2004-03-23 | BWBR0001860 | Faillissementswet

This commit is contained in:
Coornhert 2004-03-23 12:00:00 +00:00
parent 58fe788b23
commit 93338d61e3

View file

@ -1679,21 +1679,269 @@ Ingeval een insolventieprocedure wordt geopend tegen een instelling, worden de r
Wanneer, in verband met deelname aan het systeem, ten behoeve van een deelnemer of een centrale bank, dan wel ten behoeve van een derde die namens een deelnemer of een centrale bank optreedt, een goederenrechtelijk zekerheidsrecht is gevestigd op effecten of op rechten ten aanzien van effecten, en deze effecten of rechten ten aanzien van effecten op grond van een wettelijke bepaling zijn opgenomen in een register, rekening of gecentraliseerd effectendepot dat zich bevindt in een lidstaat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, wordt de bepaling van de rechten van die personen als houders van goederenrechtelijke zekerheidsrechten ten aanzien van deze effecten beheerst door het recht van die lidstaat, onderscheidenlijk die andere lidstaat.
### Afdeling 11B. Van het faillissement van een verzekeraar
#### Paragraaf 1. Definities
### Artikel 213
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
a. verzekeraar: de verzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993:
1. die in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 24 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, hem door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleend dan wel, indien hij zijn zetel in een andere lidstaat dan Nederland heeft van een daarmee overeenkomende vergunning, hem door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleend;
2. waarvan de vergunning, bedoeld onder 1, is ingetrokken of vervallen; of
3. die nimmer in het bezit is geweest van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleende vergunning dan wel, indien de verzekeraar zijn zetel in een andere lidstaat dan Nederland heeft, de verzekeraar met zetel in een andere lidstaat dan Nederland met een bijkantoor in Nederland, die nimmer in het bezit is geweest van een daarmee overeenkomende, door de toezichthoudende autoriteit van die lidstaat verleende vergunning.
b. overeenkomst van schadeverzekering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
c. overeenkomst van levensverzekering: een overeenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
d. schadeverzekeraar: een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
e. levensverzekeraar: een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;
f. zetel: de plaats waar de verzekeraar overeenkomstig zijn statuten zijn zetel heeft;
g. bijkantoor: elke duurzame aanwezigheid, met uitzondering van de zetel, van een verzekeraar op het grondgebied van een staat, ook indien er slechts sprake is van een bureau, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die gemachtigd is duurzaam voor de verzekeraar op te treden;
h. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat van de Europese Unie, die het te gelde maken van de activa van een verzekeraar en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van de administratieve of rechterlijke instanties van die lidstaat behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking, ongeacht of de procedure op insolventie berust en ongeacht of de procedure op eigen aangifte van de verzekeraar dan wel op verzoek van een ander is geopend;
i. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie of een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de op 2 mei 1992 tot stand gekomen overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132);
j. lidstaat van herkomst: de lidstaat waar de verzekeraar zijn zetel heeft;
k. bevoegde instanties: de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van liquidatieprocedures;
l. toezichthoudende autoriteit: de instantie die in een lidstaat bij of krachtens de wet met het toezicht op het verzekeringsbedrijf is belast;
m. curator: de curator of elke andere persoon of ander orgaan, aangewezen door de bevoegde instanties van een andere lidstaat dan Nederland of door een bestuursorgaan van de verzekeraar om de liquidatieprocedure uit te voeren;
n. vordering uit hoofde van verzekering: de uit een overeenkomst van verzekering voortvloeiende vordering, rechtstreeks op de verzekeraar;
o. noodregeling: de noodregeling, bedoeld in artikel 156 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
#### Paragraaf 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland
### Artikel 213a
**1.** Artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, is niet van toepassing op een verzekeraar die in een andere lidstaat dan Nederland zijn zetel heeft en daar een vergunning heeft verkregen.
**2.** Een verzekeraar die in een andere lidstaat dan Nederland zijn zetel heeft en daar een vergunning heeft verkregen, kan in Nederland niet in staat van faillissement worden verklaard.
### Artikel 213b
De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verzoek tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 169, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zonder tussenkomst van een procureur indienen.
### Artikel 213c
De Pensioen- & Verzekeringskamer zendt een afschrift van haar verzoekschrift aan de verzekeraar en geeft van de inhoud daarvan kennis aan:
a. indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht vanuit de vestigingen in de Europese Unie;
b. indien het een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie betreft, de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarheen hij diensten verricht vanuit een bijkantoor in Nederland en, indien een andere toezichthoudende autoriteit in de Europese Unie is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende autoriteit.
### Artikel 213d
**1.** Op een vordering of verzoek tot faillietverklaring van een verzekeraar, eigen aangifte daaronder begrepen, wordt niet beslist dan nadat de rechter de Pensioen- & Verzekeringskamer in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken.
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer trekt de vergunning van de verzekeraar in, indien deze op het tijdstip van faillietverklaring nog een vergunning heeft.
### Artikel 213e
**1.** Wanneer een verzoek tot het uitspreken van de noodregeling aanhangig is tegelijk met een verzoek tot faillietverklaring, wordt de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring geschorst totdat op het verzoek tot het uitspreken van de noodregeling is beschikt.
**2.** Indien de rechtbank de noodregeling uitspreekt, vervalt het verzoek tot faillietverklaring van rechtswege.
### Artikel 213f
**1.** Het uitspreken van de noodregeling heeft mede tot gevolg dat de verzekeraar slechts in staat van faillissement kan worden verklaard overeenkomstig artikel 169, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, alsmede dat de faillietverklaring wordt uitgesproken ongeacht of de verzekeraar verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
**2.** Het bepaalde in de eerste titel en artikel 362 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 213g
**1.** De griffier stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer onverwijld in kennis van de beslissing tot faillietverklaring.
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt onverwijld daarna de toezichthoudende autoriteiten van alle andere lidstaten in kennis van het vonnis tot faillietverklaring, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval.
### Artikel 213h
**1.** Onverminderd artikel 14, eerste lid, plaatst de curator een uittreksel van het vonnis tot faillietverklaring in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
**2.** In aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 14, vermeldt de curator dat het Nederlandse recht, behoudens uitzonderingen, van toepassing is.
### Artikel 213i
**1.** De curator geeft van het vonnis tot faillietverklaring onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis.
**2.** Nadat de beschikkingen, bedoeld in artikel 109, zijn gegeven, geeft de curator daarvan onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis. Deze kennisgeving betreft in ieder geval tevens de gevolgen van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel 1, de mededeling dat de vordering bij de curator moet worden ingediend, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of zakelijk zekerheidsrecht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de faillietverklaring voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en verplichtingen van de verzekerde en anderen in verband met de overeenkomst van verzekering.
### Artikel 213j
**1.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 213i, eerste lid, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat, die een vordering uit hoofde van verzekering heeft, geschiedt in een officiële taal van die lidstaat.
**2.** De kennisgeving, bedoeld in artikel 213i, eerste lid, aan een bekende schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat , die een andere vordering heeft dan de vordering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in het Nederlands met een formulier dat in alle officiële talen van de Unie het opschrift draagt «Oproep tot indiening van schuldvorderingen. Termijnen».
**3.** Elke schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering», onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering».
### Artikel 213k
**1.** De curator stelt alle bekende schuldeisers regelmatig op passende wijze in kennis van in ieder geval het verloop van de procedure.
**2.** De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten die zulks verzoeken in kennis van het verloop van de procedure.
### Artikel 213l
Indien de machtiging ingevolge artikel 169, derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 ophoudt van kracht te zijn, alsmede indien de faillietverklaring wordt uitgesproken binnen vier weken na het intrekken van de machtiging, gelden de volgende bepalingen:
a. het tijdstip waarop de termijnen, bedoeld in de artikelen 43 en 45, en in artikel 138, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, aanvangen, wordt berekend vanaf het tijdstip waarop de noodregeling is uitgesproken;
b. een beroep op verrekening kan in afwijking van artikel 53 slechts worden gedaan indien de vordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan voor het tijdstip waarop de beschikking, houdende het uitspreken van de noodregeling is gegeven, of voortvloeien uit een handeling voor dat tijdstip met de verzekeraar verricht;
c. handelingen, ingevolge artikel 161 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 door of namens de bewindvoerders, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel cc, verricht gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, worden beschouwd als handelingen van de curator, terwijl boedelschulden, gedurende die tijd ontstaan, ook in het faillissement als boedelschulden zullen gelden;
d. de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van de verzekeraar die in strijd met artikel 161, eerste en zesde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, zijn aangegaan gedurende de tijd dat de machtiging van kracht was, dan voor zover deze daardoor is gebaat;
e. vorderingen uit overeenkomsten van levensverzekering kunnen in afwijking van artikel 110, eerste lid, worden ingediend door overlegging van de polis of een afschrift daarvan, zonder dat het bedrag van de vordering behoeft te worden vermeld; voor zover de curator de vordering erkent, stelt hij de omvang daarvan vast;
f. voor zover niet reeds artikel 163a van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 tot volledige uitvoering is gekomen, is het bepaalde in titel I overigens van toepassing.
### Artikel 213m
**1.** In geval van een faillietverklaring op grond van deze afdeling worden de boedelschulden, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij omgeslagen over ieder deel van de boedel, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken. Onder boedelschulden vallen in ieder geval de kosten van inschrijving in een openbaar register in een andere lidstaat dan Nederland.
**2.**
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van faillissement van een schadeverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden;
b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar bij wie zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar is verschuldigd, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd;
f. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen a en e bedoelde schaden, ontstaan uit overeenkomsten van schadeverzekering;
g. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald.
**3.**
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden ingeval het faillissement van een levensverzekeraar de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde:
a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
d. de vorderingen uit hoofde van verzekering en rechten betreffende uitkeringen, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van levensverzekering;
e. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald.
**4.** Onder de vorderingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, e en f, en derde lid, onderdeel d, worden mede verstaan de vorderingen ter zake van uitkeringen krachtens lopende overeenkomsten van verzekering, ontstaan op of na de dag waarop de noodregeling is uitgesproken.
**5.** Vorderingen die niet worden genoemd in het tweede en derde lid, worden eerst dan voldaan indien de vorderingen, bedoeld in het tweede en derde lid zijn voldaan en indien vaststaat dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan, naar evenredigheid van elke vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
**6.** De in het vijfde lid bedoelde redenen van voorrang gelden zowel voor vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in Nederland als voor soortgelijke vorderingen van schuldeisers met gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat dan Nederland.
#### Paragraaf 3. Bepalingen van internationaal privaatrecht
### Artikel 213n
**1.** Een in een andere lidstaat van herkomst dan Nederland genomen beslissing tot opening van een liquidatieprocedure met betrekking tot een verzekeraar wordt van rechtswege erkend.
**2.** De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat van herkomst.
### Artikel 213o
De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure, de liquidatieprocedure zelf en de rechtsgevolgen van de liquidatieprocedure worden beheerst door het recht van de lidstaat van herkomst, tenzij de wet anders bepaalt.
### Artikel 213p
**1.** De beslissing tot opening van een liquidatieprocedure laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
**2.**
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder goederenrechtelijk recht in ieder geval verstaan:
a. het recht een goed te gelde te maken of te laten maken en te worden voldaan uit de opbrengst van of de inkomsten uit het goed, in het bijzonder op grond van een recht van pand of recht van hypotheek;
b. het uitsluitende recht een vordering te innen, in het bijzonder op grond van een pandrecht op de vordering of op grond van een cessie tot zekerheid van de vordering;
c. het recht om een goed van een ieder die het zonder recht houdt op te eisen, van dat goed afgifte te verlangen of van dat goed een ongestoord genot te verlangen;
d. het goederenrechtelijke recht om van een goed de vruchten te trekken.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt met een goederenrechtelijk recht gelijk gesteld het in een openbaar register ingeschreven recht tot verkrijging van een goederenrechtelijk recht als bedoeld in het eerste lid, dat aan derden kan worden tegengeworpen.
**4.**
Voor de toepassing van dit artikel is de lidstaat waar een goed zich bevindt:
a. met betrekking tot registergoederen en rechten op registergoederen:de lidstaat onder het gezag waarvan het desbetreffende register wordt gehouden;
b. met betrekking tot zaken, voor zover niet vallend onder onderdeel a: de lidstaat op het grondgebied waarvan de zaak zich bevindt;
c. met betrekking tot schuldvorderingen, de lidstaat op het grondgebied waarvan de derde-schuldenaar zijn statutaire zetel heeft.
### Artikel 213q
**1.** Ingeval de verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
**2.** Ingeval de verzekeraar een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot opening van een liquidatieprocedure geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de liquidatieprocedure de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.
**3.** Artikel 171c, vierde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 213r
Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de verzekeraar, laat de beslissing tot opening van de liquidatieprocedure de bedoelde bevoegdheid onverlet.
### Artikel 213s
De artikelen 213p tot en met 213r staan er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers welke van die rechtshandeling het gevolg is.
### Artikel 213t
In afwijking van artikel 213o worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor arbeidsovereenkomsten en andere rechtsverhoudingen ter zake van het verrichten van arbeid uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat op die overeenkomst of rechtsverhouding van toepassing is.
### Artikel 213u
In afwijking van artikel 213o worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor een overeenkomst die het recht geeft op het genot of de verkrijging van een onroerende zaak uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de onroerende zaak is gelegen.
### Artikel 213v
In afwijking van artikel 213o worden de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten van de verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden.
### Artikel 213w
**1.** In afwijking van artikel 213o worden, onverminderd artikel 213p, de gevolgen van een liquidatieprocedure voor de rechten en verplichtingen van deelnemers aan een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1, onder 13, van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141) uitsluitend beheerst door het recht dat op die markt van toepassing is.
**2.** Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat een vordering wordt ingesteld tot nietigheid, vernietiging of het niet kunnen worden tegengeworpen van een rechtshandeling wegens de benadeling van het geheel van schuldeisers die van die rechtshandeling het gevolg is.
### Artikel 213x
In afwijking van artikel 213o wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de verzekeraar na het tijdstip van opening van een liquidatieprocedure, waarmee hij beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen.
### Artikel 213ij
In afwijking van artikel 213o worden de gevolgen van de liquidatieprocedure voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is.
### Artikel 213z
Artikel 213o is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat:
a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst; en
b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast respectievelijk niet kan worden tegengeworpen.
### Artikel 213aa
**1.** Behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil heeft de curator uit een andere lidstaat van herkomst dan Nederland in Nederland de bevoegdheden die hij in de lidstaat van herkomst heeft. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht.
**2.** Indien op grond van het recht van de lidstaat van herkomst personen zijn aangewezen om de curator te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland.
### Artikel 213bb
**1.** Voor het bewijs van aanwijzing van de curator uit een andere lidstaat dan Nederland volstaat een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het aanwijzingsbesluit of van ieder ander door de bevoegde instanties van de lidstaat van herkomst gegeven schriftelijke verklaring.
**2.** De curator uit een andere lidstaat dan Nederland toont op verlangen van een ieder tegenover wie hij zijn bevoegdheden wenst uit te oefenen een vertaling in de Nederlandse taal van het afschrift.
### Artikel 213cc
Op verzoek van een curator uit een andere lidstaat dan Nederland worden de gegevens met betrekking tot een liquidatieprocedure, geopend in een andere lidstaat dan Nederland, door de griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 19, eerste lid.
### Artikel 213dd
**1.** Indien een verzekeraar met zetel buiten de Europese Unie een bijkantoor heeft in Nederland en een of meer bijkantoren in andere lidstaten, trachten zowel de rechtbank als de Pensioen- & Verzekeringskamer hun optreden te coördineren met de bevoegde instanties onderscheidenlijk de toezichthoudende autoriteiten van de andere lidstaten waarin aan de verzekeraar een vergunning is verleend.
**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval tracht de in Nederland benoemde curator zijn optreden te coördineren met de curatoren in die andere lidstaten.
### Artikel 213ee
In afwijking van artikel 182 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 kunnen gegevens of inlichtingen die geen betrekking hebben op derden die betrokken zijn bij pogingen de verzekeraar in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten, door de curator worden opgenomen in de verslagen, bedoeld in artikel 73a.
## Titel II. Van surséance van betaling
### Afdeling Eerste. Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen
### Artikel 213
**1.** De schuldenaar die voorziet, dat hij met betalen van zijne opeischbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surséance van betaling aanvragen.
**2.** Surséance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent.
### Artikel 214
**1.** Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafden staat, als bedoeld in artikel 96, bij verzoekschrift, door hem zelf en zijn procureur onderteekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in artikel 2. Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.
**1.** De schuldenaar die voorziet, dat hij met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surseance van betaling aanvragen.
**2.** Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van akkoord worden gevoegd.
**2.** Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in artikel 96, bij verzoekschrift, door hemzelf en zijn procureur ondertekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in artikel 2.
**3.** Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van een akkoord worden gevoegd.
**4.** Surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 213.
### Artikel 215
@ -2385,6 +2633,8 @@ Tegen de beslissingen van den rechter, ingevolge de bepalingen van dezen titel g
**4.** Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ten behoeve van een natuurlijke persoon ook worden gedaan door burgemeester en wethouders van de gemeente waar die persoon woon- of verblijfplaats heeft.
**5.** De schuldsaneringsregeling natuurlijke personen kan niet van toepassing worden verklaard op een verzekeraar als bedoeld in artikel 213.
### Artikel 285
**1.**