diff --git a/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md b/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md index 434f62e3682..feccaf8513a 100644 --- a/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md +++ b/wet/wet-op-het-voortgezet-onderwijs/BWBR0002399/README.md @@ -132,15 +132,15 @@ Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat daarbij op structurele en herkenbare w ### Artikel 6d -Onderwijs in lichamelijke opvoeding, bestaande uit praktische bewegingsactiviteiten, wordt gespreid verzorgd over alle leerjaren van het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs. Dit onderwijs vindt plaats gespreid over de schoolweken, en in zodanige substantiële omvang en schooltijd dat wordt voldaan aan de eisen op het gebied van kwaliteit, intensiteit en variëteit van de bewegingsactiviteiten neergelegd in kerndoelen en examenprogramma’s. Daarbij wordt uitgegaan van de situatie zoals die op 1 augustus 2005 voor het bewegingsonderwijs gold. In afwijking van de tweede volzin geldt voor het laatste leerjaar het voorschrift, dat het onderwijs in het eindexamenvak lichamelijke opvoeding niet eerder mag worden afgesloten dan in de maand december. +Onderwijs in lichamelijke opvoeding, bestaande uit praktische bewegingsactiviteiten, wordt gespreid verzorgd over alle leerjaren van het voortgezet onderwijs. Dit onderwijs vindt plaats gespreid over de schoolweken, en in zodanige substantiële omvang en schooltijd dat wordt voldaan aan de eisen op het gebied van kwaliteit, intensiteit en variëteit van de bewegingsactiviteiten neergelegd in kerndoelen en examenprogramma’s. Daarbij wordt uitgegaan van de situatie zoals die op 1 augustus 2005 voor het bewegingsonderwijs gold. In afwijking van de tweede volzin geldt voor het laatste leerjaar het voorschrift, dat het onderwijs in het eindexamenvak lichamelijke opvoeding niet eerder mag worden afgesloten dan in de maand december. ### Artikel 7 **1.** Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend wetenschappelijk onderwijs en dat mede algemene vorming omvat. Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven aan gymnasia, athenea en lycea, elk met een cursusduur van zes jaren. -**2.** Aan de gymnasia wordt in elk geval onderwijs verzorgd in Latijnse taal en letterkunde en Griekse taal en letterkunde. +**2.** Aan de gymnasia wordt in elk geval onderwijs verzorgd in Latijnse taal en literatuur en Griekse taal en literatuur. -**3.** Elke school die een gymnasium en een atheneum omvat, is een lyceum. Van een lyceum is ten minste het eerste leerjaar gemeenschappelijk. +**3.** Elke school die een gymnasium en een atheneum omvat, is een lyceum. ### Artikel 8 @@ -617,6 +617,10 @@ Op het onderwijs in het derde leerjaar aan scholen voor voorbereidend wetenschap a. artikel 11a, en b. artikel 11c met uitzondering van het eerste lid, onderdelen a en c. +### Artikel 11g + +Vervallen + ### Artikel 12 **1.** Het onderwijs aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en aan scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat met ingang van het vierde leerjaar een periode van voorbereidend hoger onderwijs. @@ -646,7 +650,7 @@ a. een gemeenschappelijk deel, dat voor alle profielen van de desbetreffende sch b. een profieldeel, dat kenmerkend is voor dat profiel, en c. een vrij deel. -**5.** Het bevoegd gezag richt het onderwijs in de periode van voorbereidend hoger onderwijs in op de grondslag van een normatieve studielast voor de leerling van 1600 uren per leerjaar, uitgaande van 40 weken met elk een normatieve studielast van 40 uren. Het bevoegd gezag richt een in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma in dat voor elke leerling ten minste 1000 uren onderwijs omvat per leerjaar, onverminderd artikel 15, tweede lid. +**5.** Het bevoegd gezag richt het onderwijs in de periode van voorbereidend hoger onderwijs in op de grondslag van een normatieve studielast voor de leerling van 1600 uren per leerjaar, uitgaande van 40 weken met elk een normatieve studielast van 40 uren. Het bevoegd gezag richt een in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma in dat voor elke leerling ten minste 1000 uren per leerjaar omvat, met dien verstande dat het programma in het laatste leerjaar ten minste 700 uren omvat. ### Artikel @@ -656,38 +660,74 @@ Vervallen **1.** -Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs omvat: +Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het atheneum omvat: -Nederlandse taal en letterkunde, Engelse taal en letterkunde, Duitse taal en letterkunde, Franse taal en letterkunde, algemene natuurwetenschappen, de combinatie geschiedenis en maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming, lichamelijke opvoeding. +a. Nederlandse taal en literatuur, +b. Engelse taal en literatuur, +c. een andere moderne vreemde taal en literatuur, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, of Friese taal en cultuur, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, +d. maatschappijleer, +e. algemene natuurwetenschappen, +f. culturele en kunstzinnige vorming of, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag dat vak aanbiedt, klassieke culturele vorming, met dien verstande, dat het vak klassieke culturele vorming in elk geval deel uitmaakt van het profiel indien ook Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, dan wel beide, deel uitmaken van het profiel, en +g. lichamelijke opvoeding. **2.** -Het profieldeel van de profielen in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs omvat: +Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het gymnasium omvat: -a. voor het profiel natuur en techniek: wiskunde, natuurkunde, scheikunde, -b. voor het profiel natuur en gezondheid: wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, -c. voor het profiel economie en maatschappij: economie, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, en -d. voor het profiel cultuur en maatschappij: - -1°. een moderne taal met de daarbij behorende letterkunde ter keuze van de leerling, of ter keuze van de leerling Latijnse taal en letterkunde of Griekse taal en letterkunde, -2°. ter keuze van het bevoegd gezag of, indien het bevoegd gezag daarvoor kiest, ter keuze van de leerling: een andere moderne of klassieke taal met de daarbij behorende letterkunde ter keuze van de leerling, of filosofie, -3°. culturele en kunstzinnige vorming, -4°. geschiedenis, en -5°. wiskunde. +a. Nederlandse taal en literatuur, +b. Engelse taal en literatuur, +c. Latijnse taal en literatuur of Griekse taal en literatuur, ter keuze van de leerling uit deze beide door het bevoegd gezag aan te bieden vakken, +d. maatschappijleer, +e. algemene natuurwetenschappen, +f. klassieke culturele vorming, en +g. lichamelijke opvoeding. **3.** -Het vrije deel kan omvatten: +Het profieldeel van het profiel natuur en techniek in het gymnasium en atheneum omvat: -a. door de leerling te kiezen vakken, genoemd in het tweede lid, -b. maatschappijleer, management en organisatie, informatica, lichamelijke opvoeding, en voor het atheneum tevens klassieke culturele vorming, door de leerling te kiezen, en -c. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen. +a. wiskunde, +b. natuurkunde, +c. scheikunde, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. -**4.** Vakken kunnen met het oog op hun plaats in het gemeenschappelijk deel, het profieldeel of het vrije deel, worden verdeeld in deelvakken. +**4.** -**5.** Het bevoegd gezag beslist welke in het tweede lid, onder d, bedoelde keuzetalen met de daarbij behorende letterkunde en welke in het derde lid, onder a en b, bedoelde vakken, worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens besluiten dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd. +Het profieldeel van het profiel natuur en gezondheid in het gymnasium en atheneum omvat: -**6.** In afwijking van het eerste lid omvat het onderwijs in het gymnasium voor elke leerling klassieke culturele vorming in plaats van culturele en kunstzinnige vorming. Het onderwijs in het gymnasium omvat bovendien voor elke leerling Latijnse taal en letterkunde of Griekse taal en letterkunde, dan wel beide, ter keuze van de leerling. Het in het eerste lid genoemde vak culturele en kunstzinnige vorming kan in het gymnasium behoren tot de vakken van het vrije deel. +a. wiskunde, +b. biologie, +c. scheikunde, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. + +**5.** + +Het profieldeel van het profiel economie en maatschappij in het gymnasium en atheneum omvat: + +a. wiskunde, +b. economie, +c. geschiedenis, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. + +**6.** + +Het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij in het gymnasium en atheneum omvat: + +a. wiskunde, +b. geschiedenis, +c. een vak ter keuze van de leerling uit culturele vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit maatschappelijke vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. + +**7.** + +Het vrije deel van elk profiel in het gymnasium en atheneum omvat ten minste één vak uit het geheel van: + +a. vakken, genoemd in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, die de leerling niet op grond van het eerste tot en met zesde lid heeft gekozen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken als onderdeel van het vrije deel aanbiedt, +b. vakken, genoemd in of aangewezen op grond van het derde tot en met zesde lid, die de leerling niet op grond van het eerste tot en met zesde lid heeft gekozen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken als onderdeel van het vrije deel aanbiedt, +c. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vakken, voor zover het bevoegd gezag deze aanbiedt, en +d. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen. + +**8.** Het bevoegd gezag kan beslissen dat vakken en andere programma-onderdelen door alle leerlingen worden gevolgd. ### Artikel 14 @@ -695,47 +735,72 @@ c. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen. Het gemeenschappelijk deel van elk profiel in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: -Nederlandse taal en letterkunde, Engelse taal en letterkunde, een andere moderne taal met de daarbij behorende letterkunde ter keuze van de leerling, algemene natuurwetenschappen, de combinatie geschiedenis en maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming, lichamelijke opvoeding. +a. Nederlandse taal en literatuur, +b. Engelse taal en literatuur, +c. maatschappijleer, +d. culturele en kunstzinnige vorming, en +e. lichamelijke opvoeding. **2.** -Het profieldeel van de profielen in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: +Het profieldeel van het profiel natuur en techniek in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: -a. voor het profiel natuur en techniek: wiskunde, natuurkunde, scheikunde, -b. voor het profiel natuur en gezondheid: wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, -c. voor het profiel economie en maatschappij: economie, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, en -d. voor het profiel cultuur en maatschappij: een moderne taal met de daarbij behorende letterkunde ter keuze van de leerling, culturele en kunstzinnige vorming, geschiedenis, economie, wiskunde. +a. wiskunde, +b. natuurkunde, +c. scheikunde, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. **3.** -Het vrije deel kan omvatten: +Het profieldeel van het profiel natuur en gezondheid in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: -a. door de leerling te kiezen vakken, genoemd in het tweede lid, -b. maatschappijleer, filosofie, management en organisatie, informatica, lichamelijke opvoeding, door de leerling te kiezen, en +a. wiskunde, +b. biologie, +c. scheikunde, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. + +**4.** + +Het profieldeel van het profiel economie en maatschappij in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: + +a. wiskunde, +b. economie, +c. geschiedenis, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. + +**5.** + +Het profieldeel van het profiel cultuur en maatschappij in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat: + +a. geschiedenis, +b. een andere moderne vreemde taal en literatuur, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, of Friese taal en cultuur, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, +c. een vak ter keuze van de leerling uit culturele vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt, en +d. een vak ter keuze van de leerling uit maatschappelijke vakken die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt. + +**6.** + +Het vrije deel van elk profiel in het hoger algemeen voortgezet onderwijs omvat ten minste één vak uit het geheel van: + +a. vakken, genoemd in of aangewezen op grond van het tweede tot en met vijfde lid, die de leerling niet op grond van die leden heeft gekozen, voor zover het bevoegd gezag deze vakken als onderdeel van het vrije deel aanbiedt, +b. andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vakken, voor zover het bevoegd gezag deze aanbiedt, en c. door het bevoegd gezag vast te stellen vakken en andere programma-onderdelen. -**4.** Vakken kunnen met het oog op hun plaats in het gemeenschappelijk deel, het profieldeel of het vrije deel, worden verdeeld in deelvakken. +**7.** Het bevoegd gezag kan beslissen dat vakken en andere programma-onderdelen door alle leerlingen worden gevolgd. -**5.** Het bevoegd gezag beslist welke in het eerste lid en het tweede lid, onder d, bedoelde keuzetalen met de daarbij behorende letterkunde en welke in het derde lid, onder a en b, bedoelde vakken worden aangeboden. Het bevoegd gezag kan tevens besluiten dat door het bevoegd gezag aan te wijzen vakken en andere programma-onderdelen door alle leerlingen in het vrije deel moeten worden gevolgd. - -**6.** Tevens kan het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid stellen, in het vrije deel te kiezen uit in artikel 13 genoemde vakken. +**8.** Het bevoegd gezag kan de leerling in de gelegenheid stellen, in plaats van de vakken, genoemd in of aangewezen op grond van het eerste tot en met zesde lid, de overeenkomstige vakken van artikel 13 te volgen. ### Artikel 15 **1.** -Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot de in artikel 12, tweede lid, bedoelde profielen vastgesteld: +Bij algemene maatregel van bestuur wordt met betrekking tot de profielen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, vastgesteld: -a. de normatieve studielast van het gemeenschappelijk deel, het profieldeel en het vrije deel, -b. de verdeling van vakken in deelvakken, alsmede de nadere ordening van de in de artikelen 13 en 14 genoemde vakken met het oog op hun plaats in het gemeenschappelijk deel, het profieldeel of het vrije deel, -c. de normatieve studielast van de vakken en deelvakken, -d. voorschriften omtrent de vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in de artikelen 13, derde lid, onder c, en 14, derde lid, onder c, behoudens godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan bijzondere scholen, -e. voorschriften omtrent de mogelijkheid, vrijstelling te verlenen van onderdelen van de artikelen 13 en 14 ten behoeve van leerlingen met bijzondere kenmerken, waartoe in elk geval kunnen behoren leerlingen die niet in staat zijn, onderwijs in lichamelijke opvoeding te volgen, en -f. de inpassing van het in artikel 13, zesde lid, bepaalde, in het bij het eerste tot en met vierde lid van artikel 13 en in het krachtens artikel 15 bepaalde. +a. het relatieve gewicht van elk van de vakken binnen het geheel van de vakken van het eindexamen, uitgedrukt in een normatieve studielast per vak, +b. de nadere ordening van de vakken, genoemd in de artikelen 13 en 14, met het oog op hun plaats in het gemeenschappelijk deel, het profieldeel of het vrije deel, +c. voorschriften over vakken en andere programma-onderdelen, bedoeld in artikel 13, zevende lid, en artikel 14, zesde lid, die het bevoegd gezag aanwijst, behalve godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan bijzondere scholen, en +d. voorschriften over de mogelijkheid van vrijstelling en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om ontheffing te verlenen van onderdelen van de artikelen 13 en 14 voor leerlingen met bijzondere kenmerken. -**2.** Tevens kan bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur in afwijking van artikel 12, vijfde lid, tweede volzin, worden bepaald dat het in schooltijd verzorgde onderwijsprogramma in het laatste leerjaar een geringer aantal dan 1000 uren onderwijs omvat, maar ten minste een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal uren. - -**3.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. +**2.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. ### Artikel 16 @@ -1049,7 +1114,7 @@ b. in de periode van de verlenging wel in staat zal zijn de opleiding met goed g ### Artikel 27a -**1.** Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de school ingeschreven leerling die valt onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze leerling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van voortgezet onderwijs de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven studerende in een of meer vakken, deelvakken of andere programma-onderdelen niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Onder afwezigheid met geldige reden wordt verstaan afwezigheid wegens ziekte van de leerling, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, en afwezigheid wegens bijzondere familie-omstandigheden. +**1.** Het bevoegd gezag stelt van iedere aan de school ingeschreven leerling die valt onder de werking van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, vast, of deze leerling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. In afwijking van de vorige volzin kan Onze Minister bepalen dat voor soorten van voortgezet onderwijs de in die volzin bedoelde vaststelling wordt gedaan indien een ingeschreven studerende in een of meer vakken of andere programma-onderdelen niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Onder afwezigheid met geldige reden wordt verstaan afwezigheid wegens ziekte van de leerling, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, en afwezigheid wegens bijzondere familie-omstandigheden. **2.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 5 weken aan de leerling dat daarvan in de administratie van de school aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid. @@ -1111,7 +1176,7 @@ Vervallen **3.** Zij die het eindexamen met goed gevolg hebben afgelegd, ontvangen een diploma. Leerlingen van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die met goed gevolg een gedeelte van het examenprogramma hebben afgelegd, ontvangen een getuigschrift voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en leerlingen die een leer-werktraject met goed gevolg afsluiten, ontvangen een diploma basisberoepsgerichte leerweg/leer-werktraject. Onze minister stelt de modellen van diploma's en getuigschriften vast. -**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens, alsmede omtrent programma-onderdelen, die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken, deelvakken en andere programma-onderdelen behoeven te omvatten. Bij deze algemene maatregel van bestuur worden tevens de eindexamenprogramma's vastgesteld. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzinnen, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de in dit artikel bedoelde eindexamens, alsmede omtrent programma-onderdelen, die niet voor alle leerlingen van een school dezelfde vakken en andere programma-onderdelen behoeven te omvatten. Bij deze algemene maatregel van bestuur worden tevens de eindexamenprogramma's vastgesteld. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzinnen, wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. **5.** Voor examens, die niet vanwege de school worden afgenomen, kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschriften worden gegeven. @@ -2941,9 +3006,9 @@ g. de vakken waarin examen is afgelegd, de cijfers van het schoolexamen en het c h. indien van toepassing de aanduiding van de minderheidsgroep en de verblijfsduur in Nederland, voorzover de desbetreffende minderheidsgroep of verblijfsduur als categorie is opgenomen in een ministeriële regeling waarin voorschriften zijn vastgesteld omtrent toekenning van een aanvullende vergoeding voor personeelskosten als bedoeld in artikel 85a, eerste lid; en i. het registratienummer van de school dan wel scholengemeenschap of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan. -**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid. +**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid. -**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, gebruiken in het verkeer met Onze minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de school. +**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, gebruiken in het verkeer met Onze minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de school. **5.** Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een leerling in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente. @@ -2951,7 +3016,7 @@ i. het registratienummer van de school dan wel scholengemeenschap of, indien spr **7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in het contact met een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die leerling. -**8.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**8.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de leerling niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan de Informatie Beheer Groep. **9.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling van het voortgezet onderwijs in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds. @@ -2959,7 +3024,7 @@ i. het registratienummer van de school dan wel scholengemeenschap of, indien spr ### Artikel 103c -**1.** De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, op in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd de derde volzin van artikel 103d, eerste lid, kan de Informatie Beheer Groep de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen. +**1.** De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede en achtste lid, op in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd de derde volzin van artikel 103d, eerste lid, kan de Informatie Beheer Groep de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen. **2.** Het bevoegd gezag verstrekt de Informatie Beheer Groep alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn. @@ -3297,26 +3362,6 @@ c. de procedure voor het aanvragen van het geschiktheidsonderzoek en voor afgift Het in artikel 118n en het in artikel 118p bedoelde bestuur verstrekken aan Onze Minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede naleving van deze titel. Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode afgegeven geschiktheidsverklaringen en bekwaamheidsonderzoeken waaraan met goed gevolg is deelgenomen. -## Titel IVE. Overgangsbepalingen - -### Artikel 118u - -**1.** Personen die in het bezit zijn van een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van het vak omgangskunde is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, zijn tevens benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming voor het geven van praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f en voor het geven van onderwijs aan groepen van uitsluitend geïndiceerde leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 10e, in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen. - -**2.** - -Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die: - -a. het in het eerste lid bedoelde getuigschrift hebben behaald na 1 augustus 2006; -b. voor 1 september 2012 zijn gestart met de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in het vak omgangskunde aan de Fontys Hogeschool Tilburg, de NHL Hogeschool, de Hogeschool Leiden of de Hogeschool Utrecht; en -c. uiterlijk op 31 augustus 2016 met goed gevolg de aanvullende opleiding «Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs» met een omvang van ten minste 420 uren studie hebben afgerond aan een van de in onderdeel b genoemde hogescholen. - -### Afdeling VII. Overgangsrecht in verband met de - -### Artikel 118ii - -Artikel 76v.1 is van overeenkomstige toepassing op de school of scholengemeenschap die samen met een vakinstelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs als scholengemeenschap in de zin van de artikelen 2.6 en 12.2.3 WEB is aangemerkt. - ## Titel V. Slotbepalingen ### Artikel 119