2020-01-22 | BWBR0031665 | Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-22 12:00:00 +00:00
parent 9ee320b38c
commit 92f0b73488

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen
bwb_id: BWBR0031665
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2012-07-01'
datum_inwerkingtreding: '2020-01-13'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0031665
citeertitel: Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellingen
---
@ -14,12 +14,12 @@ citeertitel: Beleidsregel financiële sancties bij bekostigde onderwijsinstellin
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. *de minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
b. *onderwijsinstelling:* instelling of school in de zin van een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet op het onderwijstoezicht, waar onderwijs wordt verzorgd.
a. *minister:* minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. *onderwijsinstelling:* instelling of school in de zin van een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet op het onderwijstoezicht, waar onderwijs wordt verzorgd.
### Artikel 2
Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostigde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 164 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146 van de Wet op de expertisecentra, artikel 104 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de artikelen 4:46, 4:48, 4:49, 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.
Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostigde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen gebruik maakt van zijn bevoegdheden, bedoeld in artikel 164 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 146 van de Wet op de expertisecentra, artikel 104 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 11.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de artikelen 4:46, 4:48, 4:49, 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 3
@ -37,21 +37,25 @@ Deze beleidsregel regelt de wijze waarop de minister ten aanzien van de bekostig
**2.** Indien het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling drie maanden na het besluit tot opschorting, bedoeld in het eerste lid, nog steeds in verzuim is, houdt de minister maandelijks 15 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende studie-, school- of kalenderjaar in.
**3.** Onverminderd artikel 5, kan de minister bij het stelselmatig niet naleven van wettelijke voorschriften een hoger percentage van opschorting of inhouding toepassen.
**3.** Onverminderd artikel 5, kan de minister bij het stelselmatig niet naleven van wettelijke voorschriften een hoger percentage van opschorting of inhouding toepassen.
### Artikel 5
**1.** Indien het betreft het niet naleven van wettelijke voorschriften die de onderwijskwaliteit betreffen en het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling na een volgende periode van drie maanden na het besluit tot inhouding, bedoeld in artikel 4, tweede lid, nog steeds in verzuim is, houdt de minister maandelijks 30 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende studie-, school- of kalenderjaar in.
**1.** Indien het betreft het niet naleven van wettelijke voorschriften die de onderwijskwaliteit betreffen en het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling na een volgende periode van drie maanden na het besluit tot inhouding, bedoeld in artikel 4, tweede lid, nog steeds in verzuim is, houdt de minister maandelijks 30 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende studie-, school- of kalenderjaar in.
**2.** Indien het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling na de toepassing van het eerste lid, alsnog blijft volharden in niet naleving van de voorschriften, houdt de minister maandelijks 100 procent van een twaalfde deel van de bekostiging voor het desbetreffende studie-, school- of kalenderjaar in.
### Artikel 5a
In afwijking van de artikelen 4 en 5 kan de minister de bekostiging meteen geheel inhouden indien het bevoegd gezag of de raad van toezicht niet voldoet aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 163b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 145a van de Wet op de expertisecentra, artikel 103g van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 9.1.4a van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 9.9a, 10.3e of 11.7a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
### Artikel 6
De minister neemt een besluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, nadat het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling een redelijke termijn heeft gekregen om de tekortkoming te herstellen.
De minister neemt een besluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, nadat het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling een redelijke termijn heeft gekregen om de tekortkoming te herstellen.
### Artikel 7
De voorschriften, bedoeld in deze beleidsregel, laten onverlet de bevoegdheid van de minister om bekostiging of subsidie te weigeren op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorschriften, bedoeld in deze beleidsregel, laten onverlet de bevoegdheid van de minister om bekostiging of subsidie te weigeren op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.
### Artikel 8