekking op de medische persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60. - -**4.** De gegevens en inlichtingen bedoeld in artikel 20 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, hebben geen betrekking op de bedrijfsvoering van zorgaanbieders die forensische zorg leveren of kunnen leveren en die een onevenredige inbreuk maken op hun onderhandelingspositie bij het overeenkomen van de levering van die zorg. +Vervallen ### Artikel 23 @@ -407,7 +412,8 @@ De zorgautoriteit kan regels stellen met betrekking tot: a. de controle door de Wlz-uitvoerders en, voor zover betrekking hebbend op de uitvoering van de in artikel 6.1.2, onderdelen a, b, c en l, van de Wet langdurige zorg bedoelde taken, door het CAK, b. de wijze waarop een Wlz-uitvoerder zijn financieel verslag, bedoeld in artikel 4.3.1 van die wet of zijn uitvoeringsverslag, bedoeld in artikel 4.3.2 van die wet, inricht, c. de inhoud en inrichting van de verklaring en van het accountantsverslag, bedoeld in artikel 4.3.1 van de Wet langdurige zorg; -d. de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in artikel 4.3.2 van de Wet langdurige zorg. +d. de toepassing van artikel 4.3.1, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, door Wlz-uitvoerders; +e. de inhoud en inrichting van het accountantsverslag, bedoeld in artikel 4.3.2 van de Wet langdurige zorg. ### Paragraaf 3.4. Toezicht socialezekerheidsverordening @@ -468,7 +474,7 @@ e. de onderbouwing en ontwikkeling van kosten en prijzen, mede in relatie tot de ### Artikel 33 -De zorgautoriteit kan haar bevindingen op grond van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, openbaar maken, met uitzondering van gegevens en inlichtingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. +Vervallen ### Paragraaf 4.2. Algemene verplichtingen van zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars @@ -848,9 +854,29 @@ e. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd een onderzoek doet naar de kwaliteit va ### Artikel 49e -**1.** Onze Minister stelt voor ieder kalenderjaar het bedrag vast dat in dat kalenderjaar beschikbaar is voor het verlenen van zorg als bedoeld in de artikelen 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 van de Wet langdurige zorg. +**1.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling het voor een kalenderjaar beschikbare bedrag vast voor zorg in natura als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, de verstrekking van persoonsgebonden budgetten als bedoeld in dat artikel en voor overige uitvoeringskosten. -**2.** Ten behoeve van het voor zorg in natura vaststellen van tarieven als bedoeld in artikel 50, eerste lid, en van bedragen als bedoeld in artikel 56b, alsmede ten behoeve van het verstrekken van persoonsgebonden budgetten als bedoeld in de Wet langdurig zorg, verdeelt de zorgautoriteit het bedrag, bedoeld in het eerste lid, over de regio’s, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van laatstgenoemde wet. +**2.** In een op grond van het eerste lid vastgestelde regeling zijn ten hoogste vijf nog aan te vangen kalenderjaren vermeld. + +**3.** + +Onze Minister verdeelt bij de op grond van het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling het voor een kalenderjaar beschikbare bedrag in: + +a. een bedrag voor zorg in natura als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg waarbij bedragen bestemd kunnen worden voor specifieke doeleinden; +b. een bedrag voor de verstrekking van persoonsgebonden budgetten als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg; en +c. een bedrag voor overige uitvoeringskosten. + +**4.** Onze Minister verlaagt het bedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel a of b, niet ter verhoging van het bedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel c. + +**5.** Onze Minister verdeelt bij ministeriële regeling de voor een kalenderjaar beschikbare bedragen, bedoeld in het derde lid, onderdelen b en c, over de regio’s bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg. + +**6.** De zorgautoriteit informeert Onze Minister over voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid, relevante ontwikkelingen. + +**7.** De zorgautoriteit verdeelt het voor een kalenderjaar beschikbare bedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, over de zorgkantoorregio’s, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, ten behoeve van de vaststelling van tarieven als bedoeld in artikel 50, aanhef en onderdeel b, en van vereffeningbedragen als bedoeld in artikel 56b. + +**8.** De zorgautoriteit kan op aanvraag van de betrokken Wlz-uitvoerder een aan een regio als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, op grond van het zevende lid toebedeeld bedrag verlagen. + +**9.** Onze Minister respectievelijk de zorgautoriteit geeft toepassing aan het vijfde onderscheidenlijk zevende lid, over de nog aan te vangen kalenderjaren die in de regeling op grond van het eerste lid zijn vermeld. ### Artikel 50 @@ -876,9 +902,25 @@ d. een bandbreedtegrens. Voor onderscheiden delen van een prestatie of geheel van prestaties als bedoeld in artikel 57, derde lid, kunnen afzonderlijke grenzen en grenssoorten als bedoeld in de voorgaande volzin worden vastgesteld. -**3.** De zorgautoriteit kan aan de vaststelling van een tarief, een prestatiebeschrijving of een grens als bedoeld in de voorgaande leden voorschriften of beperkingen verbinden. +**3.** De zorgautoriteit stelt voor een zorgaanbieder, die in het kalenderjaar tot het verzekerde pakket van de Wet langdurige zorg behorende zorg heeft verleend en waarvoor de toepassing van het vierde lid, over dat kalenderjaar leidt tot een positief bedrag, op grond van het eerste lid aanhef en, onderdeel b, onder de naam «Wlz-sluittarief», een tarief voor een geheel van prestaties vast ter hoogte van dat bedrag. -**4.** De vaststelling van een tarief of een prestatiebeschrijving bevat in ieder geval voor zover van toepassing de onderwerpen, genoemd in artikel 54. +**4.** De zorgautoriteit bepaalt voor een zorgaanbieder als bedoeld in het derde lid het verschil van zijn op grond van het vijfde lid bepaalde aanvaardbare kosten en de van Wlz-uitvoerders verkregen opbrengsten aan tarieven voor prestaties voor de zorg, bedoeld in het derde lid, over het kalenderjaar. + +**5.** + +De zorgautoriteit bepaalt de aanvaardbare kosten van een zorgaanbieder op basis van: + +a. de door die zorgaanbieder geleverde zorg voor zover de zorgautoriteit die gelet op het aan de regio, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, op grond van artikel 49e, zevende lid, toegedeelde bedrag, in aanmerking neemt; en van +b. de door die aanbieder getroffen maatregelen: + +1°. die behoren tot door de zorgautoriteit voor de aanvaardbare kosten bij op grond van artikel 57, eerste lid, onderdeel b, vastgestelde beleidsregels aangewezen categorieën van maatregelen voor de tot het verzekerde pakket van de Wet langdurige zorg behorende zorg; +2°. die noodzakelijk zijn voor de verlening van de onder 1° bedoelde zorg; +3°. waarvan de kosten niet worden of zullen worden gedekt uit tarieven voor prestaties; en +4°. die de zorgautoriteit gelet op de op grond van artikel 57, eerste lid, onderdeel b, vastgestelde beleidsregels in aanmerking neemt. + +**6.** De zorgautoriteit kan aan de vaststelling van een tarief, een prestatiebeschrijving of een grens als bedoeld in de voorgaande leden voorschriften of beperkingen verbinden. + +**7.** De vaststelling van een tarief of een prestatiebeschrijving bevat in ieder geval voor zover van toepassing de onderwerpen, genoemd in artikel 54. ### Artikel 51 @@ -1020,6 +1062,8 @@ e. het uitoefenen van de bevoegdheid tot het vaststellen van bedragen als bedoel **4.** De beleidsregels kunnen inhouden dat deze alleen van toepassing zijn voor instellingen die zijn aangewezen op grond van artikel 8 van de Wet op bijzondere medische verrichtingen. +**5.** De op grond van het eerste lid, onderdeel b, vastgestelde beleidsregels kunnen voor wat betreft een maatregel als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, onderdeel b, inhouden dat de zorgautoriteit die alleen in aanmerking neemt op aanvraag van een zorgaanbieder en een Wlz-uitvoerder. + ### Artikel 58 **1.** Indien de zorgautoriteit in een beleidsregel als bedoeld in artikel 57 de mogelijkheid opneemt van een experiment, neemt zij de in dit artikel bedoelde bepalingen in acht. @@ -1050,16 +1094,23 @@ a. het toepassen van artikel 50, eerste lid, onderdeel a, b of c, indien voor de b. het wijzigen van een beleidsregel met betrekking tot de vaststelling van een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, b of c, in die zin dat de bij die beleidsregel betrokken prestatie onder een andere tariefsoort als bedoeld in die onderdelen komt te vallen; c. het vaststellen van een grens als bedoeld in artikel 50, tweede lid; d. het wijzigen van een beleidsregel met betrekking tot de vaststelling van een grens als bedoeld in de onderdelen van artikel 50, tweede lid, in die zin dat de in die beleidsregel genoemde grens onder een andere grenssoort als bedoeld in die onderdelen komt te vallen; -e. het vaststellen van een bedrag als bedoeld in artikel 56a en 56b; -f. een experiment als bedoeld in artikel 58. +e. het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven vast te stellen op grond van artikel 50, eerste lid, onderdeel a voor zover het categorieën van maatregelen als bedoeld in het, vijfde lid, onderdeel b, onder 1° van dat artikel betreft; +f. het vaststellen van een bedrag als bedoeld in artikel 56a en 56b; +g. een experiment als bedoeld in artikel 58. ## Hoofdstuk 5. Informatie +### Paragraaf 5.1. Informatie zorg + +### Artikel 59a + +Deze paragraaf geldt niet voor gegevens en inlichtingen, verband houdende met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, onderdeel r. + ### Artikel 60 **1.** -In dit hoofdstuk worden persoonsgegevens onderscheiden in: +In deze paragraaf worden persoonsgegevens onderscheiden in: a. identificerende persoonsgegevens, b. medische persoonsgegevens, @@ -1106,7 +1157,7 @@ b. de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zul ### Artikel 63 -De in dit hoofdstuk bedoelde gegevens en inlichtingen dienen volledig en naar waarheid te worden verstrekt. +De in deze paragraaf bedoelde gegevens en inlichtingen dienen volledig en naar waarheid te worden verstrekt. ### Artikel 64 @@ -1177,7 +1228,7 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde **2.** De zorgautoriteit is bevoegd alle gegevens en inlichtingen, die zij heeft verzameld op grond van alle haar daartoe ten dienste staande wettelijke bevoegdheden, te gebruiken voor alle aan haar opgedragen taken. -**3.** Bij het gebruik door de zorgautoriteit van informatie, gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde krachtens artikel 65 met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing. +**3.** Bij het gebruik door de zorgautoriteit van informatie, gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 65, 71b, tweede lid, 71c, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, en 71d, derde lid, met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 70 @@ -1193,12 +1244,96 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde ### Artikel 70a -Een ieder verstrekt op verzoek aan Onze Minister of aan een door Onze Minister aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 91 van de toepassingsverordening en artikel 20 van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PbEU 2011, L 88). +Een ieder verstrekt op verzoek aan Onze Minister of aan een door Onze Minister aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 91 van de toepassingsverordening en artikel 20 van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PbEU 2011, L 88). ### Artikel 71 De griffiers of secretarissen van de in de Wet op de rechterlijke organisatie bedoelde gerechten, van de Centrale Raad van Beroep, van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en van de tuchtcolleges, bedoeld in artikel 47, derde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, verstrekken aan Onze Minister, aan de zorgautoriteit, aan de FIOD-ECD of aan een krachtens artikel 72 aangewezen persoon vrij van alle kosten alle gegevens en uittreksels uit of afschriften van vonnissen, arresten, uitspraken, registers, en andere stukken, die ten behoeve van de uitvoering van deze wet van hen worden verlangd. +### Paragraaf 5.2. Informatie jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering + +### Artikel 71a + +Deze paragraaf geldt voor gegevens en inlichtingen, verband houdende met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, onderdeel r. + +### Artikel 71b + +**1.** Colleges, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en, indien het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering, verstrekken de zorgautoriteit gegevens en inlichtingen ter uitvoering van haar taak, bedoeld in artikel 9a.2 van de Jeugdwet. + +**2.** Bij ministeriële regeling bepalen Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid welke gegevens en inlichtingen op grond van het eerste lid verstrekt worden en of dat periodiek of incidenteel geschiedt. + +**3.** De gegevens, bedoeld in het tweede lid, kunnen persoonsgegevens betreffen, maar geen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening persoonsgegevens die betrekking hebben op jeugdigen als bedoeld in de Jeugdwet of hun ouders. + +### Artikel 71c + +**1.** Colleges, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en, indien het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering, verstrekken de zorgautoriteit desgevraagd de gegevens en inlichtingen die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken, bedoeld in hoofdstuk 9a van de Jeugdwet. + +**2.** + +Het eerste lid geldt ook voor: + +a. derden die werkzaamheden verrichten ten behoeve van de colleges, Jeugdregio’s, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen en, indien het om landelijk gecontracteerde of te contracteren jeugdhulp gaat, de door gemeenten gezamenlijk in stand gehouden landelijk werkende organisatie belast met de contractering, voor zover die werkzaamheden verband houden met de uitvoering van de Jeugdwet, en +b. rechtspersonen die samen met een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling deel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. + +**3.** + +Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing: + +a. op persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming die betrekking hebben op jeugdigen als bedoeld in de Jeugdwet of hun ouders; +b. op gegevens en inlichtingen die de betrokkene reeds aan een ander bestuursorgaan heeft verstrekt en die door dat bestuursorgaan aan de zorgautoriteit verstrekt kunnen worden. + +**4.** Het eerste lid en het tweede lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op bij een gemeente, Jeugdregio of ten behoeve van een gemeente of Jeugdregio bij een derde berustende gegevens en inlichtingen waarvoor op grond van een belang als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet open overheid geheimhouding is opgelegd. Geheimhouding als bedoeld in de vorige zin wordt opgelegd door de het college, de gemeenteraad, de burgemeester, een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet, een bestuur van een Jeugdregio of, indien een commissie van een Jeugdregio is belast met de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de Jeugdwet, door die commissie. + +**5.** Ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 4.5.1 en 4.5.2 van de Jeugdwet is de zorgautoriteit bevoegd persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming te verwerken. + +### Artikel 71d + +**1.** + +In afwijking van artikel 71c, derde lid, onderdeel a, verstrekken de colleges de zorgautoriteit desgevraagd de persoonsgegevens van jeugdigen als bedoeld in de Jeugdwet en hun ouders die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak, bedoeld in artikel 9a.1 van de Jeugdwet. Deze persoonsgegevens kunnen gegevens omvatten over: + +a. de gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming, uitsluitend voor zover het gegevens betreft over de inzet van een voorziening van jeugdhulp of van een opgelegde kinderbeschermingsmaatregel, en +b. persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, uitsluitend voor zover het gegevens betreft over de inzet van de opgelegde jeugdreclassering. + +**2.** De verstrekking van persoonsgegevens door de colleges aan de zorgautoriteit, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door tussenkomst van de Stichting Inlichtingenbureau. Indien de Stichting Inlichtingenbureau op grond van de eerste zin persoonsgegevens verwerkt, is het voor deze verwerking verwerkingsverantwoordelijke. + +**3.** Op de aan de zorgautoriteit te verstrekken persoonsgegevens is pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5, van de Algemene verordening gegevensbescherming toegepast die vervolgens onafgebroken is gecontinueerd. + +**4.** Bij ministeriële regeling bepalen Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid welke persoonsgegevens voor de zorgautoriteit noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar taak, bedoeld in artikel 9a.1 van de Jeugdwet en de daarvoor geldende maximale bewaartermijnen. + +### Artikel 71e + +**1.** De in deze paragraaf bedoelde gegevens en inlichtingen worden volledig en naar waarheid verstrekt. + +**2.** De zorgautoriteit is bevoegd de gegevens en inlichtingen die haar ter beschikking zijn gekomen bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, te gebruiken voor de uitvoering van alle taken die haar bij of krachtens de wet zijn opgedragen. + +**3.** Bij het gebruik door de zorgautoriteit van gegevens en inlichtingen als bedoeld in tweede lid is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 65, 71b, tweede lid, 71c, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, en 71d, derde lid, met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 71f + +**1.** De zorgautoriteit, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Inspectie van het onderwijs verstrekken elkaar de gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken. + +**2.** De zorgautoriteit verstrekt het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, en de FIOD-ECD de gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken. + +**3.** De zorgautoriteit verstrekt de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, het Centraal Planbureau, het Centraal bureau voor de statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau desgevraagd de gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken. + +**4.** Bij ministeriële regeling bepalen Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid welke categorieën persoonsgegevens de zorgautoriteit mag verstrekken aan de in dit artikel genoemde instanties ten behoeve van de uitoefening van hun wettelijke taken. + +**5.** Voor degene die op grond van het eerste tot en met derde lid gegevens en inlichtingen ontvangt, gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake geheimhouding van die gegevens en inlichtingen als voor degene die ze heeft verstrekt. + +**6.** + +De gegevens en inlichtingen als bedoeld in het tweede lid worden door de zorgautoriteit verstrekt mits: + +a. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd, en +b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij worden verstrekt. + +**7.** Het vijfde lid laat onverlet de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge artikel 7.34 van de Comptabiliteitswet 2016. De Algemene Rekenkamer is bij het doen van mededelingen, bedoeld in de artikelen 7.30, 7.34, negende lid, en 7.39 van de Comptabiliteitswet 2016 verplicht tot geheimhouding, voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die haar ingevolge de eerste volzin bekend zijn geworden. + +### Artikel 71g + +De griffiers of secretarissen van de in de Wet op de rechterlijke organisatie bedoelde gerechten, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven verstrekken aan de zorgautoriteit, aan de FIOD-ECD of aan een krachtens artikel 72 aangewezen persoon vrij van alle kosten alle gegevens en uittreksels uit of afschriften van vonnissen, arresten, uitspraken, registers en andere bij deze rechterlijke colleges berustende stukken die ten behoeve van de uitvoering van hoofdstuk 9a van de Jeugdwet in verbinding met deze wet van hen worden verlangd. + ## Hoofdstuk 6. Handhaving ### Paragraaf 6.1. Algemeen @@ -1207,7 +1342,7 @@ De griffiers of secretarissen van de in de Wet op de rechterlijke organisatie be **1.** -Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en met het in de artikelen 16 en 16a bedoelde toezicht, zijn belast: +Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en met het in artikel 16 bedoelde toezicht, zijn belast: a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren; b. de bij besluit van de zorgautoriteit aangewezen medewerkers van de zorgautoriteit; @@ -1223,7 +1358,7 @@ Degenen die ingevolge artikel 72 belast zijn met toezicht op de naleving en dege ### Artikel 74 -De zorgautoriteit heeft een meldpunt voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde. +De zorgautoriteit heeft een meldpunt voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde en van meldingen als bedoeld in artikel 9a.2, tweede lid, onderdeel a, van de Jeugdwet. ### Artikel 75 @@ -1255,7 +1390,7 @@ De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder h, ### Artikel 78c -**1.** De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16a, een aanwijzing geven aan een ziektekostenverzekeraar die niet voldoet aan artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. +**1.** De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel q, een aanwijzing geven aan een ziektekostenverzekeraar die niet voldoet aan artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg. **2.** De zorgautoriteit doet van een aanwijzing mededeling aan de verzekerden en verzekeringnemers van wie de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat hun ziektekostenverzekeraar zich via een elektronisch uitwisselingssysteem toegang tot hun gegevens heeft verschaft. @@ -1269,98 +1404,61 @@ De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder m, ### Artikel 78f -De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder n, een aanwijzing geven aan een instelling als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen die niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 5 van die wet. +De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onder p, een aanwijzing geven aan een instelling als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen die niet voldoet aan het bepaalde bij artikel 5 van die wet. ### Artikel 78g De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel o, een aanwijzing geven aan een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, erop gericht dat aan de naleving van het in dat onderdeel genoemde artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen wordt voldaan. +### Artikel 78h + +De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, een aanwijzing geven aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens: + +a. de artikelen 71b of 71c van deze wet of artikel 9a.2, vierde lid, van de Jeugdwet; +b. artikel 9a.3, tweede lid, van de Jeugdwet; of +c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. + ### Artikel 79 -**1.** De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78g omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht. +**1.** De zorgautoriteit geeft geen aanwijzing als bedoeld in de artikelen 76 tot en met 78h omtrent de beoordeling of behandeling van individuele gevallen door degene tot wie de aanwijzing is gericht. **2.** Bij de aanwijzing stelt de zorgautoriteit een termijn waarbinnen de betrokkene aan de aanwijzing voldoet. +**3.** In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 3.1, derde lid, en 3.3, vijfde lid, onderdeel h, van de Wet open overheid, is de zorgautoriteit niet gehouden een belanghebbende die naar verwachting bedenkingen zal hebben tegen openbaarmaking van een op grond van deze wet gegeven aanwijzing, in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van hem geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. + +**4.** De zorgautoriteit maakt een op grond van deze wet gegeven aanwijzing, onverminderd het bepaalde in artikel 3.3, vijfde lid, onderdeel i, van de Wet open overheid, niet eerder uit eigen beweging openbaar dan nadat vijf werkdagen na de mededeling, bedoeld in artikel 3.1, vierde lid, van die wet, zijn verstreken. + +**5.** Indien een belanghebbende die bedenkingen heeft tegen openbaarmaking van een aanwijzing, verzoekt een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen, wordt de werking van de op grond van artikel 3.1, vierde lid, van de Wet open overheid, met een besluit gelijkgestelde mededeling over die openbaarmaking, opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter. + +**6.** Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt, de positie van de verzekeraars op die markt, het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of zorginkoopmarkt, de positie van zorgaanbieders op die markt of het belang van een toereikend aanbod van jeugdhulp of gecertificeerde instellingen geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit in afwijking van het vierde en vijfde lid en van de artikelen 3.1, derde lid, en 3.3, vijfde lid, onderdelen h en i, van de Wet open overheid, een op grond van deze wet gegeven aanwijzing onverwijld uit eigen beweging openbaar maken. + +**7.** Indien de belanghebbende tot wie een openbaar gemaakte aanwijzing is gericht, aan die aanwijzing voldoet, maakt de zorgautoriteit dat feit uit eigen beweging openbaar. + +**8.** Indien een zorgaanbieder niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan een krachtens artikel 76, tweede lid, gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd het bedrag, bedoeld in dat lid, in te vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 80 -**1.** - -Indien een zorgverzekeraar, een verzekeraar als bedoeld in artikel 77, het CAK dan wel een Wlz-uitvoerder, hierna te noemen: betrokkene, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan een krachtens artikel 77 onderscheidenlijk 78 gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd: - -a. een last onder bestuursdwang op te leggen, of -b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid: - -1°. dat de betrokkene verzekeringen als zorgverzekering aanbiedt of uitvoert die niet aan het bij of krachtens de Zorgverzekeringswet geregelde voldoen; -2°. dat de zorgverzekeraar dan wel de Wlz-uitvoerder in strijd handelt met een of meer door de zorgautoriteit genoemde, bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg geregelde bepalingen; -3°. dat aan de betrokkene een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd. - -**2.** De zorgautoriteit stelt, indien zij voornemens is een feit ter openbare kennis te brengen, de betrokkene daarvan in kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. - -**3.** In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is de zorgautoriteit niet gehouden de betrokkene in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van de betrokkene geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. - -**4.** De beschikking om een feit ter openbare kennis te brengen, vermeldt in ieder geval het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht alsmede de wijze en de termijn waarop dit zal geschieden. - -**5.** Het ter openbare kennis brengen geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, aan de betrokkene. - -**6.** Indien de betrokkene verzoekt een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen, wordt de werking van de beschikking opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter. - -**7.** Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt of de positie van de verzekeraars op die markt geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit, in afwijking van het tweede tot en met zesde lid, het feit onverwijld ter openbare kennis brengen. - -**8.** Indien de betrokkene na een publicatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, alsnog voldoet aan de aanwijzing, doet de zorgautoriteit hiervan op dezelfde wijze mededeling als bij de voorafgaande publicatie. +Vervallen ### Artikel 81 -**1.** - -Indien een zorgaanbieder of een ziektekostenverzekeraar, voorzover niet in een geval als bedoeld in artikel 80, eerste lid, hierna te noemen: betrokkene, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, aan een krachtens artikel 76 of 78c gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd: - -a. een last onder bestuursdwang op te leggen, -b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid: - -1°. dat de betrokkene in strijd handelt met een of meer door de zorgautoriteit genoemde, bij of krachtens deze wet geregelde bepalingen; -2°. dat aan de betrokkene een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete is opgelegd, of -c. het bedrag, bedoeld in artikel 76, tweede lid, in te vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Indien het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of zorginkoopmarkt of de positie van zorgaanbieders op die markt geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit het feit onverwijld ter openbare kennis brengen. - -**3.** Het tweede tot en met achtste lid van artikel 80 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste en tweede lid. +Vervallen ### Artikel 81a -**1.** - -Indien een zorgaanbieder niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan een krachtens artikel 78a gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd: - -- een last onder bestuursdwang op te leggen, of -- ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot de kennisgeving hebben geleid: - -1^e dat de zorgaanbieder in strijd handelt met artikel 11i, tweede lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg; - -2^e dat aan de zorgaanbieder een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom of bestuurlijke boete is opgelegd. - -**2.** Artikel 80, tweede tot en met zesde lid en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Indien het adequaat functioneren van de zorgverleningsmarkt of de positie van de zorgaanbieders op die markt geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit, in afwijking van het tweede lid juncto artikel 80, tweede tot en met zesde lid, het feit onverwijld ter openbare kennis brengen. +Vervallen ### Artikel 81b -**1.** - -Indien een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan een krachtens artikel 78g gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd: - -a. een last onder bestuursdwang op te leggen; of -b. ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot de kennisgeving hebben geleid: - -1°. dat de Regionale Ambulancevoorziening in strijd handelt met artikel 13 of het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen; -2°. dat aan de Regionale Ambulancevoorziening een aanwijzing is gegeven dan wel een last onder dwangsom is opgelegd. - -**2.** Artikel 80, tweede tot en met zesde lid en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. +Vervallen ### Paragraaf 6.3. Bestuursdwang en last onder dwangsom ### Artikel 82 -De zorgautoriteit is ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25, tweede lid, 31, 31a, tweede lid, 31c, 31d, eerste tot en met vierde lid, 35 tot en met 45, 48, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62, 68, 68a, 78f of 79, tweede lid, bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang dan wel het opleggen van een last onder dwangsom. +**1.** De zorgautoriteit is ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 25, tweede lid, 31, 31a, tweede lid, 31c, 31d, eerste tot en met vierde lid, 35 tot en met 45, 48, 49, 49a, 49c, derde lid, 49d, tweede lid, 61, 62, 68, 68a, of 78f, bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. + +**2.** De zorgautoriteit is bevoegd ter handhaving van een krachtens deze wet door haar gegeven aanwijzing indien de belanghebbende aan wie de aanwijzing is gegeven, niet de binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan die aanwijzing heeft voldaan, een last onder bestuursdwang op te leggen. ### Artikel 83 @@ -1382,6 +1480,14 @@ De zorgautoriteit kan een zorgaanbieder een last onder dwangsom opleggen ter zak De zorgautoriteit kan een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van artikel 13 en het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen. +### Artikel 84c + +De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, een last onder dwangsom opleggen aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens: + +a. de artikelen 71b of 71c van deze wet of artikel 9a.2, vierde lid, van de Jeugdwet; +b. artikel 9a.3, tweede lid, van de Jeugdwet; of +c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. + ### Paragraaf 6.4. Bestuurlijke boete ### Artikel 85 @@ -1444,7 +1550,15 @@ De zorgautoriteit kan een Regionale Ambulancevoorziening als bedoeld in artikel ### Artikel 93 -Vervallen +**1.** + +De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16, onderdeel r, een bestuurlijke boete opleggen aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens: + +a. de artikelen 71b of 71c van deze wet of artikel 9a.2, vierde lid, van de Jeugdwet; +b. artikel 9a.3, tweede lid, van de Jeugdwet; of +c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. + +**2.** De bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste € 500.000. ### Artikel 94 @@ -1490,21 +1604,27 @@ Vervallen ### Artikel 104 -**1.** De zorgautoriteit draagt het op grond van artikel 81, eerste lid, onderdeel c, ingevorderde bedrag af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg. +**1.** De zorgautoriteit draagt het op grond van artikel 79, achtste lid, ingevorderde bedrag af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg. -**2.** De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 82 en 85 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan ’s Rijks kas. +**2.** De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 82, 84c, 85 of 93 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan ’s Rijks kas. **3.** De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 83 en 86 tot en met 89 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds. **4.** De zorgautoriteit draagt de op grond van artikel 84 ingevorderde dwangsommen af aan het Fonds langdurige zorg. -**5.** De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 81a, 84a en 90 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. +**5.** De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 84a en 90 ingevorderde dwangsommen en bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg. ### Paragraaf 6.6. Rechtsbescherming ### Artikel 105 -Met betrekking tot besluiten waarbij consumenten of patiënten belanghebbend kunnen zijn, worden voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, op landelijk niveau werkzame consumenten- en patiëntenorganisaties als belanghebbenden aangemerkt. +**1.** Met betrekking tot besluiten waarbij consumenten, patiënten of cliënten belanghebbend kunnen zijn, worden voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, op landelijk niveau werkzame consumenten-, patiënten- en cliëntenorganisaties als belanghebbenden aangemerkt. + +**2.** De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een op grond van artikel 49, zevende lid, vastgesteld bedrag dat de zorgautoriteit heeft toegepast op een beschikking op grond van artikel 50, eerste lid, anders dan de vaststelling van een Wlz-sluittarief als bedoeld in het derde lid van dat artikel, vangt aan met ingang van de dag na die waarop die beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. + +**3.** De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een op grond van artikel 49e, zevende lid, vastgesteld bedrag dat de zorgautoriteit nog niet heeft toegepast op een beschikking op grond van artikel 50, eerste lid, vangt aan met ingang van 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de vaststelling van dat bedrag op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. + +**4.** Een onherroepelijk vaststaand bedrag als bedoeld artikel 49e, zevende lid, blijft onherroepelijk tenzij de zorgautoriteit dit wijzigt. ### Artikel 106